Category

Geen categorie

Category

De waarde van een inspanning zit niet alleen maar in het resultaat dat we ervoor terugkrijgen. Een bepaalde inspanning doen kan namelijk een bevestiging zijn van de identiteit die we willen belichamen.

Verandering begint bij onze identiteit. Onze identiteit staat centraal bij alle keuzes die we maken- en alle inspanningen die we doen.

Een inspanning is daarom niet alleen waardevol om het resultaat, maar is vooral waardevol omdat het de identiteit bevestigt die we willen belichamen. Iedere keer dat we een inspanning doen is dit simpelweg een bevestiging van onze gewenste identiteit. Of juist een ontkrachting.

Hoe sterker deze identiteit zich vormt (door frequente bevestiging), hoe makkelijker het wordt om keuzes te maken- en inspanningen te doen die overeenkomen met deze identiteit en bijbehorende doelen.

Minstens de helft van mijn trainingen duren tegenwoordig maar 30-40minuten.

Never ever genoeg om nog veel gespierder, sterker etc te worden. Daar zou ik minstens het dubbele voor moeten trainen.

Als ik alleen maar naar het directe resultaat van die trainingen zou kijken dan zou ik erg makkelijk kunnen besluiten om dan maar niet voor 30-40min naar de gym te gaan. Maar toch doe ik het.

Waarom?

Omdat ik het nut van inspanningen voornamelijk beoordeel op hun bijdrage aan de identiteit die ik wil belichamen.

30-40min trainen is nooit genoeg om veel gespierder te worden. Maar wel (meer dan) genoeg om een bevestiging te leveren aan de identiteit die ik wil belichamen. Het feit dat ik 30min vrijmaak om te gaan trainen bevestigt voor mij namelijk dat ik gezondheid- en fitheid hoog in het vaandel heb staan. Iets dat ik belangrijk vind, aangezien ik mensen dagelijks leer hoe zij zelfstandig lichamelijk- en mentaal fit blijven.

Het in stand houden van een gewoonte zoals sporten, ondanks dat het suboptimale trainingen zijn voor het gewenste directe resultaat, zorgt ervoor dat ik mezelf nog steeds succesvol voel op het gebied van sporten. Want mijn doel is niet meer om zo gespierd mogelijk te worden, mijn doel is om een identiteit te belichamen waar een gezonde levensstijl centraal staat. Iets dat blijvend is en verder gaat dan korte termijn resultaat. En dat betekent dat ik de wereld niet als zwart/wit benader, maar als een spectrum, met meer dan genoeg grijstinten waar ik mij in de eerste instantie ook beter bij voel dan bij het volledig stoppen met trainen.

Een inspanning, ondanks dat het misschien een suboptimale variant is op wat we normaal doen, kan nog steeds super waardevol zijn. Mits dat we lichtelijk van perspectief veranderen en verder kunnen kijken dan het directe resultaat dat het ons brengt.

Een training van “maar” 30 minuten of een “minder” gezonde maaltijd dragen nog steeds veel meer bij aan een gezonde levensstijl dan “geen” training of een junkfood maaltijd. Waarom? Omdat ze de bevestiging geven dat we een identiteit belichamen waar een gezonde levensstijl centraal staat.

En voor wie enigszins waarde hecht aan zijn/haar gezondheid is het uiterst belangrijk om deze identiteit in stand te houden.

Onze identiteit is namelijk waar een hoop van onze keuzes en gedragingen uit het dagelijkse leven vandaan komen. Het versterken van deze identiteit zorgt ervoor dat we steeds makkelijker keuzes maken- en inspanningen doen die overeenkomen met de doelen die we hebben.

Soms zijn de inspanningen die je doet niet genoeg om er direct een gewenst resultaat uit te halen, maar zijn ze wel genoeg om een identiteit te belichamen waar je trots op kunt zijn.

En daarom denk ik dat het belangrijk is dat we verder kijken dan het directe resultaat die inspanningen opleveren.

Ben je op zoek naar blijvend resultaat? Zoek dan vooral telkens weer naar bevestiging voor de identiteit die je wilt belichamen.

Probeer goed voor ogen te krijgen welke inspanningen- en keuzes horen bij de identiteit die je wilt belichamen en probeer daar herhaaldelijk voor te kiezen. Ook als dit soms sub optimaal is, zoals een korte training.

Het was me weer wat, afgelopen weekend.

Op 24 en 25 november vond de Fitfair plaats in de jaarbeurs van Utrecht, en daar waren Dogan en ik bij.

Het vergt geen scherpe geest om vast te stellen dat ik de laatste jaren een stuk minder ben gaan schrijven over fitnessgerelateerde onderwerpen. Als iemand die mij niet kent, zou je zelfs het vermoeden kunnen krijgen dat ik mezelf volledig heb gedistantieerd van de branche, maar niets is minder waar.

Het schrijven, zowel op mijn blog als op social media, is voornamelijk afgenomen omdat ik vond (en daar verschillen de meningen uiteraard over) dat alles wat er echt toe doet, allang gezegd is. Meer dan een handvol keren overigens.

Je kunt stellen dat de kracht van een boodschap voor een groot deel in de herhaling zit, en daar heb je waarschijnlijk gelijk in, maar dat vergt wel een persoon die in de herhaling vallen niet saai en demotiverend vindt. En dan heb je aan mij de verkeerde.

Een vraag:

Wat is de functie van kennis en informatie opdoen over een bepaald vakgebied? Wat is het doel?

Als iemand die vraag aan mij zou stellen, wat overigens nooit gebeurt omdat vragen aan mij meestal nog steeds over eiwit gaan, zou mijn antwoord als volgt zijn:

De functie van kennis opdoen is omdat die kennis praktische meerwaarde zou moeten hebben. Je moet die kennis kunnen gebruiken om er daadwerkelijk iets mee te doen. Om je cliënten te helpen. Om lezers van je blog te helpen. Om mensen te helpen, echt te helpen.

Je kunt alles lezen en leren over waar geld vandaan komt en hoe het wordt gemaakt, maar dat helpt je op geen enkele manier met meer geld verdienen, of anderen meer geld leren verdienen.

En natuurlijk verschilt de definitie van helpen per persoon. Maar wat mij betreft is iemand van informatie zonder praktische meerwaarde voorzien, niet helpen. Ik zou zelfs stellen dat je er het tegenovergestelde mee bereikt.

Het wordt nog een groter probleem, als grote groepen mensen, het idee krijgen dat die relatief waardeloze informatie, behoort tot de essentiële basiskennis van professionals én recreanten.

Tijdens de Fitfair werden er, naast de gebruikelijke ‘hoeveel eiwit moet ik eten?’ en ‘raad jij cheatdays aan?’ vragen, ook vragen gesteld als ‘heeft de frequentie van mijn menstruatie invloed op mijn gains?’ en ‘moet ik rekening houden met de darmflora van mijn cliënten?’.

Als we er puur voor de discussie vanuit gaan dat de frequentie van je menstruatie invloed heeft op je gains, komen we mijns inziens uit op de volgende logische vervolgvragen:

Wat kun je nu daadwerkelijk doen, nu je weet dat de frequentie daarvan invloed heeft? en,
Ervan uitgaande dat je het geheel perfect kunt fine-tunen om je menstruatiefrequentie te optimaliseren, wat is dan de procentuele meerwaarde op het geheel?

Zelfs in een utopisch scenario waarin je alle randzaken kunt optimaliseren, zijn er nog steeds veel te veel hoofdzaken die het optimaliseren van randzaken teniet doen.

Oftewel, je kunt je menstruatie reguleren, of je darmflora proberen te optimaliseren, maar er zijn nog talloze, complexe essentiële basisprincipes die je door en door moet begrijpen om op de lange termijn enigszins succesvol te zijn in je fysieke doelstellingen.

De illusie dat je de basis wel kent, is precies dat. Een illusie die ik met liefde op de proef zou stellen.

Het lijkt er inmiddels op dat ik kritiek uit op de vraagsteller, maar dat is niet de intentie.

We moeten als fitnessprofessional onderscheid maken tussen vragen beantwoorden en vraag creëren.

