Category

Geen categorie

Category

Racisme bestaat. Op elk niveau. En er is niemand (zonder aantoonbaar beperkt denkvermogen) die dat ontkent. Je kunt een willekeurige pagina uit een geschiedenisboek openslaan en daar symptomen van racisme in vinden. Er bestaat een kans dat jij er slachtoffer van bent geweest. De kans dat je voorouders dat zijn geweest, is nog groter.

Als Joodse man heb ik er met regelmaat mee te maken gehad. Opmerkingen als: “Hamas, Hamas, Joden aan het gas!”, of “ben jij Jood? Dan moet je dood”, of een favoriet onder veel Rotterdammers: “kankerjoduhhh!!”. Al is dat laatste vermoedelijk geen racisme, maar een koosnaampje voor Ajacieden of politieagenten. Hoe dan ook, ik dwaal af..

Anekdotes kunnen, ondanks dat ze nuttig en soms waardevol zijn, niet als doorslaggevend bewijs worden gebruikt voor racisme op grote schaal. Voor institutioneel racisme. Toch start ik dit stuk er bewust mee. In de hoop dat ik jou, de lezer, in kan laten zien dat ik geen elitaire, apathische, bevoorrechte, witte man ben die zelfs als hij zijn best zou doen, nooit zou kunnen begrijpen hoe jij je voelt.

Ik begrijp hoe je je voelt.

Freud merkte ooit op dat het antisemitisme al bestond vóór het Jodendom.

Als iemand aan je vraagt of je je gele ster thuis bent vergeten, is dat beledigend. Sommigen vinden het grappig, dat realiseer ik me ook.

Als iemand aan je vraagt hoe heet je de oven het liefst hebt, is dat kwetsend. Anderen vinden het grappig, dat realiseer ik me ook.

Objectiviteit en subjectiviteit

Uit onderzoek blijkt dat Joden (daadwerkelijk onderzoek, niet zoals je tante die op verjaardagen zegt dat iets “uit onderzoek blijkt), vooralsnog de meeste last ondervinden van aantoonbaar racisme. Expliciet racisme. Bijvoorbeeld een hakenkruis dat op je auto wordt gekrast. Ik benadruk aantoonbaar, omdat het ook een gevoel kan zijn. Vermeend racisme. Subjectief. Dat maakt het een complexe kwestie, want discussiëren over gevoel, los van context, is nagenoeg onmogelijk. 

Op de basisschool te horen krijgen dat iemand je haar grappig of je ogen stom vindt, is geen racisme. Dat is een uitspraak van een ongeremd kind dat net het verschil tussen links en rechts begrijpt. Iemand die nog niet eens zindelijk is, twintig jaar later beschuldigen van racistische uitspraken over je kapsel, is dubieus. Racisme is bewust een bevolkingsgroep structureel benadelen. Niet per se doordacht, maar wel bewust.

Als dat een kind racistisch maakt, dien je dezelfde logica toe te passen op alle uitspraken van kinderen en niet selectief te zijn in je observaties. Dan zijn jongens die meisjes stom noemen ook seksistisch en als ze het “bah” vinden om handjes vast te houden met andere jongetjes, homofobisch.

Een nieuwe favoriet onder velen is de “onbewuste voorkeur” die blanke mensen zouden hebben. Ik vraag me af hoe we een fatsoenlijk gesprek over een onbewust gevoel of idee kunnen voeren. En hoe gepast het is om een verontschuldiging te verwachten van mensen, die schijnbaar een onbewuste voorkeur zouden hebben voor mensen die tot een andere groep behoren dan jij.

Zijn we inmiddels op het punt dat we een onbewuste voorkeur, die wij anderen opleggen, een hogere prioriteit geven dan de bewuste handelingen van diezelfde persoon? Zijn mijn handelingen minder belangrijk dan de onbewuste voorkeur die ik volgens jou zou hebben? Die onbewuste voorkeur zou ook nog eens zijn ontstaan door de conditionering vanaf mijn jeugd, vanwege de huidskleur waar ik mee geboren ben. Als mijn voorkeur onbewust is, en mijn handelingen in geen enkel opzicht duiden op racisme, hoe kunnen we dan ooit tot het punt komen dat we samen strijden voor een gezamenlijk doel?

Zijn gedachten en ideeën die mensen hebben, net zo belangrijk als de manifestatie van diezelfde gedachten? Moeten mannen wereldwijd verafschuwd en uitgekotst worden vanwege de gedachten die in hen opkomen als ze een aantrekkelijke vrouw op straat zien, ondanks dat ze niet naar die gedachten handelen? Moet jij gestraft worden, omdat je de schrijver van sommige artikelen op het internet het liefst zou wurgen? Als de vermeende onbewuste voorkeur het benoemen waard is, zijn bewuste gedachten die mensen hebben nog belangrijker en zouden we daar ook verantwoording voor moeten eisen.

Dit is niet hoe oplossingen ontstaan. Oplossingen voor existentiële problemen vind je – hoe confronterend dat ook is – nog steeds bijna altijd in de individuele bereidheid om te veranderen en verantwoordelijkheid te nemen voor je eigen handelingen. En voor het pad dat je zelf kiest om te creëren en te bewandelen. Je hebt eindeloos meer controle op je eigen keuzes, dan op de schijnbaar onbewuste voorkeur van mensen. Dat is het najagen van geesten.

Dat betekent niet dat er niet over dergelijke onderwerpen gesproken moet worden. Die gesprekken moeten wel gevoerd worden, maar vormen nauwelijks de basis voor productiviteit die leidt tot verandering. De meeste gevoelskwesties kunnen nooit worden opgelost, omdat het door te veel factoren wordt beïnvloed. Multifactorieel, in een onnodig pretentieus woord. 

Als Wang Xiu Ying en Kevin Jansen solliciteren bij hetzelfde bedrijf en Kevin wordt aangenomen. Is er dan sprake van racisme, of niet? 

Wat als het bedrijf in kwestie momenteel voor 98% bestaat uit werknemers met namen uit de Suske & Wiske? Percentages betekenen weinig zonder bijbehorende context. 98% klinkt als een enorme meerderheid, maar is 98% van vier personen ook significant? Percentages zonder context zijn zinloos. Zoals de effectiviteit van COVID-19 vaccins uitdrukken in percentages. Waarbij een variant die “maar” 80% bescherming biedt, als inferieur wordt gezien. De interpretatie van statistiek overlaten aan de gemiddelde burger is net zo gevaarlijk als iedereen een handwapen geven. Maar ik dwaal weer af.

Op welk punt, welk percentage, welke hoeveelheid, kun je van institutioneel racisme spreken? Wanneer is een bedrijf seksistisch en wanneer niet? Als zij precies 50% van de functies over de twee geslachten verdeelt? Of is het bedrijf dan discriminerend naar de groeiende genderneutrale groep in Nederland? Moeten zij dan ook een derde van de taart krijgen? Is de enige manier om de racistenstempel te voorkomen, je constant te conformeren aan alles wat er van je wordt gevraagd?

Is het “Aziatische privilege” dat de gemiddelde Aziaat in Amerika meer verdient dan een Amerikaan? En een grotere kans heeft om aangenomen te worden bij Ivy League universiteiten? Of heeft dat te maken met de buitengewone werkethiek en het in stand houden van het gezin, zoals de norm is bij de meeste Aziatische culturen? 

Complexe problemen kwantificeren kan niet. En..

Complexe problemen hebben geen eenvoudige oplossing

Om proactief oplossingsgericht te zijn, moet je een probleem kunnen definiëren en daarvoor ben je afhankelijk van taal.

Taal, of dat nu gesproken of geschreven is, moet onze gevoelens, intenties, gedachten, behoeftes, wensen, eisen en ideeën op een zo effectief mogelijke manier overbrengen op anderen. Woorden dragen een boodschap. Woorden zijn zelden de boodschap.

Woorden zonder context hebben minder betekenis. Dit verklaart waarom vrienden en bekenden op kunnen merken dat ik “zo een fucking Jood” ben als ik over geld praat en daar om gelachen kan worden. Het verklaart ook waarom voormalige Nazi-officieren niet weg kunnen komen met uitspraken over “die fucking Jood”, als ze interviews afleggen over hun vorige carrière.

Het zijn dezelfde woorden, maar omdat de bron (en intentie) anders is, komt het anders aan. Dat moet ook. Maar daar kun je alleen een gepaste conclusie over trekken als je de context weet en begrijpt. Generaliseren en woorden verbannen is onmogelijk en oneerlijk. Je bent zelf tegen generaliseren, weet je nog?

Je ziet hetzelfde terug in gangsterrap. Het N-woord wordt daar meer gebruikt dan lidwoorden, maar dat vindt men niet aanstootgevend. Of überhaupt opmerkelijk. Mensen met dezelfde huidskleur mogen dat. Die bedoelen het niet “zo”. Die hoeven zich niet te verontschuldigen voor de oppervlakkigheid of gewoonweg afschuwelijke daden van hun voorvaderen.

Dat betekent dat er ongeschreven regels bestaan over wie iets mag zeggen. En wanneer dat mag. En onder welke omstandigheden. En die regels verschillen per persoon. En per situatie.

Een oplossing die wel eens wordt voorgesteld, is dat je nooit iets over een persoon van een andere bevolkingsgroep zou moeten zeggen. Want als er een kans bestaat dat iemand dat beledigend zou kunnen vinden, mag het niet.

Nederlanders zouden dus wel mogen grappen over het spaarzame gedrag van andere Nederlanders. Of benoemen dat ze hun mede-Hollander wereldwijd, tot op de meest afgelegen plekken van het Amazonegebied, kunnen herkennen aan de witte Birkenstocks en de roodroze gloed over de huid “die morgen mooi bruin is”. Diezelfde Nederlanders mogen echter niet stereotyperen over Spanjaarden en de mañana-cultuur. Oftewel, grappen maken over hun luiheid.

