Hardnekkig vet. Vrouwen krijgen het vet rond de heupen niet weg waardoor ze een dikke kont houden en mannen blijven zitten met een buikje dat het glorieuze six-pack daaronder verhult. Vrees niet, er is een oplossing. De verdeling van vetopslag op je lichaam wordt bepaald door je hormonale balans. Fix je hormonale balans en je hardnekkige vet verdwijnt als sneeuw voor een kernreactor. Het mooiste is dat je hiervoor niet eens minder hoeft te eten.

Aldus het verhaal van een exponentieel stijgend aantal organisaties die verbeteringen in je lichaamssamenstelling beloven door slim in te spelen op je hormonale balans, zoals Personal Hormonal Profiling en Charles Poliquin’s BioSignature Modulation. In Nederland is de trend ook recent aangewakkerd door verscheidene publicaties van Ralph Moorman, zoals De Hormoonfactor en Het Hormoonbalansdieet. De vraag is, hoe wetenschappelijk zijn deze theorieën en hoe zinnig zijn de concrete applicaties?

De essentie van de hormonale-balans-theorie is als volgt: je kunt zelf zonder bloedonderzoek je serumconcentraties van alle relevante hormonen bepalen. Dit doe je door de dikte van je huidplooimetingen op verscheidene plekken op je lichaam te meten met caliper; beter bekend als de tangmeting. Je regionale vetopslag geeft aan welke hormonen uit balans zijn. Als je bijvoorbeeld disproportioneel veel vet achterop je schouderbladen hebt, wordt dat gezien als een teken dat je insulinespiegel hoog is. Als je weet welke hormonen uit balans zijn, kun je dit door middel van specifieke training, voeding, supplementatie en algemene lifestyle corrigeren. Als je dit doet, verdwijnt het vet op de ongewenste locaties.


Op basis van 12 huidplooimetingen met calipers wordt je hormonale balans bepaald.

Verdeel en heers blijf dik
Voordat we enige wetenschap geraadpleegd hebben kunnen we al een probleem vinden in het beïnvloeden van je vetverdeling via je hormonen. Je vetverdeling en je vetmassa zijn afzonderlijke eigenschappen van je antropometrie (letterlijk ‘menselijke afmetingen’). Massa duidt de absolute hoeveelheid vet aan en de verdeling duidt aan hoe het vet verspreid is over het lichaam. Als je dus je hormonale balans beïnvloedt zonder dat je afvalt, word je niet slanker. Vrouwen ‘verliezen’ bijvoorbeeld tijdens de menopauze vet op hun benen en billen. Dat vet verplaatst zich naar de romp, wat leidt tot een meer gelijkmatige verspreiding van vet over het lichaam [1, 2]. De meeste vrouwen ervaren dit zacht gezegd niet als het geheim tot een strakke booty.

Een kern van waarheid
Herdistributie van je vetopslag zonder af te vallen is dus niet altijd wenselijk. Soms echter wel. Veel mannen zouden het niet erg vinden als het vet op hun buik gelijkmatig verspreid zou worden over de rest van het lichaam. Is dit mogelijk door je hormonale profiel te veranderen? Jazeker. Er zijn een hoop mensen die denken dat Personal Hormonal Profiling, BioSignature, etc. complete onzin zijn. Dat is niet het geval. De wetenschappelijke literatuur is onverdeeld over het feit dat je regionale vetdistributie bepaald wordt door de activiteit van diverse hormonen [7, 9]. De centrale premisse dat je kan beïnvloeden waar je lichaam vet opslaat door je hormonale balans te veranderen is dus juist.

Dit is echter niet het einde van het hormoonverhaal. Hoe je hormonen lokale vetopslag bepalen is namelijk niet zoals de meeste populaire programma’s je doen geloven.

The sex hormones
De meeste mensen zijn bekend met de volkswijsheid dat mannen een ‘appelfiguur’, dat wil zeggen relatief hoge viscerale en intraperitoneale (buik) vetopslag, en vrouwen een ‘peerfiguur’, dat wil zeggen relatief hoge gluteofemorale (heup, billen, bovenbenen) vetopslag, hebben. De volgende afbeelding, die overigens uit een wetenschappelijk tijdschrift komt, geeft dit weer [7].

Dit is geen fabel, zoals iedereen in het alledaags leven kan opmerken. De volgende observatie in de logica van de hormoonbalansprogramma’s is dat mannen veel testosteron hebben en vrouwen veel oestrogeen. Dat zijn immers de geslachtshormonen. “Nou, dat zal dan wel de oorzaak zijn van het verschil in vetopslag.” Dit is een typische logische denkfout in het veronderstellen van causatie in een bepaalde richting op basis van een correlatie. De werkelijkheid is dat zowel de verschillen in de productie van geslachtshormonen als de verschillen in lokale vetopslag grotendeels vastliggen in je DNA. Zo’n 50% van de verschillen tussen de geslachten en 70% binnen een geslacht kunnen op basis van genetische factoren verklaard worden [6, 7]. Op transseksualiteit in relatie tot hormoonproductie kom ik zo nog terug, maar ik ga er hier vanuit dat mensen hun geslacht niet gaan veranderen om hun hormonen ‘in balans’ te krijgen.

Testosteron
Ook de overige 30% variatie in vetopslag tussen mensen van hetzelfde geslacht komt niet door de geslachtshormonen. Laten we beginnen bij testosteron, want ik doe niet aan ‘ladies first’ (positieve discriminatie is immers niet meer dan discriminatie gecombineerd met een waardeoordeel). Zelfs in mannen leidt hoge doseringen testosteron injecteren of je natuurlijke productie stilleggen niet tot een verschuiving in de verdeling van de onderhuidse vetopslag [8]. Als testosteron wel direct de locatie van vetopslag zou beïnvloeden, zouden mannen en vrouwen een precies omgekeerde vetdistributie hebben. Testosteron werkt namelijk via de androgene (letterlijk ‘man makende’) receptor. Je bovenlichaam bevat meer androgene receptoren dan je onderlichaam. Aangezien testosteron lipolyse ofwel vetverbranding stimuleert zou je dus juist verwachten dat mannen veel vet opslaan in hun onderlichaam en vrouwen in hun bovenlichaam [10]. Ik voel me persoonlijk gezegend dat ik in een wereld leef waar vetopslag in vrouwen leidt tot vrouwelijke rondingen in plaats van een pens.

