Category

Voeding

Category

Vaak worden alle personen met obesitas en/of overgewicht over één kam geschoren als het gaat om gezondheidsrisico’s. Is dat wel terecht?

Afvallen of afslanken?

In principe ken je deze begrippen tegenwoordig allebei gebruiken, maar bedoel je vooral afslanken als het gaat om overgewicht kwijt te raken. Afslanken heeft meer te maken met het verlagen van je vetpercentage, terwijl afvallen meer over het lichaamsgewicht gaat.

Lichaamsgewicht, wat zegt dat eigenlijk?

Lichaamsgewicht zegt helemaal niets. Alleen dat zwaartekracht je met zoveel kilogram op de grond/aarde drukt. Niemand weet dan hoeveel bot-, spier- of vetmassa je hebt.

Toch blijven mensen zich richten op het verminderen van lichaamsgewicht, omdat er ooit minder op de weegschaal stond. Klinkt best onzinnig als je bijvoorbeeld langer fanatiek krachttraining doet en spiermassa ontwikkelt, toch? Dit wil ook niet zeggen dat je een stijging van tien kilogram in lichaamsgewicht ineens moet negeren. Je stijgt niet zoveel kilogram in een zo’n korte periode met alleen spiermassa.

Wat wel een voordeel is van wegen is, dat je jouw lichaamsgewicht in de gaten kunt houden. Als je niet zoveel krachttraining doet, dan kan je zo zien of je teveel hebt gegeten en/of gedronken.
Advies: weeg één keer per week en houdt je lichaamsgewicht onder controle.
Advies twee: weeg niet in de ochtend, nadat je die avond ervoor een “all you can eat” buffet hebt gehad.

Hoe belangrijk is het om vetmassa te verminderen als het gaat om beweging? 

Vetmassa is voor je lichaam zinloos als het gaat om beweging. Het is daarin passief, waardoor teveel vetmassa overbodig is. Denk aan de belasting die de knieën (of andere gewrichten) extra mee moeten dragen. Hierdoor kan er op langere termijn sneller slijtage ontstaan in verschillende gewrichten.

Daarnaast ben je waarschijnlijk niet trots op de kilo’s overgewicht, omdat er een laagje vet over de buik of heupen zit. Niet trots zijn is prima, maar voorkom dat je jezelf minder gaat voelen ten opzichte van mensen die een “sixpack” hebben. Een sixpack maakt een mens niet beter dan iemand anders. Wat betekent een dikkere buik in 99% van de gevallen dan?

Visceraal vet (intra-abdominaal) – wit vet

Een vetsoort welke rondom de organen zit. Ook wordt dit type vet het meeste geassocieerd aan hart- en vaatziekten. Denk aan hartklachten, -infarcten, -stilstand, hoge bloeddruk, diabetes types II [1, 2, 3, 4]. Je bent niet meteen uitgesloten als je geen overgewicht hebt, want visceraal vet is voor iedereen gevaarlijk [5]. Daarom zijn slanke mensen niet per definitie gezonder en wordt dit vaak “thin-outside-fat-inside – TIFO” genoemd.

Verder wordt er volgens onderzoek visceraal vet ook sterk geassocieerd aan een vettige lever welke zorgt voor bijvoorbeeld insuline-resistentie [6]. Door insulineresistentie word je minder gevoelig voor het hormoon “insuline”. Hier wordt eigenlijk al gezegd dat vervetting aan de binnenkant zorgt voor een vergrote kans op diabetes type II. Dus een grote oplossing voor diabetes type II is vaak afslanken!

Als man en vrouw dezelfde hoeveelheid visceraal vet hebben, dan maken ze dezelfde kans op deze bovenstaande risico’s [6].

Subcutaan (onderhuids) – wit vet

Het vet wat onder de huid zit, noemen wij: subcutaan vet. Dit vet wordt wel gelinkt aan hart- en vaatziekten, maar wel in mindere mate dan visceraal vet [7]. Wanneer je het vetpercentage meet via een huidplooimeting, dan meten wij vooral subcutaan vet. Het geeft een indicatie van de algehele vetpercentage.

Een nadeel van zo’n huidplooimeting is dat je het niet kan gebruiken voor mensen met obesitas. Je pakt namelijk overtollig vetweefsel, welke zich vastkleeft aan de huid en spier. Dan is het onmogelijk om spier, vet en huid te onderscheiden. Laat staan dat de grijper om de huidplooi heen kan…

Man hebben een hogere kans op gezondheidsrisico’s
Helaas hebben mannen meer visceraal vet dan vrouwen (denk aan: appelfiguur). Bovendien heeft Zweden een grootschalig onderzoek gehad met 1462 vrouwen en 792 mannen, waarin bleek dat mannen vier keer zoveel kans hebben op hart- en vaatziekten [8].
Bij een ander onderzoek, met 458 vrouwen en 331 mannen, laten de resultaten zien dat mannen in elke leeftijdsfase meer visceraal vet hebben [9]. Zelfs bij dit onderzoek [10] geven zij aan dat mannen over het algemeen een hoger visceraal vetgehalte hebben. Sorry guys, we’re doomed.

Hoe zit het met vetweefsel bij vrouwen?
Zoals bij het kopje “man” duidelijk werd gemaakt, hebben vrouwen minder visceraal vet. Een pluspunt voor de vrouwen.

Daarnaast zijn de richtlijnen van een “gezond” vetpercentage in tabellen hoger bij vrouwen (20-30% tegenover 10-20% van mannen). Dit komt door een eventuele zwangerschap en borstvoeding [11], maar heeft het ook te maken met oestrogeenaanmaak (vrouwelijk hormoon). Ongesteldheid kan bijvoorbeeld ook verdwijnen wanneer een vrouw een te laag vetpercentage heeft (het vrouwelijk hormoon “oestrogeen” wordt dan te weinig aangemaakt). Denk aan vrouwen die meedoen aan modelwedstrijden en veel moeten afvallen van het modellenbureau. Het kan zelfs een graadje erger: anorexia.

Bovendien wordt er in een boek [12] aangegeven dat vrouwen na de menopauze meer vet op gaan slaan rondom de buikstreek. Het worden als ware mannen met hun vetopslag.

Buikomtrek en betrouwbaarheid
De buikomtrek wordt veel gebruikt als meetmiddel. Deze is nog het meest waardevol voor het schatten van iemand zijn/haar kans op gezondheidsrisico’s met betrekking tot buikvet (visceraal vet). Althans beter bij mannen volgens onderzoek [9].
Je kunt nauwelijks iets verkeerds doen aan het meten van een buikomtrek, zolang je maar elke keer dezelfde meetsituatie hebt.

Extraatje: bruin vet

Volwassenen hebben gemiddeld tussen de 0 – 130 gram bruin vet in het lichaam [13]. Echter neemt het steeds meer af wanneer wij ouder worden [14]. De locatie van dit bruin vet zit voornamelijk tussen de schouderbladen en rondom belangrijke organen, zoals: hart, de nieren en de lichaamsslagader.

Het verschil met wit vet is, dat bruin vet geen ATP (Adenosinetrifosfaat – zeg dit maar eens drie keer achter elkaar…) vormt. Bruin vet zet de vetzuren en glucose meteen om in warmte, waardoor het energiegebruik lichtelijk toeneemt. Je verbrandt meer kilocalorieën zonder wat te doen.
Je moet alleen wel wat in een koudere omgeving zitten, namelijk: 12-18 graden celcius [15].

Wil je meer weten over bruin vet? Dan raad ik je aan om het volgende artikel van R. van Berkel te lezen, aangezien hij uitgebreid over bruin vet heeft geschreven: https://www.iamafoodie.nl/bruin-vet-overgewicht-bestrijden/

Conclusies

  • Lichaamsgewicht alleen zegt niets over je gezondheid!
  • Weeg elke week om je lichaamsgewicht onder controle te houden
  • Visceraal vet (buikvet) is sterk geassocieerd aan hart- en vaatziekten, diabetes type II, enzovoort.
  • Subcutaan vet (onderhuids vet) is minder sterk geassocieerd aan hart- en vaatziekten, diabetes type II, enzovoort.
  • Visceraal vet wordt als vervetting van het lichaam gezien
  • Mannen hebben gemiddeld meer visceraal vet dan vrouwen
  • Bij vrouwen is het vetpercentage hoger, omdat zij eventueel zwanger kunnen raken en borstvoeding moeten geven.
  • Vrouwen met een te laag vetpercentage hebben vaak te weinig oestrogeenaanmaak, waardoor ze niet meer ongesteld worden.
  • Slanke mensen kunnen ook vervetting aan de binnenkant krijgen, waardoor de kans op diabetes type II en hart -en vaatziekten toeneemt.
  • Vrouwen slaan vet net zoals mannen op, zodra ze uit de menopauze zijn
  • Buikomtrek is het meest betrouwbaar als je de kans op gezondheidsrisico´s wil schatten (vooral beter bij mannen)

Referenties

  1. P. Kopelman (2006) Health risks associated with overweight and obesity. Obesity Reviews
  2. Guido A. Rosito, Joseph M. Massaro, Udo Hoffmann, Frederick L. Ruberg, Amir A. Mahabadi, Ramachandran S. Vasan, Christopher J. O’Donnell and Caroline S. Fox (2008) Pericardial Fat, Visceral Abdominal Fat, Cardiovascular Disease Risk Factors, and Vascular Calcification in a Community-Based Sample.
  3. Tadashi Nakamura, Katsuto Tokunaga, Iichiro Shimomura, Makoto Nishida, Shingo Yoshida, Kazuaki Kotani, A.H.M Waliul Islam, Yoshiaki Keno, Takashi Kobatake, Yoshiyuki Nagai, Shigenori Fujioka, Seiichiro Tarui, Yuji Matsuzawa (1994) Contribution of visceral fat accumulation to the development of coronary artery disease in non-obese men. Elsevier
  4. Yilji Matsiizawa, Taclushi Nakamura, Iichiro Shimomura, Kaziiaki Kotani  (1995) Visceral Fat Accumulation and Cardiovascular Disease. Obesity Research
  5. Tadashi Nakamura, Katsuto Tokunaga, Iichiro Shimomura, Makoto Nishida, Shingo Yoshida, Kazuaki Kotani, A.H.M Waliul Islam, Yoshiaki Keno, Takashi Kobatake, Yoshiyuki Nagai, Shigenori Fujioka, Seiichiro Tarui, Yuji Matsuzawa (1994) Contribution of visceral fat accumulation to the development of coronary artery disease in non-obese men. Elsevier
  6. Westerbacka, J; Corner, A; Tiikkainen, M; Tamminen, M; Vehkavaara, S; Hakkinen, AM; Fredriksson, Jenny & Yki-Jarvinen, H (2004) Women and men have similar amounts of liver and intra-abdominal fat, despite more subcutaneous fat in women: implications for sex differences in markers of cardiovascular risk. Diabetologie
  7. Yilji Matsiizawa, Taclushi Nakamura, Iichiro Shimomura, Kaziiaki Kotani  (1995) Visceral Fat Accumulation and Cardiovascular Disease. Obesity Research
  8. Bo Larsson, Calle Bengtsson, Per Björntorp, Leif Lapidus, Lars Sjöstrom, Kurt Svardsudd, Gösta Tlbblin, Hans Wedel, Lennart Welin, & Lars Wilhelmsen (1991) Is Abdominal Body Fat Distribution a Major Explanation for the Sex Difference in the Incidence of Myocardial Infarction? American Journal of Epidemiology
  9. T Rankinen, S-Y Kim, L PeÂrusse1, J-P DespreÂs1 and C Bouchard (1999) The prediction of abdominal visceral fat level from body composition and anthropometry: ROC analysis. International Journal of Obesity
  10. Harris et al. (2000) Waist Circumference and Sagittal Diameter Reflect Total Body Fat Better Than Visceral Fat in Older Men and Women: The Health, Aging and Body Composition Study. VIVO body compositions studies
  11. VICTOR L. KATCH, BARBARA CAMPAIGNE, PATTY FREEDSON, STANLEY SADY, FRANK I. KATCH, ALBERT R. BEHNKE (1980) Contribution of Breast Volume and Weight to Body Fat Distribution in Females. AMERICAN JOURNAL OF PHYSICAL ANTHROPOLOGY 53:93-100
  12. van Berkel, R. (2015) Overgewicht en obesitas: de feiten op een rij. Uitgeverij: Pumbo.nl
  13. van Marken Lichtenbelt W. Human brown fat and obesity: methodological aspects. Front Endocrinol (Lausanne). 2011 Oct 17;2:52.
  14. Cannon B, Nedergaard J. 2004. Brown adipose tissue: function and physiological significance. Physiol. Rev. 84:277–359.
  15. Saito M, Okamatsu-Ogura Y, Matsushita M, et al. High incidence of metabolically active brown adipose tissue in healthy adult humans: effects of cold exposure and adiposity. Diabetes. 2009;58:1526-31.