Anderen zeggen weer dat blanken onder elkaar wel grappen mogen maken, maar je de grens moet trekken bij huidskleur. Als huidskleur de grens is, waarom kom je tegenwoordig dan ook niet meer weg met grappen over het andere geslacht? Of seksuele voorkeur? Of spreken met een accent? De beperkingen zijn eindeloos, omdat de mening van ieder individu dat gekwetst wordt, belangrijk wordt gemaakt. In de realiteit, is dat helaas een utopisch idee. Daarnaast is mensen constant proberen te beschermen tegen elke vorm van weerstand of tegenslag, op de lange termijn eerder belastend dan behulpzaam.

Op welk punt zullen we vrijheid van spraak en meningsuiting moeten bijstellen naar de overgevoeligheid van de mens in de 21ste eeuw?

Kan vrijheid van meningsuiting bestaan, zónder dat er een kans bestaat dat iemand jouw mening beledigend vindt?

Als je geaccepteerd wilt worden – écht geaccepteerd – moet je accepteren dat er soms grappen over je worden gemaakt. Als je een unieke behandeling eist, zul je altijd tot de minderheid behoren. Ook hier kun je niet selectief zijn in welke delen van de omgangsregels je accepteert.

Dingen zijn zelden zwart of wit (no pun intended)

We belanden hier in het grijze gebied. En het grijze gebied is waar bijna alles in het leven zich afspeelt. De twee uitersten liggen voor de hand. Spreken voor zich. Die kan iedereen aanwijzen en benoemen.

Amerikanen met witte puntzakken op hun hoofd.
MLK.

De antagonist en protagonist zijn zelden subtiel, maar wel de personages waar de meeste gesprekken over gaan.

Als je je niet constant publiekelijk uit zoals MLK dat deed, doe je iets niet goed. Het is niet goed genoeg om niet racistisch te zijn. Je moet een anti-racist zijn. En als je dat niet doet, moet je jezelf verantwoorden en in veel gevallen verontschuldigen.

“Waarom ben jij niet zoals ik? Zie je niet hoe erg ik hierop tegen ben? Ik vind dat jij ook zo moet zijn. Mijn mening en visie zijn dan wel altijd gebaseerd op de headlines uit het laatste nieuws, de berichten die ik lees op social media die gepost zijn door mensen die niet eens uit hun neus kunnen ademen en de laatste populaire Netflix-documentaire, maar toch moet jij denken zoals ik.”

Je moet je verontschuldigen voor dingen die je niet zegt. Voor handelingen die je niet verricht. Of voor de handelingen en uitspraken van anderen. Zelfs als die anderen in een andere eeuw leefden.

Het grijze gebied is anno 2021 verboden terrein. Als je niet links bent, ben je rechts. Niet alleen rechts, maar een fascist. Als je niet rechts bent, ben je links. En niet alleen links, maar een hipster met geitenwollensokken die geen vlees eet en bomen knuffelt.

We zijn zo tegen het fenomeen labelen, maar doen niets anders en we zijn er zo ontzettend slecht in. We denken anderen te kunnen doorgronden op basis van de partij waarop ze stemmen, muziek waar ze naar luisteren en uitgaansgelegenheden waar ze naartoe gaan.

Het collectief en het individu

Racisme kenmerkt zich door structurele beperkingen, meestal als gevolg van vooroordelen of regelrechte haat, puur en alleen op basis van “ras”. Ik gebruik aanhalingstekens vanwege de gedateerde term.

Als je racistisch bent, negeer je bewust alle lagen van iemands identiteit. Die lagen zijn er genoeg.

Je bent namelijk niet alleen Ethiopisch. Je bent ook man, vrouw en hebt tegenwoordig de vrijheid om te kiezen uit nieuwe uitingen van geslacht. Je kunt jezelf identificeren met een boom, als je dat wilt. Je bent hetero, homo of bi. Gelovig, atheïst of agnost. Of je “gelooft wel dat er iets moet zijn”. Je behoort tot een bepaalde sociale klasse. Je hebt een bepaalde mate van intelligentie. Of juist helemaal niet. Je bent fysiek aantrekkelijk voor veel mensen of voor een beperkte groep. Je bent welbespraakt of niet. Je bent kerngezond of helaas niet in de beste gezondheid. Je hebt bepaalde ideeën over hoe de wereld is en zou moeten zijn. Je bent een verzamelwerk van meningen. Van normen en waarden.

Al die lagen – en die zijn eindeloos – schuif je van tafel en je negatieve oordeel over een groep mensen berust puur en alleen op een singulair gegeven. Huidskleur.

Als moderne denker en “free spirit” gebruik jij natuurlijk geen labels. Dat is passé. Jij ziet iedereen als mens en behandelt iedereen op exact dezelfde manier. Altijd. Hou jezelf gerust voor de gek. Labelen en vooroordelen gebeuren structureel. Bij iedereen. Dat is handig. Het is onderdeel van het menselijk bewustzijn. Als elke keuze, groot en klein, elke dag weer, pas gemaakt kan worden na lang wikken en wegen, wordt het bestaan ondragelijk.

Hoe denk je dat intuïtie ontstaat over de jaren heen?  

Terwijl jij dit leest, denk je bewust en onbewust van alles over mij als schrijver van dit stuk. Dat doe je alleen maar op basis van deze tekst, dat gaat over één onderwerp. En ik geef je geen ongelijk.

Labelen is pas een probleem, als je anderen geen kans geeft van dat label af te komen. Als je een ander op een bepaalde manier behandelt door het label dat jij ze voorbarig gegeven hebt. Als mensen niet uit mogen leggen wat ze bedoelen met bepaalde uitspraken. Als ze altijd in twijfel worden getrokken. Als ze geen kans krijgen. Iemand die een keer liegt is geen leugenaar. Goede mensen doen ook soms slechte dingen. De definitie van iemand die closed-minded is, is iemand die overal labels op plakt, met het blinde vertrouwen dat alle labels altijd kloppen.

Mensen labelen op basis van kleur of afkomst is de ultieme vorm van kortzichtigheid en wordt in de meeste gevallen simpelweg niet gedaan. Het is makkelijker om te denken dat je benadeeld wordt vanwege het collectief waar je onderdeel van bent. Je bent gelukkig veel meer dan alleen de buitenste laag en het komt vaker wel dan niet voor, dat als er een oordeel over je wordt geveld, dat gebeurt op basis van de lagen die eronder zitten. Je normen, waarden, principes en idealen. Dat onder ogen durven komen, is een stuk meer confronterend.

Eerlijkheid en rechtvaardigheid

Er is ergens in de wereld iets gebeurd en daar vinden we iets van. Tot er later deze week ergens iets anders gebeurt. Dan vinden we daar iets van en vergeten we de gebeurtenis van de week ervoor.

Dat blijven we herhalen tot er nergens in de wereld meer iets gebeurt. Denken we. Als er ooit een tijd komt dat er niets meer gebeurt, zijn we tevreden.

Streven naar absolute rechtvaardigheid en eerlijkheid is een zelfopgelegde ideologie. Beide zijn je nooit door iemand beloofd, of hebben überhaupt tot de opties behoord. Het bestaat niet, heeft nooit bestaan en zal ook nooit bestaan. Alleen als je je interne monoloog – die als verslaggever dient voor het sprookje dat je het leven noemt – de overhand geeft, zul je daarin geloven. Dat noem je zelfdeceptie. De stem die je wijs blijft maken dat het kan. Dat jij het kan. Dat jij kunt helpen al het kwaad de wereld uit te drijven. Als je maar lang genoeg overemotioneel blijft worden van het leed van iemand die voelt dat hem of haar iets is aangedaan.

Het blinde activisme op Instagram en Facebook volgen. Mensen die zeggen dat ze ergens voor staan, maar toeristen zijn in de wereld van daadwerkelijk activisme. Ze komen en gaan. Verwarren overtuiging met kennis. Ze zijn vijftig keer per jaar tegen iets nieuws. Staan op voor onrechtvaardigheid in het deel van de wereld dat nu een hot item is.

Schreeuwen is niet altijd een expressie van verdriet. Onbegrip wordt ook op die manier geuit. Dat je de wereld niet begrijpt, betekent niet dat de wereld tegen je is.

Haat, angst, afkeer, maar ook alle tegenhangers van die emoties ontstaan op dezelfde plek. In ons half-ontwikkelde brein. We zijn net het station van barbaren gepasseerd, maar maken onszelf graag iets anders wijs door de overvloed aan mogelijkheden en ontwikkelingen binnen de samenleving van vandaag. Trek de stekker uit het stopcontact, ontneem ons elektriciteit en het internet en aanschouw hoe weinig stappen we van holbewoners verwijderd zijn.

Een bepaalde vorm van acceptatie en een realistisch wereldbeeld zijn essentieel om te kunnen blijven functioneren in het leven. 

We hebben geen controle over of invloed op de omstandigheden waarin we geboren worden. De kleur die je hebt, de god waar je in gelooft en je financiële situatie, zijn voor het overgrote deel van het eerste deel van je leven voor je bepaald. Waar we wel invloed op hebben, zijn de keuzes die we gaandeweg maken. Dat betekent niet dat elke keuze net zo makkelijk is, als het kiezen tussen een rood of blauw t-shirt. Maar wel dat je keuzes hebt en moet maken. ‘Keuzes’ hebben ook een spectrum van eenvoudig tot nagenoeg onmogelijk, maar het behoort nog steeds tot de luxe van kunnen kiezen.

