Category

Geen categorie

Category

Nu het einde van de vakantieperiode weer definitief nadert, vervallen mensen in de dagelijkse sleur.

De prachtige sociale media spelen daar een grote rol bij. Wel wordt het duidelijk dat daar door meer dan een handvol mensen afkeer voor aan het ontstaan is.

Één van de redenen daarvoor, zo blijkt, is de continue drang van mensen om hun “kwetsbaarheid” te uiten. Digitale kwetsbaarheid, om het beestje maar even een gepaste naam te geven.

De ironie ontgaat je echter niet als je begrijpt hoe social media werkt. Dan is het al heel snel duidelijk dat het veel meer gaat om zieltjes winnen, en veel minder om oprechte kwetsbaarheid.

Een belangrijke factor om daadwerkelijk kwetsbaar te kunnen zijn, is onzekerheid over de uitkomst. Over de reacties die je kunt krijgen.

Ik stel me kwetsbaar op, als ik in een seculier land als Zweden, willekeurige mensen op straat probeer te bekeren tot mijn persoonlijke verlosser. De mensen die mij dan voorbij lopen, hebben niet bewust gekozen om mij op die dag tegen te komen. Ze kennen me niet en weten nog niet waar ik voor sta. Ik heb geen fanbase. Er is geen groepsdruk. We zijn twee onbekenden die ons toevallig op dezelfde tijd, op dezelfde plek bevinden. En ik ga jou eens even vertellen waar ik met hart en ziel in geloof. Wat mijn leven het leven waard maakt. Waar ik van hou.

Los van het algoritme op social media dat ervoor zorgt dat jij alleen maar content ziet dat je hoogst waarschijnlijk interessant vindt, en dus véél minder dan gezond voor je is, geconfronteerd wordt met foto’s en verhalen die tegen jouw overtuigingen in gaan, bestaat er vrije keus.

De verhalen die je schrijft en foto’s die je plaatst, worden hoogst waarschijnlijk voor het overgrote deel bekeken en gelezen, door mensen die jou vrijwillig volgen. Om wie je bent en om wat je doet. Dat zijn geen mensen die je het kwade in de wereld gunnen. Die liever niet je ondergang aanschouwen. Het zijn mensen die jij inspireert en motiveert. Ja, ook met je cellulitis, je acné en je burn-out.

De mens is over het algemeen goed van aard. Statistisch gezien is de kans dat je haatvolle reacties onder je foto in je string krijgt op je eigen social media kanaal, zo goed als 0. Dat weet jij, net zo goed als ik. Geloof je me niet? Plaats diezelfde video’s van je “hamstring oefening” eens op het forum van praktiserende gelovigen en vergelijk het verschil. Je kiest het medium bewust, omdat je op voorhand weet dat men er open voor staat. Dat heet marketing inderdaad.

Dat maakt de uitkomst zeer voorspelbaar en doet het idee van kwetsbaarheid teniet.

Kwetsbaarheid moet gepaard gaan met onzekerheid over de uitkomst.

Als dat niet het geval is, spreken we gewoon over vragen om aandacht.

En daar is hélemaal niets mis mee. Het mooiste is dat, als je precies dát zou toegeven, dat je het alleen maar doet omdat je echt heel veel van aandacht houdt, je jezelf oprecht kwetsbaar zou opstellen.

Ik weet namelijk niet hoe mensen daarop zouden reageren, want niemand die dat toegeeft. Weet jij het wel?

We lachen en we gieren en we brullen om typetjes op tv die compleet buiten de norm van maatschappelijke verwachtingen vallen. “Kijk haar nou”. En we verafgoden onszelf omdat we zo ontzettend “real” zijn. Zo uniek en anders dan anderen. Terwijl we met een grote glimlach alle likes en reacties van onze kloontjes bewonderen. Die toevallig allemaal net zo “real” zijn als wij.

De authenticiteit is volledig een fabricatie van je eigen geest. Waarschijnlijk zo echt als de verlosser die onze Zweedse Jehova’s getuigen anderen momenteel aansmeren. 

Er is geen sprake van authenticiteit, maar een geleidelijke transitie van de mens naar digitale handelswaar.

Een continue proces van jezelf zo veel waard mogelijk maken in de ogen van anderen. De perceptie van waarde.

Niet mee eens?

We hebben letterlijk digitale hoogtepunten, waar we al onze mooiste vakanties, feestjes, outfits en maaltijden vast kunnen leggen. Dat creëert uiterst gepast een beperkt beeld van het leven dat je leidt. 

We posten niet de diarree die we hadden tijdens onze vlucht in business class, niet de ruzies met onze partners om onnozele onderwerpen die je na een uur al vergeet en niet de financiële problemen die ontstaan omdat we voor onze volgers leven, in plaats van voor onszelf.

We maken screenshots van elk compliment dat we ontvangen. “Kijk eens wat iemand over mij zegt! Hoe goed ik ben!”. We maken verzamelingen van alle goede daden die we hebben verricht. We willen dat iedereen weet, zelfs volslagen vreemden, dat we jarig zijn.

We moeten waardevol zijn in de ogen van zo veel mogelijk mensen. Elke dag weer. Jezelf kwetsbaar opstellen, is één van de vele trends die de laatste jaren voorbij zijn gekomen, om dat mogelijk te maken.

Niets mis mee.

Maar mag best gezegd worden.

Saamhorigheid. Verbintenis. Begrip.

Allemaal woorden die de meesten positief interpreteren en waar velen ook naar streven in het leven.

We zijn namelijk allemaal mens, met onze eigen tekortkomingen, geheimen en onzekerheden.

In deze digitale wereld is dat een mooie match. We zijn op zoek naar verbinding en gepaard met onze onzekerheden kunnen we snel een groot publiek vinden dat ons met liefde en vol begrip omarmt.

Al met al klinkt dat als een perfecte uitkomst, maar er is een belangrijk kantelpunt.

Op social media creëeren steeds meer mensen een identiteit om hun leed heen. Om ongelukkige gebeurtenissen uit het verleden. En om de illusie van kwetsbaarheid.

Een persoon die geen moeite heeft met zich kwetsbaar opstellen, is een persoon die risico’s neemt. Een persoon die zich durft te laten gaan, zonder dat er een bepaald resultaat gegarandeerd is. Een persoon die weet dat er geoordeeld kan worden, zonder zich te laten verlammen door wat dat oordeel zou kunnen zijn.

Wekelijks huilen op social media, is dat niet.

De vrouw die vroeger te dik was. De hipster die vegan wordt. De 25-jarige die een burn-out heeft gehad en nu genoeg one-liners heeft onthouden om zichzelf life-coach te noemen.

Dat zijn allemaal moderne elevator pitches die men in hun Instagram biografie plaatst en wat als basis dient voor hun hele online imago.

Het zijn dan geen gebeurtenissen uit het verleden meer, ze worden en blijven permanent die gebeurtenissen.

Begrijp me niet verkeerd. Ik stel in geen enkel opzicht dat er geen nare dingen kunnen gebeuren in het leven. Het leven is hard, vaak genadeloos en meestal oneerlijk. Ik realiseer me ook, dat dat voor veel mensen blijvende schade aanricht.

Maar dat is niet het punt.