Stress
Het effect van testosteron op vetopslag is echter veel complexer. Het belangrijkste effect van testosteron op lokale vetopslag geschiedt indirect via cortisol, het stresshormoon. Cortisol is het hormoon met de meest directe relatie tot lokale vetopslag. Cortisol werkt namelijk via de glucocorticoïde receptor. Viscerale adipocieten, het beruchte vet tussen de organen in je buik, hebben relatief meer glucocorticoïde receptoren dan subcutaan, onderhuids, vetweefsel. Intra-abdominale adipocieten hebben weer relatief meer glucocorticoïde receptoren dan gluteo-femorale adipocieten. In andere woorden, cortisol zorgt voor de meeste vetopslag op je buik, daarna op je torso en daarna op je heupen en benen [9].

Wat heeft dit met testosteron te maken? Testosteron en cortisol zijn antagonisten: in het lichaam strijden ze continu om de activiteit van lipoproteïne lipase (LPL). LPL is een enzym dat vetcellen klaar maakt voor verbranding of opslag. Cortisol stimuleert de werking van LPL en testosteron verhindert deze. Als testosteron niet stijgt, leidt een toename van cortisol dus in een verschuiving van je vetopslag van je onderlichaam naar je bovenlichaam en dan met name je buik [9]. In tegenstelling tot de effecten van testosteron, komen de effecten van cortisol dus overeen met de hormoonbalanstheorieën.

Het viscerale vet diep in je buik heeft naast meer glucorticoïde receptoren ook meer androgene receptoren dan onderhuids vet, waardoor testosteron in mannen ervoor zorgt dat vet minder diep wordt opgeslagen zonder daarbij te veranderen in welk lichaamsdeel de vetopslag plaatsvindt [8, 9]. Dit is uiterst belangrijk voor je gezondheid, maar aan je fysiek is niet te zien hoe diep vet is opgeslagen. Alleen het totale volume vet bepaalt immers hoe groot een lichaamsdeel wordt, ongeacht hoe het opgestapeld is.

Het vrouwelijk perspectief
Het effect van oestrogenen op lokale vetopslag in mannen is inbegrepen in het effect van testosteron. De hoeveelheid oestrogeen, specifiek oestradiol en oestron, is namelijk in gezonde mannen altijd gelijk aan een proportie van testosteron. Het enzym aromatase converteert een deel van de totale hoeveelheid testosteron naar oestradiol, dus als de testosteronconcentratie stijgt, stijgt oestrogeen mee. De oestrogenen oestradiol en oestron kunnen naar elkaar geconverteerd worden. Oestron kan ook geproduceerd worden door aromatase van androsteendion, de voorganger van testosteron. In beide gevallen gaan testosteron- en oestrogeenconcentraties gelijk op. In gezonde mannen is het dus normaal gesproken onmogelijk om onderscheid te maken tussen oestrogeen en testosteron op basis van verschillen in vetopslag. [4]

In vrouwen is de werking van testosteron precies andersom en zijn oestrogenen de rem op de effecten van cortisol op LPL. Testosteron kan bij vrouwen juist zorgen voor extra vetopslag op de romp. Vrouw-naar-man transseksuelen aan testosterontherapie en vrouwen na de menopauze ondervinden daarom dat hun vrouwelijke vetopslagpatroon vermannelijkt, een soort peer-tot-appeltransformatie. Oestrogenen zorgen voor het omgekeerde vetopslagpatroon van cortisol. Een hoge oestrogeenproductie betekent dus relatief veel vet op de benen en heupen, gevolgd door het bovenlichaam en relatief het minste vetopslag op de buik. Oestrogenen bewerkstelligen dit indirect door het aantal androgene receptoren te verminderen en zo het negatieve effect van testosteron in vrouwen te verminderen. Ook stimuleren oestrogenen de productie van groeihormoon. [9, 6, 12, 14]

Slanker door groeihormoon
Groeihormoon, dat brengt ons bij het volgende hormoon. In tegenstelling tot wat de naam suggereert, heeft groeihormon een krimpende werking op vetcellen. Hierdoor verzwakt groeihormoon de werking van cortisol. Denk eraan dat cortisol de productie van LPL stimuleert via de glucocorticoïde receptor en LPL vetcellen klaar maakt voor verbranding of opslag. Groeihormoon zorgt ervoor dat het vet verbrand in plaats van opgeslagen wordt. Daarnaast versterkt groeihormoon het antagonistische effect van testosteron op cortisol. Aangezien de hoeveelheid androgene receptoren in visceraal vet relatief hoog is, stimuleert groeihormoon via beide mechanismes vooral de verbranding van het viscerale vet in je buik. [8, 9]

In hormoonbalansprogramma’s worden de kuiten en knie vaak als meetpunten gebruikt om de groeihormoonproductie te bepalen. Deze praktijk is bedacht in 1981 door een groep onderzoekers van de medische faciliteiten en het ziekenhuis van Emory University [13]. Deze onderzoekers hebben een Z-formule ontwikkeld waarmee op basis van huidplooimetingen met ruim 90% zekerheid kan worden vastgesteld of iemand te weinig groeihormoon produceert. Er zitten echter twee monsterlijke anaconda’s onder het gras.

Ten eerste is de vetdistributie geassocieerd met gebrekkige groeihormoonproductie zoals verwacht: precies zoals die van te veel cortisol. De locaties van vetopslag met het grootste onderscheidend vermogen tussen mensen met normale en gebrekkige groeihormoonproductie waren dan ook de centrale locaties, specifiek de buik (suprailiac, abdominaal hoog en laag), borst (pectoraal) en rug (subscapulair), in die volgorde.

Ten tweede is deze methode specifiek ontwikkeld voor kinderen met een groeiachterstand. Als een kind veel te klein is voor z’n leeftijd en een centraal vetopslagpatroon heeft, is het aannemelijk dat een tekort aan groeihormoon de oorzaak van beide is. Zonder de groeiachterstand zou het centrale vetopslagpatroon net zo goed veroorzaakt kunnen zijn door te weinig testosteron of oestrogeen, afhankelijk van het geslacht, of te veel cortisol. De Z-formule is dan ook nooit succesvol geworden, tenzij je het misplaatste gebruik door de hormoonbalansprogramma’s ziet als succes.