Gesprekken over racisme moeten gevoerd blijven worden. Gesprekken over ideologieën moeten daarop aansluiten, want dat aspect wordt nauwelijks belicht. Waarom vind je een bovengemiddelde hoeveelheid alleenstaande moeders onder bepaalde bevolkingsgroepen? Waarom zijn er bovengemiddeld meer voortijdige schoolverlaters met een niet-Westerse achtergrond? Waarom zijn die verschillen er? Ontstaan verschillen altijd door racisme, of door culturele verschillen?

Het is makkelijk om de wereld te observeren en te concluderen dat er alleen maar verdriet en verderf is. Dat alles alleen maar erger wordt. Dat het moeilijk is om überhaupt van de wereld te houden. Je wordt bij elke poging die je waagt direct het veld uitgeslagen, door van alles te zien en te lezen waar je het niet mee eens bent. 

Het is ook makkelijk om altijd, heel nonchalant en volledig uit de mouw geschud, kritiek te uiten op regels en instituties, terwijl je je niet eens bewust bent van de toegevoegde waarde en orde waarvan ze jou dagelijks voorzien.

Het politieke en culturele landschap zijn de laatste jaren beduidend minder stabiel geworden. Een “cancel culture”, wordt het ook genoemd.

Als je een grap maakt over homoseksuelen, ben je een homofoob of homohater.
Als je een Chinees accent nadoet, ben je een racist.
Als je iets opmerkt over vrouwen, ben je een seksist.
Als je ergens iets over zegt, vindt ergens iemand dat heel erg vervelend en word je vanaf alle kanten belaagd.

Jezelf openbaar uiten is veranderd in een mijnenveld oversteken. Je mag niks meer, dus mensen doen het ook niet meer. We censureren vormen van kunst en van komedie. Verschillende komedianten van het hoogste niveau maken zich al jaren zorgen over de shift naar deze “cancel culture”. Ze stoppen ermee. De lol is uit komedie geslagen. Met fors geweld.

Nog even en we leven in een wereld waar je alleen nog maar de “trek eens aan mijn vinger” grap kunt maken. Of moet je je dan verontschuldigen aan mensen zonder vingers?

Ongeremdheid en politieke incorrectheid zijn kenmerken van komedie. Geen bugs.

Als je wilt handelen vanuit liefde, en dus de behoefte hebt om alles om je heen te zien floreren, zul je altijd interactie moeten hebben met de wereld en eerlijke, confronterende gesprekken moeten hebben met anderen en jezelf. 

Black Lives Matter? Absoluut. Zonder enige twijfel. Wie vindt dan van niet?

Noem eens honderd mensen in je omgeving die geen racist zijn. Noem er eens vijf die dat wel zijn. 

Something, something, isme

Woorden verliezen kracht als ze overmatig worden gebruikt. Door de eindeloze hoeveelheid lagen waar onze persoonlijkheid uit bestaat, is het onmogelijk om direct een woord dat eindigt op “isme” de ruimte in te gooien als iets je overkomt dat voor ongemak zorgt.

Hedendaags racisme lossen we niet op met nog meer racisme. Met “positieve discriminatie”. Onrechtvaardigheid lost geen onrechtvaardigheid op. Blanke mensen die niets over racisme mogen zeggen, omdat ze blank zijn, is datgene in stand houden waar je tegen vecht. Een argument is goed of slecht en staat los van de persoon die hem gebruikt. De “anti-racisme” ideologie is een overgesimplificeerde oplossing voor een complex probleem en hindert progressie.

We zijn er nog lang niet. Er bestaat nog te veel onnodig leed. Dat leed wordt hen bewust en onbewust aangedaan. Het verschil tussen het leven en de absolute hel, is dat er in de hel te veel mensen om je heen zijn die (doel)bewust en vrijwillig problemen naar de voorgrond schuiven. In het leven ontkom je niet aan verdriet. Er zullen vrienden ziek worden, familie zal overlijden, je zult financiële tegenslagen moeten overwinnen en relationele problemen moeten oplossen. 

Je hebt biologie tegen je, de tijd dringt, je moet het gewicht van maatschappelijke lasten dragen, proberen te voldoen aan de verwachtingen van jezelf en van anderen. Het is zo makkelijk om al het kwaad de overhand te geven. Met wrok door het leven te gaan door al het vermeende onrecht dat je wordt aangedaan.

Maar je maakt het voor niemand beter door van het leven de hel te maken. Door komedie te verafschuwen en te verbannen. Door vrijheid van spraak te beperken. Door meningsverschillen niet te kunnen verdragen. Door alles dood te knuppelen met nuance, terwijl het abstract je volledig ontgaat. Door nooit verbetering bij jezelf te zoeken, maar bij de oneerlijke wereld om je heen. Alles zou zo veel beter zijn, als anderen maar veranderen. Zolang jij dat zelf maar niet hoeft te doen.

Je kunt ook rust en orde ervaren, voordat alles en iedereen is gevormd naar jouw ideaalbeeld. 

Je kunt ook gelukkig zijn, voordat er iets gebeurt.

Nu het einde van de vakantieperiode weer definitief nadert, vervallen mensen in de dagelijkse sleur.

De prachtige sociale media spelen daar een grote rol bij. Wel wordt het duidelijk dat daar door meer dan een handvol mensen afkeer voor aan het ontstaan is.

Één van de redenen daarvoor, zo blijkt, is de continue drang van mensen om hun “kwetsbaarheid” te uiten. Digitale kwetsbaarheid, om het beestje maar even een gepaste naam te geven.

De ironie ontgaat je echter niet als je begrijpt hoe social media werkt. Dan is het al heel snel duidelijk dat het veel meer gaat om zieltjes winnen, en veel minder om oprechte kwetsbaarheid.

Een belangrijke factor om daadwerkelijk kwetsbaar te kunnen zijn, is onzekerheid over de uitkomst. Over de reacties die je kunt krijgen.

Ik stel me kwetsbaar op, als ik in een seculier land als Zweden, willekeurige mensen op straat probeer te bekeren tot mijn persoonlijke verlosser. De mensen die mij dan voorbij lopen, hebben niet bewust gekozen om mij op die dag tegen te komen. Ze kennen me niet en weten nog niet waar ik voor sta. Ik heb geen fanbase. Er is geen groepsdruk. We zijn twee onbekenden die ons toevallig op dezelfde tijd, op dezelfde plek bevinden. En ik ga jou eens even vertellen waar ik met hart en ziel in geloof. Wat mijn leven het leven waard maakt. Waar ik van hou.

Los van het algoritme op social media dat ervoor zorgt dat jij alleen maar content ziet dat je hoogst waarschijnlijk interessant vindt, en dus véél minder dan gezond voor je is, geconfronteerd wordt met foto’s en verhalen die tegen jouw overtuigingen in gaan, bestaat er vrije keus.

De verhalen die je schrijft en foto’s die je plaatst, worden hoogst waarschijnlijk voor het overgrote deel bekeken en gelezen, door mensen die jou vrijwillig volgen. Om wie je bent en om wat je doet. Dat zijn geen mensen die je het kwade in de wereld gunnen. Die liever niet je ondergang aanschouwen. Het zijn mensen die jij inspireert en motiveert. Ja, ook met je cellulitis, je acné en je burn-out.

De mens is over het algemeen goed van aard. Statistisch gezien is de kans dat je haatvolle reacties onder je foto in je string krijgt op je eigen social media kanaal, zo goed als 0. Dat weet jij, net zo goed als ik. Geloof je me niet? Plaats diezelfde video’s van je “hamstring oefening” eens op het forum van praktiserende gelovigen en vergelijk het verschil. Je kiest het medium bewust, omdat je op voorhand weet dat men er open voor staat. Dat heet marketing inderdaad.

Dat maakt de uitkomst zeer voorspelbaar en doet het idee van kwetsbaarheid teniet.

Kwetsbaarheid moet gepaard gaan met onzekerheid over de uitkomst.

Als dat niet het geval is, spreken we gewoon over vragen om aandacht.

En daar is hélemaal niets mis mee. Het mooiste is dat, als je precies dát zou toegeven, dat je het alleen maar doet omdat je echt heel veel van aandacht houdt, je jezelf oprecht kwetsbaar zou opstellen.

Ik weet namelijk niet hoe mensen daarop zouden reageren, want niemand die dat toegeeft. Weet jij het wel?

We lachen en we gieren en we brullen om typetjes op tv die compleet buiten de norm van maatschappelijke verwachtingen vallen. “Kijk haar nou”. En we verafgoden onszelf omdat we zo ontzettend “real” zijn. Zo uniek en anders dan anderen. Terwijl we met een grote glimlach alle likes en reacties van onze kloontjes bewonderen. Die toevallig allemaal net zo “real” zijn als wij.

De authenticiteit is volledig een fabricatie van je eigen geest. Waarschijnlijk zo echt als de verlosser die onze Zweedse Jehova’s getuigen anderen momenteel aansmeren. 

Er is geen sprake van authenticiteit, maar een geleidelijke transitie van de mens naar digitale handelswaar.

Een continue proces van jezelf zo veel waard mogelijk maken in de ogen van anderen. De perceptie van waarde.

Niet mee eens?

We hebben letterlijk digitale hoogtepunten, waar we al onze mooiste vakanties, feestjes, outfits en maaltijden vast kunnen leggen. Dat creëert uiterst gepast een beperkt beeld van het leven dat je leidt. 

We posten niet de diarree die we hadden tijdens onze vlucht in business class, niet de ruzies met onze partners om onnozele onderwerpen die je na een uur al vergeet en niet de financiële problemen die ontstaan omdat we voor onze volgers leven, in plaats van voor onszelf.