Het punt is, dat je meer bent dan de puisten die je vroeger had. Je bent meer dan je gemene stiefvader die je allang niet meer spreekt.

Ik stel ook niet, dat het erg is dat je de behoefte hebt om constant aan iedereen te laten weten hoe moeilijk je het hebt en dat de online schouderklopjes inmiddels een verslaving zijn geworden.

Het is wel erg, als je dat niet inziet.

Want de vraag is, waar ben je nu precies naar op zoek? Wat is het eindresultaat waar je aan werkt? En hoe draagt dit gedrag daar aan bij?

Als je vader in je jonge jaren alcoholist was en daardoor losse handjes kreeg, wat is dan het doel van het delen met alle onbekende namen en gezichten op social media?

Wil je begrip? Zijn je familieleden en daadwerkelijke vrienden dan niet genoeg?

Wil je hulp? Zijn de eindeloze hoeveelheid gebruikersnamen daar beter in dan mensen die je daadwerkelijk kunnen helpen, omdat dat hun vakgebied is?

Wordt het probleem daadwerkelijk beter? Ga je vooruit? Of dienen de likes en reacties als tijdelijke pleisters om de pijn heel even te verdoven?

Het antwoord, is dat bijna iedereen, bijna altijd, aandacht wil. Doodgewone aandacht.

En nogmaals; dat is niet erg. Het is erg als je dat niet toe durft te geven.

De ironie is dat als je dat erkent en het openbaar bekend maakt, dat oprechte kwetsbaarheid is.

Jezelf op een bureaustoel voor je webcam plaatsen en drie uur in tranen aan mensen die je niet kent en nooit zult kennen vertellen hoeveel verdriet je ervaart omdat je hooikoorts hebt, is géén kwetsbaarheid. Het is jezelf en anderen voor de gek houden. Zieltjes winnen, noemen ze dat.

De belangrijkste vraag is dan natuurlijk: wat is erger, de persoon die het doet (en er iets mee wint) of de massa die er elke keer weer intrapt en het gedrag klakkeloos overneemt?

Je bent geen vegan. Je bent niet je fibromyalgie. Je bent niet je burn-out.

Misschien een idee om daar zelf ook eens op die manier over na te denken, want je ooms en tantes kunnen echt niet nóg een verjaardag naar je verhalen luisteren over hoe je chlamydia hebt overwonnen.

Ik postte onlangs bovenstaande video in mijn stories op Instagram en meer dan één persoon voelde zich geroepen om daar op een belerende wijze commentaar op te geven.

Ik bankdruk met een holle rug. Sommigen hanteren liever de term ‘kromme rug’, maar dat zegt meer over de persoon die die woorden kiest, dan over mijn rug.

Hieronder een aantal veelvoorkomende kritiekpunten, en waarom die kritiek onterecht is.

Al die spanning is slecht voor je rug

Het is ironisch dat mensen die dag en nacht in (of voor) de sportschool leven, een natuurlijke holling van de rug accentueren, als slecht bestempelen. Je kunt eindeloos veel kilo’s leg pressen, honderden grammen eiwit eten en veertig bicepoefeningen per week doen, maar je rug hol trekken zou slecht en onnatuurlijk zijn. Dat vind ik een vreemde constatering. 

Daarnaast is er bij het bankdrukken geen sprake van verticale spanning op de ruggengraat, zoals bij een squat of een overhead press. Ondanks dat je je rug hol trekt, neemt de verticale belasting op de ruggengraat niet toe en neem je geen onnodig risico.

Veel krachtsporters ondervinden vaak schouderklachten en het hollen van je rug stelt je in staat je schouders stevig in het bankje te verankeren, waardoor schouderbeweging beperkt of voorkomen wordt, en je de gezondheid van je schouders langer kunt blijven waarborgen. Dan kun je de komende jaren dus nog elke maandag incline, decline en plat bankdrukken met een barbell én dumbbells. En daarna flyes vanuit elke hoek doen. Want dat is niet gek(?)

Je rug hollen is valsspelen

Deze uitspraak is hét bewijs dat logisch beredeneren veel te veel gevraagd is, omdat dit argument zo vol gaten zit dat je er vanuit elke hoek dwars doorheen kunt kijken. 

Is een squat valsspelen omdat je dat met twee benen doet, in plaats van op één been, zoals bij een split squat? Nee, en die vergelijking maak je (hoop ik) niet, want het zijn verschillende oefeningen. 

Zo verschilt een powerlift bench press van een floor press van een touch & go bench press van een guillotine press van een flat bench press. Of een kipping pull up van een strikte pull up. Er zijn verschillende oefeningen voor verschillende sporten en doeleinden. 

Dat iemand een oefening kiest die niet voldoet aan jouw maatstaven (die gebaseerd zijn op de illusie van kennis die je jezelf hebt aangepraat), maakt het geen slechte oefening.

Daarnaast verkort het hollen van je rug de bewegingsafstand, waardoor je, zodra je de techniek onder de knie hebt, in veel gevallen (maar niet allemaal) meer gewicht kunt verplaatsen. Weet je wat het nadeel is van meer gewicht? Dat het zwaarder en moeilijker is.

Het hollen van je rug kent voordelen en nadelen, die niet altijd op iedereen van toepassing zijn. Het is aan jou om oefeningen te selecteren die het beste bij jou en je doelen passen, en je niet direct laat overtuigen door Marcel bij de Fit For Free die het allemaal al weet omdat hij dit al dertig jaar doet. Zegt hij. 

Doe je eigen research. Stel de nodige kritische vragen. Neem alles op een objectie wijze in overweging. Maak je keuzes. Durf achteraf van gedachten te veranderen.

ROTTERDAM open sessie donderdag morgen ROBIN UTRECHT

Op donderdag 22 november van het afgelopen jaar – dat is op tijd van dit schrijven 2018 – bevond ik mij in het nHow hotel in Rotterdam, om deel te nemen aan de OPEN sessies van Coca Cola.

Een aantal weken ervoor was ik hiervan op de hoogte gebracht via mijn vriend en de wereldbekende blogger Jelmer de Boer. Met wereldbekend bedoel ik dat hij bekend is met veel plekken in de wereld, want daar heeft hij geloof ik ooit iets over geschreven. Ik bedoel niet dat hij in heel de wereld bekend is, dat is absurd natuurlijk. Hij vertelde kort over die OPEN sessies toen wij onderweg waren naar de Coca Cola skybox in de Amsterdam Arena. Waar wij op uitnodiging mochten kijken naar de voetbalwedstrijd tussen Nederland en Duitsland. En natuurlijk heb ik de woorden ‘skybox’ en ‘op uitnodiging’ zorgvuldig geselecteerd om interessanter over te komen dan dat ik ben.

Nu heb ik ook niets met voetbal, maar een kans om onbeperkt Coca Cola te drinken, gratis, sla ik niet af. Zeker niet als ik toch niets beter te doen heb die avond.

Ik zou tegen je liegen als ik zei dat ik de medewerkers van Coca Cola die avond bewonderd heb met mijn onuitputbare charme, en zij niets anders konden doen dan mij uitnodigen voor de OPEN sessie die op de planning stond. Nee, de heer de Boer vond het een goed idee om voor te stellen mij ook deel te laten nemen dit jaar, en het ziet ernaar uit dat zij zijn mening zodanig serieus nemen, dat zij mij hier daadwerkelijk voor hebben uitgenodigd.