Het beste van de rest: progesteron en schildklierhormoon
Voordat we kunnen samenvatten hoe hormonen wel en niet bepalen waar op je lichaam vet opgeslagen wordt, moeten we eerst de werking van progesteron en schildklierhormoon nog bespreken. Progesteron stimuleert de werking van LPL, wat vet gereed maakt voor verbranding of opslag, afhankelijk van de concentratie van andere hormonen. In tegenstelling tot wat je zou verwachten, heeft progesteron ook een remmend effect op de glucocorticoïde receptor. Zo vermindert progesteron cortisol’s stimulatie van het appelfiguur. Daarnaast vermindert progesteron de aromatase van testosteron naar oestrogeen. Het netto effect van progesteron op waar vet wordt opgeslagen is dus uiterst variabel en sterk afhankelijk van welke andere hormonen actief zijn. Progesteron kan locale vetopslag dus centraliseren of decentraliseren. Misschien is deze complexiteit de reden dat veel hormoonbalansprogramma’s progesteron maar helemaal achterwege laten, ondanks dat het wel degelijk invloed heeft op waar je lichaam vet opslaat. [15, 16]

Over schildklierhormoon in relatie tot vetopslag op specifieke plekken op je lichaam kunnen we heel kort zijn. Er is simpelweg geen data over. De wetenschappelijke literatuur raadplegen is dus niet informatiever dan het vragen aan Paris Hilton. De claim van de hormoonbalanstheorieën dat schildklierhormoon een specifiek en lineair effect heeft op mid-axillaire vetopslag rond je ribben is in ieder geval wetenschappelijk onverdedigbaar. Om nog maar te zwijgen over de soms geopperde oorzaak dat vetopslag rond je ribben een teken is van abnormale conversie van thyroxine (T4) naar trijodothyronine (T3). Dat zou betekenen dat T4 lineair negatief en T3 lineair positief verbonden is aan specifiek mid-axillair vet, ondanks dat T4 en T3 functioneel en mechanistisch uiterst gelijkend zijn, en beide geen enkele relatie hebben met enige ander vetdepot op je lichaam.

Samenvatting: Hormonale regulering van regionale vetdistributie

De grote hoeveelheid informatie hierboven over hoe hormonen bepalen waar je lichaam vet opslaat is relatief makkelijk samen te vatten. Mannen hebben een genetisch bepaald vetopslagpatroon dat relatief gelijk verspreid is over het lichaam, een ‘banaanfiguur’. Vrouwen hebben een peerfiguur waar vet bij voorkeur op de heupen en benen wordt opgeslagen. In beide geslachten verandert dit vetopslagpatroon slechts op één manier: cortisol centraliseert de vetopslag waardoor beide geslachten onder invloed van hoog cortisol steeds meer een appelfiguur krijgen. Testosteron en oestrogeen hebben bij mannen geen directe invloed op het vetopslagpatroon. Testosteron verzwakt wel het effect van cortisol. Bij vrouwen heeft testosteron juist hetzelfde effect als cortisol en wordt dit verzwakt door oestrogeen. Bij zowel mannen als vrouwen verzwakt groeihormoon het effect van cortisol en heeft progesteron de neiging om hetzelfde te doen. Schildklierhormoon heeft voor zover bekend geen effect op lokale vetopslag.

De hormoonbalanstheorieën vs. de wetenschap
Dit is een compleet ander verhaal dan dat van de hormoonbalanstheorieën, die voor elke millimeter op je lichaam een ander hormoon aanwijzen als de oorzaak van de vetopslag. Hormonen als groeihormoon, schildklierhormoon en progesteron hebben een compleet ander effect dan de hormoonbalanstheorieën beweren. Het effect van testosteron, oestrogeen en cortisol is gedeeltelijk zoals beweerd wordt, maar de mechanismen zijn complexer. Het is niet zo dat elk hormoon een apart stukje vet op je lichaam toegewezen krijgt. Het is al helemaal niet zo dat de effecten van individuele hormonen simpel uit elkaar gehaald kunnen worden. De hormonale regulering van regionale vetdistributie is een enorm complex proces. Na decennia van onderzoek blijft een groot deel van het proces nog een mysterie voor onderzoekers. Niet alleen zijn er veel hormonen bij betrokken, vrijwel alle hormonen interacteren met elkaar. In de volgende tabel is dit kort samengevat in wetenschappelijke terminologie.

Hormoonimbalans Beweerde abnormale vetopslaglocatie Effect volgens wetenschappelijk onderzoek Validiteit hormoonbalanstheorie
Testosteron Borst, triceps Inhibitie van diep gelegen vetopslag zonder effect op subcutane vetdistributie in mannen; Milde centralisering van vetopslag in vrouwen Nul
Oestrogeen Bovenbenen Inhibitie van testosteron in mannen; decentralisatie van vetopslag in vrouwen Nul in mannen; in vrouwen hoog
Cortisol Buik Sterke centralisatie van vetopslag Hoog
Groeihormoon Onderbenen Sterke decentralisatie van vetopslag Matig
Progesteron Geen Interacteert met andere hormonen Geen
Schildklierhormoon Ribben Geen Geen
Insuline Heupen, middenrug Versterking van het effect van cortisol Laag

Insuline
De opmerkende lezer zal protesteren dat het laatste hormoon in de lijst, insuline, helemaal niet besproken is. Dat klopt, dus bij deze. Insuline wordt soms het opslaghormoon genoemd. En niet zonder reden. Als insuline actief is in combinatie met LPL, het enzym dat vet gereed maakt voor verbranding of opslag, leidt dit tot vetopslag. Een hoge insulinespiegel versterkt dus de effecten van cortisol en leidt tot extra vetopslag rond je middel [9]. De associatie tussen love handles en te veel insuline bestaat dus werkelijk, net als de relatie tussen insuline en vet op je rug onder je schouderbladen. Deze relaties komen voort uit het feit dat een hoge insulinespiegel geassocieerd is met een algemeen centrale vetopslag: niet alleen je rug en heupen maar ook je buik, borst, etc.