Als beginnend fitnessprofessional, of gewoon de recreant die zijn doelen hoogst waarschijnlijk iets te serieus neemt, begint het proces altijd met Google. Je gaat zoeken. Zoeken naar informatie waarvan jij denkt dat het belangrijk is en naar trainers, coaches en schrijvers waarvan jij het idee krijgt dat zij er toe doen.

In de huidige staat van de markt vind je te veel informatie die essentieel lijkt, maar niet is. Dat jij het idee krijgt dat je je moet verdiepen in materie die uiteindelijk van geen tot weinig meerwaarde is, is dan ook niet jouw schuld, maar de verantwoordelijkheid van de professionals die het publiceren.

En dat zijn heel veel professionals, voordat je jezelf wijsmaakt dat je exact denkt te weten ‘over wie ik het heb’. Als het om een enkeling ging, noemde ik namen. Dat is een must voor waardevolle kritiek.

Zulke informatie publiceren creëert vraag. Maar vooral een onrealistisch beeld van waar je je tijd in moet investeren.

Ik vrees dat de nieuwe generatie personal trainers en coaches zichzelf over een aantal jaren keihard tegenkomt. Realiserend dat ze wellicht jaren hebben geïnvesteerd in kennis waar ze niets mee kunnen.

Focus je vooral op het perfectioneren van de al behoorlijk complexe, maar wel essentiële basisprincipes. Niet complex om te begrijpen, maar wel om te beheersen.

Duurzaam bewegen, sterker worden, mensen gelukkig maken en houden, mensen bewust maken van hun omgeving, hun gevoel en het daaropvolgende eetgedrag, mensen succesvol fit, slank en content houden. Jaar in, jaar uit.

De kloof tussen interessant en behulpzaam zijn is gigantisch, ondanks dat we soms moeilijk kunnen onderscheid kunnen maken tussen de twee.

Het idee dat je jezelf en iedereen die je kent moet behandelen als sporter van Olympisch niveau, leucine inname moet laten bijhouden, hun menstruatie moet laten aansluiten op hun trainingen en of je 1,6 of 1,8 gram eiwit per dag moet laten eten, is het resultaat van de enorme luchtbel die professionals om je heen eindeloos lang op blijven blazen.

Die bel gaat een keertje klappen. Dat gebeurt met elke fase, in elke industrie.

Zorg ervoor dat je altijd een basis hebt om op terug te vallen, en je niet beperkt bent tot kennis zonder praktische meerwaarde. Dat is niets meer of minder dan mentale masturbatie.

Sophie kijkt zichzelf nog een keer in de spiegel aan. Legt haar rechterhand op haar buik, draait haar hoofd lichtjes naar links toe en forceert een kleine glimlach op haar gezicht.

Het is weer maandagavond. Dat betekent een nieuwe start van de week en dus weer de eerste dag van haar wekelijkse reeks aan trainingen in de sportschool.

Na een hele moeizame opstartfase, is het haar eindelijk gelukt de sportschool een vast onderdeel te maken van haar agenda. Het voelt zelfs al als gewoonte. Echt iets om heel trots op te zijn. Veruit de meeste mensen krijgen dat niet voor elkaar. Nooit niet.

De resultaten die ze heeft behaald worden door haar hele sociale cirkel erkend. Complimenten ontbreken ook niet. Er zijn weinig dingen die zo bevredigend zijn als complimenten krijgen voor het werk waar je je best voor hebt gedaan.

Sophie voelt zich goed. Ziet er goed uit. Heeft een rijk sociaal leven en een goede baan. De band met haar familie is goed en ze heeft een relatie met een man die haar respecteert en waardeert voor de persoon die ze is geweest, maar ook is geworden.

Jarenlang naar de sportschool gaan en je lifestyle volledig omgooien verandert een mens. Sophie is gestopt met roken, het gebruik van recreatieve drugs, let op de voeding die ze consumeert en krijgt voldoende slaap.

Sophie is voor velen de belichaming van perfectie. Op papier zou je niets veranderen.

Sophie weet dat. Zij ziet geluk ook altijd voor haar ogen heen en weer zweven. Maar kan nooit haar hand uitsteken en het geluksgevoel daadwerkelijk vastgrijpen en voelen.

Het grote, zwarte gat dat diep in haar ziel is gevormd, lijkt niet meer opgevuld te kunnen worden. Ondanks dat ze alles in haar leven dagelijks perfectioneert. Dat is een uitputtende, full-time bezigheid.

Sophie loopt haar slaapkamer uit richting de woonkamer, waar haar vriend op de bank ligt na een dag werken. Dik verdiend.

Ze voelt nog altijd even de drang om te vragen: “Zie ik er niet dik uit in deze legging, schat?”, voordat ze de deur uitgaat.

Niet omdat ze zich daar zorgen om maakt, maar omdat complimenten en erkenning van anderen de drijfveer zijn geworden van haar acties. Zonder complimenten, verdwijnt de motivatie.

Zodra je jezelf hebt wijsgemaakt dat je grootste talent en succes je uiterlijk is en je jezelf omringt met mensen die je vooral om je uiterlijk waarderen en complimenteren, verlies je je waarde en potentie uit het oog. Je forceert jezelf tot oppervlakkigheid om het tweedimensionale beeld dat je van jezelf hebt gecreëerd zo veel mogelijk in stand te houden. Vooral voor anderen.

Haar vriend rolt, zoals altijd, met zijn ogen en zegt lachend: “Nee schat, je bent de allermooiste. Trainse!”.

Onderweg naar de sportschool checkt Sophie voor de zoveelste keer die dag nog even haar Instagram. Nog even de privéberichten die ze dagelijks krijgt lezen, om vervolgens te glimlachen en ze te negeren. Sophie plaatst met enige regelmaat foto’s in zeer onthullende sportkleding. Ze is zich er goed van bewust dat ze er op die manier seksueel aantrekkelijk uitziet, maar verdoemt de mannen (soms openbaar) die haar oppervlakkige berichten sturen. Hoe durven ze?

Sophie wilt dat mannen haar zien voor wie ze is. Wie ze echt is. Maar dat is lastig, als ze die mannen niet meer laat zien dan strakke leggings en push-up beha’s. Je krijgt in het leven, vaker wel dan niet, exact wat je geeft.

Maar die berichten zijn bijzaak. Ze controleert voortdurend haar Instagram, omdat ze haar grootste idool in de gaten wilt houden. De persoon die haar heeft geïnspireerd om te veranderen. Jennifer.

Jennifer woont in Californië en is een van de bekendste fitnessmodellen op aarde. Jennifer is in elk opzicht perfect, vindt Sophie.

En dat is niet gek. Want als je al haar foto’s en video’s bekijkt, kan het ook niet anders dan dat je dat beeld van haar hebt.

Een waanzinnig huis, fotoshoots op de mooiste locaties in de wereld, altijd business class reizen, het hele jaar door een prachtig gebruinde huid omdat ze nooit slecht weer hoeft mee te maken en een dikke auto om het plaatje compleet te maken.

Ondanks dat Jennifer het leven van Sophie drastisch heeft veranderd, is ze ook de oorzaak van dat zwarte gat waar ze niet van afkomt. Naarmate Jennifer steeds meer het ideaalbeeld vormde van Sophie, werd er een stuk uit haar gerukt en geprojecteerd op een ander.

Sophie moet en zal een leven leiden zoals dat Jennifer. Dat is de enige optie. Het is toch geweldig om iemand gevonden te hebben die je zo kan motiveren? Die dient als je continue inspiratiebron? Iemand waar je geen genoeg van kunt krijgen?

Het probleem is dat hoe meer je een ander persoon (en zijn of haar leven) idealiseert, hoe meer dat ideaalbeeld van jouw eigen leven, van je verwijderd raakt. De afstand tussen wat je wilt en wat je hebt, neemt eindeloos toe.

En op dat moment wordt je ideaalbeeld je vijand.

Het verandert in een entiteit die constant aanwezig is. Die oordeelt, toekijkt en je uitlacht als het even tegenzit. De aanwezigheid van doelen die je nooit zult bereiken, omdat je ze altijd zult idealiseren, en je uiteindelijk volledig opslokken. Maar je schuift het weg onder de noemer ‘motivatie’.

Het ideaalbeeld dat in je vijand verandert maakt je, voordat je daar erg in hebt, met de grond gelijk.