Zodoende schoof ik een aantal weken later aan bij een gesprek over zoetstoffen, innovatie en de toekomst van Coca Cola als bedrijf.

Vergis je niet: ondanks dat ik van het drankje hou en het graag drink, ben ik geen gehersenspoelde fanboy en ben ik nooit gevraagd om hier iets positiefs over te schrijven. Er is mij uiteraard gevraagd hier een post over te maken, maar mijn mening is, zoals altijd, volledig mijn niet beïnvloedbare mening. En ik ging er, ook zoals altijd, sceptisch en neutraal naartoe.

Aan tafel zaten interessante gasten. En met gasten bedoel ik ‘mensen die te gast waren’ en niet ‘gozers’. Vergeef me voor het vergeten van alle namen en functies, maar zo uit mijn hoofd weet ik dat de Vice President Research & Development van Coca Cola er was, samen met twee anderen die werkzaam zijn op die afdeling. Daarnaast was er iemand die invloed heeft op de producten van alle kiosken op NS stations. Er was iemand van Perfetti van Melle (van Mentos en Fruittella enzo). Iemand van Heineken, geloof ik? Er waren er nog een paar. En ik was er.

Kortom, redelijk wat variatie in interesses en intenties om een interessant gesprek te voeren.

ROTTERDAM open sessie donderdagmorgen ROBIN UTRECHT

Wijzigen van ingrediënten

Voordat ik die dag aan tafel schoof, had ik altijd de indruk dat de zoetstof veranderen van een van de drankjes uit het assortiment, redelijk eenvoudig was.

Oke, je gebruikt nu aspartaam, dan haal je dat er toch uit en vervang je het voor een andere zoetstof naar keus?

Inmiddels kan ik wel met zekerheid stellen dat dat verre van de waarheid is en hoe indrukwekkend de realiteit is.

Als Coca Cola besluit een zoetstof te vervangen, moet de hele productieketen aangepast worden. Machines in de fabriek reageren anders op verschillende zoetstoffen, de smaak verandert, de geur, de kleur, het gevoel in je mond, etc. De kleinste wijziging vergt minimaal maanden aan werk, voordat het product goed genoeg is om definitief te produceren.

Het punt hiervan is dat Coca Cola constant bezig is met het verbeteren van de receptuur en het in kaart brengen van de wensen van hun doelgroep, maar dat een definitief gewijzigd product in de schappen krijgen makkelijk een paar jaar kan duren.

ROTTERDAM open sessie donderdagmorgen ROBIN UTRECHT

Coca Cola Classic

Met de aanwijzing van de nieuwe CEO wordt de Classic variant (die met suiker) steeds meer naar de achtergrond geschoven en neemt dit product een steeds kleinere hoeveelheid van de totale omzet in beslag.

Dat klinkt wellicht logisch, maar het vergt best wat lef om je core product, daar waar het allemaal mee begon, langzaamaan te laten gaan.

Je zult niet de eerste zijn die de grip op de realiteit nogal is verloren en het idee hebt dat Coca Cola elke dag bezig is met drankjes ontwikkelen die zo verslavend mogelijk zijn. Dat zij bepalen wat jij drinkt.

Niets is minder waar.

Coca Cola is non-stop bezig met het bepalen van de vraag van de markt en speelt hier constant op in. Als jij iets drinkt van Coca Cola, is dat niet omdat zij bepalen wat wij krijgen. Wij bepalen wat zij maken. De wereld verandert echter snel en ook nog eens continu, dus de snelheid van innovatie bijbenen blijkt vaak nogal lastig, maar vaak ook onmogelijk.

Maar proberen, dat doen ze wel.

Zo hebben ze naast de inmiddels bekende Fuze Tea ook Honest Tea, die veel minder suiker bevat dan de eerste, Costa Coffee (naam spreekt voor zich), maar ook plantaardige maaltijdvervangende drankjes als AdeZ. Ik wist wel dat Coca Cola ook Fanta had, en water, maar het gaat meestal veel verder dan je neus lang is. Om maar even een gezegde op een foute, maar wel toepasselijke, manier te gebruiken.

Coca Cola cares

Het feit dat een bedrijf twee weken lang open (juist ja, de open in Coca Cola OPEN staat voor open) gesprekken organiseert, waar iedereen dus welkom is om naar toe te komen en om aan bij te dragen, zegt ook al veel, vind je niet?

Hoeveel bedrijven kun je opnoemen die dit jaarlijks terug laten komen, en ook iets met de feedback doen?

Ze geven om de mening van winkeliers, sporters, huismoeders, huisvaders, huistransgenders, en iedereen die hun producten nuttigt of ermee te maken heeft. Niet alleen wie hen betaalt of er iets goed over te zeggen heeft.

Dat vind ik mooi en het benoemen waard. En als jij dat niet vindt is dat natuurlijk prima, maar dan heb je waarschijnlijk ongelijk.

ROTTERDAM open sessie donderdagmorgen ROBIN UTRECHT

De OPEN sessies zijn leerzaam, vermakelijk en heel laid-back. Ik hoop er volgend jaar weer bij te zijn en raad iedereen die de kans krijgt langs te kunnen gaan dat te doen.

Dan hoeven we niet per se te proosten met Coca Cola Light, want aspartaam maakt natuurlijk zogenaamd ‘stofjes vrij in je hoofd’ waardoor je lichaam denkt dat je suiker drinkt en daardoor vet opslaat, ofzo.

Hoe dan ook, los van die onzin, kunnen we proosten met Chaudfontaine, want dat is ook van The Coca Cola Company.

De waarde van een inspanning zit niet alleen maar in het resultaat dat we ervoor terugkrijgen. Een bepaalde inspanning doen kan namelijk een bevestiging zijn van de identiteit die we willen belichamen.

Verandering begint bij onze identiteit. Onze identiteit staat centraal bij alle keuzes die we maken- en alle inspanningen die we doen.

Een inspanning is daarom niet alleen waardevol om het resultaat, maar is vooral waardevol omdat het de identiteit bevestigt die we willen belichamen. Iedere keer dat we een inspanning doen is dit simpelweg een bevestiging van onze gewenste identiteit. Of juist een ontkrachting.

Hoe sterker deze identiteit zich vormt (door frequente bevestiging), hoe makkelijker het wordt om keuzes te maken- en inspanningen te doen die overeenkomen met deze identiteit en bijbehorende doelen.

Minstens de helft van mijn trainingen duren tegenwoordig maar 30-40minuten.

Never ever genoeg om nog veel gespierder, sterker etc te worden. Daar zou ik minstens het dubbele voor moeten trainen.

Als ik alleen maar naar het directe resultaat van die trainingen zou kijken dan zou ik erg makkelijk kunnen besluiten om dan maar niet voor 30-40min naar de gym te gaan. Maar toch doe ik het.

Waarom?

Omdat ik het nut van inspanningen voornamelijk beoordeel op hun bijdrage aan de identiteit die ik wil belichamen.

30-40min trainen is nooit genoeg om veel gespierder te worden. Maar wel (meer dan) genoeg om een bevestiging te leveren aan de identiteit die ik wil belichamen. Het feit dat ik 30min vrijmaak om te gaan trainen bevestigt voor mij namelijk dat ik gezondheid- en fitheid hoog in het vaandel heb staan. Iets dat ik belangrijk vind, aangezien ik mensen dagelijks leer hoe zij zelfstandig lichamelijk- en mentaal fit blijven.