We maken screenshots van elk compliment dat we ontvangen. “Kijk eens wat iemand over mij zegt! Hoe goed ik ben!”. We maken verzamelingen van alle goede daden die we hebben verricht. We willen dat iedereen weet, zelfs volslagen vreemden, dat we jarig zijn.

We moeten waardevol zijn in de ogen van zo veel mogelijk mensen. Elke dag weer. Jezelf kwetsbaar opstellen, is één van de vele trends die de laatste jaren voorbij zijn gekomen, om dat mogelijk te maken.

Niets mis mee.

Maar mag best gezegd worden.

Saamhorigheid. Verbintenis. Begrip.

Allemaal woorden die de meesten positief interpreteren en waar velen ook naar streven in het leven.

We zijn namelijk allemaal mens, met onze eigen tekortkomingen, geheimen en onzekerheden.

In deze digitale wereld is dat een mooie match. We zijn op zoek naar verbinding en gepaard met onze onzekerheden kunnen we snel een groot publiek vinden dat ons met liefde en vol begrip omarmt.

Al met al klinkt dat als een perfecte uitkomst, maar er is een belangrijk kantelpunt.

Op social media creëeren steeds meer mensen een identiteit om hun leed heen. Om ongelukkige gebeurtenissen uit het verleden. En om de illusie van kwetsbaarheid.

Een persoon die geen moeite heeft met zich kwetsbaar opstellen, is een persoon die risico’s neemt. Een persoon die zich durft te laten gaan, zonder dat er een bepaald resultaat gegarandeerd is. Een persoon die weet dat er geoordeeld kan worden, zonder zich te laten verlammen door wat dat oordeel zou kunnen zijn.

Wekelijks huilen op social media, is dat niet.

De vrouw die vroeger te dik was. De hipster die vegan wordt. De 25-jarige die een burn-out heeft gehad en nu genoeg one-liners heeft onthouden om zichzelf life-coach te noemen.

Dat zijn allemaal moderne elevator pitches die men in hun Instagram biografie plaatst en wat als basis dient voor hun hele online imago.

Het zijn dan geen gebeurtenissen uit het verleden meer, ze worden en blijven permanent die gebeurtenissen.

Begrijp me niet verkeerd. Ik stel in geen enkel opzicht dat er geen nare dingen kunnen gebeuren in het leven. Het leven is hard, vaak genadeloos en meestal oneerlijk. Ik realiseer me ook, dat dat voor veel mensen blijvende schade aanricht.

Maar dat is niet het punt.

Het punt is, dat je meer bent dan de puisten die je vroeger had. Je bent meer dan je gemene stiefvader die je allang niet meer spreekt.

Ik stel ook niet, dat het erg is dat je de behoefte hebt om constant aan iedereen te laten weten hoe moeilijk je het hebt en dat de online schouderklopjes inmiddels een verslaving zijn geworden.

Het is wel erg, als je dat niet inziet.

Want de vraag is, waar ben je nu precies naar op zoek? Wat is het eindresultaat waar je aan werkt? En hoe draagt dit gedrag daar aan bij?

Als je vader in je jonge jaren alcoholist was en daardoor losse handjes kreeg, wat is dan het doel van het delen met alle onbekende namen en gezichten op social media?

Wil je begrip? Zijn je familieleden en daadwerkelijke vrienden dan niet genoeg?

Wil je hulp? Zijn de eindeloze hoeveelheid gebruikersnamen daar beter in dan mensen die je daadwerkelijk kunnen helpen, omdat dat hun vakgebied is?

Wordt het probleem daadwerkelijk beter? Ga je vooruit? Of dienen de likes en reacties als tijdelijke pleisters om de pijn heel even te verdoven?

Het antwoord, is dat bijna iedereen, bijna altijd, aandacht wil. Doodgewone aandacht.

En nogmaals; dat is niet erg. Het is erg als je dat niet toe durft te geven.

De ironie is dat als je dat erkent en het openbaar bekend maakt, dat oprechte kwetsbaarheid is.

Jezelf op een bureaustoel voor je webcam plaatsen en drie uur in tranen aan mensen die je niet kent en nooit zult kennen vertellen hoeveel verdriet je ervaart omdat je hooikoorts hebt, is géén kwetsbaarheid. Het is jezelf en anderen voor de gek houden. Zieltjes winnen, noemen ze dat.

De belangrijkste vraag is dan natuurlijk: wat is erger, de persoon die het doet (en er iets mee wint) of de massa die er elke keer weer intrapt en het gedrag klakkeloos overneemt?

Je bent geen vegan. Je bent niet je fibromyalgie. Je bent niet je burn-out.

Misschien een idee om daar zelf ook eens op die manier over na te denken, want je ooms en tantes kunnen echt niet nóg een verjaardag naar je verhalen luisteren over hoe je chlamydia hebt overwonnen.

Ik postte onlangs bovenstaande video in mijn stories op Instagram en meer dan één persoon voelde zich geroepen om daar op een belerende wijze commentaar op te geven.

Ik bankdruk met een holle rug. Sommigen hanteren liever de term ‘kromme rug’, maar dat zegt meer over de persoon die die woorden kiest, dan over mijn rug.

Hieronder een aantal veelvoorkomende kritiekpunten, en waarom die kritiek onterecht is.

Al die spanning is slecht voor je rug

Het is ironisch dat mensen die dag en nacht in (of voor) de sportschool leven, een natuurlijke holling van de rug accentueren, als slecht bestempelen. Je kunt eindeloos veel kilo’s leg pressen, honderden grammen eiwit eten en veertig bicepoefeningen per week doen, maar je rug hol trekken zou slecht en onnatuurlijk zijn. Dat vind ik een vreemde constatering. 

Daarnaast is er bij het bankdrukken geen sprake van verticale spanning op de ruggengraat, zoals bij een squat of een overhead press. Ondanks dat je je rug hol trekt, neemt de verticale belasting op de ruggengraat niet toe en neem je geen onnodig risico.

Veel krachtsporters ondervinden vaak schouderklachten en het hollen van je rug stelt je in staat je schouders stevig in het bankje te verankeren, waardoor schouderbeweging beperkt of voorkomen wordt, en je de gezondheid van je schouders langer kunt blijven waarborgen. Dan kun je de komende jaren dus nog elke maandag incline, decline en plat bankdrukken met een barbell én dumbbells. En daarna flyes vanuit elke hoek doen. Want dat is niet gek(?)

Je rug hollen is valsspelen

Deze uitspraak is hét bewijs dat logisch beredeneren veel te veel gevraagd is, omdat dit argument zo vol gaten zit dat je er vanuit elke hoek dwars doorheen kunt kijken. 

Is een squat valsspelen omdat je dat met twee benen doet, in plaats van op één been, zoals bij een split squat? Nee, en die vergelijking maak je (hoop ik) niet, want het zijn verschillende oefeningen. 

Zo verschilt een powerlift bench press van een floor press van een touch & go bench press van een guillotine press van een flat bench press. Of een kipping pull up van een strikte pull up. Er zijn verschillende oefeningen voor verschillende sporten en doeleinden. 

Dat iemand een oefening kiest die niet voldoet aan jouw maatstaven (die gebaseerd zijn op de illusie van kennis die je jezelf hebt aangepraat), maakt het geen slechte oefening.

Daarnaast verkort het hollen van je rug de bewegingsafstand, waardoor je, zodra je de techniek onder de knie hebt, in veel gevallen (maar niet allemaal) meer gewicht kunt verplaatsen. Weet je wat het nadeel is van meer gewicht? Dat het zwaarder en moeilijker is.

Het hollen van je rug kent voordelen en nadelen, die niet altijd op iedereen van toepassing zijn. Het is aan jou om oefeningen te selecteren die het beste bij jou en je doelen passen, en je niet direct laat overtuigen door Marcel bij de Fit For Free die het allemaal al weet omdat hij dit al dertig jaar doet. Zegt hij. 

Doe je eigen research. Stel de nodige kritische vragen. Neem alles op een objectie wijze in overweging. Maak je keuzes. Durf achteraf van gedachten te veranderen.

ROTTERDAM open sessie donderdag morgen ROBIN UTRECHT

Op donderdag 22 november van het afgelopen jaar – dat is op tijd van dit schrijven 2018 – bevond ik mij in het nHow hotel in Rotterdam, om deel te nemen aan de OPEN sessies van Coca Cola.

Een aantal weken ervoor was ik hiervan op de hoogte gebracht via mijn vriend en de wereldbekende blogger Jelmer de Boer. Met wereldbekend bedoel ik dat hij bekend is met veel plekken in de wereld, want daar heeft hij geloof ik ooit iets over geschreven. Ik bedoel niet dat hij in heel de wereld bekend is, dat is absurd natuurlijk. Hij vertelde kort over die OPEN sessies toen wij onderweg waren naar de Coca Cola skybox in de Amsterdam Arena. Waar wij op uitnodiging mochten kijken naar de voetbalwedstrijd tussen Nederland en Duitsland. En natuurlijk heb ik de woorden ‘skybox’ en ‘op uitnodiging’ zorgvuldig geselecteerd om interessanter over te komen dan dat ik ben.

Nu heb ik ook niets met voetbal, maar een kans om onbeperkt Coca Cola te drinken, gratis, sla ik niet af. Zeker niet als ik toch niets beter te doen heb die avond.

Ik zou tegen je liegen als ik zei dat ik de medewerkers van Coca Cola die avond bewonderd heb met mijn onuitputbare charme, en zij niets anders konden doen dan mij uitnodigen voor de OPEN sessie die op de planning stond. Nee, de heer de Boer vond het een goed idee om voor te stellen mij ook deel te laten nemen dit jaar, en het ziet ernaar uit dat zij zijn mening zodanig serieus nemen, dat zij mij hier daadwerkelijk voor hebben uitgenodigd.