Dat deze specifieke relaties zijn gekozen in de hormoonbalansprogramma’s is waarschijnlijk voortgekomen uit oude onderzoeken. Vroeger, toen de jeugd van tegenwoordig nog niet alles verpest had, werd de huidplooi van de triceps namelijk gebruikt om iemands vetpercentage te meten [17]. Dit is non-invasief, zoals doktoren dat noemen, en de achterkant van de arm bevat een goede hoeveelheid vet. Het alternatief? Christelijke chick komt bij de dokter, rok moet uit, want de creepy dokter wil haar ‘buikvet meten’. #awkward. Toen onderzoek aantoonde dat vet op de middenrug een sterkere relatie heeft tot insulineproblemen dan vet op de triceps, sprongen doktoren natuurlijk een gat in de lucht. “Misschien kan de BH zelfs uit. We kunnen immers de diabeteskaart spelen.” Later onderzoek toonde aan dat de relatie tussen insulinesensitiviteit en vet achterop de schouderbladen vrijwel compleet verdwijnt na correctie voor de hoeveelheid vet op de buik [18]. Centrale vetopslag door insuline vindt immers plaats in de volgorde buik > torso > armen [6]. Helaas, de BH mag aanblijven.

Nu we alle relevante hormonen hebben besproken kunnen we grafisch weergeven hoe centrale (viscerale) vetopslag gereguleerd wordt in het lichaam door hormonen. In de volgende afbeelding duiden de ononderbroken pijlen stimulatie van het volgende proces aan. De doorbroken pijlen duiden een remmend effect op het proces aan. De onderste verticale pijl weg van ‘visceral adipose tissue’ geeft een vermindering in buikvet aan. Let erop dat dit het proces is voor mannen. Voor vrouwen werken oestrogeen en testosteron zoals eerder besproken min of meer andersom.

Het verhaal van hoe insuline lokale vetopslag bepaalt heeft ook een heel belangrijke keerzijde. Vet heeft een veel sterkere invloed op insuline dan insuline op vet. Sterker nog, het hele proces van hoe je hormonen bepalen waar je lichaam vet opslaat werkt beide kanten op. Vetweefsel heeft een veel sterkere invloed op de activiteit van je hormonen dan andersom!

Inzoomen op vet
In tegenstelling tot wat de gemiddelde leek denkt, is vet namelijk niet enkel een afzichtelijk depot waar je lichaam reservebrandstof opslaat. Vetweefsel is veel complexer dan voorheen gedacht werd en de exacte werking van de verschillende typen adipocieten, beter bekend als vetcellen, wordt nog bestudeerd. Zo waren bruine vetcellen al in de 16e eeuw geïdentificeerd maar is pas recentelijk ontdekt dat er ook beige vetcellen bestaan met een andere functie dan witte of bruine vetcellen [3].

Vetcellen hebben hun eigen vasculaire circulatie, zenuwcellen en immuuncellen waarmee ze een belangrijk, metabool actief, endocrien orgaan vormen. Vetweefsel draagt bij aan de productie van een groot aantal hormonen, enzymen en groeifactoren, waaronder [4, 5]:

  • Adiponectine – reguleert je bloedsuiker
  • Resistine – reguleert de opbouw van cholesterol in je aderen
  • Adipokinen – reguleren je immuunsysteem
  • PAI-1 (je wilt niet weten waar het voor staat) – reguleert je bloedstolling
  • Leptine – reguleert je metabolisme en eetlust
  • TNF en interleukinen – reguleren ontstekingen
  • IGF-1 – reguleert celdeling
  • Aromatase – converteert testosteron naar oestrogeen
  • Oestrogeen – het vrouwelijke geslachtshormoon is na de menopauze tot 100% afkomstig van vetweefsel
  • Testosteron – tot 50% van het circulerende mannelijk geslachtshormoon is afkomstig van vetweefsel in vrouwen voor de menopauze

Dik zijn is de oorzaak, niet het resultaat
Vetweefsel is dus verre van passief en heeft een sterke uitwerking op de activiteit van meerdere hormonen in je lichaam. De samenstelling en functie van vetweefsel varieert bovendien per locatie in het lichaam. Zo is het vet in je buik relatief resistent tegen de anti-lipolytische werking van insuline. In andere woorden, er is veel insuline nodig om de vetzuren in je buik uit circulatie te halen. Dit is problematisch, want het depot van visceraal vet in je buik heeft een directe connectie naar je lever via de leverpoortader. Als je een groot visceraal vetdepot, ofwel een dikke buik, hebt, wordt je lever dus overspoeld met vetzuren die resistent zijn tegen insuline. Je lever compenseert hiervoor door minder insuline te filteren uit je lichaam. Dit leidt tot systematisch hoge concentraties van vetzuren en glucose in de rest van je lichaam en mettertijd type 2 diabetes. Dit proces wordt verder versterkt door de hoge productie van TNF en interleukinen in visceraal vetweefsel, wat via diverse mechanismen zorgt voor insulineresistentie. [19]

De hoge concentratie insuline stimuleert vervolgens aromatase van testosteron naar oestrogeen. Dit proces wordt versterkt door de intrinsieke productie van testosteron in het vetweefsel van vrouwen en oestrogeen in het vetweefsel van mannen. Door de genetische verschillen in de productie van geslachtshormonen daalt testosteron in mannen als resultaat van overgewicht, terwijl testosteronproductie mild stijgt in vrouwen. Dit hormonale profiel sensitiseert de hypothalamische-pituitaire as. In andere woorden, dit hormonale profiel ontregelt je brein’s controle over je hormonale balans, wat ook de reden is dat obese vrouwen onregelmatig menstrueren. Een sensitieve ofwel hyperactieve hypothalamische-pituitaire as verhoogt je stressrespons en cortisolproductie. Dit hormonale profiel onderdrukt vervolgens groeihormoonproductie. [6, 20]

Als je de vorige sectie over hoe de geslachtshormonen en insuline je vetdistributie bepalen goed hebt begrepen, snap je nu hoe dik worden vanzelf zorgt voor een hormonale imbalans en het Metabool Syndroom. Door de interacties tussen de betrokken hormonen, zorgt vettoename voor een zichzelf versterkende ketenreactie die eindigt in het hormonale profiel geassocieerd met een centrale vetdistributie: veel insuline en cortisol, weinig groeihormoon en een omwending in de geslachtshormonen richting het hormonale profiel van het andere geslacht. De causaliteit in deze richting is veel sterker dan andersom. Dikheid leidt onvermijdelijk tot een ‘hormonale imbalans’ en een appelfiguur, terwijl alleen serieuze, klinische aandoeningen en ingrijpende veranderingen in je lichaam leiden tot een opmerkelijke verandering in waar je lichaam vet opslaat. Denk hierbij aan de menopauze, Cushing’s syndroom (te veel cortisol), acromegalie (te veel groeihormoon) en transseksualiteit in plaats van een imperfect dieet of te weinig voedingssupplementatie.