In de fitnessbranche wordt geregeld geroepen dat suiker verslavend is, omdat de mens neigt naar suikerrijke voedingsmiddelen. Klopt dit wel of is dit de zoveelste mythe?

Mens en oeroude ontwikkelingen

De mens is al vrij lang (lees: honderdduizenden jaren) op de wereld en ontwikkelt zich steeds meer door. Evolutie is een continu proces en heeft geen eindpunt.

In de vroegere tijden jaagden de jagers en verzamelaars om te overleven. Stel je de volgende situatie voor:

“Een jager kreeg van een bron te horen dat er hertensporen waren gevonden. Hierop besluit de jager de jacht te openen en verwacht dezelfde avond nog thuis te komen met een hert. Tijdens de jacht vindt hij een konijn, die hij vangt voor het vlees. Vervolgens ziet hij vele bekende (suikerrijke)vruchten, welke hij van de boom haalt en een groot deel van op eet. De rest neemt hij mee voor de groep thuis.
Daaropvolgend ontdekt de jager dat de hertensporen steeds vager worden en besluit om de jacht op te geven. Tijdens zijn terugtocht vindt hij een groepje konijnen en besluit om deze te doden en mee te nemen ter vervanging van het hertenvlees.”

In dit verhaal komen een aantal zaken naar voren:

  1. Als jager moest je jagen om te overleven
  2. De jager is volledig afhankelijk van zijn omgeving

Als jager moest je overleven, waardoor je zoveel mogelijk voedsel met een hoge voedingswaarde wilde hebben. Als je wil overleven, dan heeft je lichaam energie nodig. Energie duiden wij tegenwoordig aan in kilocalorieën.

Vet heeft negen kilocalorieën per gram, koolhydraten en eiwitten hebben maar vier kilocalorieën per gram.

De keuze voor vetrijk vlees was toen makkelijk gemaakt.

Zelfs de vruchten die jagers en verzamelaars aten, zaten boordevol (vruchten)suikers. De jagers aten dit omdat het in vele gevallen makkelijker te verkrijgen was (niet alle stammen hadden veel vruchten om zich heen).

Er waren zelfs jagers en verzamelaars die tussen de 3% en 50% aan koolhydraten aten [1]. Deze jagers en verzamelaars waren compleet afhankelijk van hun omgeving. Dus ze aten niet alleen maar proteïne en vet, wat je regelmatig hoort.

De jagers en verzamelaars hadden na het eten van zoete voedingsmiddelen niet de neiging om ineens al het fruit op te eten of kregen afkickverschijnselen van de suikers die zij aten. Zij wilden overleven en dat natuurlijke instinct is blijven doorontwikkelen, terwijl de voedingsindustrie sinds de industrialisatie (sinds 1860) in een rap tempo is ontwikkeld.

Tijdens die industrialisatie is gekozen voor een combinatie van een voedingsstof die vooral een hoge energiedichtheid heeft (vet) en een voedingsstof dat lekker smaakt (zoetigheid). De vele keuzes die zijn ontstaan voor vet- en suikerrijk eten zorgt voor een “obesogene omgeving” [2].

Dit is een omgeving die ervoor zorgt dat mensen een veel grotere kans hebben om obesitas (zwaar overgewicht) te ontwikkelen.

De keuze voor een voedingsmiddel heeft vooral te maken met smaak. Smaak zorgt voor een herhaling van eetgedrag.

Hoe lekkerder je het vindt, hoe meer je van iets neemt.

Helaas speelt de voedingsindustrie veel op onze smaak in door vetrijke voedingstoffen te combineren met bijvoorbeeld suiker en andere stoffen. Deze (smaak)combinatie heeft de voorkeur, omdat het alle voedingstoffen levert die wij nodig hebben om te overleven. Dit heeft echter niets te maken met een “verslaving”.

Zou jij bijvoorbeeld M&M’s eten als je weet dat je ervan gaat spugen? Je voorkeur voor deze calorierijke snack daalt dan enorm, omdat je weet wat voor negatieve gevolgen het heeft.

Bij harddrugs is smaak ondergeschikt en weet iedereen dat vele harddrugs (amfetamine, heroïne) veel negatieve gevolgen hebben. Desondanks nemen veel mensen alsnog een harddrug met verslavende effecten die de overhand hebben ten opzichte van smaak.

Smaken en voorkeursontwikkeling

In deze onderzoeken [2,3] wordt weergegeven dat de smaak “zoet” de voorkeur heeft ten opzichte van “zuur”, “zout” en/of “bitter” bij baby’s. Moedermelk is ook wat zoeter, waardoor de voorkeur waarschijnlijk ontstaat voor zoet.

De ontwikkeling van een voorkeur voor zout ontwikkelt zich pas bij vier maanden [2]. Alleen als ouders moet je niets forceren, omdat dan de voorkeur voor een voedingsmiddel afneemt bij het kind [3]. Een praktische tip: varieer en balanceer het uit.

Ook de voorkeur voor zoet alleen zorgt niet voor de toename van overgewicht. In dit onderzoek [4] wordt zelfs gezegd dat de omgeving veel meer invloed heeft op de toenemende cijfers van obesitas dan de voorkeur voor zoetigheid.

De ouders zijn verder van essentieel belang voor de eetomgeving van een baby en het leven dat erop volgt. Een smaakvoorkeur is dus per omgeving verschillend, maar kan ook weer per persoon verschillen. Het blijft een complex onderwerp, omdat de hersenen hierin een grote rol spelen.

De hersenen zijn nog lang niet helemaal in kaart gebracht, waardoor er zoveel gissingen worden gemaakt in een grijs gebied door gezondheidsprofessionals. In principe heb je niets aan gissingen, omdat elke afslankmethode vanuit die gissingen dan een gok is. Wel is het verstandig om te luisteren naar argumenten met stevige onderbouwingen, die gebruik maken van de beschikbare literatuur.

Herhaling van eetgedrag

Als je terugleest en kijkt naar voedingsmiddelen en eetgedrag, dan zie je dat herhaling in eetgedrag wordt veroorzaakt door voedingsmiddelen die jij specifiek lekker vindt en vetrijke voedingsmiddelen.

Dit zijn slechts een paar factoren die ervoor zorgen dat je bepaald eetgedrag blijft herhalen, want psychologie (gedrag/innerlijk) en neurologie (hersenen, zenuwen, enz.) spelen ook een rol.

Zo bestaat er ook een “bodemdrift”, waardoor je tot de bodem van een zak wil gaan en dan pas het signaal krijgt dat je vol zit (verzadigd). Zo was in een experiment getest met 54 personen of het lichaam reageert op visuele aanwijzingen dat je vol zit en een bak leeg is of niet [5].

Zo gebruikten zij bij een groep een soepkom dat zichzelf opnieuw vult (zonder dat zij het wisten) en een groep dat normale kommen met soep hadden. De groep met de zelfvullende kommen aten 73% meer en hadden het zelfs niet eens in de gaten!

Dit geeft aan dat er veel meer aan de hand is dan een voorkeur voor zoetigheid en dat wij moeten kijken naar psychoneurobiologie, waarin psychologie, neurologie en fysiologie samenkomen.

Laatste opmerking

Laten wij de term “suikerverslaving” vergeten en ons richten op de echte oorzaken waarom wij overeten en steeds meer overgewicht ontwikkelen.

Referenties

  1. Ströhle, A. & Hahn, A. (2011) Diets of modern hunter-gatherers vary substantially in their carbohydrate content depending on ecoenvironments: results from an ethnographic analysis. Nutrition Research Journal
  2. Leann L. Birch (1999) DEVELOPMENT OF FOOD PREFERENCES. Annual Reviews Nutrition
  3. D Benton (2004) Role of parents in the determination of the food preferences of children and the development of obesity. International Journal of Obesity
  4. A. Drewnowski (1997) PREFERENCES AND FOOD INTAKE. Annual review of nutrition
  5. Wansink B (2005), Painter JE, North J. Bottomless bowls: why visual cues of portion size may influence intake. Obes Res. 2005 Jan;13(1):93-100.

Mensen proberen continu af te slanken, maar zelfs bij hen die erin slagen, zie je vaak terugvalmomenten. Wat is de oorzaak van deze terugval? Is dat gebrek aan wilskracht of zijn er meerdere aspecten die een rol spelen? Onder één van deze aspecten valt de “omgeving” van een persoon. De omgeving is vaak een onbereikbaar aspect dat een zeer grote rol speelt in de obesitas-problematiek.

Wat houdt precies de omgeving in?

De omgeving is een allesomvattend begrip, maar tegelijkertijd is het ook onduidelijk wat hier allemaal onder valt. Voordat de factoren worden besproken, moet je ook weten wat de Body Mass Index (BMI) inhoudt, zodat je figuur 1.1. wat beter begrijpt. Dit geeft met een bepaalde waarde aan of je valt in de categorie: ondergewicht (<18), normaal gewicht (18-25), overgewicht (25-30) of zwaar overgewicht (30+). Deze waarde bepaal je door je lichaamsgewicht (in kilogram) te delen door “lengte x lengte” (in meter).

Uiteraard moet je een kanttekening plaatsen bij deze benadering, omdat hierbij geen rekening wordt gehouden met bijvoorbeeld spiermassa van een persoon. In het geval van obesitas (zwaar overgewicht) kan het vaak een goede benaderingswijze zijn om iemand te confronteren.

Terugkomend op de omgeving, hieronder worden de belangrijkste factoren benoemd [1]:

Figuur 1.1: de omgeving die van invloed is op de Body Mass Index (BMI) van een persoon.