Het in stand houden van een gewoonte zoals sporten, ondanks dat het suboptimale trainingen zijn voor het gewenste directe resultaat, zorgt ervoor dat ik mezelf nog steeds succesvol voel op het gebied van sporten. Want mijn doel is niet meer om zo gespierd mogelijk te worden, mijn doel is om een identiteit te belichamen waar een gezonde levensstijl centraal staat. Iets dat blijvend is en verder gaat dan korte termijn resultaat. En dat betekent dat ik de wereld niet als zwart/wit benader, maar als een spectrum, met meer dan genoeg grijstinten waar ik mij in de eerste instantie ook beter bij voel dan bij het volledig stoppen met trainen.

Een inspanning, ondanks dat het misschien een suboptimale variant is op wat we normaal doen, kan nog steeds super waardevol zijn. Mits dat we lichtelijk van perspectief veranderen en verder kunnen kijken dan het directe resultaat dat het ons brengt.

Een training van “maar” 30 minuten of een “minder” gezonde maaltijd dragen nog steeds veel meer bij aan een gezonde levensstijl dan “geen” training of een junkfood maaltijd. Waarom? Omdat ze de bevestiging geven dat we een identiteit belichamen waar een gezonde levensstijl centraal staat.

En voor wie enigszins waarde hecht aan zijn/haar gezondheid is het uiterst belangrijk om deze identiteit in stand te houden.

Onze identiteit is namelijk waar een hoop van onze keuzes en gedragingen uit het dagelijkse leven vandaan komen. Het versterken van deze identiteit zorgt ervoor dat we steeds makkelijker keuzes maken- en inspanningen doen die overeenkomen met de doelen die we hebben.

Soms zijn de inspanningen die je doet niet genoeg om er direct een gewenst resultaat uit te halen, maar zijn ze wel genoeg om een identiteit te belichamen waar je trots op kunt zijn.

En daarom denk ik dat het belangrijk is dat we verder kijken dan het directe resultaat die inspanningen opleveren.

Ben je op zoek naar blijvend resultaat? Zoek dan vooral telkens weer naar bevestiging voor de identiteit die je wilt belichamen.

Probeer goed voor ogen te krijgen welke inspanningen- en keuzes horen bij de identiteit die je wilt belichamen en probeer daar herhaaldelijk voor te kiezen. Ook als dit soms sub optimaal is, zoals een korte training.

Het was me weer wat, afgelopen weekend.

Op 24 en 25 november vond de Fitfair plaats in de jaarbeurs van Utrecht, en daar waren Dogan en ik bij.

Het vergt geen scherpe geest om vast te stellen dat ik de laatste jaren een stuk minder ben gaan schrijven over fitnessgerelateerde onderwerpen. Als iemand die mij niet kent, zou je zelfs het vermoeden kunnen krijgen dat ik mezelf volledig heb gedistantieerd van de branche, maar niets is minder waar.

Het schrijven, zowel op mijn blog als op social media, is voornamelijk afgenomen omdat ik vond (en daar verschillen de meningen uiteraard over) dat alles wat er echt toe doet, allang gezegd is. Meer dan een handvol keren overigens.

Je kunt stellen dat de kracht van een boodschap voor een groot deel in de herhaling zit, en daar heb je waarschijnlijk gelijk in, maar dat vergt wel een persoon die in de herhaling vallen niet saai en demotiverend vindt. En dan heb je aan mij de verkeerde.

Een vraag:

Wat is de functie van kennis en informatie opdoen over een bepaald vakgebied? Wat is het doel?

Als iemand die vraag aan mij zou stellen, wat overigens nooit gebeurt omdat vragen aan mij meestal nog steeds over eiwit gaan, zou mijn antwoord als volgt zijn:

De functie van kennis opdoen is omdat die kennis praktische meerwaarde zou moeten hebben. Je moet die kennis kunnen gebruiken om er daadwerkelijk iets mee te doen. Om je cliënten te helpen. Om lezers van je blog te helpen. Om mensen te helpen, echt te helpen.

Je kunt alles lezen en leren over waar geld vandaan komt en hoe het wordt gemaakt, maar dat helpt je op geen enkele manier met meer geld verdienen, of anderen meer geld leren verdienen.

En natuurlijk verschilt de definitie van helpen per persoon. Maar wat mij betreft is iemand van informatie zonder praktische meerwaarde voorzien, niet helpen. Ik zou zelfs stellen dat je er het tegenovergestelde mee bereikt.

Het wordt nog een groter probleem, als grote groepen mensen, het idee krijgen dat die relatief waardeloze informatie, behoort tot de essentiële basiskennis van professionals én recreanten.

Tijdens de Fitfair werden er, naast de gebruikelijke ‘hoeveel eiwit moet ik eten?’ en ‘raad jij cheatdays aan?’ vragen, ook vragen gesteld als ‘heeft de frequentie van mijn menstruatie invloed op mijn gains?’ en ‘moet ik rekening houden met de darmflora van mijn cliënten?’.

Als we er puur voor de discussie vanuit gaan dat de frequentie van je menstruatie invloed heeft op je gains, komen we mijns inziens uit op de volgende logische vervolgvragen:

Wat kun je nu daadwerkelijk doen, nu je weet dat de frequentie daarvan invloed heeft? en,
Ervan uitgaande dat je het geheel perfect kunt fine-tunen om je menstruatiefrequentie te optimaliseren, wat is dan de procentuele meerwaarde op het geheel?

Zelfs in een utopisch scenario waarin je alle randzaken kunt optimaliseren, zijn er nog steeds veel te veel hoofdzaken die het optimaliseren van randzaken teniet doen.

Oftewel, je kunt je menstruatie reguleren, of je darmflora proberen te optimaliseren, maar er zijn nog talloze, complexe essentiële basisprincipes die je door en door moet begrijpen om op de lange termijn enigszins succesvol te zijn in je fysieke doelstellingen.

De illusie dat je de basis wel kent, is precies dat. Een illusie die ik met liefde op de proef zou stellen.

Het lijkt er inmiddels op dat ik kritiek uit op de vraagsteller, maar dat is niet de intentie.

We moeten als fitnessprofessional onderscheid maken tussen vragen beantwoorden en vraag creëren.

Als beginnend fitnessprofessional, of gewoon de recreant die zijn doelen hoogst waarschijnlijk iets te serieus neemt, begint het proces altijd met Google. Je gaat zoeken. Zoeken naar informatie waarvan jij denkt dat het belangrijk is en naar trainers, coaches en schrijvers waarvan jij het idee krijgt dat zij er toe doen.

In de huidige staat van de markt vind je te veel informatie die essentieel lijkt, maar niet is. Dat jij het idee krijgt dat je je moet verdiepen in materie die uiteindelijk van geen tot weinig meerwaarde is, is dan ook niet jouw schuld, maar de verantwoordelijkheid van de professionals die het publiceren.

En dat zijn heel veel professionals, voordat je jezelf wijsmaakt dat je exact denkt te weten ‘over wie ik het heb’. Als het om een enkeling ging, noemde ik namen. Dat is een must voor waardevolle kritiek.