Zodoende schoof ik een aantal weken later aan bij een gesprek over zoetstoffen, innovatie en de toekomst van Coca Cola als bedrijf.

Vergis je niet: ondanks dat ik van het drankje hou en het graag drink, ben ik geen gehersenspoelde fanboy en ben ik nooit gevraagd om hier iets positiefs over te schrijven. Er is mij uiteraard gevraagd hier een post over te maken, maar mijn mening is, zoals altijd, volledig mijn niet beïnvloedbare mening. En ik ging er, ook zoals altijd, sceptisch en neutraal naartoe.

Aan tafel zaten interessante gasten. En met gasten bedoel ik ‘mensen die te gast waren’ en niet ‘gozers’. Vergeef me voor het vergeten van alle namen en functies, maar zo uit mijn hoofd weet ik dat de Vice President Research & Development van Coca Cola er was, samen met twee anderen die werkzaam zijn op die afdeling. Daarnaast was er iemand die invloed heeft op de producten van alle kiosken op NS stations. Er was iemand van Perfetti van Melle (van Mentos en Fruittella enzo). Iemand van Heineken, geloof ik? Er waren er nog een paar. En ik was er.

Kortom, redelijk wat variatie in interesses en intenties om een interessant gesprek te voeren.

ROTTERDAM open sessie donderdagmorgen ROBIN UTRECHT

Wijzigen van ingrediënten

Voordat ik die dag aan tafel schoof, had ik altijd de indruk dat de zoetstof veranderen van een van de drankjes uit het assortiment, redelijk eenvoudig was.

Oke, je gebruikt nu aspartaam, dan haal je dat er toch uit en vervang je het voor een andere zoetstof naar keus?

Inmiddels kan ik wel met zekerheid stellen dat dat verre van de waarheid is en hoe indrukwekkend de realiteit is.

Als Coca Cola besluit een zoetstof te vervangen, moet de hele productieketen aangepast worden. Machines in de fabriek reageren anders op verschillende zoetstoffen, de smaak verandert, de geur, de kleur, het gevoel in je mond, etc. De kleinste wijziging vergt minimaal maanden aan werk, voordat het product goed genoeg is om definitief te produceren.

Het punt hiervan is dat Coca Cola constant bezig is met het verbeteren van de receptuur en het in kaart brengen van de wensen van hun doelgroep, maar dat een definitief gewijzigd product in de schappen krijgen makkelijk een paar jaar kan duren.

ROTTERDAM open sessie donderdagmorgen ROBIN UTRECHT

Coca Cola Classic

Met de aanwijzing van de nieuwe CEO wordt de Classic variant (die met suiker) steeds meer naar de achtergrond geschoven en neemt dit product een steeds kleinere hoeveelheid van de totale omzet in beslag.

Dat klinkt wellicht logisch, maar het vergt best wat lef om je core product, daar waar het allemaal mee begon, langzaamaan te laten gaan.

Je zult niet de eerste zijn die de grip op de realiteit nogal is verloren en het idee hebt dat Coca Cola elke dag bezig is met drankjes ontwikkelen die zo verslavend mogelijk zijn. Dat zij bepalen wat jij drinkt.

Niets is minder waar.

Coca Cola is non-stop bezig met het bepalen van de vraag van de markt en speelt hier constant op in. Als jij iets drinkt van Coca Cola, is dat niet omdat zij bepalen wat wij krijgen. Wij bepalen wat zij maken. De wereld verandert echter snel en ook nog eens continu, dus de snelheid van innovatie bijbenen blijkt vaak nogal lastig, maar vaak ook onmogelijk.

Maar proberen, dat doen ze wel.

Zo hebben ze naast de inmiddels bekende Fuze Tea ook Honest Tea, die veel minder suiker bevat dan de eerste, Costa Coffee (naam spreekt voor zich), maar ook plantaardige maaltijdvervangende drankjes als AdeZ. Ik wist wel dat Coca Cola ook Fanta had, en water, maar het gaat meestal veel verder dan je neus lang is. Om maar even een gezegde op een foute, maar wel toepasselijke, manier te gebruiken.

Coca Cola cares

Het feit dat een bedrijf twee weken lang open (juist ja, de open in Coca Cola OPEN staat voor open) gesprekken organiseert, waar iedereen dus welkom is om naar toe te komen en om aan bij te dragen, zegt ook al veel, vind je niet?

Hoeveel bedrijven kun je opnoemen die dit jaarlijks terug laten komen, en ook iets met de feedback doen?

Ze geven om de mening van winkeliers, sporters, huismoeders, huisvaders, huistransgenders, en iedereen die hun producten nuttigt of ermee te maken heeft. Niet alleen wie hen betaalt of er iets goed over te zeggen heeft.

Dat vind ik mooi en het benoemen waard. En als jij dat niet vindt is dat natuurlijk prima, maar dan heb je waarschijnlijk ongelijk.

ROTTERDAM open sessie donderdagmorgen ROBIN UTRECHT

De OPEN sessies zijn leerzaam, vermakelijk en heel laid-back. Ik hoop er volgend jaar weer bij te zijn en raad iedereen die de kans krijgt langs te kunnen gaan dat te doen.

Dan hoeven we niet per se te proosten met Coca Cola Light, want aspartaam maakt natuurlijk zogenaamd ‘stofjes vrij in je hoofd’ waardoor je lichaam denkt dat je suiker drinkt en daardoor vet opslaat, ofzo.

Hoe dan ook, los van die onzin, kunnen we proosten met Chaudfontaine, want dat is ook van The Coca Cola Company.

De waarde van een inspanning zit niet alleen maar in het resultaat dat we ervoor terugkrijgen. Een bepaalde inspanning doen kan namelijk een bevestiging zijn van de identiteit die we willen belichamen.

Verandering begint bij onze identiteit. Onze identiteit staat centraal bij alle keuzes die we maken- en alle inspanningen die we doen.

Een inspanning is daarom niet alleen waardevol om het resultaat, maar is vooral waardevol omdat het de identiteit bevestigt die we willen belichamen. Iedere keer dat we een inspanning doen is dit simpelweg een bevestiging van onze gewenste identiteit. Of juist een ontkrachting.

Hoe sterker deze identiteit zich vormt (door frequente bevestiging), hoe makkelijker het wordt om keuzes te maken- en inspanningen te doen die overeenkomen met deze identiteit en bijbehorende doelen.

Minstens de helft van mijn trainingen duren tegenwoordig maar 30-40minuten.

Never ever genoeg om nog veel gespierder, sterker etc te worden. Daar zou ik minstens het dubbele voor moeten trainen.

Als ik alleen maar naar het directe resultaat van die trainingen zou kijken dan zou ik erg makkelijk kunnen besluiten om dan maar niet voor 30-40min naar de gym te gaan. Maar toch doe ik het.

Waarom?

Omdat ik het nut van inspanningen voornamelijk beoordeel op hun bijdrage aan de identiteit die ik wil belichamen.

30-40min trainen is nooit genoeg om veel gespierder te worden. Maar wel (meer dan) genoeg om een bevestiging te leveren aan de identiteit die ik wil belichamen. Het feit dat ik 30min vrijmaak om te gaan trainen bevestigt voor mij namelijk dat ik gezondheid- en fitheid hoog in het vaandel heb staan. Iets dat ik belangrijk vind, aangezien ik mensen dagelijks leer hoe zij zelfstandig lichamelijk- en mentaal fit blijven.

Het in stand houden van een gewoonte zoals sporten, ondanks dat het suboptimale trainingen zijn voor het gewenste directe resultaat, zorgt ervoor dat ik mezelf nog steeds succesvol voel op het gebied van sporten. Want mijn doel is niet meer om zo gespierd mogelijk te worden, mijn doel is om een identiteit te belichamen waar een gezonde levensstijl centraal staat. Iets dat blijvend is en verder gaat dan korte termijn resultaat. En dat betekent dat ik de wereld niet als zwart/wit benader, maar als een spectrum, met meer dan genoeg grijstinten waar ik mij in de eerste instantie ook beter bij voel dan bij het volledig stoppen met trainen.

Een inspanning, ondanks dat het misschien een suboptimale variant is op wat we normaal doen, kan nog steeds super waardevol zijn. Mits dat we lichtelijk van perspectief veranderen en verder kunnen kijken dan het directe resultaat dat het ons brengt.

Een training van “maar” 30 minuten of een “minder” gezonde maaltijd dragen nog steeds veel meer bij aan een gezonde levensstijl dan “geen” training of een junkfood maaltijd. Waarom? Omdat ze de bevestiging geven dat we een identiteit belichamen waar een gezonde levensstijl centraal staat.

En voor wie enigszins waarde hecht aan zijn/haar gezondheid is het uiterst belangrijk om deze identiteit in stand te houden.

Onze identiteit is namelijk waar een hoop van onze keuzes en gedragingen uit het dagelijkse leven vandaan komen. Het versterken van deze identiteit zorgt ervoor dat we steeds makkelijker keuzes maken- en inspanningen doen die overeenkomen met de doelen die we hebben.

Soms zijn de inspanningen die je doet niet genoeg om er direct een gewenst resultaat uit te halen, maar zijn ze wel genoeg om een identiteit te belichamen waar je trots op kunt zijn.

En daarom denk ik dat het belangrijk is dat we verder kijken dan het directe resultaat die inspanningen opleveren.

Ben je op zoek naar blijvend resultaat? Zoek dan vooral telkens weer naar bevestiging voor de identiteit die je wilt belichamen.

Probeer goed voor ogen te krijgen welke inspanningen- en keuzes horen bij de identiteit die je wilt belichamen en probeer daar herhaaldelijk voor te kiezen. Ook als dit soms sub optimaal is, zoals een korte training.