Individuele factoren

Aan de linkerkant vind je voornamelijk de individuele en sociale factoren die meespelen in de omgeving. De “socioeconomic” is de financiële status waarin iemand verkeert (sociaal-economisch). Zo hebben bepaalde onderzoeken laten zien dat vrouwen die sociaal-economisch (Sociaal Economische Positie – SEP) niet sterk staan, zes keer zoveel kans maken om overgewicht te krijgen [2]. Alleen gaven zij in het onderzoek ook aan dat er veel meer onderzoek nodig is, omdat er teveel factoren misten in het huidige onderzoek (zeker heeft het wel een impact op je welzijn!).

Daarnaast geeft dit onderzoek ook dat causaliteit (oorzaak – gevolg) niet makkelijk te onderscheiden valt op dit gebied [5]. Je kunt namelijk nooit met volle zekerheid zeggen dat één variabel (in dit geval: een omgevingsfactor) de grootste oorzaak is van een negatief gevolg (obesitas). Daar zijn teveel factoren die een rol spelen.

Wel konden deze onderzoekers met meer zekerheid aangeven, dat obesitas een grotere kans heeft tot het leiden naar een lagere sociaal-economische-positie [7]. Deze positie wordt sterk beïnvloed door stigmatisering. Zo is dit Engelse artikel [3] ook een duidelijke weergave, waardoor je als obesitas-patiënt in een soort stigmatisering terecht komt.

Met stigmatisering wordt bedoeld: “iemand ten onrechte een slechte reputatie bezorgen, brandmerken”. Het Engelse artikel is geen wetenschappelijke publicatie, maar een weergave van de werkelijkheid wat nu gebeurt bij mensen met (zwaar) overgewicht: minder kans op sollicitatiegesprek, minder loon voor hetzelfde werk en geassocieerd met het stereotype “lui” & “incompetent”. Zo bespreekt dit artikel meerdere aspecten, maar deze viel vooral op als het gaat om de sociaal-economische positie van een persoon.

Verder staat er aan de linkerzijde dat je persoonlijke kenmerken ook meespelen bij het beïnvloeden van de BMI-waarde. Denk bijvoorbeeld aan de genetische aanleg om meer overgewicht te krijgen. Je hebt een onderzoek waar elk tweelingpaar precies dezelfde aantal kilocalorieën nuttigt [4], maar het verschil in gewichtsverlies is groot: 5,9 kilogram – 12,4 kilogram. Wat is die precieze oorzaak? De schildklier? Andere hormonen? Dit is onduidelijk…

Sociale factoren

Jouw familie en vrienden hebben zeker invloed op jouw eetgedrag. Denk aan een situatie waarin je uitgaat en vervolgens de groep zegt dat je gezellig mee alcohol moet drinken. Alles voor de “gezelligheid”. Wanneer je gevoelig bent voor zulke situaties, zal je vervolgens meer kilocalorieën nuttigen dan iemand die de drankjes weigert.

Daarnaast ligt het er ook aan uit welke cultuur je komt, omdat iedere cultuur anders omgaat met overgewicht. Zo merk je dat bepaalde culturen veel minder mensen met overgewicht hebben dan de Westerse cultuur. Waar ligt dat aan? Wordt overgewicht langzaam geaccepteerd in het Westen als “normaal”? Het Westen is wel een graaicultuur geworden, waar alles makkelijk is te verkrijgen. Dat is één van de omgevingsfactoren, waardoor de obesitascijfers blijven stijgen.

Obesitas wordt langzamerhand geaccepteerd, omdat niemand de totale oplossing heeft en iedereen er continu mee geconfronteerd wordt. Kijk maar om je heen! Even een voorbeeld hoe verschillende landen denken over het ideale lichaamstype:

Dit zijn drie verschillende ideale lichaamstypen. Het zegt niet altijd wat, want in 2008 heeft Colombia 17% van de bevolking obesitas tegenover 33% van de Verenigde Staten.
Wist je dat in Nauru (ligt bij de Filipijnen in de buurt) 71,1% van de bevolking (1100 inwoners) obesitas heeft? Aldus de bron [13]. Dit zal te maken hebben met een cultuur, waarin een dikkere buik een teken van welvaart is.

Nog een voorbeeld hoe een cultuur van een land een rol kan spelen bij overgewicht. Zo heeft een Aziaat in Azië veel minder kans om obesitas te krijgen dan iemand uit de Verenigde Staten [2]. Echter wanneer de Aziaat verhuist naar de Verenigde Staten, dan heeft diegene een veel grotere kans om obesitas te krijgen. Dit heeft te maken met de omgeving en dus ook sociaal-culturele factoren.

Een sociaal-culturele factor is de betekenis die een culturele groep geeft aan een begrip (in dit geval: obesitas). Dus als je leeft in een cultuur waar overgewicht normaal of geaccepteerd is, dan zal je een grote kans hebben om ook overgewicht te krijgen.

Zo heb je hieronder een duidelijke weergave van culturele aspecten die allemaal een rol spelen bij eetgedrag, wat uiteindelijk leidt tot overmatig eten en obesitas [2]:

Figuur 1.2 Sociaal-culturele factoren die energie-inname en -uitgave bepalen

Zoals je merkt staan de sociale-economische factoren er ook op, omdat de financiële achtergrond van een gebied ook een rol speelt bij eetgedrag (denk aan het eerdere voorbeeld van economische vooruitgang). Eigenlijk is de hele linkerzijde van figuur 1.1 ingevuld door figuur 1.2.

Wel is het interessant om te vermelden dat onderzoekers ook naar de gehuwde of ongehuwde staat hebben gekeken als het gaat om overgewicht. De onderzoekers geven zelf aan in hun systematic review (hoge bewijskracht) dat er veel tegenstrijdige onderzoeken zijn, maar zij konden wel concluderen dat je afslankt als je ongehuwd bent en aankomt in gewicht als je gehuwd bent [8, 9]. Wel kan deze lijn ongetwijfeld doorgetrokken worden naar relatie of geen relatie.

Zeg nu eerlijk, als je vriend(in) iets wil snacken, dan ben je snel geneigd om ook mee te eten! Je wordt er in ieder geval wel mee geconfronteerd.

Omgeving in het groot

Net zijn de factoren besproken die vooral op individueel vlak gelden. Dit zijn wel factoren die mee moeten worden genomen met de omgevingsfactoren, omdat alles met elkaar verbonden staat. Neem als voorbeeld als je meer welvarend bent, dat je ook eerder in een welvarende buurt woont.

Een welvarend gebied heeft vaak meer faciliteit dan een armer gebied. Dat verschil heeft ook invloed op de omgeving en ook gewicht. Als voorbeeld voor faciliteiten en de kans op overgewicht, geeft dit onderzoek [10] weer dat het hebben van trottoirs al ervoor zorgt dat de kans op overgewicht daalt (“Built environment” & “Transportation” voorbeelden van figuur 1.1).

Een voorbeeld waarin ze 12.873 Mexicanen hebben onderzocht in een arm gebied (“Economic influences” van figuur 1.1) [6]. Hieruit bleek dat weinig geld, weinig educatie, sociale status, enzovoort sterk gecorreleerd zijn met het ontwikkelen van obesitas. Deze correlatie zorgt ervoor dat je voorspellingen kunt doen of een indicatie is om causaliteit (oorzaak-gevolg) te gaan onderzoeken.

In Vietnam is overgewicht ook aan het stijgen van 2,0% naar 5,7% [7]. Natuurlijk is dit niets vergeleken met Nederland die sinds 2015 een overgewichtcijfer van 50,3% heeft. Een citaat uit het onderzoek:

“Economic growth and improved standard of living are associated with higher rates of overweight in nations in early stages of economic development.”

De eerste stadia van economische vooruitgang zijn sterk geassocieerd met het laten stijgen van overgewicht onder de populatie van een gebied. Dit betekent dat economische groei in het begin ervoor zorgt dat de overgewichtcijfers stijgen. Een gissing kan zijn dat in een verder stadium de inwoners zich meer kunnen veroorloven, waardoor ze meer in zichzelf gaan investeren. Denk hierbij aan kennis en professionals die zij kunnen bekostigen.

In de onderzoeken vermeldden ze ook regelmatig dat vrouwen sterker worden beïnvloed door hun sociaal-economische positie, maar dat verschilt ook per gebied en hoe welvarend ze zijn. Dat is echter een aparte tak die in dit artikel niet wordt besproken.

Als laatste wordt de veiligheid van de buurt (Neighbourhood safety) gekoppeld aan minder beweging. Zoals je weet is beweging belangrijk om de kans van overgewicht te verkleinen.
Zo bijvoorbeeld bij een systematic review die families als onderzoeksubject gebruikte [11]:

“Road safety and ‘stranger danger’ appear to be major causes of parental anxiety in relation to their children’s safety in the neighbourhood. Such concerns may cause parents to restrict their children’s outdoor play and active transport.”

Door een onveilige buurt mogen de kinderen minder vaak buiten spelen, waardoor er meer beweegarmoede ontstaat. Zo hebben onderzoekers ook gekeken in Boston naar veiligheid en beweging [12]. Het bleek dat overdag de inwoners zich onveilig voelden. Echter had dit geen impact op de bewegingshoeveelheid van een persoon. Wel konden de onderzoekers concluderen dat vrouwen in de avond/nacht 1.000 stappen minder maakten dan de man (5.000 stappen). Dat is een vermindering van 20% die de onderzoekers aangaven. Als je nadenkt, dan weet je dat je als vrouw niet ’s nachts door een park gaat rennen in verband met je eigen veiligheid.

Laatste adviezen en toevoegingen

Als je van plan bent om af te slanken en je hebt er altijd moeite mee gehad, dan wordt het eens tijd om je eigen omgeving aan te passen naar je nieuwe leefstijl. Wanneer je jezelf blijft verleiden met snacks in huis, dan zal je ongetwijfeld de keuze maken om toch te gaan snoepen.

Bereid je vrienden en familie voor op een leefstijlverandering, zodat zij je kunnen helpen. Aan een arm gezin kan je niets doen, maar niets hoeft je tegen te houden om meer te gaan bewegen of minder te eten/drinken. Overal is informatie te verkrijgen, maar volg de juiste personen die geen onzin verkopen. Voedzaam eten hoeft niet duur te zijn!

Zo zie je maar dat de omgeving op allerlei vlakken actief aan de gang is. De rol van een professional is om bepaalde factoren te herkennen en mee om te gaan. Je kunt niet van iemand verwachten dat diegene buiten gaat sporten als er nauwelijks tot geen faciliteiten voor zijn. Zelfs de hoeveelheid groen in een gebied bepaalt of je gezonder wordt of niet [14].

Bovendien kan je niet verwachten dat een persoon gemotiveerd is vanuit zichzelf als diegene niet opgegroeid is met beweging en/of een gezond eetpatroon. Als professional ben je tegenwoordig niet alleen meer bezig met voeding en/of sport, maar een complete leefstijlverandering.