De self-fulfilling prophecy van de hormoonbalanstheorie
Hoe komt het dan dat hormoonbalansprogramma’s toch effectief zijn? Het internet staat vol met before-after foto’s en getuigschriften van hoe succesvol de hormoonbalansprogramma’s zijn. Dit is eigenlijk heel simpel te verklaren. Aangezien te veel vet de primaire oorzaak en niet het resultaat van de hormonale imbalans is, zal vetverlies altijd het probleem corrigeren. Ongeacht welk hormoon zogenaamd de oorzaak van het probleem was, kun je daarna altijd zeggen “Zie je wel: je moest alleen je hormonen weer in balans krijgen”.

Guy en ik hebben enkele personal trainers die hormoonbalansprogramma’s gebruiken gevraagd hoeveel mensen er eigenlijk uit de huidplooitest komen met het resultaat “Gefeliciteerd, al uw hormoonconcentraties liggen binnen de medische referentiewaarden. U zou wel wat af mogen vallen, maar dat heeft niets te maken met uw hormoonhuishouding.” Nul, niemand, nobody, volgens personal trainer Mitchell (personal trainingsbedrijf Undisputed) en een ander persoon die anoniem wenst te blijven. “Geen commentaar” was de reactie van alle andere trainers.

Conclusie
Dik zijn is ongezond en de oplossing is afvallen. Zo simpel is het. Dat is echter niet sexy, niet te marketen. Mensen willen horen dat het probleem ligt bij een hormoon dat niet in orde is, niet dat ze minder moeten eten. Mensen willen horen dat er een nieuw, magisch programma is met een mooi verhaal en nieuwe (pseudo)wetenschappelijke technieken die alles goedmaken zonder te hoeven ‘diëten’. Als dit programma daar toevallig een ton supplementen bij verkoopt, des te beter. Succes in pilvorm is altijd beter te slikken dan de harde waarheid. Het maakt niet uit dat regionale vetdistributie alleen betrekking heeft op de spreiding en niet de totale hoeveelheid vet. Het maakt niet uit dat het programma een incorrecte simplificatie van slecht geïnterpreteerd onderzoek is. Alles om niet het idee te hebben dat je moet afvallen omdat je gewoon te dik bent.

Laat dit de simpele boodschap van een complex verhaal zijn. Wees reëel over je lichaam en laat je niet misleiden door marketing en verkooppraatjes. Je hoeft geen nieuw programma of vrachtlading supplementen aan te schaffen om er goed uit te zien en gezond te zijn. Als je een concreet vermoeden hebt dat je een hormonale disfunctie hebt, laat dan bloedonderzoek doen door een erkend medisch professional. Dat kost vaak niet meer dan één face-to-face sessie met een personal trainer. Als je hulp wilt met het bereiken van je fitnessdoelen, huur dan een personal trainer in die weet waar hij het over heeft in plaats van iemand die blind je huidplooimetingen invult in een computerprogramma waar vervolgens een voorgebakken programma uitrolt dat volstaat met algemeen bekend fitnessadvies en een waslijst supplementen die je moet aanschaffen. Investeer in balans in meer dan alleen je hormonen en je zult verder komen dan de weg van de minste weerstand je ooit zal brengen.

Over de auteur

Bodybuilder, auteur en personal trainer Menno Henselmans benadert fitness vanuit een Bayesiaans-wetenschappelijk perspectief. Volg Menno op Facebook of Twitter en lees zijn andere artikelen in het Engels op zijn website.

Bronnen
1. Ley CJ, Lees B, Stevenson JC: Sex- and menopause- associated changes in
body-fat distribution. Am J Clin Nutr 1992, 55:950–954.
2. Svendsen OL, Hassager C, Christiansen C: Age- and menopause-associated variations in body composition and fat distribution in healthy women as measured by dual-energy X-ray absorptiometry. Metabolism 1995, 44:369–373.
3. Wu J, Bostrom P, Sparks LM, Ye L, Choi JH, Giang AH, et al. Beige adipocytes are a distinct type of thermogenic fat cell in mouse and human. Cell 2012; 150:366-76.
4. Adipose tissue as an endocrine organ. Kershaw EE, Flier JS. J Clin Endocrinol Metab. 2004 Jun;89(6):2548-56.
5. The biology of white adipocyte proliferation. Hausman DB, DiGirolamo M, Bartness TJ, Hausman GJ, Martin RJ. Obes Rev. 2001 Nov;2(4):239-54.
6. Subcutaneous and visceral adipose tissue: their relation to the metabolic syndrome. Wajchenberg BL. Endocr Rev. 2000 Dec;21(6):697-738.
7. Sex differences in human adipose tissues – the biology of pear shape. Karastergiou K, Smith SR, Greenberg AS, Fried SK. Biol Sex Differ. 2012 May 31;3(1):13. doi: 10.1186/2042-6410-3-13.
8. Dose-dependent effects of testosterone on regional adipose tissue distribution in healthy young men. Woodhouse LJ, Gupta N, Bhasin M, Singh AB, Ross R, Phillips J, Bhasin S. J Clin Endocrinol Metab. 2004 Feb;89(2):718-26.
9. Hormonal control of regional fat distribution. Björntorp P. Hum Reprod. 1997 Oct;12 Suppl 1:21-5.
10. The expression of androgen receptors in human neck and limb muscles: effects of training and self-administration of androgenic-anabolic steroids. Kadi F, Bonnerud P, Eriksson A, Thornell LE. Histochem Cell Biol. 2000 Jan;113(1):25-9.
12. Effects of sex and age on the 24-hour profile of growth hormone secretion in man: importance of endogenous estradiol concentrations. Ho KY, Evans WS, Blizzard RM, Veldhuis JD, Merriam GR, Samojlik E, Furlanetto R, Rogol AD, Kaiser DL, Thorner MO. J Clin Endocrinol Metab. 1987 Jan;64(1):51-8.
13. A method of screening for growth hormone deficiency using anthropometrics. Bhatia SJ, Moffitt SD, Goldsmith MA, Bain RP, Kutner MH, Rudman D. Am J Clin Nutr. 1981 Feb;34(2):281-8.
14. Estrogen regulation of adipose tissue lipoprotein lipase–possible mechanism of body fat distribution. Price TM, O’Brien SN, Welter BH, George R, Anandjiwala J, Kilgore M. Am J Obstet Gynecol. 1998 Jan;178(1 Pt 1):101-7.
15. Dydrogesterone and norethisterone regulate expression of lipoprotein lipase and hormone-sensitive lipase in human subcutaneous abdominal adipocytes. Palin SL, McTernan PG, McGee KC, Sturdee DW, Barnett AH, Kumar S. Diabetes Obes Metab. 2007 Jul;9(4):585-90.
16. Progesterone inhibits glucocorticoid-dependent aromatase induction in human adipose fibroblasts. Schmidt M, Renner C, Löffler G. J Endocrinol. 1998 Sep;158(3):401-7.
17. Biology of regional body fat distribution: relationship to non-insulin-dependent diabetes mellitus. Kissebah AH, Peiris AN. Diabetes Metab Rev. 1989 Mar;5(2):83-109.
18. Do upper-body and centralized adiposity measure different aspects of regional body-fat distribution? Relationship to non-insulin-dependent diabetes mellitus, lipids, and lipoproteins. Haffner SM, Stern MP, Hazuda HP, Pugh J, Patterson JK. Diabetes. 1987 Jan;36(1):43-51.
19. Body fat distribution and insulin resistance. Ali AT, Crowther NJ. S Afr Med J. 2005 Nov;95(11):878-80.
20. Visceral obesity: a “civilization syndrome”. Björntorp P. Obes Res. 1993 May;1(3):206-22.