Maar Sophie kan hoe dan ook haar geluksgevoel niet onderdrukken als ze de laatste foto’s van Jennifer bekijkt, met de teksten die haar nooit zullen vermoeien. Wat ze ervoor over zou hebben om ook maar één dag te leven zoals zij doet. Wat een onbeschrijflijk gevoel moet dat geven!

En terwijl Sophie dagdromend in de tram zit, reizen wij richting het westen, naar de andere kant van de wereld. En daar vinden we onze heldin.

Huilend, in bed en alleen.

Niemand om haar faam en financiële rijkdom mee te delen.

Jennifer heeft altijd al moeite gehad met relaties onderhouden. Dat is ook heel lastig, als je altijd op reis bent. Het siert een mens ook niet om nooit ‘nee’ aan te kunnen horen. En iemand die haar hele leven altijd alles voor elkaar heeft kunnen krijgen, wordt al snel verwend.

Haar vriendinnen – althans, vrouwen die zij vriendinnen noemt – gaan liever niet met haar op stap, omdat ze dan veel minder aandacht van het andere geslacht krijgen.

Jennifer droomt van een normaal leven. Normaal, zoals de meeste mensen dat gewend zijn. Maar hoe kan ze nu nog terug? Ze heeft zo veel opgebouwd. Zo veel fans. Zo veel illusies die ze in stand moet houden. Het eindeloze proces van het perfecte plaatje naar de buitenwereld toe projecteren.

En daarom kiest ze er ook vannacht weer voor, zoals ze dat elke nacht doet, om diep ongelukkig in slaap te vallen en te dromen van makkelijkere tijden. Tijden zonder het gewicht van de hele wereld op haar schouders te moeten dragen.

Het punt van dit verhaal is niet dat geluk niet kan bestaan als je een bepaald leven leidt. Dat is te kort door de bocht.

Het punt is, dat je je gevoelsmatig bijna altijd op het ‘nulpunt’ bevindt. De baseline. En de mensen waar je tegenop kijkt bevinden zich hogerop de ladder dan jij. Denk je. Dat komt omdat het beeld dat je van de ladder hebt beperkt en eenzijdig is.

En je denkt, maar hoopt vooral, dat als je een paar treden omhoog klimt, je meer geluk ervaart. Meer voldoening. De periode die je nodig hebt om te wennen aan je nieuwe omstandigheden, gaat razendsnel aan je voorbij. Waarna dat weer het nulpunt wordt en je je geluk uitstelt tot de volgende trede.

Mensen veranderen, prioriteiten veranderen, passies en hobby’s veranderen. De kans is groter dan je denkt dat je je momenteel in een fase bevindt (het leven is immers een reeks van fases) die je de allerhoogste prioriteit geeft en je als permanent beschouwt.

Je vergeet af en toe kopje onder te gaan om eens goed om je heen te kijken naar de eindeloze opties en potentie die je hebt. Omdat je als de dood bent om omlaag te kijken en het diepe, donkere, onbekende terrein recht in de ogen aan te staren.

Freud is de vader van de psychoanalyse. Hij kwam erachter dat de mens zich van nature redelijk makkelijk openstelt, zolang ze zich comfortabel voelen. Vandaar dat hij hen op een bank liet liggen.

Dat resulteerde in praten. Vrijuit praten. Zonder obstructies.

Uiteindelijk werd dit ‘the talking cure’ genoemd. Praten geneest.

Waarom komen mensen via geschrift vaak intelligenter over dan in persoon?

Waarom klinkt je innerlijke stem duidelijker dan de stem die naar de buitenwereld toe projecteert?

Omdat je niet wordt onderbroken.

Je krijgt de vrijheid om je gedachten en emoties op jouw snelheid te verwerken, alvorens ze te uiten.

Iemand vrijuit laten spreken, is een steeds minder voorkomend geschenk dat je een ander kunt geven.

Het kan soms tot prachtige dingen leiden om de persoon tegenover je – of jezelf – ongestoord zijn gedachten na te laten jagen. Zien waar het toe leidt.

Als een verhaal kant noch wal raakt, vinden we dat al snel vervelend. Ons geduld is niet meer wat het geweest is. We hebben behoefte aan een duidelijk geheel. Het liefst zo beknopt mogelijk.

Maar is juist dit niet de essentie van elke succesvolle discussie, gesprek of onderhandeling? Woorden die zinnen vormen, die uit de startblokken meters uit elkaar liggen, maar gaandeweg steeds meer nader tot elkaar komen om als een linker- en rechterhand samen ineen te vouwen?

Gun een ander zijn gedachten. Kijk. Luister. Wacht. Dat helpt.

Je maakt de laatste zin van je appje nog even af: “Ik ben onderweg schat, tot zo!”. Je legt je telefoon weg om je aandacht weer op de weg voor je te richten.

Je werpt je blik omhoog, maar wordt direct verblind door de koplampen van de auto die je verassend snel tegemoet rijdt. Te snel. Het ging maar om een fractie van een seconde, maar je realiseert je dat je te laat bent.

Je ogen knijpen zichzelf automatisch dicht en je geeft je over aan de duisternis die je als een groot zwart doek overvalt. Het is de laatste, onvrijwillige keuze die je ooit zult maken.

Je schrikt voor je gevoel maar een minuut later wakker en ligt met je ogen wijd open om je heen te kijken. Je brein heeft even nodig om alles een plek te geven. Je beweegt langzaam. Langzamer dan je gewend bent. En de kamer is slecht belicht.

Dan tref je boven je het gezicht van je moeder aan. Jullie blikken hebben elkaar eindelijk gevonden. Ze kijkt je met grote, liefdevolle ogen en een prachtige glimlach aan. Je voelt de warmte van haar af stralen. Het gevoel staat haaks op wat je zojuist in de auto overviel. Je voelt je welkom. Je voelt je thuis. Omringd door onvoorwaardelijke liefde en verbintenis.

Je wilt je hand uitsteken, maar voelt dat het niet gaat. Moeilijk. Je bewegingen zijn anders dan je gewend bent. Je lijf wilt niet meewerken. Zodra je arm meegeeft, vang je in je ooghoek de hand van een baby op. Het is jouw hand. Daar begin je steeds zekerder van te worden.

Ondanks de lichte paniek die je op voelt komen, krijg je steeds meer grip op de realiteit om je heen. Deze kamer ken je nog van vroeger. Hier hebben jullie in een ver verleden ooit gewoond. In inmiddels een ander leven. Maar je knippert even met je ogen en je wordt uit het paradijs getrokken.

Je ligt nu in het gras.

Omringd door vriendjes en vriendinnetjes die je je nog vaag herinnert. De een beter dan de ander. Sommigen van hen ben je al die tijd bevriend mee geweest, anderen ben je helaas vroegtijdig verloren. Dat is de oneerlijkheid van het leven waar je geen controle over hebt.

Jullie hebben het over jullie plannen voor de zomervakantie. De een vertelt het verhaal nog theatraler dan de ander. Overdreven, weet je inmiddels, maar je kunt niets anders dan overweldigd worden door het gevoel van nostalgie. Duurde de schoonheid van je jeugd maar langer. Wat een ongelooflijk leuke, maar veel te korte periode is dat geweest.

Je wilt opstaan om vol trots jouw verhaal te vertellen over de prachtige vakantie die je te wachten staat. Maar op het moment dat je de groep aan wilt spreken, voel je je ongemakkelijk.

Het gras is weg. De jeugdige onschuld is verdwenen.

Je voelt je nerveus. Misselijkmakend nerveus. Oordelende ogen kijken je aan en er wordt hier en daar onsuccesvol een lach onderdrukt.

“Verdomme”, denk je, “ik wil helemaal geen spreekbeurt geven.”

Je likt over je tanden en voelt je beugel zitten. Die beugel waar je zo verschrikkelijk graag van af wilt. Je hebt de bewuste keuze gemaakt je geluksgevoel uit te stellen tot dat moment. Het moment van de bevrijding. Dat jij herboren wordt als nieuw.

Zodra je beugel eruit gaat, ben je gelukkig. Dat weet je zeker. Al zouden je jeugdpuistjes ook wel mogen verdwijnen, als het even kan, maar dat is voor later een zorg.