Zulke informatie publiceren creëert vraag. Maar vooral een onrealistisch beeld van waar je je tijd in moet investeren.

Ik vrees dat de nieuwe generatie personal trainers en coaches zichzelf over een aantal jaren keihard tegenkomt. Realiserend dat ze wellicht jaren hebben geïnvesteerd in kennis waar ze niets mee kunnen.

Focus je vooral op het perfectioneren van de al behoorlijk complexe, maar wel essentiële basisprincipes. Niet complex om te begrijpen, maar wel om te beheersen.

Duurzaam bewegen, sterker worden, mensen gelukkig maken en houden, mensen bewust maken van hun omgeving, hun gevoel en het daaropvolgende eetgedrag, mensen succesvol fit, slank en content houden. Jaar in, jaar uit.

De kloof tussen interessant en behulpzaam zijn is gigantisch, ondanks dat we soms moeilijk kunnen onderscheid kunnen maken tussen de twee.

Het idee dat je jezelf en iedereen die je kent moet behandelen als sporter van Olympisch niveau, leucine inname moet laten bijhouden, hun menstruatie moet laten aansluiten op hun trainingen en of je 1,6 of 1,8 gram eiwit per dag moet laten eten, is het resultaat van de enorme luchtbel die professionals om je heen eindeloos lang op blijven blazen.

Die bel gaat een keertje klappen. Dat gebeurt met elke fase, in elke industrie.

Zorg ervoor dat je altijd een basis hebt om op terug te vallen, en je niet beperkt bent tot kennis zonder praktische meerwaarde. Dat is niets meer of minder dan mentale masturbatie.

Sophie kijkt zichzelf nog een keer in de spiegel aan. Legt haar rechterhand op haar buik, draait haar hoofd lichtjes naar links toe en forceert een kleine glimlach op haar gezicht.

Het is weer maandagavond. Dat betekent een nieuwe start van de week en dus weer de eerste dag van haar wekelijkse reeks aan trainingen in de sportschool.

Na een hele moeizame opstartfase, is het haar eindelijk gelukt de sportschool een vast onderdeel te maken van haar agenda. Het voelt zelfs al als gewoonte. Echt iets om heel trots op te zijn. Veruit de meeste mensen krijgen dat niet voor elkaar. Nooit niet.

De resultaten die ze heeft behaald worden door haar hele sociale cirkel erkend. Complimenten ontbreken ook niet. Er zijn weinig dingen die zo bevredigend zijn als complimenten krijgen voor het werk waar je je best voor hebt gedaan.

Sophie voelt zich goed. Ziet er goed uit. Heeft een rijk sociaal leven en een goede baan. De band met haar familie is goed en ze heeft een relatie met een man die haar respecteert en waardeert voor de persoon die ze is geweest, maar ook is geworden.

Jarenlang naar de sportschool gaan en je lifestyle volledig omgooien verandert een mens. Sophie is gestopt met roken, het gebruik van recreatieve drugs, let op de voeding die ze consumeert en krijgt voldoende slaap.

Sophie is voor velen de belichaming van perfectie. Op papier zou je niets veranderen.

Sophie weet dat. Zij ziet geluk ook altijd voor haar ogen heen en weer zweven. Maar kan nooit haar hand uitsteken en het geluksgevoel daadwerkelijk vastgrijpen en voelen.

Het grote, zwarte gat dat diep in haar ziel is gevormd, lijkt niet meer opgevuld te kunnen worden. Ondanks dat ze alles in haar leven dagelijks perfectioneert. Dat is een uitputtende, full-time bezigheid.

Sophie loopt haar slaapkamer uit richting de woonkamer, waar haar vriend op de bank ligt na een dag werken. Dik verdiend.

Ze voelt nog altijd even de drang om te vragen: “Zie ik er niet dik uit in deze legging, schat?”, voordat ze de deur uitgaat.

Niet omdat ze zich daar zorgen om maakt, maar omdat complimenten en erkenning van anderen de drijfveer zijn geworden van haar acties. Zonder complimenten, verdwijnt de motivatie.

Zodra je jezelf hebt wijsgemaakt dat je grootste talent en succes je uiterlijk is en je jezelf omringt met mensen die je vooral om je uiterlijk waarderen en complimenteren, verlies je je waarde en potentie uit het oog. Je forceert jezelf tot oppervlakkigheid om het tweedimensionale beeld dat je van jezelf hebt gecreëerd zo veel mogelijk in stand te houden. Vooral voor anderen.

Haar vriend rolt, zoals altijd, met zijn ogen en zegt lachend: “Nee schat, je bent de allermooiste. Trainse!”.

Onderweg naar de sportschool checkt Sophie voor de zoveelste keer die dag nog even haar Instagram. Nog even de privéberichten die ze dagelijks krijgt lezen, om vervolgens te glimlachen en ze te negeren. Sophie plaatst met enige regelmaat foto’s in zeer onthullende sportkleding. Ze is zich er goed van bewust dat ze er op die manier seksueel aantrekkelijk uitziet, maar verdoemt de mannen (soms openbaar) die haar oppervlakkige berichten sturen. Hoe durven ze?

Sophie wilt dat mannen haar zien voor wie ze is. Wie ze echt is. Maar dat is lastig, als ze die mannen niet meer laat zien dan strakke leggings en push-up beha’s. Je krijgt in het leven, vaker wel dan niet, exact wat je geeft.

Maar die berichten zijn bijzaak. Ze controleert voortdurend haar Instagram, omdat ze haar grootste idool in de gaten wilt houden. De persoon die haar heeft geïnspireerd om te veranderen. Jennifer.

Jennifer woont in Californië en is een van de bekendste fitnessmodellen op aarde. Jennifer is in elk opzicht perfect, vindt Sophie.

En dat is niet gek. Want als je al haar foto’s en video’s bekijkt, kan het ook niet anders dan dat je dat beeld van haar hebt.

Een waanzinnig huis, fotoshoots op de mooiste locaties in de wereld, altijd business class reizen, het hele jaar door een prachtig gebruinde huid omdat ze nooit slecht weer hoeft mee te maken en een dikke auto om het plaatje compleet te maken.

Ondanks dat Jennifer het leven van Sophie drastisch heeft veranderd, is ze ook de oorzaak van dat zwarte gat waar ze niet van afkomt. Naarmate Jennifer steeds meer het ideaalbeeld vormde van Sophie, werd er een stuk uit haar gerukt en geprojecteerd op een ander.

Sophie moet en zal een leven leiden zoals dat Jennifer. Dat is de enige optie. Het is toch geweldig om iemand gevonden te hebben die je zo kan motiveren? Die dient als je continue inspiratiebron? Iemand waar je geen genoeg van kunt krijgen?

Het probleem is dat hoe meer je een ander persoon (en zijn of haar leven) idealiseert, hoe meer dat ideaalbeeld van jouw eigen leven, van je verwijderd raakt. De afstand tussen wat je wilt en wat je hebt, neemt eindeloos toe.

En op dat moment wordt je ideaalbeeld je vijand.

Het verandert in een entiteit die constant aanwezig is. Die oordeelt, toekijkt en je uitlacht als het even tegenzit. De aanwezigheid van doelen die je nooit zult bereiken, omdat je ze altijd zult idealiseren, en je uiteindelijk volledig opslokken. Maar je schuift het weg onder de noemer ‘motivatie’.