Author

31 Comments

  1. je had het moeten verkopen in een boek, volgens mij is daar iemand heeeeeel rijk mee geworden 🙂

  2. Anthony Intensity

    Wauw, geweldig om dit zo even snel te hebben gelezen. Ik ga er een dezer dagen nog eens uitgebreid voor zitten en alles verdiepender lezen. Wederom een vermakelijk en prachtig artikel. Bedankt.

  3. He Guy, ik denk dat de conclusie van dit artikel erg treffend is gezien de huidige ontwikkelingen op de dieetmarkt. Het is jammer dat er op grote schaal misbruik wordt gemaakt van de goedgelovigheid (of onwetendheid) van mensen. Aan de andere kant vind ik dat mensen zelf ook kritischer moeten zijn en niet zomaar alles wat ze horen of lezen voor waar moeten aannemen. En dat betekent in sommige gevallen gewoon logisch nadenken!

    Enige puntje van opbouwende kritiek is de leesbaarheid van het artikel. Ik begrijp dat je terminologie moet gebruiken om je verhaal te kunnen onderbouwen, maar dit komt niet altijd ten goede van de leesbaarheid. Ik kan me voorstellen dat mensen het te moeilijk vinden.

    Verder goed artikel met een heldere conclusie!

  4. Rob Floris

    Fenomenaal onder woorden gebracht en je laat licht schijnen in een donker bos waar niemand de bomen meer schijnt te kunnen zien.

  5. M. Zandbergen

    Interessant.
    Ik werk zelf met Hormonal Profiling en haal fantastische resultaten.

    Ik vind het goed dat er kritisch gekeken wordt naar dit soort programma’s

    Hoe belangrijk ik het vind of jouw theorie aansluit op mijn praktijk? Niet heel veel!

    Resultaat telt!

    • @M. Zandbergen,

      Het feit dat je het goed vindt dat we kritisch naar het programma kijken, maar de conclusie je verder koud laat, wekt bij mij wat tegenstrijdige gevoelens op. Dat doet me vermoeden dat je de conclusie wel belangrijker vond als deze positief was.

      Er zijn meer dan genoeg mensen die ook fantastische resultaten behalen met Atkins, sportvasten, raw-food, etc. Elke vorm van afvallen kent zijn eigen succesverhalen. PHP is in dat opzicht geen unicum en er zijn meer mensen die goede resultaten halen zonder PHP, dan met PHP. Er zijn ook veel mensen die PHP proberen en geen resultaten boeken. In andere woorden, dat een programma succes behaalt bevestigt niet dat de omschreven methode werkt zoals het verkocht wordt.

      Ik kan mijn cliënten niets anders laten eten dan zuurkool en er een boek bij verkopen met de uitleg dat zuurkool door de zuurtegraad vetcellen verbrandt. Als men dan afvalt, bevestigt het dan dat zuurkool vetcellen verbrandt?

      Uiteraard ben ik het met je eens dat resultaat telt, maar dat betekent niet dat je je cliënten mooie verhalen kan verkopen vol halve waarheden of onjuistheden. Tenzij integriteit niet telt, maar ik laat het aan jou over om dat voor jezelf te bepalen.

  6. Ik ben niet dik maar heb alsnog een appelfiguur.. Overwegend vet op buik en smalle heupen en een klein achterwerk. Is er dan iets wat ik hormonaal kan doen? Je artikel is heel goed, maar voor mij wel een beetje chinees..

  7. Great article, thanks! I actually followed the PHP course. It was cynical scam in my opinion.

  8. Heel goed artikel. Enige reden dat Personal hormonal profiling van the Overload werkt is door het energietekort van het eten van minder koolhydraten en portiecontrole.

  9. Hey Guy,

    Kun je in plaats van al deze nutteloze discussies te voeren en reacties te beantwoorden van mensen die allemaal oordelen vellen over dingen waar ze totaal de essentie niet van begrepen hebben, (Tim bijv. over minder carbs en portie beperking; dan weet je werkelijk niet eens waar de klok hangt laat staan de klepel!!) niet gewoon eerst eens een goed gezellig gesprek met de grondleggers van PHP voeren. Daar ben je voor uitgenodigd maar dat weiger je. (???) Dan zou je zelf ook ontdekken wat zij pretenderen, in plaats van dat zelf in te vullen. Dan zul je OOK ontdekken dat er zo’n groot gat niet zit tussen wat jij roept en wat zij zeggen! Kritisch zijn is niet erg, maar dan moet je je wel eerst door de bron zelf laten informeren. Maar als je in de picture staat door een sneer naar een ander te plaatsen ipv dat je in de picture staat door je eigen succes dan doe je echt iets verkeerd en krijg ik daar echt een vieze smaak van in mijn mond.

    • Waar, wanneer en door wie ben ik volgens jou uitgenodigd voor een gesprek met de grondleggers van PHP? Ik heb hier werkelijk nooit iets van meegekregen, laat staan het aanbod geweigerd te hebben. Als er feitelijke onjuistheden staan, hoor ik overigens graag welke dat zijn en zullen die gecorrigeerd worden.