Ondanks je droge mond en kletsnatte oksels, ga je een poging wagen. Nog even een keertje onnodig kuchen om iets meer tijd te rekken.

Maar je kuch verandert al snel in een oncontroleerbare hoest. Je merkt dat de tijd versnelt, elke keer dat er lucht je longen verlaat.

Je wilt het niet. Je probeert het te onderdrukken. Je weet waar dit toe leidt. Je weet wat het eindstation is. Als je nou nog even de tijd kunt vertragen, nog even na kunt genieten, dan kun je je content overgeven aan het verblindende witte licht.

Je moet alles geven om je nog enigszins te kunnen focussen. Hier en daar een momentje mee te pikken.

Je eerste ongemakkelijke zoen.

Al het onnodige verdriet om relaties die toen de wereld voor je betekenden, maar niets meer dan een van de vele fases uit ieders bestaan vormden.

Alle feestdagen met vrienden en familie, waar je elk jaar zo naar uit kon kijken.

De euforie toen je afstudeerde.

Toen je je rijbewijs haalde.

Je eerste serieuze baan.

Ook beelden van situaties die je liever anders had aangepakt, achteraf. Je spijt die je liever had betuigd aan mensen die je pijn hebt gedaan. Al was het onbewust. Je had nooit de intentie om iemands hart te breken. We proberen zo vaak mogelijk, zo veel mogelijk ons best te doen. We hebben zo veel ballen hoog te houden. Het kan soms niet anders dan dat je er eentje laat vallen, met alle gevolgen van dien.

Jij was toch ook maar mens? Waarom moest je dan voldoen aan onmenselijke eisen?

Beetje bij beetje komt het moment dichterbij. Het wordt onmogelijk om de tranen te onderdrukken. Je was er nog helemaal niet klaar voor. Alles kwam net een beetje op gang.

Die fractie van een seconde. Je kon het niet laten. Je moest per se dat onnodige bericht versturen. “Waarom?”, denk je nu.

Je verdriet maakt abrupt ruimte voor verwarring. Je snapt het even niet. Je pikt beelden op van jezelf, maar momenten die niet zijn gebeurd. Je ziet jezelf, maar je herkent geen haar op je hoofd. Je bent toeschouwer van een leven dat nog niet is geweest. Maar wel komen ging.

Je herkent de persoon die gefrustreerd in de auto zit niet. De persoon die met niets anders dan tegenzin weer in de file staat, onderweg naar de baan waar je helemaal niet naartoe wilt gaan. Om met mensen te werken waar je helemaal niet jezelf niet bij kunt zijn.

Je voelt afkeer voor het idee dat er een moment was in je leven, waarop je jezelf hebt wijsgemaakt dat je de controle kwijt bent geraakt.

Waar zat je met je hoofd?

Je kijkt toe naar hoe je je door een relatie heen worstelt. Jullie zijn er allebei al lang klaar mee. Dat weet je. Dat voel je. Maar je durft die stap niet te zetten. De knoop door te hakken. Je vertelt jezelf dat dat zielig is voor je partner, maar dat een relatie waarbij je elkaar niet meer van waarde bent en elkaars groei belemmert, wel acceptabel is. Je kunt elkaar maar beter negeren, dan elkaar pijn doen.

Waar is verdomme al je lef gebleven? Je had altijd zo veel dromen. Je wilde zo veel doen en bereiken. Wie is die persoon die in elk opzicht middelmatigheid accepteert?

Je zit niet lekker in je vel. Ging je maar vaker naar de sportschool. Kwam je maar meer voor jezelf op.

Je bent blij om te zien dat je nog een handvol goede vrienden hebt behouden. Dat geeft je weer tijdelijk het gevoel van comfort. Van bekendheid. Hoe eenzaam zou je zonder hen geworden zijn?

Beetje bij beetje komt het licht dichterbij. Je hebt je ogen nog net niet dicht. Je kunt nog door twee spleetjes heen turen. Hopend op enige vorm van verlossing.

Je bent op leeftijd. Niet oud. Niet jong. Je schat een jaar of zestig. Mensen waar je ontzettend veel van hield hebben minder geluk gehad dan jij. De gemiddelde leeftijd in Nederland is tachtig, dacht je altijd. Dan heb je nog alle tijd, vertelde je jezelf al die jaren. Ach joh, dat komt nog wel, was altijd het eerste dat uit je mond kwam. Niet stilstaand bij het feit dat er talloze mensen zijn die dat gemiddelde omlaag halen. Ook mensen waar jij mee te maken hebt.

Hoeveel jaar kun je jezelf wijsmaken dat je toch nog jong bent en het rustig aan kunt doen? Je ging er veel te veel van uit dat je wist wanneer het eindpunt zou naderen.

Maar die gevoelens onderdruk je. Dat is pessimistisch, vind je. Totdat de feiten je met een moker tegen je kop aan slaan. Overlijden was altijd je grootste angst. Maar nu weet je dat achterblijven nog veel erger is. Op dat punt kom je er niet onderuit en beland je in een omgeving die je alleen maar als de hel kunt omschrijven. Het eindeloze dieptepunt.

Je hoeft niet gelovig te zijn om de hel te ervaren.

Je bent inmiddels te oud om te sporten. Je hebt veel te veel schepen achter je verbrand. Het is niet anders. That’s life.

Je bent ook al het punt voorbij waarop je je doelen nog een beetje bijstelt. Realistisch probeert te maken, om nog een klein beetje te kunnen genieten van micro-overwinningen. Doelen heb je nog nauwelijks.

De laatste jaren van je bestaan spendeer je veel tijd in je bed. Dat is comfortabel. Jouw vertrouwde plek om je naar terug te trekken van de wereld die je in de steek heeft gelaten.

Het voordeel is dat je veel tijd hebt om na te denken. Over alle dingen die je nog had willen, maar ook kunnen doen. Maar er toch voor koos om het aan je voorbij te laten gaan.

Waarom?

Waarom zei je niet vaker wat je dwars zat? Waar je behoefte aan had? Waarom kwam je niet meer op voor waar je recht op had?

Ook jij had, net als ieder ander, het volste recht op het vervullen van je maximale potentie.

Om te streven naar de best mogelijke relatie, met de persoon waar je het meeste om gaf. Waarom accepteerde je minder? Waarom had je destijds niet alle kennis, maar vooral het zelfrespect, van nu?

Soms zijn de moeilijkste keuzes die je in het leven moet maken, ook de beste. Dat weet je. Dat wist je altijd al. Maar je weigerde het te geloven.

Waarom wilde je per se op je geld zitten? Waarom kon je het niet over je hart krijgen af en toe een euro meer uit te geven, om je eigen comfort en dat van anderen te verbeteren? Nu word je de rijkste persoon op de begraafplaats. En geen kinderen die je er gelukkig mee kunt maken. Ben je daar trots op?

Waarom ging je niet voor jezelf werken? Een boek schrijven? Reizen naar je droombestemming? Omdat je altijd wachtte op het perfecte moment.

Ha, perfectie. De grootste illusie van de moderne mens.

De piep in je oor word je inmiddels ook gek van. Ouderdom komt snel. Sneller dan je wilt. En ouderdom kent vele gebreken.

Je voelt dat het einde nadert. Je lijf voelt nog wel als het jouwe, maar ook weer niet.

En die verdomde piep wordt alleen maar harder.

Je sluit vrijwillig je ogen, in de hoop dat je in slaap valt. Je vindt het eigenlijk wel prima zo. Je hebt geen slecht leven gehad, maar je weet dat het op vele vlakken beter kon. En dat je daar zelf verantwoordelijk voor was. Je weet dat verantwoordelijkheid nemen over je eigen geluk de belangrijkste eigenschap is die je toen altijd hebt genegeerd. Tegen beter weten in.

De enige manier om je rust te vinden, is door in slaap te vallen. En je voelt dat het lukt.

Inmiddels ben je vrijwel volledig omringd door fel, wit licht. Recht voor je kijk je naar een steeds kleiner wordend cirkeltje. “Gek..”, denk je nog even.

Zodra het gaatje voor je volledig sluit, klapt je borst met ongekende kracht omhoog. Je mond trek je wagenwijd open en je zuigt voor je gevoel in een hap alle zuurstof uit de kamer.