Het was me weer wat, afgelopen weekend.

Op 24 en 25 november vond de Fitfair plaats in de jaarbeurs van Utrecht, en daar waren Dogan en ik bij.

Het vergt geen scherpe geest om vast te stellen dat ik de laatste jaren een stuk minder ben gaan schrijven over fitnessgerelateerde onderwerpen. Als iemand die mij niet kent, zou je zelfs het vermoeden kunnen krijgen dat ik mezelf volledig heb gedistantieerd van de branche, maar niets is minder waar.

Het schrijven, zowel op mijn blog als op social media, is voornamelijk afgenomen omdat ik vond (en daar verschillen de meningen uiteraard over) dat alles wat er echt toe doet, allang gezegd is. Meer dan een handvol keren overigens.

Je kunt stellen dat de kracht van een boodschap voor een groot deel in de herhaling zit, en daar heb je waarschijnlijk gelijk in, maar dat vergt wel een persoon die in de herhaling vallen niet saai en demotiverend vindt. En dan heb je aan mij de verkeerde.

Een vraag:

Wat is de functie van kennis en informatie opdoen over een bepaald vakgebied? Wat is het doel?

Als iemand die vraag aan mij zou stellen, wat overigens nooit gebeurt omdat vragen aan mij meestal nog steeds over eiwit gaan, zou mijn antwoord als volgt zijn:

De functie van kennis opdoen is omdat die kennis praktische meerwaarde zou moeten hebben. Je moet die kennis kunnen gebruiken om er daadwerkelijk iets mee te doen. Om je cliënten te helpen. Om lezers van je blog te helpen. Om mensen te helpen, echt te helpen.

Je kunt alles lezen en leren over waar geld vandaan komt en hoe het wordt gemaakt, maar dat helpt je op geen enkele manier met meer geld verdienen, of anderen meer geld leren verdienen.

En natuurlijk verschilt de definitie van helpen per persoon. Maar wat mij betreft is iemand van informatie zonder praktische meerwaarde voorzien, niet helpen. Ik zou zelfs stellen dat je er het tegenovergestelde mee bereikt.

Het wordt nog een groter probleem, als grote groepen mensen, het idee krijgen dat die relatief waardeloze informatie, behoort tot de essentiële basiskennis van professionals én recreanten.

Tijdens de Fitfair werden er, naast de gebruikelijke ‘hoeveel eiwit moet ik eten?’ en ‘raad jij cheatdays aan?’ vragen, ook vragen gesteld als ‘heeft de frequentie van mijn menstruatie invloed op mijn gains?’ en ‘moet ik rekening houden met de darmflora van mijn cliënten?’.

Als we er puur voor de discussie vanuit gaan dat de frequentie van je menstruatie invloed heeft op je gains, komen we mijns inziens uit op de volgende logische vervolgvragen:

Wat kun je nu daadwerkelijk doen, nu je weet dat de frequentie daarvan invloed heeft? en,
Ervan uitgaande dat je het geheel perfect kunt fine-tunen om je menstruatiefrequentie te optimaliseren, wat is dan de procentuele meerwaarde op het geheel?

Zelfs in een utopisch scenario waarin je alle randzaken kunt optimaliseren, zijn er nog steeds veel te veel hoofdzaken die het optimaliseren van randzaken teniet doen.

Oftewel, je kunt je menstruatie reguleren, of je darmflora proberen te optimaliseren, maar er zijn nog talloze, complexe essentiële basisprincipes die je door en door moet begrijpen om op de lange termijn enigszins succesvol te zijn in je fysieke doelstellingen.

De illusie dat je de basis wel kent, is precies dat. Een illusie die ik met liefde op de proef zou stellen.

Het lijkt er inmiddels op dat ik kritiek uit op de vraagsteller, maar dat is niet de intentie.

We moeten als fitnessprofessional onderscheid maken tussen vragen beantwoorden en vraag creëren.

Als beginnend fitnessprofessional, of gewoon de recreant die zijn doelen hoogst waarschijnlijk iets te serieus neemt, begint het proces altijd met Google. Je gaat zoeken. Zoeken naar informatie waarvan jij denkt dat het belangrijk is en naar trainers, coaches en schrijvers waarvan jij het idee krijgt dat zij er toe doen.

In de huidige staat van de markt vind je te veel informatie die essentieel lijkt, maar niet is. Dat jij het idee krijgt dat je je moet verdiepen in materie die uiteindelijk van geen tot weinig meerwaarde is, is dan ook niet jouw schuld, maar de verantwoordelijkheid van de professionals die het publiceren.

En dat zijn heel veel professionals, voordat je jezelf wijsmaakt dat je exact denkt te weten ‘over wie ik het heb’. Als het om een enkeling ging, noemde ik namen. Dat is een must voor waardevolle kritiek.

Zulke informatie publiceren creëert vraag. Maar vooral een onrealistisch beeld van waar je je tijd in moet investeren.

Ik vrees dat de nieuwe generatie personal trainers en coaches zichzelf over een aantal jaren keihard tegenkomt. Realiserend dat ze wellicht jaren hebben geïnvesteerd in kennis waar ze niets mee kunnen.

Focus je vooral op het perfectioneren van de al behoorlijk complexe, maar wel essentiële basisprincipes. Niet complex om te begrijpen, maar wel om te beheersen.

Duurzaam bewegen, sterker worden, mensen gelukkig maken en houden, mensen bewust maken van hun omgeving, hun gevoel en het daaropvolgende eetgedrag, mensen succesvol fit, slank en content houden. Jaar in, jaar uit.

De kloof tussen interessant en behulpzaam zijn is gigantisch, ondanks dat we soms moeilijk kunnen onderscheid kunnen maken tussen de twee.

Het idee dat je jezelf en iedereen die je kent moet behandelen als sporter van Olympisch niveau, leucine inname moet laten bijhouden, hun menstruatie moet laten aansluiten op hun trainingen en of je 1,6 of 1,8 gram eiwit per dag moet laten eten, is het resultaat van de enorme luchtbel die professionals om je heen eindeloos lang op blijven blazen.

Die bel gaat een keertje klappen. Dat gebeurt met elke fase, in elke industrie.

Zorg ervoor dat je altijd een basis hebt om op terug te vallen, en je niet beperkt bent tot kennis zonder praktische meerwaarde. Dat is niets meer of minder dan mentale masturbatie.

Sophie kijkt zichzelf nog een keer in de spiegel aan. Legt haar rechterhand op haar buik, draait haar hoofd lichtjes naar links toe en forceert een kleine glimlach op haar gezicht.

Het is weer maandagavond. Dat betekent een nieuwe start van de week en dus weer de eerste dag van haar wekelijkse reeks aan trainingen in de sportschool.

Na een hele moeizame opstartfase, is het haar eindelijk gelukt de sportschool een vast onderdeel te maken van haar agenda. Het voelt zelfs al als gewoonte. Echt iets om heel trots op te zijn. Veruit de meeste mensen krijgen dat niet voor elkaar. Nooit niet.

De resultaten die ze heeft behaald worden door haar hele sociale cirkel erkend. Complimenten ontbreken ook niet. Er zijn weinig dingen die zo bevredigend zijn als complimenten krijgen voor het werk waar je je best voor hebt gedaan.

Sophie voelt zich goed. Ziet er goed uit. Heeft een rijk sociaal leven en een goede baan. De band met haar familie is goed en ze heeft een relatie met een man die haar respecteert en waardeert voor de persoon die ze is geweest, maar ook is geworden.

Jarenlang naar de sportschool gaan en je lifestyle volledig omgooien verandert een mens. Sophie is gestopt met roken, het gebruik van recreatieve drugs, let op de voeding die ze consumeert en krijgt voldoende slaap.

Sophie is voor velen de belichaming van perfectie. Op papier zou je niets veranderen.

Sophie weet dat. Zij ziet geluk ook altijd voor haar ogen heen en weer zweven. Maar kan nooit haar hand uitsteken en het geluksgevoel daadwerkelijk vastgrijpen en voelen.

Het grote, zwarte gat dat diep in haar ziel is gevormd, lijkt niet meer opgevuld te kunnen worden. Ondanks dat ze alles in haar leven dagelijks perfectioneert. Dat is een uitputtende, full-time bezigheid.

Sophie loopt haar slaapkamer uit richting de woonkamer, waar haar vriend op de bank ligt na een dag werken. Dik verdiend.

Ze voelt nog altijd even de drang om te vragen: “Zie ik er niet dik uit in deze legging, schat?”, voordat ze de deur uitgaat.

Niet omdat ze zich daar zorgen om maakt, maar omdat complimenten en erkenning van anderen de drijfveer zijn geworden van haar acties. Zonder complimenten, verdwijnt de motivatie.

Zodra je jezelf hebt wijsgemaakt dat je grootste talent en succes je uiterlijk is en je jezelf omringt met mensen die je vooral om je uiterlijk waarderen en complimenteren, verlies je je waarde en potentie uit het oog. Je forceert jezelf tot oppervlakkigheid om het tweedimensionale beeld dat je van jezelf hebt gecreëerd zo veel mogelijk in stand te houden. Vooral voor anderen.

Haar vriend rolt, zoals altijd, met zijn ogen en zegt lachend: “Nee schat, je bent de allermooiste. Trainse!”.

Onderweg naar de sportschool checkt Sophie voor de zoveelste keer die dag nog even haar Instagram. Nog even de privéberichten die ze dagelijks krijgt lezen, om vervolgens te glimlachen en ze te negeren. Sophie plaatst met enige regelmaat foto’s in zeer onthullende sportkleding. Ze is zich er goed van bewust dat ze er op die manier seksueel aantrekkelijk uitziet, maar verdoemt de mannen (soms openbaar) die haar oppervlakkige berichten sturen. Hoe durven ze?