Referenties

  1. Papas, M.A., Alberg, A.J., Ewing, R., Helzlsouer, K.J., Gary, T.L and Klassen, A.C. (2007) The Built Environment and Obesity. Epidemiologic Reviews: Vol. 29
  2. E Ekeland, F Heian, K B Hagen (2016) Can exercise improve self esteem in children and young people? A systematic review of randomised controlled trials. Br. Journal Sports Medicine
  3. Everly, R. (2017) Social Acceptance of Obese Individuals. Social Justice Solutions
  4. Hainer, V., Stunkard, A., KunesÏova, M., VSÏtich, J.P. and Allison, D.B. (2001) A twin study of weight loss and metabolic efficiency. International Journal of Obesity
  5. Sørensen TI (1995) Socio-economic aspects of obesity: causes or effects? International Journal of Obesity and Related Metabolic Disorders : Journal of the International Association for the Study of Obesity
  6. L. (2007) Socio-economic status and body mass index in low-income Mexican adults. Soc Sci Med. May; 64(10): 2030–2042
  7. Nguyen, M.D., Beresford, S.A.A. and Drewnowski, A. (2005) Trends in overweight by socio-economic status in Vietnam: 1992 to 2002. Public Health Nutrition: 10(2), 115–121
  8. E Ekeland, F Heian, K B Hagen (2016) Can exercise improve self esteem in children and young people? A systematic review of randomised controlled trials. Br. Journal Sports Medicine
  9. M. Sharma and R. Padwa (2009) Obesity is a sign – over-eating is a symptom: an aetiological framework for the assessment and management of obesity. Obesity Reviews
  10. Mia A. Papas, Anthony J. Alberg, Reid Ewing, Kathy J. Helzlsouer, Tiffany L. Gary, and Ann C. Klassen (2007) The Built Environment and Obesity. Epidemiologic Reviews
  11. Carver, A., Timperio, A., Crawford, D. (2008) Playing it safe: The influence of neighbourhood safety on children’s physical activity—A review
  12. Bennett, G.G., McNeill, L.H., Wolin, L.H., Duncan, D.T., Puleo, E., Emmons, K.M. (2007) Safe To Walk? Neighborhood Safety and Physical Activity Among Public Housing Residents
  13. Obesitascijfers per land geraadpleegd op 31 maart 2017 op:
    1. https://www.indexmundi.com/g/r.aspx?v=2228&l=nl
  14. “Artikel “’Voldoende bewijs dat groene wijken mensen gezonder maken’ geraadpleegd op 31 maart 2017 op:
    1. http://www.nu.nl/wonen-en-interieur/4142700/voldoende-bewijs-groene-wijken-mensen-gezonder-maken.html

 

 

 

Het festivalseizoen is weer vol in aantocht. Iedereen wil die summerbody hebben maar stiekem ook genieten van een drankje. Of twee. Of zes.

Nuchter zijn is het laatste waar de meesten aan denken op een feestje. Ik in ieder geval wel.

Maar wat doet dit precies met ons lichaam en onze spieren?

Alcohol en het lichaam

Als er alcohol wordt gedronken stopt meteen de vetverbranding. Bij de afbraak van ethanol wordt namelijk acetaat gevormd en dit is ‘giftig’ voor ons lichaam. De lever gaat nu flink aan het werk om meteen het ‘gif’ uit ons lichaam te krijgen. Het ‘gif’ krijgt voorrang op de vetafbraak.

Gelukkig stopt alcohol ook op de afbraak van (spier)eiwit maar het bouwt het ook niet op. Het lichaam wil eerst het gif afbreken en daarna pas verder gaan met de opbouw/afbraak van vetten en eiwitten. In kleine hoeveelheden beschermt alcohol tegen spierafbraak [1].

Ondertussen genieten wij van de effecten van dit ‘gif’ en brullen en lachen we rustig verder.

The dose makes the poison

Gif is een relatief begrip. Paracelsus, een wijze filosoof, botanist en astroloog kwam met het basisprincipe van de toxicologie: ‘De hoeveelheid van een stof bepaalt hoe giftig iets is’. Alles is namelijk giftig. Oprecht alles, als er maar genoeg van wordt genomen. Lees even mee:

  • Water is een basisbehoefte maar drink je in één keer 10 liter water, dan ga je dood.

  • Vitamine A is van levensbelang maar neem één hap van de lever van een ijsbeer (geen idee hoe je die wil regelen maar het gaat om het idee) en je gaat dood aan een overdosis vitamine A.

  • Drink maar genoeg alcohol en ook dit overleef je niet.

Hormese once again

Maar als grote hoeveelheden giftig zijn, hoe zit het dan met kleine hoeveelheden? Hier komt het principe van hormese om de hoek kijken, wat in het artikel ‘Leven is Levensgevaarlijk‘ ook al aan bod is gekomen.

What doesn’t kill you, makes you stronger.

We doen onszelf schade aan om er sterker van te worden.

Snoeien om te groeien.

Dát is hormese.

Kleine beetjes gif hebben een positief effect op ons lichaam. Dat zie je ook bij inentingen. Je spuit een klein beetje ‘gif’ in om er sterker van te worden. Ons lichaam onthoudt dit ‘gif’ en we zullen de ziekte nu niet meer krijgen.

Het lijkt alsof het ‘gif’ ons lichaam ‘scherp’ houdt. Hetzelfde geldt voor planten. Het láátste wat planten willen doen is door mensen opgegeten worden. Er is geen enkele altruïstische plant die zegt: ‘Ik groei hier zodat de mensheid mij kan opeten en zo overleven’.

Nee, planten scheiden zogenaamde fytochemicaliën uit. Deze zijn giftig voor ons mensen maar deze giffen houden ons lichaam gezond door het effect van hormese [2].

Insulinegevoeligheid

Alcohol vergroot hoe gevoelig iemand is voor insuline doordat het adiponectine in het bloed met 11% verhoogt[3,4]. Hoe hoger adiponectine is, hoe insulinegevoeliger iemand is. Voor goede gezondheid is dat van belang. Hoe ongevoeliger (lees: insulineresistenter) iemand is, hoe meer kans op ziekte.

Teveel, te vaak insuline staat namelijk aan de grondslag van praktisch elke Westerse aandoening (Alzheimer, kanker, depressies, diabetes, osteoporose en de lijst kan zo wel blijven doorgaan)[5]. Misschien leven gematigde drinkers om deze reden langer[6]. Best handig dus, een beetje alcohol op z’n tijd.

De energiebalans

Calorisch gezien is alcohol erg energierijk. Per gram alcohol: 7 kcal. Dit is niet helemaal waar. Niets in het leven komt gratis, zo ook niet bij het voedsel dat we eten. Er moet eerst geïnvesteerd worden om er iets uit te halen. De investering bij voedsel is de zogenaamde Thermic Effect of Food. Bij alcohol is de TEF zo’n 20%[7]. Feitelijk krijg je met 1 gram alcohol dus (maar) 5,68 kcal binnen.

Daarnaast zijn er ook onderzoekers die zich afvragen of alcohol überhaupt wel tellen als calorieën. Mensen die veel alcohol drinken komen namelijk niet aan volgens het principe van de energiebalans[8]. Calorisch gezien zouden ze bijvoorbeeld 5 kg moeten aankomen maar er wordt helemaal geen gewicht verloren. Er verdwijnen ergens calorieën en dit komt door het MEOS effect[9]. Deze zorgt voor het zogenaamde alcoholische leververvetting. Er is dus ook een leververvetting zonder tussenkomst van alcohol: diabetes type 2.

Alcohol en spieropbouw

Zeg spieropbouw en testosteron komt om de hoek kijken. ‘Drinken verlaagt je testosteron, bro’, hoor je meer dan eens. Een studie[9] uit Zeist vertelt ons dat testosteron inderdaad een schrikbarende 6,8% daalde bij mannen na drie weken. In deze drie weken dronk men 3 tot 4 glazen alcohol per dag. Pér dag! Iemand die zijn of haar gezondheid serieus neemt doet dat niet.

Over training is bij deze mensen niets bekend. Wat was het effect geweest als deze heren een goed trainschema hadden gehad? Misschien was het testosteron dan wel gestegen en was de conclusie van het onderzoek anders geweest.

Daarentegen laat dit onderzoek[11] zien dat de testosteron bij mannen van gemiddeld 24 jaar oud wél stijgt na middelmatige intake van ongeveer 4 eenheden alcohol. Proefpersonen mochten niet aan sport doen in de periode van de studie, als ze wel aan krachttraining zouden hebben gedaan was dit misschien nog hoger geweest.

Het valt blijkbaar allemaal wel mee, alcohol en een verlaagd testosterongehalte. Zo ook bij vrouwen van gemiddeld 26 jaar, waar een verdubbeling(!) van testosteron werd waargenomen bij gematigde alcohol intake van 2 á 3 drankjes[14].

Het effect van grote hoeveelheden alcohol na een pittige training is minder rooskleurig. Drinkt iemand van 80 kg na de training 12(!) alcoholische versnaperingen, dan daalt testosteron met 23%[12,13]. Als iemand een zwaar trainschema heeft is het niet handig om daarna flink te drinken en kan dit beter verspreid worden met een aantal dagen ertussen.

Take home message

Als iemand dit artikel als een vrijbrief ziet om te binge-drinken dan is er slecht nieuws. Dit doet een mens sowieso meer kwaad dan goed. Alcohol heeft zeker zijn plaats in een gebalanceerd leven maar zoals bij alles geldt: doe het met mate. Tot slot nog een paar punten:

  1. Structureel alcoholgebruik gaat niemand helpen bij het halen van zijn of haar doelen, laat staan het hebben van een goede gezondheid.
  2. Als iemand maximaal effect wil hebben: hoe meer en sneller er alcohol wordt gedronken, hoe meer effect iemand hiervan heeft. Alcohol wordt namelijk door de lever afgebroken met een snelheid van 8 gram per uur. In een eenheid (glas wijn, een shotje, een biertje) alcohol zit 10 gram. Reken maar uit als je 3 eenheden alcohol achter elkaar drinkt, er blijft nog heel wat alcohol in de bloedbaan achter om ons wat minder geremd te maken.
  3. Het uitdrogende effect van alcohol kan er zelfs voor zorgen dat er minder water vastgehouden wordt de volgende dag en iemand een stuk ‘droger’ oogt. Alcohol is namelijk diuretisch.
  4. Drink alcohol zonder veel toegevoegde suikers. Wodka met spa rood, droge witte wijn, Bacardi met een light variant, you name it. Bier en zoete wijn bevatten meer suikers. Maximaal effect, minimale schade.
  5. Let op de calorie-inname op de dagen dat je weet dat je gaat drinken. Eiwitten blijven erg belangrijk. Houd vetten en koolhydraten laag zodat, als afvallen het doel is, je in een calorietekort blijft. In een tekort kan je nooit aankomen.
  6. Hoe voller de maag, hoe minder het effect van alcohol.
  7. Na een zware training drinken is niet handig. Het is dus handig trainingen en feestjes te verspreiden over de week.

Zoals een wijs man ooit al eens opperde: ‘There aint no party like an alcoholic party’

Wees niet de partypooper op een feestje omdat je je dieet of gains niet wil verpesten. Met mate, kan het best.