Je gezicht doet vreselijk veel pijn. Je hoort overal om je heen weer die piep die je inmiddels bekend in de oren klinkt.

Er staan vijf mensen om je ziekenhuisbed heen.

“Ongelooflijk dit.. wat een wonder!”, hoor je de arts tegen de zusters zeggen.

Je hebt het gered. Een tweede kans. Een kans om die onvergetelijke beelden uit je toekomst weg te vagen en te vervangen voor iets beters.

Wat ga je vanaf nu anders doen?

Het is november 2022 en de vierjarige Orlando – die van Surinaamse afkomst is – zit aan de tv gekluisterd. Voor hem is dit het jaarlijkse hoogtepunt. Sinterklaas komt namelijk elk moment aan in het land.

Ondanks dat de kleine Orlando nog erg jong is, valt hem wel iets op. Alle zwarte Pieten zijn…niet zwart meer. Maar wit.

Hij kan zich nog herinneren dat het de voorgaande jaren niet zo was. Hij heeft hier en daar ook volwassenen horen praten over de verandering die dit jaar is doorgevoerd. Na jaren van demonstraties en eindeloze Facebookdiscussies, is het de oppositie toch gelukt. Zwarte Piet weg en Pieten zonder kleur vergezellen Sinterklaas.

“Mama..”, zegt Orlando, “..heeft Sinterklaas alle zwarte Pieten ontslagen? Deden zij het niet goed? Ik vond zwarte Pieten veel leuker!”

“Verdomme..”, denkt zijn moeder. Bij nader inzien lijkt het er nu op dat Sinterklaas zijn gekleurde Pieten niet goed in hun werk vond. Of nog erger, niet leuk vond. De kleurling is ingeruild voor de blanke om het leuke werk van kinderen cadeaus geven te verrichten.

“Sinterklaas is een racist die blanken voortrekt!”, roept zijn moeder tegen zichzelf. Het volk denkt wederom dat blanken superieur zijn en donkere mensen van hun banen kunnen ontnemen. “Zo werkt het niet!”

Ondanks dat het bovenstaande stuk als onrealistisch en overdreven kan worden gezien, is het punt van het verhaal dat niet, namelijk dat de oplossing voor complexe problemen altijd tot andere problemen leidt. Een probleem waar mensen bij betrokken zijn, zeker als het er veel zijn, is altijd complex. Omdat wij dat als individu ook zijn.

Laat ik halverwege dit stuk maar even een moment nemen om aan te geven dat de Zwarte Piet discussie niet hoog scoort binnen mijn interesses. Ik vind de standpunten van beide partijen zwak en de hele discussie is een jaarlijkse momentopname die na drie keer knipperen weer over is. Het is het equivalent van iedere willekeurige BN’er die voor de zoveelste keer hertrouwt. Het komt, en het gaat. Tot het weer terugkomt.

Inderdaad, beroep doen op traditie (en dus het verleden), is een non-argument. Maar als tegenargument stellen dat Zwarte Piet geassocieerd wordt met slavernij, is exact hetzelfde. Beroep doen op het verleden. Je kunt de link met slavernij alleen maar leggen, omdat het in het verleden de realiteit was. Maar nu niet meer. En twee non-argumenten vormen samen niet de basis voor een productieve discussie, voor zover ik weet.

Veel mensen die betrokken zijn bij de discussie maken zichzelf nog steeds regelmatig wijs dat het hen om de kinderen gaat. Dat is natuurlijk onzin. Als je links-neigend van aard bent, is het niet ongebruikelijk om altijd op zoek te zijn naar een zogenaamde hulpeloze minderheid, die jij uit de brand kunt helpen. En daar vallen kinderen die met stralende ogen wachten op hun cadeautjes, meestal niet onder. De groep die anti-Zwarte Piet is, is dat echter wel. En jij voelt je geroepen om hen te moeten helpen.

Men maakt zich zorgen, dat kinderen verkeerde associaties krijgen met donkere mensen die werken voor een blanke man op een paard. Ik vermoed dat die mensen een onduidelijk beeld hebben van de hel waar daadwerkelijke slaven zich dagelijks doorheen moesten worstelen. Vergeleken met hen belichaamt Zwarte Piet het paradijs.

Creëren we overigens niet juist positieve associaties, door te laten zien dat Zwarte Pieten onwijs genieten van hun werk? Het zijn stuk voor stuk positieve, vrolijke mensen die cadeaus verspreiden en snoep rond gooien. Verdomme, iedereen zou Zwarte Piet willen zijn. Sinterklaas is slechts bijzaak, met zijn ongewassen baard.

Geen kind dat wacht op het geklop van Sinterklaas. Je wacht op het geklop van Zwarte Piet. Altijd. Want als kind vind je Zwarte Piet een absolute baas.

Maar wat mij betreft geven ze alle Pieten een regenboogkleur. Dat verandert voor kinderen uiteindelijk niets. Zij krijgen nog steeds hun cadeaus die na een week de schuur in gaan, en volwassenen vinden wel weer iets nieuws om over te discussiëren op Facebook.

En zo blijft de onvermoeibare machine van het leven draaien, en draaien, en draaien…

Gisteren was het Singles’ Day in China. Oftewel, de dag van vrijgezellen.

Een dag waarop menig mens voor zichzelf rationaliseert waarom hij of zij, soms al langer dan verwacht, alleen door het leven gaat.

Het Kathaarse geloof – dat in de 13e eeuw, in ieder geval bovengronds, verdween na de Inquisitie – diende als inspiratie voor vele gedichten, theaterstukken en andere vormen van kunst. Kunst die in het teken stond van het aanbidden van vrouwen. Of, nog beter gezegd, het aanbidden van en streven naar onmenselijke liefde en extase.

Je kunt honderd willekeurige mensen vragen wat zij onder ‘echte liefde’ verstaan en de kans is groot dat het merendeel van die antwoorden overeenkomt met elkaar. We weten waar we op wachten en naar op zoek zijn, omdat we denken te weten hoe liefde hoort te zijn.

Hoe komt dat? Cultuur. Een non-invasieve (afhankelijk van je definitie) indoctrinatie die generatie op generatie over wordt gebracht.

Maar liefde is mooi en geeft je een warm gevoel van binnen, hoor ik je denken. En toch blijft het aantal echtscheidingen elk jaar weer toenemen. Al jarenlang. Het ziet er toch naar uit dat we iets niet helemaal goed doen. Of dat het in ieder geval beter kan, waarschijnlijk.

Vrijgezel zijn omdat je ervan houdt om alleen te zijn, is iets voor te zeggen. Afhankelijk van je temperament kan dat daadwerkelijk de beste keuze voor je zijn. Al kun je in de algemene zin stellen dat – mits de relatie een goede basis heeft – de kans op geluk op de lange termijn groter is dan als je alleen bent. We zijn immers een sociaal soort.

Er zijn echter genoeg mensen zonder wederhelft, omdat ze onbewust geloven dat er ergens een sterveling rondloopt, die ze verantwoordelijk kunnen houden voor het compleet maken van hun bestaan. Iemand die hen geluk brengt en hun leven zinvol, intens en euforisch maakt.

Relaties die langdurig succesvol blijven, worden niet gevormd door mensen met een geheim. De basis van een succesvolle relatie is geen onverklaarbare liefde en ongecontroleerde emotie, maar het laten vallen van je verwachtingen voor perfectie en je inzetten voor een menselijke band, in plaats van vasthouden aan het ideaalbeeld dat je van romantiek hebt. Een beeld dat je overigens zelf niet eens hebt bedacht.

Het punt waarop romantische extase verdwijnt, is voor veel mensen in onze cultuur een negatief omslagpunt. Dat komt omdat dat altijd als de essentiële basis heeft gediend. Als die basis verdwijnt, en er geen liefde, verbintenis, stabiliteit en betrokkenheid overblijft, houdt het voor velen snel op.

Je partner dient als aanvulling op een al stabiel en kwalitatief hoog leven. Niet als reddingsmiddel voor je leven. Als je partner slachtoffer wordt van jouw onmenselijke adoratie en je hem of haar de macht geeft jou (bijna letterlijk) leven te geven of het leven te ontnemen, neigt het meer naar religie dan naar liefde.