Het ideaalbeeld dat in je vijand verandert maakt je, voordat je daar erg in hebt, met de grond gelijk.

Maar Sophie kan hoe dan ook haar geluksgevoel niet onderdrukken als ze de laatste foto’s van Jennifer bekijkt, met de teksten die haar nooit zullen vermoeien. Wat ze ervoor over zou hebben om ook maar één dag te leven zoals zij doet. Wat een onbeschrijflijk gevoel moet dat geven!

En terwijl Sophie dagdromend in de tram zit, reizen wij richting het westen, naar de andere kant van de wereld. En daar vinden we onze heldin.

Huilend, in bed en alleen.

Niemand om haar faam en financiële rijkdom mee te delen.

Jennifer heeft altijd al moeite gehad met relaties onderhouden. Dat is ook heel lastig, als je altijd op reis bent. Het siert een mens ook niet om nooit ‘nee’ aan te kunnen horen. En iemand die haar hele leven altijd alles voor elkaar heeft kunnen krijgen, wordt al snel verwend.

Haar vriendinnen – althans, vrouwen die zij vriendinnen noemt – gaan liever niet met haar op stap, omdat ze dan veel minder aandacht van het andere geslacht krijgen.

Jennifer droomt van een normaal leven. Normaal, zoals de meeste mensen dat gewend zijn. Maar hoe kan ze nu nog terug? Ze heeft zo veel opgebouwd. Zo veel fans. Zo veel illusies die ze in stand moet houden. Het eindeloze proces van het perfecte plaatje naar de buitenwereld toe projecteren.

En daarom kiest ze er ook vannacht weer voor, zoals ze dat elke nacht doet, om diep ongelukkig in slaap te vallen en te dromen van makkelijkere tijden. Tijden zonder het gewicht van de hele wereld op haar schouders te moeten dragen.

Het punt van dit verhaal is niet dat geluk niet kan bestaan als je een bepaald leven leidt. Dat is te kort door de bocht.

Het punt is, dat je je gevoelsmatig bijna altijd op het ‘nulpunt’ bevindt. De baseline. En de mensen waar je tegenop kijkt bevinden zich hogerop de ladder dan jij. Denk je. Dat komt omdat het beeld dat je van de ladder hebt beperkt en eenzijdig is.

En je denkt, maar hoopt vooral, dat als je een paar treden omhoog klimt, je meer geluk ervaart. Meer voldoening. De periode die je nodig hebt om te wennen aan je nieuwe omstandigheden, gaat razendsnel aan je voorbij. Waarna dat weer het nulpunt wordt en je je geluk uitstelt tot de volgende trede.

Mensen veranderen, prioriteiten veranderen, passies en hobby’s veranderen. De kans is groter dan je denkt dat je je momenteel in een fase bevindt (het leven is immers een reeks van fases) die je de allerhoogste prioriteit geeft en je als permanent beschouwt.

Je vergeet af en toe kopje onder te gaan om eens goed om je heen te kijken naar de eindeloze opties en potentie die je hebt. Omdat je als de dood bent om omlaag te kijken en het diepe, donkere, onbekende terrein recht in de ogen aan te staren.

Freud is de vader van de psychoanalyse. Hij kwam erachter dat de mens zich van nature redelijk makkelijk openstelt, zolang ze zich comfortabel voelen. Vandaar dat hij hen op een bank liet liggen.

Dat resulteerde in praten. Vrijuit praten. Zonder obstructies.

Uiteindelijk werd dit ‘the talking cure’ genoemd. Praten geneest.

Waarom komen mensen via geschrift vaak intelligenter over dan in persoon?

Waarom klinkt je innerlijke stem duidelijker dan de stem die naar de buitenwereld toe projecteert?

Omdat je niet wordt onderbroken.

Je krijgt de vrijheid om je gedachten en emoties op jouw snelheid te verwerken, alvorens ze te uiten.

Iemand vrijuit laten spreken, is een steeds minder voorkomend geschenk dat je een ander kunt geven.

Het kan soms tot prachtige dingen leiden om de persoon tegenover je – of jezelf – ongestoord zijn gedachten na te laten jagen. Zien waar het toe leidt.

Als een verhaal kant noch wal raakt, vinden we dat al snel vervelend. Ons geduld is niet meer wat het geweest is. We hebben behoefte aan een duidelijk geheel. Het liefst zo beknopt mogelijk.

Maar is juist dit niet de essentie van elke succesvolle discussie, gesprek of onderhandeling? Woorden die zinnen vormen, die uit de startblokken meters uit elkaar liggen, maar gaandeweg steeds meer nader tot elkaar komen om als een linker- en rechterhand samen ineen te vouwen?

Gun een ander zijn gedachten. Kijk. Luister. Wacht. Dat helpt.

Je maakt de laatste zin van je appje nog even af: “Ik ben onderweg schat, tot zo!”. Je legt je telefoon weg om je aandacht weer op de weg voor je te richten.

Je werpt je blik omhoog, maar wordt direct verblind door de koplampen van de auto die je verassend snel tegemoet rijdt. Te snel. Het ging maar om een fractie van een seconde, maar je realiseert je dat je te laat bent.

Je ogen knijpen zichzelf automatisch dicht en je geeft je over aan de duisternis die je als een groot zwart doek overvalt. Het is de laatste, onvrijwillige keuze die je ooit zult maken.

Je schrikt voor je gevoel maar een minuut later wakker en ligt met je ogen wijd open om je heen te kijken. Je brein heeft even nodig om alles een plek te geven. Je beweegt langzaam. Langzamer dan je gewend bent. En de kamer is slecht belicht.

Dan tref je boven je het gezicht van je moeder aan. Jullie blikken hebben elkaar eindelijk gevonden. Ze kijkt je met grote, liefdevolle ogen en een prachtige glimlach aan. Je voelt de warmte van haar af stralen. Het gevoel staat haaks op wat je zojuist in de auto overviel. Je voelt je welkom. Je voelt je thuis. Omringd door onvoorwaardelijke liefde en verbintenis.

Je wilt je hand uitsteken, maar voelt dat het niet gaat. Moeilijk. Je bewegingen zijn anders dan je gewend bent. Je lijf wilt niet meewerken. Zodra je arm meegeeft, vang je in je ooghoek de hand van een baby op. Het is jouw hand. Daar begin je steeds zekerder van te worden.

Ondanks de lichte paniek die je op voelt komen, krijg je steeds meer grip op de realiteit om je heen. Deze kamer ken je nog van vroeger. Hier hebben jullie in een ver verleden ooit gewoond. In inmiddels een ander leven. Maar je knippert even met je ogen en je wordt uit het paradijs getrokken.

Je ligt nu in het gras.

Omringd door vriendjes en vriendinnetjes die je je nog vaag herinnert. De een beter dan de ander. Sommigen van hen ben je al die tijd bevriend mee geweest, anderen ben je helaas vroegtijdig verloren. Dat is de oneerlijkheid van het leven waar je geen controle over hebt.

Jullie hebben het over jullie plannen voor de zomervakantie. De een vertelt het verhaal nog theatraler dan de ander. Overdreven, weet je inmiddels, maar je kunt niets anders dan overweldigd worden door het gevoel van nostalgie. Duurde de schoonheid van je jeugd maar langer. Wat een ongelooflijk leuke, maar veel te korte periode is dat geweest.