Sophie wilt dat mannen haar zien voor wie ze is. Wie ze echt is. Maar dat is lastig, als ze die mannen niet meer laat zien dan strakke leggings en push-up beha’s. Je krijgt in het leven, vaker wel dan niet, exact wat je geeft.

Maar die berichten zijn bijzaak. Ze controleert voortdurend haar Instagram, omdat ze haar grootste idool in de gaten wilt houden. De persoon die haar heeft geïnspireerd om te veranderen. Jennifer.

Jennifer woont in Californië en is een van de bekendste fitnessmodellen op aarde. Jennifer is in elk opzicht perfect, vindt Sophie.

En dat is niet gek. Want als je al haar foto’s en video’s bekijkt, kan het ook niet anders dan dat je dat beeld van haar hebt.

Een waanzinnig huis, fotoshoots op de mooiste locaties in de wereld, altijd business class reizen, het hele jaar door een prachtig gebruinde huid omdat ze nooit slecht weer hoeft mee te maken en een dikke auto om het plaatje compleet te maken.

Ondanks dat Jennifer het leven van Sophie drastisch heeft veranderd, is ze ook de oorzaak van dat zwarte gat waar ze niet van afkomt. Naarmate Jennifer steeds meer het ideaalbeeld vormde van Sophie, werd er een stuk uit haar gerukt en geprojecteerd op een ander.

Sophie moet en zal een leven leiden zoals dat Jennifer. Dat is de enige optie. Het is toch geweldig om iemand gevonden te hebben die je zo kan motiveren? Die dient als je continue inspiratiebron? Iemand waar je geen genoeg van kunt krijgen?

Het probleem is dat hoe meer je een ander persoon (en zijn of haar leven) idealiseert, hoe meer dat ideaalbeeld van jouw eigen leven, van je verwijderd raakt. De afstand tussen wat je wilt en wat je hebt, neemt eindeloos toe.

En op dat moment wordt je ideaalbeeld je vijand.

Het verandert in een entiteit die constant aanwezig is. Die oordeelt, toekijkt en je uitlacht als het even tegenzit. De aanwezigheid van doelen die je nooit zult bereiken, omdat je ze altijd zult idealiseren, en je uiteindelijk volledig opslokken. Maar je schuift het weg onder de noemer ‘motivatie’.

Het ideaalbeeld dat in je vijand verandert maakt je, voordat je daar erg in hebt, met de grond gelijk.

Maar Sophie kan hoe dan ook haar geluksgevoel niet onderdrukken als ze de laatste foto’s van Jennifer bekijkt, met de teksten die haar nooit zullen vermoeien. Wat ze ervoor over zou hebben om ook maar één dag te leven zoals zij doet. Wat een onbeschrijflijk gevoel moet dat geven!

En terwijl Sophie dagdromend in de tram zit, reizen wij richting het westen, naar de andere kant van de wereld. En daar vinden we onze heldin.

Huilend, in bed en alleen.

Niemand om haar faam en financiële rijkdom mee te delen.

Jennifer heeft altijd al moeite gehad met relaties onderhouden. Dat is ook heel lastig, als je altijd op reis bent. Het siert een mens ook niet om nooit ‘nee’ aan te kunnen horen. En iemand die haar hele leven altijd alles voor elkaar heeft kunnen krijgen, wordt al snel verwend.

Haar vriendinnen – althans, vrouwen die zij vriendinnen noemt – gaan liever niet met haar op stap, omdat ze dan veel minder aandacht van het andere geslacht krijgen.

Jennifer droomt van een normaal leven. Normaal, zoals de meeste mensen dat gewend zijn. Maar hoe kan ze nu nog terug? Ze heeft zo veel opgebouwd. Zo veel fans. Zo veel illusies die ze in stand moet houden. Het eindeloze proces van het perfecte plaatje naar de buitenwereld toe projecteren.

En daarom kiest ze er ook vannacht weer voor, zoals ze dat elke nacht doet, om diep ongelukkig in slaap te vallen en te dromen van makkelijkere tijden. Tijden zonder het gewicht van de hele wereld op haar schouders te moeten dragen.

Het punt van dit verhaal is niet dat geluk niet kan bestaan als je een bepaald leven leidt. Dat is te kort door de bocht.

Het punt is, dat je je gevoelsmatig bijna altijd op het ‘nulpunt’ bevindt. De baseline. En de mensen waar je tegenop kijkt bevinden zich hogerop de ladder dan jij. Denk je. Dat komt omdat het beeld dat je van de ladder hebt beperkt en eenzijdig is.

En je denkt, maar hoopt vooral, dat als je een paar treden omhoog klimt, je meer geluk ervaart. Meer voldoening. De periode die je nodig hebt om te wennen aan je nieuwe omstandigheden, gaat razendsnel aan je voorbij. Waarna dat weer het nulpunt wordt en je je geluk uitstelt tot de volgende trede.

Mensen veranderen, prioriteiten veranderen, passies en hobby’s veranderen. De kans is groter dan je denkt dat je je momenteel in een fase bevindt (het leven is immers een reeks van fases) die je de allerhoogste prioriteit geeft en je als permanent beschouwt.

Je vergeet af en toe kopje onder te gaan om eens goed om je heen te kijken naar de eindeloze opties en potentie die je hebt. Omdat je als de dood bent om omlaag te kijken en het diepe, donkere, onbekende terrein recht in de ogen aan te staren.

Freud is de vader van de psychoanalyse. Hij kwam erachter dat de mens zich van nature redelijk makkelijk openstelt, zolang ze zich comfortabel voelen. Vandaar dat hij hen op een bank liet liggen.

Dat resulteerde in praten. Vrijuit praten. Zonder obstructies.

Uiteindelijk werd dit ‘the talking cure’ genoemd. Praten geneest.

Waarom komen mensen via geschrift vaak intelligenter over dan in persoon?

Waarom klinkt je innerlijke stem duidelijker dan de stem die naar de buitenwereld toe projecteert?

Omdat je niet wordt onderbroken.

Je krijgt de vrijheid om je gedachten en emoties op jouw snelheid te verwerken, alvorens ze te uiten.

Iemand vrijuit laten spreken, is een steeds minder voorkomend geschenk dat je een ander kunt geven.

Het kan soms tot prachtige dingen leiden om de persoon tegenover je – of jezelf – ongestoord zijn gedachten na te laten jagen. Zien waar het toe leidt.

Als een verhaal kant noch wal raakt, vinden we dat al snel vervelend. Ons geduld is niet meer wat het geweest is. We hebben behoefte aan een duidelijk geheel. Het liefst zo beknopt mogelijk.

Maar is juist dit niet de essentie van elke succesvolle discussie, gesprek of onderhandeling? Woorden die zinnen vormen, die uit de startblokken meters uit elkaar liggen, maar gaandeweg steeds meer nader tot elkaar komen om als een linker- en rechterhand samen ineen te vouwen?

Gun een ander zijn gedachten. Kijk. Luister. Wacht. Dat helpt.

Je maakt de laatste zin van je appje nog even af: “Ik ben onderweg schat, tot zo!”. Je legt je telefoon weg om je aandacht weer op de weg voor je te richten.

Je werpt je blik omhoog, maar wordt direct verblind door de koplampen van de auto die je verassend snel tegemoet rijdt. Te snel. Het ging maar om een fractie van een seconde, maar je realiseert je dat je te laat bent.

Je ogen knijpen zichzelf automatisch dicht en je geeft je over aan de duisternis die je als een groot zwart doek overvalt. Het is de laatste, onvrijwillige keuze die je ooit zult maken.

Je schrikt voor je gevoel maar een minuut later wakker en ligt met je ogen wijd open om je heen te kijken. Je brein heeft even nodig om alles een plek te geven. Je beweegt langzaam. Langzamer dan je gewend bent. En de kamer is slecht belicht.

Dan tref je boven je het gezicht van je moeder aan. Jullie blikken hebben elkaar eindelijk gevonden. Ze kijkt je met grote, liefdevolle ogen en een prachtige glimlach aan. Je voelt de warmte van haar af stralen. Het gevoel staat haaks op wat je zojuist in de auto overviel. Je voelt je welkom. Je voelt je thuis. Omringd door onvoorwaardelijke liefde en verbintenis.

Je wilt je hand uitsteken, maar voelt dat het niet gaat. Moeilijk. Je bewegingen zijn anders dan je gewend bent. Je lijf wilt niet meewerken. Zodra je arm meegeeft, vang je in je ooghoek de hand van een baby op. Het is jouw hand. Daar begin je steeds zekerder van te worden.

Ondanks de lichte paniek die je op voelt komen, krijg je steeds meer grip op de realiteit om je heen. Deze kamer ken je nog van vroeger. Hier hebben jullie in een ver verleden ooit gewoond. In inmiddels een ander leven. Maar je knippert even met je ogen en je wordt uit het paradijs getrokken.

Je ligt nu in het gras.

Omringd door vriendjes en vriendinnetjes die je je nog vaag herinnert. De een beter dan de ander. Sommigen van hen ben je al die tijd bevriend mee geweest, anderen ben je helaas vroegtijdig verloren. Dat is de oneerlijkheid van het leven waar je geen controle over hebt.

Jullie hebben het over jullie plannen voor de zomervakantie. De een vertelt het verhaal nog theatraler dan de ander. Overdreven, weet je inmiddels, maar je kunt niets anders dan overweldigd worden door het gevoel van nostalgie. Duurde de schoonheid van je jeugd maar langer. Wat een ongelooflijk leuke, maar veel te korte periode is dat geweest.