Bronnen

[1] Ethanol causes acute inhibition of carbohydrate, fat, and protein oxidation and insulin resistance.
[2] Hormetic dietary phytochemicals.
[3] Effect of moderate alcohol consumption on adiponectin, tumor necrosis factor-alpha, and insulin sensitivity.
[4] Relationship between moderate alcohol consumption and adiponectin and insulin sensitivity in a large heterogeneous population.
[5] Hyperinsulinemia: A unifying theory of chronic disease?
[6] Light-to-moderate alcohol consumption and mortality in the Physicians’ Health Study enrollment cohort.
[7] Effect of ethanol on energy expenditure.
[8] Perspectives: do alcohol calories count?
[9] The discovery of the microsomal ethanol oxidizing system and its physiologic and pathologic role.
[10] Effect of moderate alcohol consumption on plasma dehydroepiandrosterone sulfate, testosterone, and estradiol levels in middle-aged men and postmenopausal women: a diet-controlled intervention study.
[11] Testosterone increases in men after a low dose of alcohol.
[12] The pulsatile secretion of gonadotropins and growth hormone, and the biological activity of luteinizing hormone in men acutely intoxicated with ethanol.
[13] Alcohol ingestion impairs maximal post-exercise rates of myofibrillar protein synthesis following a single bout of concurrent training.
[14] Acute effect of alcohol on androgens in premenopausal women.

Zorgt het doen van cardio op een lege maag voor het verbranden van extra vet?

Binnenkort wordt het voor velen weer tijd om het wintervachtje eraf te krijgen. Dit betekent dat we weer massaal de koolhydraten gaan schrappen, het weer tijd is voor een sapkuurtje, een paleo dieet, om suikervrij te gaan eten (kan dat wel?) en natuurlijk doen we cardio op een lege maag. Dat laatste zou voor extra vetverlies moeten zorgen.

Maar is dat ook echt zo? Is het mogelijk om extra vet te verbranden, door alleen het moment van je cardio te verplaatsen naar het moment voordat je iets gegeten hebt?

De primaire energiebron voor het lichaam

Het lichaam gebruikt koolhydraten, die in het lichaam worden afgebroken tot glucose, als primaire energiebron. De glucose komt voornamelijk in het bloed terecht waarna het vervolgens wordt opgenomen door de weefsels die het vervolgens verbranden. Een deel van de glucose wordt tijdelijk als glycogeen in de lever en de spieren opgeslagen, zodat het later gebruikt kan worden als energie gedurende een inspanning.

Is de glucosevoorraad op, dan zal je lichaam energie halen uit vetzuren, wat je kan zien als je vetreserves. Na het langdurig hanteren van een te groot calorietekort , ook wel een “crash-dieet” genoemd, zal je lichaam ook eiwitten gebruiken als energiebron, die vrijkomen door middel van spierafbraak. Die situatie wil je uiteraard altijd voorkomen als je traint voor cosmetische doeleinden.

Hierdoor klinkt het erg aannemelijk dat als je cardio op een lege maag doet en de glucosevoorraad in het lichaam ontbreekt, de vetzuren worden aangesproken en dit tot een hoger vetverlies zou leiden.

Maar klinkt dit niet wat te mooi om waar te zijn?

De aanmaak en afbraak van vet

Voor de afbraak en aanmaak van vet bestaan de volgende twee processen:

Novo lipogenese
Dit is een proces waarbij glucose wordt omgezet in vetzuren. De letterlijke betekenis is: nieuwe vetsynthese, wat de aanmaak van nieuw vet betekent.

Lipolyse
Lipolyse is een proces dat plaatsvindt om energie op te wekken in het lichaam. Vetten worden hierbij verbrand en omgezet in energie, wat de afbraak van vet betekent.

Je lichaam zal alleen vet opslaan als lipogenese (de aanmaak van vet) sneller gaat dan lipolyse (de afbraak van vet) en uiteindelijk de overhand krijgt.

Als er meer vet wordt aangemaakt dan dat er wordt afgebroken, zal je aankomen. En vice versa.

De afbraak van vet en de daadwerkelijke vetverbranding

Cardio op nuchtere maag zorgt wel voor een hogere afbraak van vet. Doordat het lichaam geen glucosevoorraad meer heeft zal het over gaan op vetzuren. Het proces van de vetverbranding zal daarom in werking worden gezet. Alleen de uiteindelijke vetverbranding blijft precies hetzelfde als er van te voren een maaltijd is geconsumeerd. Waarom?

Omdat voor de uiteindelijke vetverbranding, het hanteren van een calorietekort doorslaggevend is. Het is onmogelijk om af te vallen, zonder minder calorieën te consumeren dan dat je gebruikt.

Het verbranden van vet is namelijk een langdurig proces waarbij (zoals eerder genoemd) de afbraak van vet (lipolyse) de aanmaak van vet (lipogenese) structureel moet overtreffen. Dit kun je dus niet beïnvloeden door alleen maar het moment van activiteit te verplaatsen naar het moment dat je nog niets gegeten hebt. Aan het einde van de dag zal je namelijk in precies hetzelfde calorietekort terechtkomen, ongeacht het moment van activiteit, wat uiteindelijk zal bepalen of en hoeveel vet je verliest.

Uit onderzoek blijkt hetzelfde..

Schoenfeld et al. onderzochten of er significante veranderingen zijn in lichaamssamenstelling na het doen van cardio op een lege maag vergeleken met cardio nadat er gegeten is. Gedurende vier weken zijn twee groepen van tien vrouwen gevolgd die een cardiotraining uitvoerden, waarvan één groep op een lege maag en de andere groep vooraf een maaltijdshake nam. Beide groepen kregen een dieet voorgeschreven met een negatieve energiebalans.

Uit het onderzoek bleek dat na deze vier weken beide groepen vet hadden verloren. Er werd echter géén significant verschil gemeten tussen de hoeveelheid vet die de beide groepen hadden verloren.

Conclusie

Het doen van cardio op een lege maag zorgt niet voor een uiteindelijk hogere vetverbranding in vergelijking met het doen van cardio op een ander willekeurig tijdstip.

Je kan ontzettend veel cardio doen, maar als je daarnaast toch nog meer calorieën binnenkrijgt dan dat je verbrandt, zal je nooit vet verliezen. Voor de daadwerkelijke en uiteindelijke verbranding van vet, is het hanteren van een calorietekort noodzakelijk en de energiebalans is hierin leidend.

Hou je ervan om in de ochtend voor het ontbijt te hardlopen, kun je dit natuurlijk blijven doen. Doe dit alleen niet met de illusie dat je meer vet zult verbranden.

Gebruik cardio als handige tool waar nodig, maar weet dat met je voedingspatroon absoluut de meeste winst te behalen valt en het de meeste invloed heeft op het creëren van een calorietekort. Dit zal uiteindelijk resulteren in de verbranding van vet.

Om tot een concluderend antwoord op de vraag te komen, is het belangrijk om eerst wat dieper op de term “clean” eten in te gaan. Het is een welbekend begrip geworden in de fitnessindustrie. Maar wat wordt er eigenlijk mee bedoeld en hoe wordt het geïnterpreteerd in de praktijk?

Als mensen het over “clean” eten hebben, soms zelfs “schoon eten” genoemd, doelen ze meestal op het eten van volwaardige en onbewerkte voedingsmiddelen zoals fruit, groentes, granen, zaden, noten, etc. Het liefst zonder e-nummers, toegevoegde suikers en ook nog eens biologisch, want dat klinkt beter en gezonder, ondanks dat biologisch eten niet per se gezonder is. Oftewel, heerlijk vers uit de grond zonder enige of kleine vorm van bewerking. Dat is echter nogal lastig, aangezien werkelijk al ons eten enige vorm van bewerking ondergaat.

Nu is de term clean eten erg subjectief. Voor mij kan het namelijk totaal iets anders betekenen dan iemand die een vegetarische of veganistische leefstijl hanteert. Wel hebben de personen die een clean voedingspatroon hanteren gemeen, dat ze voornamelijk producten consumeren die rijk aan nutriënten zijn.

Daar is natuurlijk helemaal niks mis mee.

Waar het mis gaat is dat de personen die een clean voedingspatroon hanteren, vaak alle producten die hierbuiten vallen labelen als ‘ongezond’ of ‘slecht’. Toegevoegde suikers worden gezien als dikmakers en hierdoor ontstaat een angst voor bepaalde bewerkte producten. Een clean voedingspatroon zou daarmee beter zijn dan een ander voedingspatroon.

Het probleem met die gedachte is dat je lichaam geen flauw idee heeft of je kip met rijst consumeert of drie bamischijven van de FEBO. Het enige wat je lichaam herkent is de hoeveelheid calorieën, koolhydraten, vetten, eiwitten, vitamines, mineralen en de vezels die het binnen krijgt. Het lichaam herkent geen producten, maar alleen dat waar producten uit bestaan.

Voor het verliezen van gewicht is het hanteren van een calorierestrictie noodzakelijk en doorslaggevend. Hierin is de energiebalans leidend en gaat het alleen over het aantal geconsumeerde calorieën en het aantal verbande calorieën wat hier tegenover staat.

Stel dat een persoon een dagelijkse energiebehoefte heeft van 2500 calorieën. Dan zal er minder dan 2500 calorieën geconsumeerd moeten worden om af te vallen. Dit is de gouden regel voor het verliezen van vet/gewicht. Als deze persoon 2000 kcal per dag eet, zal dit resulteren in gewicht- en vetverlies op de lange termijn en maakt het voor het totale vetverlies niet uit waar deze calorieën vandaan komen. Dit is inmiddels herhaaldelijk aangetoond in verschillende onderzoeken. Denk bijvoorbeeld aan het “Twinkie” dieet van professor Mark Haub, die twaalf kilo verloor en gezonder werd, na tien weken lang alleen maar Twinkies (gevulde cake) te eten.

Is het verstandig om al je calorieën uit fastfood producten te halen? Absoluut niet. Dit voorbeeld laat alleen zien dat er geen enkel product bestaat dat direct zorgt voor meer vetverlies, ten opzichte van een ander product. Mensen labelen producten. Mensen geven namen aan producten. Dat is een groot verschil met hoe het lichaam omgaat met de producten die wij consumeren.

Zolang je een calorietekort hanteert, zul je afvallen. Clean eten is hiervoor niet noodzakelijk.

Uiteraard is een gevarieerd voedingspatroon bestaande uit nutriëntrijke producten wel aan te raden, omdat dit van essentieel belang is voor een goede gezondheid. Als het merendeel van je dieet uit fastfood bestaat, is de kans groter dat dit een negatieve invloed heeft op je gezondheid.

Het verbannen van bepaalde producten uit je voedingspatroon is alleen niet nodig en kan het in extreme gevallen zelfs leiden tot een verstoorde relatie met voeding. Als 80% van de producten die je consumeert rijk zijn aan nutriënten, kun je met de overige 20% producten flexibeler zijn en kiezen voor datgene waar je zin in hebt. Dat is een effectieve manier om op de lange termijn je voedingspatroon vol te houden.

Toen ik in 2010 begon met bloggen en regelmatig zeuren op Facebook, was de digitale fitnessindustrie in Nederland nog simpel. 99% bestond uit krachtsporters die allemaal hetzelfde (en op dezelfde tijdstippen) aten, stopten met eten laat in de avond, dezelfde schema’s volgden en een dikke huid kregen van melk.