Je wilt opstaan om vol trots jouw verhaal te vertellen over de prachtige vakantie die je te wachten staat. Maar op het moment dat je de groep aan wilt spreken, voel je je ongemakkelijk.

Het gras is weg. De jeugdige onschuld is verdwenen.

Je voelt je nerveus. Misselijkmakend nerveus. Oordelende ogen kijken je aan en er wordt hier en daar onsuccesvol een lach onderdrukt.

“Verdomme”, denk je, “ik wil helemaal geen spreekbeurt geven.”

Je likt over je tanden en voelt je beugel zitten. Die beugel waar je zo verschrikkelijk graag van af wilt. Je hebt de bewuste keuze gemaakt je geluksgevoel uit te stellen tot dat moment. Het moment van de bevrijding. Dat jij herboren wordt als nieuw.

Zodra je beugel eruit gaat, ben je gelukkig. Dat weet je zeker. Al zouden je jeugdpuistjes ook wel mogen verdwijnen, als het even kan, maar dat is voor later een zorg.

Ondanks je droge mond en kletsnatte oksels, ga je een poging wagen. Nog even een keertje onnodig kuchen om iets meer tijd te rekken.

Maar je kuch verandert al snel in een oncontroleerbare hoest. Je merkt dat de tijd versnelt, elke keer dat er lucht je longen verlaat.

Je wilt het niet. Je probeert het te onderdrukken. Je weet waar dit toe leidt. Je weet wat het eindstation is. Als je nou nog even de tijd kunt vertragen, nog even na kunt genieten, dan kun je je content overgeven aan het verblindende witte licht.

Je moet alles geven om je nog enigszins te kunnen focussen. Hier en daar een momentje mee te pikken.

Je eerste ongemakkelijke zoen.

Al het onnodige verdriet om relaties die toen de wereld voor je betekenden, maar niets meer dan een van de vele fases uit ieders bestaan vormden.

Alle feestdagen met vrienden en familie, waar je elk jaar zo naar uit kon kijken.

De euforie toen je afstudeerde.

Toen je je rijbewijs haalde.

Je eerste serieuze baan.

Ook beelden van situaties die je liever anders had aangepakt, achteraf. Je spijt die je liever had betuigd aan mensen die je pijn hebt gedaan. Al was het onbewust. Je had nooit de intentie om iemands hart te breken. We proberen zo vaak mogelijk, zo veel mogelijk ons best te doen. We hebben zo veel ballen hoog te houden. Het kan soms niet anders dan dat je er eentje laat vallen, met alle gevolgen van dien.

Jij was toch ook maar mens? Waarom moest je dan voldoen aan onmenselijke eisen?

Beetje bij beetje komt het moment dichterbij. Het wordt onmogelijk om de tranen te onderdrukken. Je was er nog helemaal niet klaar voor. Alles kwam net een beetje op gang.

Die fractie van een seconde. Je kon het niet laten. Je moest per se dat onnodige bericht versturen. “Waarom?”, denk je nu.

Je verdriet maakt abrupt ruimte voor verwarring. Je snapt het even niet. Je pikt beelden op van jezelf, maar momenten die niet zijn gebeurd. Je ziet jezelf, maar je herkent geen haar op je hoofd. Je bent toeschouwer van een leven dat nog niet is geweest. Maar wel komen ging.

Je herkent de persoon die gefrustreerd in de auto zit niet. De persoon die met niets anders dan tegenzin weer in de file staat, onderweg naar de baan waar je helemaal niet naartoe wilt gaan. Om met mensen te werken waar je helemaal niet jezelf niet bij kunt zijn.

Je voelt afkeer voor het idee dat er een moment was in je leven, waarop je jezelf hebt wijsgemaakt dat je de controle kwijt bent geraakt.

Waar zat je met je hoofd?

Je kijkt toe naar hoe je je door een relatie heen worstelt. Jullie zijn er allebei al lang klaar mee. Dat weet je. Dat voel je. Maar je durft die stap niet te zetten. De knoop door te hakken. Je vertelt jezelf dat dat zielig is voor je partner, maar dat een relatie waarbij je elkaar niet meer van waarde bent en elkaars groei belemmert, wel acceptabel is. Je kunt elkaar maar beter negeren, dan elkaar pijn doen.

Waar is verdomme al je lef gebleven? Je had altijd zo veel dromen. Je wilde zo veel doen en bereiken. Wie is die persoon die in elk opzicht middelmatigheid accepteert?

Je zit niet lekker in je vel. Ging je maar vaker naar de sportschool. Kwam je maar meer voor jezelf op.

Je bent blij om te zien dat je nog een handvol goede vrienden hebt behouden. Dat geeft je weer tijdelijk het gevoel van comfort. Van bekendheid. Hoe eenzaam zou je zonder hen geworden zijn?

Beetje bij beetje komt het licht dichterbij. Je hebt je ogen nog net niet dicht. Je kunt nog door twee spleetjes heen turen. Hopend op enige vorm van verlossing.

Je bent op leeftijd. Niet oud. Niet jong. Je schat een jaar of zestig. Mensen waar je ontzettend veel van hield hebben minder geluk gehad dan jij. De gemiddelde leeftijd in Nederland is tachtig, dacht je altijd. Dan heb je nog alle tijd, vertelde je jezelf al die jaren. Ach joh, dat komt nog wel, was altijd het eerste dat uit je mond kwam. Niet stilstaand bij het feit dat er talloze mensen zijn die dat gemiddelde omlaag halen. Ook mensen waar jij mee te maken hebt.

Hoeveel jaar kun je jezelf wijsmaken dat je toch nog jong bent en het rustig aan kunt doen? Je ging er veel te veel van uit dat je wist wanneer het eindpunt zou naderen.

Maar die gevoelens onderdruk je. Dat is pessimistisch, vind je. Totdat de feiten je met een moker tegen je kop aan slaan. Overlijden was altijd je grootste angst. Maar nu weet je dat achterblijven nog veel erger is. Op dat punt kom je er niet onderuit en beland je in een omgeving die je alleen maar als de hel kunt omschrijven. Het eindeloze dieptepunt.

Je hoeft niet gelovig te zijn om de hel te ervaren.

Je bent inmiddels te oud om te sporten. Je hebt veel te veel schepen achter je verbrand. Het is niet anders. That’s life.

Je bent ook al het punt voorbij waarop je je doelen nog een beetje bijstelt. Realistisch probeert te maken, om nog een klein beetje te kunnen genieten van micro-overwinningen. Doelen heb je nog nauwelijks.

De laatste jaren van je bestaan spendeer je veel tijd in je bed. Dat is comfortabel. Jouw vertrouwde plek om je naar terug te trekken van de wereld die je in de steek heeft gelaten.

Het voordeel is dat je veel tijd hebt om na te denken. Over alle dingen die je nog had willen, maar ook kunnen doen. Maar er toch voor koos om het aan je voorbij te laten gaan.

Waarom?

Waarom zei je niet vaker wat je dwars zat? Waar je behoefte aan had? Waarom kwam je niet meer op voor waar je recht op had?

Ook jij had, net als ieder ander, het volste recht op het vervullen van je maximale potentie.