We zijn zo druk met het projecteren van onze zelfbedachte idealen op onze (potentiële) partners, dat we vergeten stil te staan bij de waarde en de schoonheid van de persoon die we daadwerkelijk tegenover ons hebben.

Vrijgezel zijn kan absoluut een keuze zijn, maar ook een pijnlijk en vaak onderdrukt gevolg van een vertekend wereldbeeld. En dat is zonde, omdat je zelf de macht hebt dat te veranderen. Dan wordt het speelveld om een potentiële partner te vinden opeens een stuk toegankelijker.

Leren zonder te doen?

Dat kan.

Maar hoe groot is de kans dat je goed wordt in voetballen door er heel veel video’s over te kijken? Door er veel informatie over op te zoeken?

Hoe goed leert een kind lopen, zonder het zelf te doen? Zonder duizendmaal te vallen en vervolgens weer op te staan?

Ik denk dat als je wilt leren verkopen, websites wilt bouwen of problemen op wilt lossen, dat dat allemaal behoorlijk lastig voor je wordt.

Voel je vrij. Vrij om te leren zónder te doen en te proberen. Blijf vooral alles lezen over leucine, de “perfecte” squat en hoe je mensen moet complimenteren.

Maar waarom zou je het daar bij laten?

Een discussie over de definitie van slim, intelligent, beleerd en andere synoniemen waar je uiteindelijk waarschijnlijk hetzelfde mee bedoelt, is niet ongebruikelijk. Ons beeld of beschrijving van iemand die slim is, verandert vaak over de jaren heen. Maar je zult niet de eerste en niet de laatste zijn als je iemand slim vindt, die veel weet. Of veel lijkt te weten.

Iemand die een universitaire opleiding geniet. Met een brede woordenschat. En altijd een tegenargument paraat heeft.

Maar is dat wat slim zijn is? Is dat het einddoel van leren?

Het is verre van jouw verantwoordelijkheid dat je een dergelijk beeld (maar dan iets genuanceerder) hebt van een slim persoon. We groeien immers allemaal op binnen dezelfde cultuur. Nederland, om enigszins specifiek te zijn, maar ‘de Westerse wereld’ geldt voor dit voorbeeld ook. We zijn onderdeel van een onderwijssysteem dat zich vooral richt op het aansturen van studenten, zodat zij uiteindelijk hoge cijfers halen tijdens hun toetsen.

Een momentopname van hooguit een paar uur, waarin je moet hopen dat je de juiste informatie hebt onthouden, om antwoord te kunnen geven op verassend specifieke vragen, die je in het beste geval ooit een keer een ronde verder helpen bij Triviant (een bordspel voor nerds), en nooit meer mee te maken krijgt in het slechtste geval.

Hoge cijfers zijn belangrijk, want dat staat goed. Goed op je rapport. Goed voor de docent in kwestie. En goed voor de school.

Streven naar hoge cijfers is waar het hele systeem zich voor buigt en op richt, al ontstaat er wel steeds meer tegengeluid voor deze manier van onderwijs. Dat tegengeluid ontstaat, omdat we weten dat het niet werkt.

Wel om informatie te onthouden, uiteindelijk te slagen, je diploma te halen en een indrukwekkend CV op te stellen. Maar niet om te leren.

Een essentieel onderdeel van leren is doen. Uitvoeren. Testen.

Zonder het toepassen van de informatie die je – wonder boven wonder overigens met saaie, onderbetaalde en daardoor overspannen docenten – hebt weten te onthouden, doe je geen ervaring op. Zonder ervaring, vergroot je je inzicht niet. Zonder het vergroten van je inzicht, stagneer je. Je mening blijft hetzelfde, je krijgt geen grip op wanneer je je onthouden theorieën, strategieën en modellen toe moet passen in de praktijk.

Informatie onthouden is de eerste stap, maar het is slechts een druppel in de oceaan van wat leren op de lange termijn daadwerkelijk inhoudt.

Ik vermoed dat de belangrijkste reden dat ik zelf relatief snel ben gegroeid als fitnessprofessional (als je ervoor wilt kiezen om me zo te noemen) is omdat ik alles waar ik over las, toe wilde passen in de praktijk. Op verschillende manieren. Schrijven over bevindingen, eindeloos discussiëren, praten over ideeën en het toe te passen bij mensen die op dat moment hulp nodig hadden. Dat is, wederom wat mij betreft, de essentiële basis om een enige duurzame vorm van kennis op te kunnen doen.

Mijn intentie is overigens niet om te stellen dat leren en uiteindelijk kundig worden beter is dan informatie onthouden. Beide hebben een plek, al is het doel van dat laatste een stuk lastig om uit te leggen.

Mijn doel is echter het eerste. Dat is het altijd geweest.

Dat is voor mij en Dogan ook een van de voornaamste redenen geweest om Perfect Performance Sport Clinics op te richten. Het is uitstekend dat je weet waar een squat goed voor is en dat je weet in welk schema de oefening thuishoort. Maar kun je ook zien wanneer een Bulgarian split squat beter kan? En weet je hoe je die problemen effectief op kunt lossen? En hoe je in de praktijk verschillende mensen, onder verschillende omstandigheden, continue beter kunt leren bewegen? Ook als ze niet luisteren? Of anders zijn dan je gewend bent? Of als het anders gaat dan je geleerd hebt?

Bijna iedereen neigt naar een positief en dus bevestigend antwoord over zichzelf. Dat is niet gek. Maar dat is het nadeel van kennis. Het is onmogelijk om de totaliteit van jezelf door en door te kennen. Daar veranderen we te veel voor. En onze omgeving ook. Maar daarom kun je je ook voorstellen dat het een absurde gedachte is om te denken dat je je bewust bent van alle kennis die je nog niet hebt.

Je moet jezelf voor gek verklaren als je ook maar denkt een idee te hebben van welke kennis je nog niet in huis hebt. Want die hoeveelheid kunnen we als individu niet bevatten. Daarom zijn nieuwe dingen proberen – na enige vorm van kritische beoordeling – je tijd waard. En ja, je geld ook.

Enige tijd geleden ben ik ook begonnen met een podcast: Omdat het kan.

Ook dat is weer een uitstekende tool om de kennis die je op hebt gedaan uit te spreken. Te delen. Het idee dat zich over de dagen heen manifesteert in je bewustzijn een plek te geven en er vervolgens over te praten. Zo onthoud je informatie niet alleen beter, je leert ook waar en hoe het toe te passen is in de praktijk.

En dit onnodig lange verhaal is eigenlijk het voorwoord voor een hele eenvoudige aankondiging, namelijk dat ik te veel bezig ben geweest met podcasten (wat ik nog steeds elke week blijf doen) en te weinig met schrijven.

Los van dat ik schrijven erg leuk vind om te doen, doet het exact waar ik de laatste 750 woorden (ongeveer) op doel: het helpt mij en het helpt – af en toe – een verdwaalde lezer. Maar ondanks dat deze post dus vrij lang is (dat zei ik net ook al, dat klopt), ben ik niet meer gecharmeerd van artikelen over eiwitinname die 4000 woorden in beslag moeten nemen.

Ik wil het korter maken. Willekeuriger. Het hoeft niet te voldoen aan het plaatje (voornamelijk vooroordelen en ideeën) die anderen hebben. Van mij en wat ik doe, in dit geval. Of van wat ik zou moeten doen, eigenlijk.

De podcast hou ik gewoon nog lekker absurd lang van stof, maar het schrijven ga ik weer oppakken. En dan kort houden. Gedachten, ideeën, tips en gewoon complete nonsens (blijkt vaak achteraf). Dat kan in bepaalde periodes dagelijks zijn en in andere periodes…niet dagelijks.

Het zal ook, net als bij mijn podcast, over verschillende onderwerpen gaan. Onderwerpen die me interesseren, fascineren en daarom motiveren om het continue leerproces hopelijk nooit meer te laten stoppen.

Ik hebt gemerkt dat ik het persoonlijkere contact met luisteraars van mijn podcast ook veel leuker vind dan generieke vragen onder algemene blogposts die ook door veertien anderen geschreven zijn. Daarom komen die blogposts, als je je daarvoor ingeschreven hebt, ook in je mailbox terecht. Dat maakt het toegankelijk en persoonlijk.