      Overigens is het artikel niet specifiek gericht op PHP, maar alle hormoon-gerelateerde methodes. Nogmaals is iedereen vrij om ons te wijzen op het grote gat tussen wat hierboven staat en wat anderen zeggen.

  10. Hugo Tromp

    Wat grappig!
    Ik heb nu in totaal 64 mensen begeleid d.m.v PHP en bijna allemaal met succes. Wat is succes?

    – Afname vet%
    – Gewichtsafname zonder kracht afname
    – Zeer snelle kracht toename
    – Toename spiermassa

    Dit zijn meetbare resultaten.
    Ik moet er wel eerlijk bij zeggen dat 13 van de 64 mensen hebben toegegeven zich niet aan het voorgeschreven schema te hebben gehouden en daardoor ook niet het gewenste resultaat hebben behaald. De overige 51 atleten behalen in zeer korte tijd het gewenste resultaat en daar draait het voor mij uiteindelijk om.

    Ik bewonder je passie en zie dat je echt je best hebt gedaan om het zo goed mogelijk te onderbouwen, alleen vertrouw IK toch liever op mijn database van resultaten ;-).

    Voor de rest wens ik je veel succes en hoop dat je veel resultaten zal behalen met jouw methode.

    • Hi Hugo,

      Proficiat voor jou en je cliënten. Resultaat boeken is leuk en belangrijk. Echter komen we met anekdote niet ver. Niet 1 succesverhaal bevestigt namelijk dat de hormoonhypothese klopt.

      – Afname vet%
      Negatieve energiebalans.

      – Gewichtsafname zonder kracht afname
      Negatieve energiebalans i.c.m. genoeg eiwit en krachttraining.

      – Zeer snelle kracht toename
      Combinatie van genetische potentie en ervaring van de cliënt. Je zult bijvoorbeeld met of zonder PHP bij ervaren bodybuilders geen zeer snelle krachttoename zien. Tenzij het om volledig nieuwe oefeningen gaat.

      – Toename spiermassa
      Voldoende eiwit, krachttraining.

      Kortom, om het bovenstaande toe te passen hoef je het woord hormoon niet eens te gebruiken.

  11. Hugo Tromp

    Hi Guy,

    Bedankt voor je reactie.
    Ik ben het niet helemaal met je eens.
    Ik zie je het woord ‘krachttraining’ een paar keer in je reactie voorbij komen. Ik hoop dat je het met mij eens bent dat krachttraining invloed heeft op de hormonale output.
    Krachttraining maakt bijv. de spiercellen gevoeliger voor insuline. D.w.z dat er minder insuline aangemaakt wordt om je spieren te voorzien van glucose. Daarnaast heeft krachttraining ook invloed op de aanmaak van groeihormoon en testosteron. Deze hormonen zorgen o.a. voor betere sportprestaties en herstel.
    En laten we vooral de hormoon cortisol niet vergeten. Cortisol is een katabool hormoon en zorgt o.a. voor spierafbraak en verstoord de schildklierfunctie (en daardoor de stofwisseling).

    Dit zijn even in het kort enkele voorbeelden waarbij hormonen wel degelijk een rol spelen bij de eerder genoemde doelstellingen. En ik vind dat je als trainer een toegevoegde waarde bent als je je atleten op dit gebied kan begeleiden.

    Guy, ik zou nog graag langer met je willen chatten hierover, maar ik denk dat ik het hierbij ga laten (al verwacht ik nog wel een reactie van ;-)).

    De conclusie is dat onze theorieën van elkaar verschillen en ik denk dat we uiteindelijk toch lekker doen wat het beste voor ons werkt. Als jouw theorie in de praktijk werkt moet je dat vooral blijven doen.

    Ik wens jou in ieder geval veel succes.

    Groetjes!

    Hugo Tromp

    • Hey Hugo,

      Morgenvroeg op vakantie, dus de uitgebreide reactie blijft even uit 😉 Ik kaart je argumenten in deel 2 van dit artikel aan. Hoop dat je het artikel wederom zult lezen en wellicht zet het je aan het denken.

      Men ziet het vaak als Methode X vs. Methode Y en zo wordt de discussie ook gevoerd, maar dat is niet juist. Ik ben me ervan bewust dat er meerdere wegen naar Rome leiden. We hebben dezelfde doelen en boeken beiden resultaat. Dat staat echter los van alles. Hormoonprogramma’s maken onjuiste claims. Die claims bespreken we en worden met feiten weerlegd. Het zijn de claims en achterliggende halve waarheden die het programma maken, waar we naar kijken en over willen discussiëren. Niet over wie de beste resultaten boekt.

      Hier gaan bodybuilders ook vaak de fout in. “Kijk maar naar alle professionele bodybuilders, die eten allemaal meer dan 6 keer per dag, dat zegt toch genoeg!”. Nee, dat zegt dat een hoge maaltijdsfrequentie je in ieder geval niet van succes weerhoudt, maar dat het essentieel of toegevoegde waarde biedt, is wat anders.

      Over 3-4 weken volgt het tweede artikel. Hoop dat je erbij bent!

  12. @Bella:
    Staat je uitnodiging tot een gesprek met de grondleggers van PHP ook voor mij open? Ik sta achter alles wat ik schrijf en ik sta altijd open voor nieuwe ideeën, dus ik zou graag het publieke debat aangaan met de mensen van PHP. Van kennisuitwisseling kan niemand slechter worden.

  13. Typisch dat Guy hier nu de wind van voren krijgt omdat hij het ‘in zijn hoofd haalt’ om PHP te noemen, terwijl geen van zijn critici overtuigende argumenten aan lijkt te kunnen dragen waarom hij er naast zou zitten. Als je de materie niet snapt of er niet kritisch naar kunt kijken, ga dan ook niet de discussie opzoeken…

  14. Serge Dalhuysen

    Guy, Serge Nubret (6x wereldkampioen bodybuilding) at 1 of hooguit 2 maaltijden per dag en nooit ontbijt. 😉
    Oh, en ik heb geregeld mensen voor bloedonderzoek naar de endocrinoloog gestuurd en niemand had wat ze aangepraat was door de hormoonbalans/php/biosignature sekte.