Om te streven naar de best mogelijke relatie, met de persoon waar je het meeste om gaf. Waarom accepteerde je minder? Waarom had je destijds niet alle kennis, maar vooral het zelfrespect, van nu?

Soms zijn de moeilijkste keuzes die je in het leven moet maken, ook de beste. Dat weet je. Dat wist je altijd al. Maar je weigerde het te geloven.

Waarom wilde je per se op je geld zitten? Waarom kon je het niet over je hart krijgen af en toe een euro meer uit te geven, om je eigen comfort en dat van anderen te verbeteren? Nu word je de rijkste persoon op de begraafplaats. En geen kinderen die je er gelukkig mee kunt maken. Ben je daar trots op?

Waarom ging je niet voor jezelf werken? Een boek schrijven? Reizen naar je droombestemming? Omdat je altijd wachtte op het perfecte moment.

Ha, perfectie. De grootste illusie van de moderne mens.

De piep in je oor word je inmiddels ook gek van. Ouderdom komt snel. Sneller dan je wilt. En ouderdom kent vele gebreken.

Je voelt dat het einde nadert. Je lijf voelt nog wel als het jouwe, maar ook weer niet.

En die verdomde piep wordt alleen maar harder.

Je sluit vrijwillig je ogen, in de hoop dat je in slaap valt. Je vindt het eigenlijk wel prima zo. Je hebt geen slecht leven gehad, maar je weet dat het op vele vlakken beter kon. En dat je daar zelf verantwoordelijk voor was. Je weet dat verantwoordelijkheid nemen over je eigen geluk de belangrijkste eigenschap is die je toen altijd hebt genegeerd. Tegen beter weten in.

De enige manier om je rust te vinden, is door in slaap te vallen. En je voelt dat het lukt.

Inmiddels ben je vrijwel volledig omringd door fel, wit licht. Recht voor je kijk je naar een steeds kleiner wordend cirkeltje. “Gek..”, denk je nog even.

Zodra het gaatje voor je volledig sluit, klapt je borst met ongekende kracht omhoog. Je mond trek je wagenwijd open en je zuigt voor je gevoel in een hap alle zuurstof uit de kamer.

Je gezicht doet vreselijk veel pijn. Je hoort overal om je heen weer die piep die je inmiddels bekend in de oren klinkt.

Er staan vijf mensen om je ziekenhuisbed heen.

“Ongelooflijk dit.. wat een wonder!”, hoor je de arts tegen de zusters zeggen.

Je hebt het gered. Een tweede kans. Een kans om die onvergetelijke beelden uit je toekomst weg te vagen en te vervangen voor iets beters.

Wat ga je vanaf nu anders doen?

Het is november 2022 en de vierjarige Orlando – die van Surinaamse afkomst is – zit aan de tv gekluisterd. Voor hem is dit het jaarlijkse hoogtepunt. Sinterklaas komt namelijk elk moment aan in het land.

Ondanks dat de kleine Orlando nog erg jong is, valt hem wel iets op. Alle zwarte Pieten zijn…niet zwart meer. Maar wit.

Hij kan zich nog herinneren dat het de voorgaande jaren niet zo was. Hij heeft hier en daar ook volwassenen horen praten over de verandering die dit jaar is doorgevoerd. Na jaren van demonstraties en eindeloze Facebookdiscussies, is het de oppositie toch gelukt. Zwarte Piet weg en Pieten zonder kleur vergezellen Sinterklaas.

“Mama..”, zegt Orlando, “..heeft Sinterklaas alle zwarte Pieten ontslagen? Deden zij het niet goed? Ik vond zwarte Pieten veel leuker!”

“Verdomme..”, denkt zijn moeder. Bij nader inzien lijkt het er nu op dat Sinterklaas zijn gekleurde Pieten niet goed in hun werk vond. Of nog erger, niet leuk vond. De kleurling is ingeruild voor de blanke om het leuke werk van kinderen cadeaus geven te verrichten.

“Sinterklaas is een racist die blanken voortrekt!”, roept zijn moeder tegen zichzelf. Het volk denkt wederom dat blanken superieur zijn en donkere mensen van hun banen kunnen ontnemen. “Zo werkt het niet!”

Ondanks dat het bovenstaande stuk als onrealistisch en overdreven kan worden gezien, is het punt van het verhaal dat niet, namelijk dat de oplossing voor complexe problemen altijd tot andere problemen leidt. Een probleem waar mensen bij betrokken zijn, zeker als het er veel zijn, is altijd complex. Omdat wij dat als individu ook zijn.

Laat ik halverwege dit stuk maar even een moment nemen om aan te geven dat de Zwarte Piet discussie niet hoog scoort binnen mijn interesses. Ik vind de standpunten van beide partijen zwak en de hele discussie is een jaarlijkse momentopname die na drie keer knipperen weer over is. Het is het equivalent van iedere willekeurige BN’er die voor de zoveelste keer hertrouwt. Het komt, en het gaat. Tot het weer terugkomt.

Inderdaad, beroep doen op traditie (en dus het verleden), is een non-argument. Maar als tegenargument stellen dat Zwarte Piet geassocieerd wordt met slavernij, is exact hetzelfde. Beroep doen op het verleden. Je kunt de link met slavernij alleen maar leggen, omdat het in het verleden de realiteit was. Maar nu niet meer. En twee non-argumenten vormen samen niet de basis voor een productieve discussie, voor zover ik weet.

Veel mensen die betrokken zijn bij de discussie maken zichzelf nog steeds regelmatig wijs dat het hen om de kinderen gaat. Dat is natuurlijk onzin. Als je links-neigend van aard bent, is het niet ongebruikelijk om altijd op zoek te zijn naar een zogenaamde hulpeloze minderheid, die jij uit de brand kunt helpen. En daar vallen kinderen die met stralende ogen wachten op hun cadeautjes, meestal niet onder. De groep die anti-Zwarte Piet is, is dat echter wel. En jij voelt je geroepen om hen te moeten helpen.

Men maakt zich zorgen, dat kinderen verkeerde associaties krijgen met donkere mensen die werken voor een blanke man op een paard. Ik vermoed dat die mensen een onduidelijk beeld hebben van de hel waar daadwerkelijke slaven zich dagelijks doorheen moesten worstelen. Vergeleken met hen belichaamt Zwarte Piet het paradijs.

Creëren we overigens niet juist positieve associaties, door te laten zien dat Zwarte Pieten onwijs genieten van hun werk? Het zijn stuk voor stuk positieve, vrolijke mensen die cadeaus verspreiden en snoep rond gooien. Verdomme, iedereen zou Zwarte Piet willen zijn. Sinterklaas is slechts bijzaak, met zijn ongewassen baard.

Geen kind dat wacht op het geklop van Sinterklaas. Je wacht op het geklop van Zwarte Piet. Altijd. Want als kind vind je Zwarte Piet een absolute baas.

Maar wat mij betreft geven ze alle Pieten een regenboogkleur. Dat verandert voor kinderen uiteindelijk niets. Zij krijgen nog steeds hun cadeaus die na een week de schuur in gaan, en volwassenen vinden wel weer iets nieuws om over te discussiëren op Facebook.

En zo blijft de onvermoeibare machine van het leven draaien, en draaien, en draaien…