Als je daar niet op zit te wachten, kun je je natuurlijk altijd uitschrijven. Mocht je je nog steeds vooral bezighouden met de beste oefening voor je bovenkant borst en op zoek zijn naar een eiwitrijke cheesecake waar je niet wekenlang van geconstipeerd raakt, is daar absoluut niets mis mee, maar die onderwerpen zul je vrijwel niet geschreven zien worden door mijn vingers. Je kunt je trouwens onderaan de pagina inschrijven voor die nieuwsbrief. En voel je nooit bezwaard om te reageren of een vraag te stellen. Maar dan niet over je bovenkant (of onderkant) borst.

En nee, binnenkant borst bestaat nog steeds niet. Het is verdomme geen 2008 meer.

Dat was het eigenlijk wel. Einde bericht.

Failing to plan, is planning to fail

Ik geloof dat iedereen de bovenstaande uitspraak ondertussen iedereen weleens heeft gehoord. En zo niet, dan heb je hem nu gehoord.

Deze uitspraak werd ergens voor het eerst rond 1970 door Alan Lakein gedaan. Alleen hoefde onze Alan waarschijnlijk niet tijdens de spits via de A16 naar zijn kantoor, woonde niet in een land waar NS de treinen regelt en had ook geen cryptocurrency prijzen die hij stiekem in de gaten moest houden tijdens het werk – met als gevolg dat zijn volledige planning elke dag tóch sowieso naar de tandjes ging.

Dus.. Alan had makkelijk plannen, maar voor de doorsnee persoon die wél in bovengenoemde context leeft en meer verantwoordelijkheden heeft dan het in leven houden van een cactus en een huiskat is het gewoon simpelweg wat lastiger om te plannen.

Maar goed, Alan deed deze uitspraak en wij roepen het gewoon na. Zoals iedere andere uitspraak, want uitspraken klinken vaak intelligent en doordacht, dus zijn ze waar. Het probleem met uitspraken is alleen vaak dat ze veel intelligenter klinken dan dat ze waar zijn. Precies zoals deze.

Zo plande ik een aantal maanden terug om te gaan trainen van 19:00 tot 20:00,
zodat ik van 20:15 tot 20:45 rustig kon douchen en mijn haar kon fohnen,
om vervolgens van 20:45 tot 21:15 te eten en de avond rustig te kunnen eindigen met een uurtje schrijven van 21:30 tot 22:30. Want ik wilde eens vroeg slapen, want oogcreme van 80 euro per maand blijven smeren is geen optie meer, want mijn bitcoins donderen met 25% per dag naar beneden.

Maar, door een volledig verkeersinfarct op de A16 was ik pas om 19:30 thuis. Doordat bitcoin besloot om 25% te zakken kreeg ik zelf eerst even een infarct, waardoor mijn training pas om 20:00 kon beginnen en om 21:00 pas klaar was. Hierdoor ging ik pas om 21:15 douchen, maar omdat ik mijn haar iets sneller heb geföhnd was ik binnen 15 minuten klaar in plaats van 30. Van 21:30 tot 22:00 heb ik dus gegeten om vervolgens EINDELIJK om 22:10 aan mijn artikel te beginnen.

Zoals je ziet, had ik alles perfect gepland. Ik maakte zelfs intelligente keuzes door tijd te besparen op het föhnen van mijn haar, maar toch is mijn volledige planning op de schop geraakt. Hierdoor raakte ik gefrustreerd, zat mijn haar nóg kutter en was mijn artikel niet op het niveau dat ik graag wil. Hierdoor ging ik te laat naar bed, waardoor ik alsnog oogcreme moest smeren om te voorkomen dat ik er als een levend duplicaat van de walking dead uitzag.

Maar het vervelendste is nog dat ik het artikel op een ander moment opnieuw moet schrijven. Waardoor mijn, al best wel volle agenda, nóg voller wordt én mijn werk opstapelt en ik het waarschijnlijk allemaal niet op tijd af krijg.

Of hoe vaak is het niet voorgekomen dat je netjes je laatste maaltijd van de dag hebt gepland in MyFitnessPal, maar dat je er bij thuiskomst achter komt dat één van je mede-inwoners met zijn dikke vingers je eten heeft opgegeten? En nu? Want de winkels zijn ondertussen al dicht, dus je hebt geen tijd om boodschappen te doen… Maar goed.. Dit is weer een onderwerp voor een volgend artikel, maar ik kan mij voorstellen dat het irritant is.

Terug naar het onderwerp…

Wat gaat er dan telkens mis?

Wat zorgt er, ondanks een perfecte planning en uitstekende regie, voor dat alles toch vaak niet zo loopt als dat we hopen?

Toeval. En onzekerheid

Toeval. En onzekerheid.

Want per toeval gebeurde er een ongeluk op de A16 waardoor heel de A16 vast stond. En omdat ik geen rekening hield met de onzekerheid dat het verkeer mij geeft, heb ik iets geprobeerd te plannen in een toekomst waarvan ik de omstandigheden nog niets wist (en niet kon weten, vanwege toeval en onzekerheid). En ik heb er ook nog eens geen rekening mee gehouden dat het anders zou kunnen lopen dan ik had gepland.

Omdat ik een vrij volle week heb waarin ik veel werk moet verrichten en deze weekplanning eigenlijk geen tegenslagen kon gebruiken, is dit natuurlijk helemaal kut.

En ondanks dat je dit nu leest en misschien denkt: Ja, maar je weet toch dat dit soort dingen kunnen gebeuren? Weet ik bijna 100% zeker dat óók jij dit soort planningstegenslagen te verwerken krijgt.

Maar waarom denken we vaak dat we zaken in de toekomst kunnen plannen zonder rekening te houden met een alternatieve uitkomst? En dan ook nog eens zo naïef zijn om verbaast en gefrustreerd te zijn als het niet uitkomst zoals we hadden gepland. Alsof we daadwerkelijk in de illusie geloven dat we de toekomst en bijbehorende omstandigheden kunnen voorspellen.

Ik denk dat we vaak oprecht vergeten hoeveel toeval en (externe) onzekerheid er zich in ons dagelijkse leven verschuilt. Ik denk dat we oprecht vergeten hoeveel externe factoren de potentie hebben om onze planning te dwarsbomen. NEE, natuurlijk was ik er niet vanuit gegaan dat er een ongeluk gebeurde op de A16 en NEE natuurlijk ga je er niet vanuit dat je huisgenoot je eten opeet met zijn dikke vingers, maar het zijn beide wel scenario’s die, ongeacht de waarschijnlijkheid, wel kunnen voorkomen.

Het maakt namelijk niet uit hoe intelligent onze keuzes zijn en hoe goed we zijn in het regisseren van ons leven, toeval en onzekerheid heeft altijd het laatste woord. Het enige dat we hier tegenover kunnen zetten, is het handelen volgens bepaalde principes die onafhankelijk zijn van de gegeven situatie.

Een lichtelijk willekeurig tijdschema voorkomt dat we optimaliseren en buitensporig doelmatig handelen, vooral bij verkeerde dingen. (zoals bij het plannen van trainingen en voeding). Dit kleine beetje onzekerheid zorgt ervoor dat we als mens rustig kunnen genieten van het kakken op het toilet zonder gestrekt te gaan door naïeve planningen, onrealistische verwachtingen en tijdsdruk.

Ik zeg niet dat we ons volledige leven op de gok moeten inrichten, maar ik zeg wél dat we wat kritischer moeten kijken naar de noodzakelijkheid van de verwachtingen en planningen  die we onszelf opleggen. Is het écht nodig om perse om 19:05 te trainen? En perse nodig om op 09:00-12:00-15:00-18:00 te eten?

Er zijn maar heel weinig zaken die perse op een vast moment gepland moeten worden. Het is alleen zo dat we graag plannen om alle beetjes onzekerheid weg te filteren uit ons leven. Plannen geeft ons een gevoel van (schijn)controle. Inderdaad, schijn. Want uiteindelijk winnen toeval en onzekerheid het áltijd.

Want we proberen structuur aan te brengen in een toekomstig moment, zonder dat je weet wat het exacte moment en bijbehorende omstandigheden zijn.