Je wilt opstaan om vol trots jouw verhaal te vertellen over de prachtige vakantie die je te wachten staat. Maar op het moment dat je de groep aan wilt spreken, voel je je ongemakkelijk.

Het gras is weg. De jeugdige onschuld is verdwenen.

Je voelt je nerveus. Misselijkmakend nerveus. Oordelende ogen kijken je aan en er wordt hier en daar onsuccesvol een lach onderdrukt.

“Verdomme”, denk je, “ik wil helemaal geen spreekbeurt geven.”

Je likt over je tanden en voelt je beugel zitten. Die beugel waar je zo verschrikkelijk graag van af wilt. Je hebt de bewuste keuze gemaakt je geluksgevoel uit te stellen tot dat moment. Het moment van de bevrijding. Dat jij herboren wordt als nieuw.

Zodra je beugel eruit gaat, ben je gelukkig. Dat weet je zeker. Al zouden je jeugdpuistjes ook wel mogen verdwijnen, als het even kan, maar dat is voor later een zorg.

Ondanks je droge mond en kletsnatte oksels, ga je een poging wagen. Nog even een keertje onnodig kuchen om iets meer tijd te rekken.

Maar je kuch verandert al snel in een oncontroleerbare hoest. Je merkt dat de tijd versnelt, elke keer dat er lucht je longen verlaat.

Je wilt het niet. Je probeert het te onderdrukken. Je weet waar dit toe leidt. Je weet wat het eindstation is. Als je nou nog even de tijd kunt vertragen, nog even na kunt genieten, dan kun je je content overgeven aan het verblindende witte licht.

Je moet alles geven om je nog enigszins te kunnen focussen. Hier en daar een momentje mee te pikken.

Je eerste ongemakkelijke zoen.

Al het onnodige verdriet om relaties die toen de wereld voor je betekenden, maar niets meer dan een van de vele fases uit ieders bestaan vormden.

Alle feestdagen met vrienden en familie, waar je elk jaar zo naar uit kon kijken.

De euforie toen je afstudeerde.

Toen je je rijbewijs haalde.

Je eerste serieuze baan.

Ook beelden van situaties die je liever anders had aangepakt, achteraf. Je spijt die je liever had betuigd aan mensen die je pijn hebt gedaan. Al was het onbewust. Je had nooit de intentie om iemands hart te breken. We proberen zo vaak mogelijk, zo veel mogelijk ons best te doen. We hebben zo veel ballen hoog te houden. Het kan soms niet anders dan dat je er eentje laat vallen, met alle gevolgen van dien.

Jij was toch ook maar mens? Waarom moest je dan voldoen aan onmenselijke eisen?

Beetje bij beetje komt het moment dichterbij. Het wordt onmogelijk om de tranen te onderdrukken. Je was er nog helemaal niet klaar voor. Alles kwam net een beetje op gang.

Die fractie van een seconde. Je kon het niet laten. Je moest per se dat onnodige bericht versturen. “Waarom?”, denk je nu.

Je verdriet maakt abrupt ruimte voor verwarring. Je snapt het even niet. Je pikt beelden op van jezelf, maar momenten die niet zijn gebeurd. Je ziet jezelf, maar je herkent geen haar op je hoofd. Je bent toeschouwer van een leven dat nog niet is geweest. Maar wel komen ging.

Je herkent de persoon die gefrustreerd in de auto zit niet. De persoon die met niets anders dan tegenzin weer in de file staat, onderweg naar de baan waar je helemaal niet naartoe wilt gaan. Om met mensen te werken waar je helemaal niet jezelf niet bij kunt zijn.

Je voelt afkeer voor het idee dat er een moment was in je leven, waarop je jezelf hebt wijsgemaakt dat je de controle kwijt bent geraakt.

Waar zat je met je hoofd?

Je kijkt toe naar hoe je je door een relatie heen worstelt. Jullie zijn er allebei al lang klaar mee. Dat weet je. Dat voel je. Maar je durft die stap niet te zetten. De knoop door te hakken. Je vertelt jezelf dat dat zielig is voor je partner, maar dat een relatie waarbij je elkaar niet meer van waarde bent en elkaars groei belemmert, wel acceptabel is. Je kunt elkaar maar beter negeren, dan elkaar pijn doen.

Waar is verdomme al je lef gebleven? Je had altijd zo veel dromen. Je wilde zo veel doen en bereiken. Wie is die persoon die in elk opzicht middelmatigheid accepteert?

Je zit niet lekker in je vel. Ging je maar vaker naar de sportschool. Kwam je maar meer voor jezelf op.

Je bent blij om te zien dat je nog een handvol goede vrienden hebt behouden. Dat geeft je weer tijdelijk het gevoel van comfort. Van bekendheid. Hoe eenzaam zou je zonder hen geworden zijn?

Beetje bij beetje komt het licht dichterbij. Je hebt je ogen nog net niet dicht. Je kunt nog door twee spleetjes heen turen. Hopend op enige vorm van verlossing.

Je bent op leeftijd. Niet oud. Niet jong. Je schat een jaar of zestig. Mensen waar je ontzettend veel van hield hebben minder geluk gehad dan jij. De gemiddelde leeftijd in Nederland is tachtig, dacht je altijd. Dan heb je nog alle tijd, vertelde je jezelf al die jaren. Ach joh, dat komt nog wel, was altijd het eerste dat uit je mond kwam. Niet stilstaand bij het feit dat er talloze mensen zijn die dat gemiddelde omlaag halen. Ook mensen waar jij mee te maken hebt.

Hoeveel jaar kun je jezelf wijsmaken dat je toch nog jong bent en het rustig aan kunt doen? Je ging er veel te veel van uit dat je wist wanneer het eindpunt zou naderen.

Maar die gevoelens onderdruk je. Dat is pessimistisch, vind je. Totdat de feiten je met een moker tegen je kop aan slaan. Overlijden was altijd je grootste angst. Maar nu weet je dat achterblijven nog veel erger is. Op dat punt kom je er niet onderuit en beland je in een omgeving die je alleen maar als de hel kunt omschrijven. Het eindeloze dieptepunt.

Je hoeft niet gelovig te zijn om de hel te ervaren.

Je bent inmiddels te oud om te sporten. Je hebt veel te veel schepen achter je verbrand. Het is niet anders. That’s life.

Je bent ook al het punt voorbij waarop je je doelen nog een beetje bijstelt. Realistisch probeert te maken, om nog een klein beetje te kunnen genieten van micro-overwinningen. Doelen heb je nog nauwelijks.

De laatste jaren van je bestaan spendeer je veel tijd in je bed. Dat is comfortabel. Jouw vertrouwde plek om je naar terug te trekken van de wereld die je in de steek heeft gelaten.

Het voordeel is dat je veel tijd hebt om na te denken. Over alle dingen die je nog had willen, maar ook kunnen doen. Maar er toch voor koos om het aan je voorbij te laten gaan.

Waarom?

Waarom zei je niet vaker wat je dwars zat? Waar je behoefte aan had? Waarom kwam je niet meer op voor waar je recht op had?

Ook jij had, net als ieder ander, het volste recht op het vervullen van je maximale potentie.

Om te streven naar de best mogelijke relatie, met de persoon waar je het meeste om gaf. Waarom accepteerde je minder? Waarom had je destijds niet alle kennis, maar vooral het zelfrespect, van nu?

Soms zijn de moeilijkste keuzes die je in het leven moet maken, ook de beste. Dat weet je. Dat wist je altijd al. Maar je weigerde het te geloven.

Waarom wilde je per se op je geld zitten? Waarom kon je het niet over je hart krijgen af en toe een euro meer uit te geven, om je eigen comfort en dat van anderen te verbeteren? Nu word je de rijkste persoon op de begraafplaats. En geen kinderen die je er gelukkig mee kunt maken. Ben je daar trots op?

Waarom ging je niet voor jezelf werken? Een boek schrijven? Reizen naar je droombestemming? Omdat je altijd wachtte op het perfecte moment.

Ha, perfectie. De grootste illusie van de moderne mens.

De piep in je oor word je inmiddels ook gek van. Ouderdom komt snel. Sneller dan je wilt. En ouderdom kent vele gebreken.

Je voelt dat het einde nadert. Je lijf voelt nog wel als het jouwe, maar ook weer niet.

En die verdomde piep wordt alleen maar harder.

Je sluit vrijwillig je ogen, in de hoop dat je in slaap valt. Je vindt het eigenlijk wel prima zo. Je hebt geen slecht leven gehad, maar je weet dat het op vele vlakken beter kon. En dat je daar zelf verantwoordelijk voor was. Je weet dat verantwoordelijkheid nemen over je eigen geluk de belangrijkste eigenschap is die je toen altijd hebt genegeerd. Tegen beter weten in.

De enige manier om je rust te vinden, is door in slaap te vallen. En je voelt dat het lukt.

Inmiddels ben je vrijwel volledig omringd door fel, wit licht. Recht voor je kijk je naar een steeds kleiner wordend cirkeltje. “Gek..”, denk je nog even.

Zodra het gaatje voor je volledig sluit, klapt je borst met ongekende kracht omhoog. Je mond trek je wagenwijd open en je zuigt voor je gevoel in een hap alle zuurstof uit de kamer.

Je gezicht doet vreselijk veel pijn. Je hoort overal om je heen weer die piep die je inmiddels bekend in de oren klinkt.

Er staan vijf mensen om je ziekenhuisbed heen.

“Ongelooflijk dit.. wat een wonder!”, hoor je de arts tegen de zusters zeggen.

Je hebt het gered. Een tweede kans. Een kans om die onvergetelijke beelden uit je toekomst weg te vagen en te vervangen voor iets beters.

Wat ga je vanaf nu anders doen?