De overige 1% die wel vooruit keek en zelfontwikkeling hoog in het vaandel had staan, was niet bijzonder actief op social media of blogs. Althans, niet dat ik weet.

Natuurlijk heb ik mijzelf ook schuldig gemaakt aan alle “bro mythes” die weigeren te sterven sinds de jaren 80, maar sinds 2010 is er een hoop veranderd. De Nederlandse fitnessindustrie ontwikkelt zich op een zeer positieve manier. Voornamelijk omdat mensen elkaar nog steeds klakkeloos napraten, maar nu wordt in ieder geval steeds vaker het juiste nagezegd.

Veranderende doelen

Tot voor kort wilden de meeste cliënten “gewoon een paar kilo afvallen”, “droger en gespierder worden” of met een doordacht trainingsprogramma aan de slag in de sportschool.

Door de lawine van fitgirls, fitcouples en krachtsporters die zichzelf na drie maanden trainen en één wedstrijd personal trainer noemen, is er op social media het beeld gecreëerd dat je niet meer aan krachtsport kunt doen zonder een wedstrijd te doen. Of zonder je bek erover te houden.

Ik durf, zonder te overdrijven, te zeggen dat het aantal cliënten dat nu een wedstrijd wil doen (vooral bikinifitness) vertienvoudigd is. Veelal jonge vrouwen, die nog niet lang bezig zijn met de sport, maar al vijftien “girlcrushes” hebben en echt zóóóó graag een wedstrijd willen doen.

OK, daar is op zich niets mis mee. Het nadeel is dat het merendeel van die dames bij coaches terecht komen die hen niet informeren noch hun verwachtingen vooraf managen.

Bij deze dus, gratis en voor niets, een reality check, voordat je aan wedstrijdfitness begint. Wat kun je voor, na en tijdens je voorbereiding verwachten? Ja, ik realiseer mij dat het onderstaande op een generaliserende toon geschreven is, maar anders is er geen reet aan. Als elke zin politiek correct moet zijn, luister je maar lekker naar Balkenende’s podcast.

De aanloop naar je wedstijd

Veel support en volgers op Instagram

Eerlijk is eerlijk, de Nederlandse wedstrijdscene is niet heel groot en vrijwel iedereen bevindt zich op Instagram. Zodra je aan je eerste wedstrijd begint, heb je een vrijkaart om zo veel foto’s van je reet online te zetten als je wilt, zonder dat daarbij je normen en waarden of zelfrespect in twijfel worden getrokken.

Het voordeel daarvan is dat je onwijs veel aandacht krijgt van vrijgezelle mannen van middelbare leeftijd en vrouwen die ook “al heel lang hard bezig zijn en ooit dromen om een wedstrijd te kunnen doen”, want die vrouwen hebben dit artikel nog niet gelezen.

Aandacht op Instagram is leuk. Tenminste, ik vind er geen hol aan, maar ik kan mij voorstellen waarom mensen het doen. Even een kort moment van zelfreflectie. Wie ben jij buiten social media om?

Maar echt? Ben je het lichtpunt van elk feest? Komen mensen jou graag de hand schudden als je op straat loopt, omdat je onwijs veel bereikt hebt? Ben jij onmisbaar op je werk? Heb je status en aanzien binnen relevante sociale kringen? Ik niet in ieder geval.

Als ik overlijd hoop ik dat er naast de begrafenisondernemer nog iemand op komt dagen. Op social media genereer je vrij snel meer aandacht dan je ooit in het echte leven zult krijgen. Het gevoel dat je iemand bent, dat mensen je zien, kan heel bevredigend zijn.

Als je het belangrijk vindt om continu bevestiging te zoeken van vreemden op het internet, is dat je goed recht. Realiseer je alleen dat die aandacht niet uniek en bijna altijd tijdelijk is. De oppervlakkige aandacht die je krijgt wordt per persoon verdeeld over tientallen, misschien wel honderden vrouwen en mannen die exact hetzelfde doen, zeggen en posten als jij.

Indien je lange-termijn succes belangrijker vindt dan bevrediging op korte-termijn, probeer dan eens na te denken over hoe je jezelf kunt onderscheiden. Je bént namelijk wel uniek, het is alleen jammer dat je op social media jezelf profileert zoals die duizenden anderen. Dan zijn mensen je ook echt sneller vergeten.

Achterhaald advies

Het meeste advies binnen de fitnessindustrie bestaat al dertig jaar en is bij de meesten de laatste eeuwen ook onveranderd gebleven. Men doet het omdat het altijd zo is gedaan en omdat het werkt. “Omdat het werkt” is het favoriete argument om ontwikkeling tegen te gaan en middelmatigheid te accepteren.

Laat ik duidelijk onderscheid maken tussen coaches die hun atleten iets adviseren omdat zij uit ervaring weten dat een bepaalde aanpak beter werkt bij de atleet in kwestie en coaches die hun atleten adviseren omdat iets op die manier moet.

Of omdat ze zeker weten dat het ene beter is dan het ander, zonder uit te kunnen leggen waarom dat zo is, want dan doe je niets anders dan een ander napraten. Het gaat echter in de meeste gevallen om atleten die nog niet eerder een wedstrijd hebben gedaan. Een persoonlijke aanpak lijkt mij daarom niets minder dan essentieel.

Cardio op lege maag

Je hoeft absoluut niet op een lege maag cardio te doen om meer te verbranden, dat is simpelweg niet hoe de energiebalans werkt.

Doe je het omdat dat praktisch is, in verband met je werk? Prima. Of omdat je graag om 05:30 opstaat, omdat dat nu ook een hype is? Prima. Maar hamer dan verdomme niet de hele tijd op het feit dat je zo moet lijden met je lege maag. Want het is niet effectiever dan cardio op een gevulde maag. “Echt w..” Nee.

Slechte training

Uit zowel observaties als studies is duidelijk dat coaches hun atleten graag opeens heel anders laten trainen als ze gaan “preppen” voor een wedstrijd. Zodra het behoud van spiermassa essentieel wordt, lijken zij er alles aan te doen om het verlies van spiermassa te maximaliseren.

Het gebruikte gewicht gaat omlaag, hoeveelheid herhalingen gaat omhoog. Onder het mom van trainen om droger te worden. Jazeker, dat wordt nog steeds gedaan.

Let er alsjeblieft voor jezelf op dat je niet maanden aan werk teniet doet door op een waardeloze manier te trainen tijdens je prep. Spiermassa vereist nog steeds dezelfde prikkel om te blijven bestaan en te groeien naar je wedstrijd toe.

Als je tijdens het bulken/bouwen op een bepaalde manier traint om spiergroei te maximaliseren, waarom zou je dan opeens compleet het tegenovergestelde doen?

Ongezond dieet

Een dieet dat vrijwel exclusief uit zilvervliesrijst, broccoli en witvis bestaat is op geen enkele manier gezond. Wat is er gebeurd met variatie? Je profileert jezelf online als “fitchick”, maar eet ondertussen vier maanden per jaar drie verschillende producten. Je eet alleen “natuurlijke” dingen, maar drinkt wel neongroene pre-workout supplementen. Nee OK.

Vrijwel alle krachtsporters eten te weinig vet. Waarom? Omdat het voedingsadvies binnen deze industrie ook al zeer gedateerd is. Daarnaast hoeven professionele bodybuilders zich weinig zorgen te maken over hun natuurlijke testosteronwaardes die dalen door een te lage vetconsumptie. Hun testosteronwaardes worden netjes meerdere malen per week aangevuld. Nee, niet door ZMA voor het slapen gaan.

Daar is niets mis mee, maar je kunt niet hetzelfde eten als mensen die zich geen zorgen hoeven te maken over hun hormonale gezondheid. Ervan uitgaande dat jij geen testosteron injecteert, zou ik mij wel bezighouden met je hormonale gezondheid en je coach aan zijn mouw trekken als je maandenlang tien gram vet per dag mag eten. Heb je je nooit afgevraagd waarom eiwit en vet “essentiële” macronutriënten worden genoemd?

De vroege ochtenden, het slopende dieet, je verstoorde libido, je moodswings, je partner, familie en collega’s die er geen reet van begrijpen, je ingevallen gezicht, mogelijk je haaruitval, verstoorde menstruatie en constante kwarkadem zijn voor niemand een plezier.

Ja maar dat is het mij waard! Ik doe het voor mijzelf en wil kijken hoe ver ik kan komen! Ook dat is een prima argument. Wel wordt deze vaak met te veel overtuiging gebracht door mensen die niet weten wat zij kunnen verwachten, maar dat terzijde.

Het nadeel is alleen…

Je houdt er meestal geen klote aan over.

Na je show

Obsessie met lekker eten

Nadat je jezelf maandenlang weg van lekker eten hebt moeten forceren (met uitzondering van de lang achterhaalde “cheatdays”), is het niet gek dat je jezelf continu wilt vergrijpen aan vet- en suikerrijk eten. Niet omdat vet en suiker verslavend zijn, maar omdat je daarvan geniet en na je wedstrijd worden je geen beperkingen meer opgelegd.

Veel vrouwen krijgen langdurig geen controle meer op hun eetgedrag. Daar kunnen er veel slecht mee omgaan. Los van de grote gewichtstoename na je wedstrijd (wat normaal is), is het het gevoel van machteloosheid voor velen moeilijk te accepteren.

Het helpt wellicht te bedenken dat het werken naar een wedstrijd toe, in het oog van de maatschappij, alles behalve “menselijk” is. In veel opzichten is dat het ook, want het is immers vrijwillige uithongering tot een ongezonde hoeveelheid lichaamsvet. Na je show ben je jezelf verplicht te accepteren dat je weer “menselijk” mag doen. Er is geen coach meer die tegen je zegt dat chocolade verboden is.

Je volgers op Instagram verwachten niet dat je 365 dagen per jaar aspergepis hebt. Zie je menselijkheid onder ogen. Een wedstrijd doen maakt je één van de velen en je stelt niemand teleur als je daarna de bezemsteel uit je reet verwijdert en gewoon weer normaal doet. Tot aan je volgende wedstrijd.

Ernstige onzekerheid over het lichaam

Vrijwel niemand kan er altijd uitzien zoals zij er op het podium uitzagen. Ook daar hebben veel mensen moeite mee. Het is niet ongebruikelijk om na een wedstrijd binnen een week minimaal vijf kilo aan te komen.

Er zijn een aantal manieren om dat tegen te gaan, waaronder direct na je wedstrijd zeventig chocolademuffins eten omdat je hele sociale netwerk iets voor je meeneemt naar de wedstrijd, maar ook daar zul je in meegetrokken worden en aan toegeven. Het is ook niet beledigend om iedereen vooraf te laten weten dat je niet zit te wachten op acht taarten, want het merendeel donderstraal je toch in de prullenbak.

Je wedstrijd is een piekmoment. Niet eens een dag, maar letterlijk een paar minuten. Je werkt naar een paar minuten om je op je allerbest uit te zien. Voor de jury. Want zonder wimperextensions en make-up is het geen prettig aangezicht.

Accepteer dat en daarmee het (lichtelijk) vervagen van de lijnen over je hele lijf. Dat hoort er nu eenmaal bij.