Maar goed, ik ben dus mijn leven op basis van de bovengenoemde principes gaan inrichten en onderstaand leg ik wat verder in detail uit hoe ik dat doe.

Mijn manier van (niet) plannen

Sinds een aantal maanden plan ik dus echt puur en alleen maar de afspraken die op geen enkel ander tijdstip plaats kunnen vinden, daadwerkelijk afgesproken zijn om op een specifiek moment plaats te vinden óf afspraken waar ik afhankelijk ben van andermans agenda, waardoor ik alsnog soms gedwongen word om op een heel specifiek moment ergens te zijn.

Hieronder vallen bijvoorbeeld zakelijke meetings, persoonlijke afspraken/etentjes, kappers afspraken en gesprekken met coaching clienten.

Mijn agenda is dus eigenlijk, buiten de bovengenoemde type afspraken, volledig leeg. Ondanks dat ik iedere week toch aardig veel te doen heb en iedere weekdag zo’n beetje vol zit.

To-do’s

Álle andere to-do’s die ik heb (en dan bedoel ik écht ALLE) houd ik bij via een app genaamd ToDoIst. Hierin staan al mijn to-do’s onderverdeeld in projecten. Een project is eigenlijk niets meer dan een categorie, waarin ik alle gerelateerde to-do’s verzamel.

Projecten in mijn ToDoIst zijn:

  1. Prive (voor boodschappen, schoonmaken, mediteren, lezen, etc..)
  2. Coaching (alle coachingsgerelateerde to-do’s)
  3. Content productie (Schrijven, research, website updaten, instagram posts inplannen)
  4. Be The Brand (alle werkzaamheden voor be the brand)

Binnen deze projecten verzamel ik dus letterlijk alles wat ik wil/moet doen voor de betreffende projecten.

To-Do’s worden, zoals eerder vermeld, dus niet specifiek geblokt in mijn agenda. Ik bepaal dus nooit op voorhand wanneer ik aan een to-do werk, maar bepaal alleen op voorhand wanneer ze uiterlijk gedaan moeten zijn (mits er een deadline is). To-do’s worden puur en alleen maar verzameld, eventueel met een uiterlijke deadline in mijn ToDoIst.

Er wordt echt puur en alleen maar een deadline aan gekoppeld als het écht niet anders kan.

Een deadline is voor mij overigens geen datum waarop ik verwacht dat de to-do gedaan kan zijn, het is een datum waarop de to-do uiterlijk gedaan moet zijn.

Prioriteren, maar dan logisch

Alles dat geen afspraak is die ik specifiek kan inplannen wordt dus een to-do, maar er zijn dus soms ook to-do’s met een deadline. Het probleem met deadlines is alleen dat we ze vaak gebruiken om te bepalen aan welke to-do’s we werken. Deadlines zijn echter geen middel om te bepalen wat voor werk je op een bepaald moment moet verrichten, want nogmaals: Je weet op voorhand niet waar/wanneer je precies toekomt aan de to-do, je weet alleen wanneer deze uiterlijk gedaan moet zijn.

Wanneer je to-do’s uiterlijk gedaan moeten zijn bepaald dus niet wanneer je ze daadwerkelijk gaat doen: Het bepaald alleen wanneer je ze uiterlijk gedaan moet hebben.

En om deze deadlines te kunnen waarborgen en om logischer, efficiënter én effectiever te werken heb ik het volgende bedacht: Tags.

Ik voorzie dus al mijn to-do’s van tags. De meest voorkomende tags zijn momenteel: kort, middel, lang, creatief, uitvoerend, thuis, kantoor, auto, laptop, camera en ik heb nog een aantal tags voor de personen en locatie waar ik mee werk.

Deze tags geven aan wat voor type to-do’s er in mijn projecten staan en van welke momenten en van wie ik allemaal afhankelijk ben. Zo gebruik ik de tag auto voor alles dat ik in de auto kan doen, gebruik ik creatief voor mijn schrijfwerk en uitvoerend voor elk type geestdodend werk dat je kunt bedenken. Ook heb ik nog tags voor de duur van een to-do.

Dit zorgt ervoor dat niet alleen maar kijk naar wat ik moet doen, maar dat ik vooral kijk naar wat ik op dat moment en op die locatie kán doen.

Iedere keer dat ik besluit aandacht te besteden aan één van mijn to-to’s is dus het eerste dat ik doe:

  1. Alle to-do’s met de tag van mijn huidige locatie/situatie filteren
  2. Alle to-do’s  met de tag van mijn beschikbare materiaal/personen filteren
  3. Alle to-do’s met de tag van mijn beschikbare tijd filteren (kort, middel, lang)
  4. Alle to-do’s met de tag van mijn huidige staat filteren (creatief/uitvoerend)

Na het toepassen van de bovenstaande vier filters houd ik een lijstje over met alle to-do’s die aan deze criteria voldoen. Oftewel: Allemaal to-do’s die ik zowel wilkan én moet doen.

Pas nadat de bovengenoemde criteria zijn toegepast werp ik een blik op de deadlines. Want ongeacht de deadlines die er in mijn to-do’s staan: als ik niet de beschikbare materialen, personen of locaties ter beschikking heb, dan is het zinloos om deze to-do’s überhaupt in overweging te nemen. 

Ik bespaar mezelf dus de moeite om deze to-do’s te overwegen en bespaar mezelf dus de potentiële werkdruk die deze deadlines mij geven gepaard met het gegeven dat ik niet aan de meest belangrijke deadlines kan werken.

Ik werk dus uitsluitend aan to-do’s die daadwerkelijk binnen mijn mogelijkheden liggen volgens de eerder genoemde criteria.

Maar….

Vanwege de enorme vrijheid dat dit systeem je biedt, bestaat de kans dat je commitment mist en daardoor veel potentiele werkmomenten geen werk verricht. Niemand verteld je namelijk meer wat je wanneer precies moet doen, ook je agenda niet.

Het komt er dus op neer dat jij er zelf een gewoonte van moet maken om vaak in je projecten overzicht te kijken of er to-do’s zijn die je op dat moment, binnen je mogelijkheden, kunt uitvoeren.

Iedere keer dat ik een moment vrij heb en deze aan to-do’s wil besteden, dan pak ik ToDoIst erbij en filter ik mijn volledige projectenlijst met mijn criteria.

Dat betekent niet dat ik iedere 5 seconden die ik vrij heb aan to-do’s besteed, het betekent dat iedere keer dat ik er voor KIES om tijd te besteden aan to-do’s ik de to-do’s oppak die ook daadwerkelijk realistisch om te doen zijn.

Dit geldt voor boodschappen doen, schoonmaken, schrijven of werkzaamheden voor mijn werk. Eigenlijk voor alles.

Uiteraard dien je met dit systeem wel rekening te houden met deadlines en is het belangrijk dat je voor ogen houdt welke to-do’s/welke deadline hebben, want als je dat niet doet loop je het risico dat je nooit de benodigde to-do’s kunt doen vanwege het feit dat ze nooit aan je criteria voldoen.

Wekelijkse review

Om goed voor ogen te houden welke deadlines ik de komende tijd heb doe ik iedere zondag een wekelijkse review. Dit is dus niet bedoeld om heel mijn agenda vol te stampen met werkzaamheden die ik toch niet op dat specifieke moment ga doen, maar mijn wekelijkse review is bedoeld om alle deadlines onder de loep te nemen en te evalueren of alles op schema loopt.

Op basis van de deadlines en overige vaste afspraken uit mijn agenda kan ik alvast een globale schatting maken van hoe mijn week eruit ziet en kan ik ervoor zorgen dat ik eventuele locaties, personen en materiaal kan voorbereiden voor to-do’s die ik die week wil oppakken. Dit is handig, zodat ik de noodzakelijke to-do’s ook daadwerkelijk op tijd kan oppakken, zonder het risico te lopen dat ze niet aan de criteria voldoen.

Dus..

Failing to plan is niet planning to fail, want plannen is voor de meeste zaken onzinnig.

Failing to plan, is planning to win.

Structureren aan de hand van een aantal simpele, maar effectieve principes is dan wel weer serieus goud waard. En ik zeg absoluut niet dat dit de enige manier is waarop je dit kunt doen, maar het is wellicht een bron van inspiratie om je eigen methode te ontwikkelen.