  15. Toen ik de titel van dit artikel las was ik héél even bang dat dit een pro-hormoontherapie bullshitartikel zou zijn. Viel dat even mee zeg. 😉

  16. Hallo!
    Toen ik dit artikel las moest ik wel even omschakelen. Heb namelijk de boeken van Ralph Moorman gelezen en vond dat allemaal zeer geloofwaardig, vooral omdat ik altijd uren achter elkaar trainde en eigenlijk niet het resultaat bereikte die je zou kunnen verwachten met zoveel training (te hoog cortisolgehalte dacht ik naar aanleiding van het hormoonverhaal). Dus de gedachte dat ik met minder training ‘meer’ zou kunnen bereiken, leek mij dan ook wel het proberen waard. Helaas lijkt ook dit weinig zin te hebben, want het vet op mijn billen, heupen en bovenbenen wil er maar niet weg. Het is niet leuk om ergens heel hard je best voor te doen en geen tot weinig resultaat te zien 🙁 Ik slik de pil, misschien dat dat ook invloed kon hebben, dacht ik naar aanleiding van het hormoonverhaal van Ralph Moorman. Ik train 2x per dag (meestal ‘sochtends en ‘s avonds) 30 minuten HIIT. Ik geef eerlijk toe dat ik geen calorieën tel. Maar ik probeer zoveel mogelijk gezond te eten.
    Nu was ik van plan om dagelijks krachttraining te doen, maar ik las in jouw artikel: “Bij vrouwen heeft testosteron juist hetzelfde effect als cortisol en wordt dit verzwakt door oestrogeen.” En als ik als vrouw ga trainen produceert mijn lichaam toch ook in enige mate testosteron? Is het dan voor mij als vrouw alsnog effectief om iedere dag krachttraining te gaan doen? Want bij mij als vrouw zou testosteron dus een negatief effect hebben? Of heb ik dit verkeerd begrepen?
    Ik hoor het graag!

    Met vriendelijke groeten,
    Carola Oosterbroek

  17. Quote: “Ik kan mijn cliënten niets anders laten eten dan zuurkool en er een boek bij verkopen met de uitleg dat zuurkool door de zuurtegraad vetcellen verbrandt. Als men dan afvalt, bevestigt het dan dat zuurkool vetcellen verbrandt?”

    Zeer goed artikel Guy, mijn complimenten.
    En zo zijn er nog veel meer zgn. “diëten” te verzinnen……. De truc is om gewoon zelf bewust na te denken bij wat je gaat eten, wat je eet en wat je vooral niet moet eten. Uiteraard zijn er meer wegen die naar Rome leiden. Maar wanneer een methode succes heeft in de vorm van afvallen, krachttoename of anderszins betekent dit nog niet dat het ook een gezonde methode is. Dat blijkt vaak pas (jaren) later. Maar veel mensen willen tegenwoordig graag geleid worden en laten zich als een kind aan de hand nemen door de meest fantastische slogans en hypes.

    Ik zou willen zeggen, mensen denk na en train-, eet, en vooral ook rust bewust en doordacht.

    Gr.007

  18. Ik zag dat mijn vraag is verwijderd??

    Mag ik vragen waarom er niet gewoon antwoord op wordt gegeven?
    Wil je soms alleen de negatieve verhalen en aanhangers laten staan?

    mvg
    Daniël

    • Hi Daniel,

      Welke reactie is volgens jou verwijderd?

      “Ik zie dat veel van jouw bronnen gedateerd zijn, nu vind ik dit niet altijd relevante informatie, omdat als voorbeeld de mobiele telefoon van 20 jaar terug ook niet meer de mobiele telefoon van nu is, onderzoeken worden constant vernieuwd en de samenleving veranderd.

      Ik zou graag nieuwere bronnen willen zien.”

      Die? Die staat namelijk onder deel 2 van dit artikel. Geen van je reacties is verwijderd, maak je maar geen zorgen 😉

      Om kort te reageren op je reactie: de datum van een onderzoek is niet allesbepalend. Er zijn oude studies die goed of slecht in elkaar zitten en hetzelfde geldt voor nieuwe studies. Wellicht is het juist een teken dat er niet veel recente studies zijn. Het kan aantonen dat de meest gerenommeerde experts het onderwerp al achter zich hebben gelaten. Er zijn alleen nog een aantal goeroes mee bezig, want die weten het allemaal beter en verdienen er leuk geld mee.

  19. Pingback: Fitgirl.nl | Afvallen en hormonen: regionale vetopslag, wat nu?

  20. Dag,
    Ik begreep in het boek ‘broodbuik’ dat visceraal vet oestrogeen produceert, maar dat leek me wat raar. Is er echter wel een verband? Ik vraag het me af omdat ik zelf als man veel borstweefsel heb en visceraal vet. Ben benieuwd…

  21. Fantastisch stuk!

    Onlangs voor mijn blog een proefconsult PHP gehad en ‘t was – zoals ik helaas al verwachtte – pseudowetenschap tot de max.. Vergelijkbaar met cold reading. Nu nog kijken hoe ik jouw diepteverhaal tot een oppervlakkiger (en voor huis-tuin-en-keukenvrouwen leesbaar) verwerkt krijg, want ik wil hier wel graag even aandacht aan besteden.

    Over mijn eigen ervaringen (als happy vrouw met een gezond BMI, triatlonconditie en ‘zwoele heupen’): foei, ik was niet in balans, een te veel aan oestrogenen zorgt voor teveel vet op de peerspots. een vetpercentage onder de 20% zou ik moeten krijgen. Directe gevolg: stress! En dus cortisol en buikvet 😉

    Gelukkig heb jij met dit topverhaal dat weer recht weten te trekken.

  22. goed artikel! heb al enorm veel gelezen over voeding, ook omdat ik al een tijdje wat klachten heb.. en ben nu bijna zeker dat het door een hormoononbalans en insulineonbalans komt. want ik heb ook enorm vaak serieuze opstoten van acné en slaag ook altijd veel vet op aan mijn buik en mijn heupen. maar de vraag is nu wat best te eten voor dit terug inorde te krijgen? want ik lees soms zelfs dat regelmatig intensief sporten ook niet goed is zoals fitness?
    alvast bedankt.

  23. Hey Guy,

    Ik heb een collega met lipoedeem, ik heb begrepen dat dat hormonaal is, ze kan sporten en gezond eten wat ze wil, maar ze raakt het vet op haar onderlichaam niet kwijt hoe zit het daar dan mee?