One minute of fame

Als je het (stiekem) voor de aandacht doet, hoop ik dat je geniet van korte en intense sessies. Die aandacht duurt namelijk niet lang. Er zijn veel wedstrijden, met veel klassen en veel atleten. Er zijn continu andere winnaars en winnaressen en als je men er niet regelmatig aan herinnert dat je toen ergens in die schuur in Groningen gewonnen hebt, is dat snel weer vergeten.

Je wint geen geld, geen sponsoring, geen aanzien, niets. Het idee dat je na een wedstrijd winnen ook gelijk een succesvolle coach zult worden, zou ik ook opzij zetten, want de markt is inmiddels aardig verzadigd. Mocht je geen creatief ondernemingsplan hebben, zou ik zelf doorzoeken naar iets anders.

Of je blijft elke dag selfies plaatsen vanuit je studentenkamer met eronder “living the dream”, terwijl je je keuken en badkamer met vier ongeschoren hipsters deelt.

“Jezus kerel, weer niets anders dan negativiteit. Kun je het niet een keer leuk houden?”
Ondanks dat ik je tot nu toe geen enkele reden heb gegeven om het volgende te geloven, vind ik wedstrijdfitness wel leuk. Mits het op de juiste manier wordt gedaan. Als atleten niet helemaal naar de tering worden geholpen, voor wat uiteindelijk een vijfde plek wordt.

Als verwachtingen tijdens het proces gemanaged worden, als gezondheid altijd een hogere prioriteit blijft krijgen dan Instagram faam en als er af wordt gesteld op wat de persoon in kwestie nodig heeft en niet wat de coach eist, dan kan het echt wel leuk zijn.

Er vallen er veel af, maar zij die er echt voor gaan en gecoacht worden (in plaats van alleen getraind), ontplooien zichzelf vaak op een mooie manier. Zij leren bij over zichzelf, over training, voeding, ontwikkelen wilskracht, zelfvertrouwen, etc.

Het is prachtig als een onzekere meid die je nauwelijks aan durft te kijken, uiteindelijk voor een groot publiek staat en oprecht trots is op zichzelf. Dat is mooi. Maar daarvoor hoeft ze geen 450 cc in haar tieten te pompen en vier maanden na haar show nog steeds doodongelukkig te zijn omdat alles compleet anders was dan zij had verwacht. Dat is zonde.

Het blijft een extreem lastige sport…

..en de meesten zullen nooit de top behalen. De negatieve rol die social media daarin speelt is dat al je helden zo dichtbij komen, dat je het gevoel krijgt dat dit ook haalbaar is voor jou. Vroeger zag je je helden alleen in films op TV, maar nu kun je er praktisch direct mee chatten. Dat maakt hen menselijker, maar vergeet niet dat de wereldtop in elke sport de absolute uitzondering blijft.

Ondanks dat ik een schijthekel heb aan de hashtag #debesteversievanjezelf zit er een hele krachtige waarheid achter waar ik me volledig bij aansluit. Werk aan het vervullen van je eigen maximale potentie en kijk wat je daar uiteindelijk mee kunt bereiken.

Beginnen met de illusie dat je zeker weten Mr. Olympia wordt, omdat alles kan als je er maar hard genoeg voor werkt, resulteert zeker in grote teleurstelling. Fotoshoots, sponsoringen en andere zaken zijn allemaal leuk, maar begin met niets anders dan jezelf in gedachten en het idee dat je een toekomst hebt waar je fysiek en mentaal gezond voor wilt blijven.

Stel je voor dat je straks die shirtloze veertigplusser op festivals bent die nog steeds het idee heeft dat iedereen hem aantrekkelijk vindt, omdat hij nog drie stekeltjes en een flitse zonnebril heeft. Hoe leg je aan je kinderen uit waarom papa nog steeds alleen maar foto’s plaatst van zijn bodybuildingwedstrijd uit 1992?

#awkward

Jij hebt ZEKER veel aanleg om breed te worden!

Breed? Wat een lachertje. Was het maar waar. Zoals je op de bovenstaande foto ziet, neig ik eerder naar iemand met ongezond ondergewicht. Mijn benen kunnen net mijn – al helemaal niet zo zware – bovenlichaam dragen. Als kind werd ik er altijd op gewezen hoe ontzettend mager ik was en echt eens moest gaan eten.

De oudste foto is de foto linksboven. Daar was ik al 18 en al meerdere jaren aan het trainen. De foto’s van toen ik nog jonger was heb ik nu niet ter beschikking, maar daar keek je echt door me heen.

Mijn interesse in krachtsport is al heel jong ontstaan. Toen ik op de basisschool een bedrijf moest kiezen voor mijn ‘snuffelweek’ (een week lang bij een bedrijf meelopen), was dat ook een sportschool. Dat was toen al geweldig. Al die apparaten waren indrukwekkend en intrigerend. Toen was ik pas 11 of 12.

Die interesse is nooit verdwenen en rond mijn 16e begon het allemaal echt. De manier waarop zal de meeste mensen niet vreemd zijn: FLEX Magazine, Men’s Health, Dutch Bodybuilding, etc.

Allemaal magazines, websites en media waarvan je dan denkt dat het de fitnessbijbel is en elk woord correct. Gelukkig zit dat nu jaren later anders, maar dat terzijde.

Aangezien ik nu 27 ben, betekent dat dus dat ik al 11 jaar naar sportscholen toe ga. 11 jaar. Sta daar even bij stil.

Los van het feit dat ik in 11 jaar, fysiek, veel ‘meer’ had kunnen bereiken, neemt het niet weg dat ik er al 11 jaar lang aandacht aan besteed. Realiseer je dus goed hoe absurd het is als je ongeduldig wordt na een week. Of maand. Of half jaar. Resultaat verwachten is niets meer dan normaal, maar geduld opbrengen is een must.

Toen ik begon met trainen woog ik ongeveer 65 kilo. Dat schommelt nu tussen de 85-90 kilo. Dat zit er helaas echt niet na een dagje trainen en een nachtje slapen aan.

En nu dan? Onderhouden? Wat doe je nu?

Eerlijk is eerlijk, momenteel doe ik eigenlijk zo goed als niets. Al maanden niet. Gelukkig is onderhouden makkelijker dan opbouwen, dus vergt het een stuk minder tijd, maar soms krijgen andere zaken prioriteit.

Dat betekent niet dat ik dagelijks klaag en tegen iedereen huil dat ik ‘geen tijd heb’. Nee. Ik MAAK geen tijd en dat doe ik bewust. Ik maak het niet mooier dan dat het is. Momenteel kies ik ervoor om al mijn tijd en aandacht te steken in mijn carrière en minder in het trainen. De ander kiest ervoor om TV te kijken of elke avond drankjes te doen. Dat is prima, maar daar kies je zelf voor.

Ik heb een alles of niets mentaliteit. Je kunt niet 100% steken in je carrière en 100% in het trainen. Dat gaat niet. Als ik 5-6 uur per week train is dat 5-6 uur dat voor mijn gevoel nu verloren gaat. Anderen kunnen het wel goed combineren, maar nogmaals, je kiest ervoor. Je gaat trainen, of niet en je bent verantwoordelijk voor die keuze. Dat is niemand anders.

Het ligt er ook aan met welke insteek je start met trainen. Kies je voor een korte- of lange-termijn aanpak? Denk goed na over wat voor soort persoon je bent en welk plan daarop aansluit. Goede coaches kunnen je daar ook bij helpen.

Ik heb er begrip voor dat men onder alle sociale (media) druk bezwijkt. Iedereen is een fitgirl. Of fitguy. Iedereen is personal trainer. Iedereen is model. Iedereen is ‪#‎ripped‬ en ‪#‎shredded‬ en iedereen motiveert en inspireert.

Maar eigenlijk is dat de allergrootste onzin die je jezelf wijsmaakt.

Een fractie van de wereldbevolking is in shape. Het overgrote merendeel is ongezond. Dat jij jezelf (digitaal) omringt met mensen die bij jou een nieuw ideaalbeeld (en standaard) vormen is wat anders. Dat is ook niet erg, maar maak jezelf niet gek.

Neem af en toe een stapje terug, adem even goed in en uit en geniet zo nu en dan van het proces. Kijk terug op elke vorm van progressie die je hebt gemaakt en realiseer je dat elke stap vooruit, groot of klein, een stap is die jij hebt gemaakt. Daar mag je best trots op zijn, want de meesten doen of kunnen het niet.

Geniet van jullie week en hopelijk krijgen jullie geen nachtmerries over mijn satéstokjes.

Vandaag deel ik graag mijn ervaring bij HMB (Hummingbird), Rotterdam met jullie. Met de nadruk op mijn ervaring. Zoals ik ook al in mijn eerste restaurantrecensie aangaf ben ik geen doorgewinterde restaurantcriticus en dat is ook niet mijn intentie. Ik hou van eten, ik hou nog meer van lekker eten en ik eet met regelmaat buiten de deur. Ik vergelijk restaurants niet met elkaar, maar beoordeel ze objectief op basis van wat je realistisch zou mogen verwachten.

Ik keek al enige tijd uit naar HMB. We zijn hier naartoe gegaan om de laatste clinic van de eerste praktijkcursus van Perfect Performance te vieren. We moesten ook drie weken wachten voordat we terecht konden op een zaterdag, dus het was geen impulsieve beslissing. Ik heb mij tijdens de weken die er naartoe leidden regelmatig laten vertellen hoe fantastisch het bij HMB is en dat de kans groot was dat zij hun eerste ster zouden krijgen aankomend jaar. Zeggen dat ik er met neutrale gevoelens naartoe ging, zou gelogen zijn. Daarom zeg ik dat ook niet, want ik lieg niet.

Sfeer, Service en Zitplaats

Als je niet van negativiteit houdt (lees: een beschrijving van wat er daadwerkelijk allemaal gebeurde), scroll dan naar beneden voor de foto’s van het eten. Want het eten was ontzettend goed.

HMB is gevestigd in het hoogste gebouw van Rotterdam. Heel creatief genaamd, ‘De Rotterdam’. Het is een prachtig gebouw, die direct opvalt als je vanaf de Erasmusbrug richting het restaurant rijdt. Bij binnenkomst vind je links Aqua Asia en rechts HMB. Beide restaurants zien er top uit, dus de eerste indruk kan niet meer stuk.

De tweede indruk kan wel stuk. Aan de hand van de verhalen, het gebouw en de impressie van het restaurant, verwacht je ander personeel dan er die avond op de vloer stond. Begrijp me niet verkeerd, ik maak hier geen vooroordelen op basis van iemands uiterlijk of iets dergelijks, maar ik schat dat de gemiddelde leeftijd van het personeel drieëntwintig was. In mijn ogen is dat nog iets te jong om een sterke affiniteit te hebben voor het eten dat HMB serveert.

Mijn vermoeden werd helaas ook elk uur steeds meer bevestigd, maar daar kom ik zo op terug.

Wij mochten aan een tafel zitten van, naar schatting, anderhalf vierkante meter. Daar is op zich niets mis mee, maar Dogan Tekin en ik zijn niet de allerkleinsten en als je vier uur gaat tafelen, hoef je niet per se constant de knieën van twee vrouwen tegen die van jou te voelen. Ondanks dat dat voor sommigen een wilde fantasie is, kreeg ik er bijna schaafwonden van. De kleine tafels zijn gewoon niet in orde voor een groep van vier als je allemaal op een normale afstand van de tafel wilt zitten. Je benen uitstrekken kun je een paar uur vergeten.

De eerste keer dat mijn vermoeden van het personeel bevestigd werd, was toen de kaart uitgelegd werd door het meisje in kwestie. Nogmaals, het zijn allemaal hartstikke vriendelijke dames en ik begrijp dat iedereen zijn/haar best doet om de kaart uit het hoofd te leren, maar bij HMB werd het gedicteerd op dezelfde wijze als een achtjarig meisje die haar spreekbeurt over haar konijn ‘Fluf’ houdt. Daar word je een beetje ongemakkelijk van en elke zin duurt een kwartier langer door alle “uhms” en correcties.

Wij kregen de eerste gangen geserveerd in diepe borden. Daar is op zich niets mis mee, totdat je je eten probeert te snijden met een mes. Als je denkt dat kwantumfysica moeilijk is, heb je nooit eten geprobeerd te snijden in een diep bord. Dat is irritant moeilijk en 100% van de mensen aan tafel hadden het liever op een plat(ter) bord gezien.

Het vermoeden van het gebrek aan affiniteit voor gastronomie van het personeel werd pas echt bevestigd, toen een van de serveersters een mes liet vallen, op de rug van mijn vriendin. Gelukkig was het geen steakmes en gelukkig viel hij ook door naar de grond (en bleef hij dus niet in haar rug hangen), maar je hebt toch altijd de voorkeur dat er geen bestek op je valt. Je gaat er misschien van uit dat de serveerster oprecht haar excuses aanbood, misschien zelfs wel de stoute service schoenen aantrok, en haar minstens een drankje aanbod, maar helaas. Ze liep weg, om terug te komen met een servetje die even kort, ongemakkelijk en onaangekondigd over haar rug werd gehaald en ze eindigde met de vraag: “gaat het?”. Maar goed, misschien ben ik wel heel vreemd en is dat een vanzelfsprekende reactie.

Het geluk van mijn vriendin stopte niet, want even later kreeg zij een ginger ale met verse (ongewassen) munt en daar werd een gratis vlieg aan toegevoegd. Gelukkig werd dat drankje wel vervangen, al moesten we er alsnog voor betalen 😉

Over drinken gesproken: ik kwam er na ruim een uur achter dat ons nooit om drinken is gevraagd. Daar kwam ik achter omdat mijn mond zo droog was alsof ik net op drie calorieën door de Sahara heb moeten rennen. Drinken kwam alleen op tafel als we erom vroegen.

Al met al was de service gewoonweg slecht. Ik hou er echt niet van om mensen kritiek te geven, maar dit kon in vrijwel elk opzicht beter. Dat mag je ook verwachten in een restaurant als HMB, want daar betaal je voor.

Door naar het eten!

Wat heb ik gegeten?

Ik ben een waardeloze recensent als het om eten gaat, want ik vergeet vrijwel alle details van de gerechten. Maar goed, de helft van jullie leest dit toch allemaal niet en komt hier voor de plaatjes, dus waar ik het eten nog in grote lijnen heb onthouden, heb ik er iets onder geplaatst.

Het eten was in ieder geval uitstekend! Ver bovengemiddeld.

Voordat we begonnen aan ons zes-gangen diner, hebben we buiten nog genoten van een aantal bites.

IMG_4297
Macaron met eendenlevermousse, een walnoot en een gekarameliseerde pruim (ofzo).

IMG_4298
Kalfsgehaktballetje op aardappel. Truffelschuim eroverheen.

IMG_4299
Pekingeend loempia’s met hoisin saus. HMB heeft hun eigen draai aan hoisin saus gegeven, want het was zeer zeker geen authentieke hoisin saus. Maar dat maakte het niet minder lekker.

IMG_4300
Hollandse garnalenkroket. Daar kan ik verder weinig sexy over zeggen.

IMG_4302
Kreeft met van alles en nog wat erbij. Quinoa, sinaasappelijs, paddenstoelen. Echt heel lekker, maar niet te snijden. Nee, je kon de kreeft ook niet alleen met je vork/lepel in stukjes krijgen.

IMG_4303
Kalfstartaar, langoustine en krokante rijst. Fucking lekker.

IMG_4305
Zeebaars, licht gegrilde tonijn, meloen en kerrie vinaigrette. Heerlijke combinatie.

IMG_4306
Deze kan ik me niet meer goed herinneren. Volgens mij was het weer zeebaars, met paling eroverheen. Deze vond ik iets minder, omdat de smaak van paling sterk overheerste. Combineer dat met de uien eroverheen en je hoopt gelijk dat de Listerine in de aanbieding is. Verder een mooi gerecht. Het viel me overigens op dat bij elke gang ‘olijfolie’ als ingrediënt werd genoemd. Ik snap daar niet zo goed de relevantie van, maar wellicht kan iemand me dat nog uitleggen. Ze wekken zo alleen maar de onnodige indruk dat er overal olijfolie overheen gegooid wordt.

IMG_4307
Ossenhaas met paddenstoelen, groente en volgens mij een cranberrymousse. Echt heel erg lekker.

IMG_4308
Misschien wel het lekkerste toetje die ik ooit heb gegeten. Sorbet, schuim, vruchten, mousse, chocolade. Alles zat erbij en alles smaakte uitzonderlijk. Het was wel een beetje een “je zit waarschijnlijk nog niet vol, dus hier heb je een bom voor in je maag”-toetje, maar verdomme wat was het lekker.

Wat ben je kwijt?

We waren per persoon, zonder wijnarrangement, ongeveer 115 EUR kwijt.

Eindbeoordeling

Buiten de kinderlijke bediening, messen in het rug, vlieg in het drinken, diepe borden en veel te kleine tafel, was het een genot van vier uur lang. Het eten zelf scoort ruim boven een negen, maar de algehele ervaring helaas iets minder. Wel echt een aanrader en absoluut voor herhaling vatbaar.

8 / 10

Waarom alsnog een hoge eindbeoordeling?

  • Het eten was gewoon uitstekend. Echt heel erg lekker gegeten.
  • Als het weer meezit, kun je je avond beginnen op het terras buiten. Met een zonnetje in je gezicht, een zacht zomerbriesje en uitzicht over de Maas en Erasmusbrug, is je avond moeilijk stuk te krijgen.
  • Mijn eindbeoordeling staat voor de algehele ervaring in het restaurant. Die avond heb ik door mogen brengen met bijzonder goed gezelschap en dan kun je alleen maar lachen om een vlieg in je drankje. Onder andere omstandigheden, had ik er anders op kunnen reageren.

Ik moet toegeven dat ik het artikel niet eens vaak voorbij heb zien komen op social media, maar wellicht dat de vragen die ik hierover gesteld kreeg te danken waren aan Jelmer’s video. Die overigens pretty damn funny was.

Omdat Nederlanders vaak verdrietig worden als je ‘andermans werk afkraakt’, zal ik dit korte artikel zo objectief mogelijk schrijven, zonder denigrerende uitspraken te doen. Dat heb ik bij deze beloofd. Foutieve informatie aankaarten is echter ook een belangrijk onderdeel van mensen voorzien van goede informatie, daarom zal ik dat ook altijd blijven doen.

Laten we bij het begin beginnen. Het gaat om het artikel van de Libelle, genaamd ‘Van cola light krijg je een buikje’. Dat is op zich geen schokkende titel, we zien immers keer op keer dergelijke uitspraken voorbij komen in de media over zoetstoffen. Uiteraard ironisch dat dit alleen in magazines en andere media verschijnt die sterk afhankelijk zijn van ‘oh my god!’-titels en er binnen de wetenschap een overduidelijke consensus is over zoetstoffen, maar dat terzijde.

Het artikel is geschreven door Susan Dalstra. Susan doet voornamelijk verslag over mode, maar er komen ook regelmatig artikelen naar voren die meer algemeen nieuws bevatten. Vanuit Susan’s standpunt begrijp ik waarom zij dergelijke artikelen schrijft. Nogmaals, het zijn pakkende titels voor een onderwerp waar vrijwel heel Nederland mee bezig is momenteel, namelijk gezondheid. Indien je besluit voor een publiek te schrijven, moet je ook openstaan voor kritiek (zoals ik dat ook meer dan regelmatig krijg) als je waardeloze en/of onjuiste informatie verstrekt aan je lezers.

Waarom klopt de conclusie van het artikel niet?

Hier hoeven we niet heel veel woorden aan vuil te maken, want het klopt simpelweg van heel veel kanten niet.

  1. Correlatie is geen causaliteit. Dat zeg ik wel vaker, maar wat betekent dat? Dat betekent dat gewichtstoename en light frisdrank geen direct verband met elkaar hoeven te hebben, ondanks dat dat zo lijkt. Er zijn wereldwijd heel veel opmerkelijke correlaties gevonden, die totaal geen invloed op elkaar hebben, maar wel met dezelfde snelheid toe- of afnemen. Een aantal voorbeelden: hoe meer Amerika uitgeeft aan wetenschap, technologie en ruimtevaart, hoe meer mensen zichzelf ophangen. Hoe meer mensen verdrinken in een zwembad, hoe meer films Nicolas Cage uitbrengt. Hoe minder mensen verdrinken nadat ze uit een visboot vallen, hoe minder mensen trouwen in Kentucky, USA. Daar kun je ook aan toevoegen; hoe meer light frisdrank je drinkt, hoe groter de omtrek van je taille. Ze nemen tegelijk toe, maar hebben geen directe invloed op elkaar. Correlatie en causatie.
  2. Claimen dat het zuur uit frisdrank het lichaam’s ecosysteem door de war schopt is ronduit belachelijk. Weet je waar frisdrank in terecht komt? In maagzuur. Overigens is jus d’orange net zo zuur als Cola, maar we mogen wel allemaal massaal smoothies drinken.
  3. Het onderzoek is gedaan met mensen van 65 jaar of ouder. Een leeftijd waarbij toename van de tailleomvang überhaupt al geen verassing is. Men is over het algemeen minder bezig met sporten, gezonde voeding, etc.
  4. Er is na 10 jaar een gemiddelde toename gemeten van nog geen 2 cm. 2 cm in 10 jaar is voor de meeste mensen tegenwoordig weinig, gezien het merendeel van de bevolking overgewicht heeft. En dat komt niet door Cola Light.

Ik claim niet dat je continu aan de Cola Light moet, zoals ik, maar je wordt er in ieder geval niet dik van. Light frisdrank bevat geen calorieën. Er is geen enkele twijfel over het feit dat je aankomt van een positieve energiebalans. En nee, van zoetstoffen “denken je hersenen niet dat je suiker eet waardoor je bepaalde stoffen aanmaakt in je hoofd waardoor je vet opslaat omdat omdat omdat”. Mensen die dat zeggen zijn het toonbeeld van zelfbenoemde experts na het lezen van een artikel op NU.nl.

Als je water wil drinken, drink je dat. Als je Cola light wil drinken, drink je dat en als je normale Cola wilt, drink je normale Cola. Het zal de meeste mensen echt totaal niet interesseren wat je drinkt, maar maak je keuzes gebaseerd op correcte informatie.