In het eerste artikel uit deze reeks, dat samen met Menno Henselmans is geschreven, werd vooral gekeken naar de theoretische plausibiliteit van de hormonale samenhang tussen training, voeding en spotreductie. Dat leidde tot interessante reacties, vooral uit de hoek van Personal Hormonal Profiling (PHP). In dit artikel wordt er heel specifiek gekeken naar de logica van verschillende populaire methoden en de effectiviteit in de praktijk.

Er worden in dit artikel concrete voorbeelden aangehaald uit de methoden en adviezen van PHP, BioSignature, sportvasten en de Hormoonfactor. Dit is geen aanval op de trainers, maar helpt de lezer begrijpen hoe er door de verschillende stromingen tegen de materie aangekeken wordt en wat er wel en niet van klopt. Deze claims komen rechtstreeks uit de manuals van de desbetreffende cursussen. Ook hebben we verschillende beoefenaars gesproken en eventuele uitspraken gecontroleerd met andere beoefenaars. Het is dus geen visie of een mening, maar een artikel gebaseerd op feiten.

Meten is weten?

Bij BioSignature en PHP worden 12 locaties gemeten en de meeste locaties zouden corresponderen met een disbalans van een specifiek hormoon. Dat is al dubieus, omdat hormonen niet onafhankelijk van elkaar werken en zich dus helemaal niet laten meten via een enkele huidplooi. Los daarvan is het meten van een enkele huidplooi ontzettend onnauwkeurig, ook als deze uitgevoerd wordt door dezelfde persoon. Het is daarom niet ongewoon dat er vier metingen gedaan moeten worden op dezelfde plaats, voordat er twee zijn, die minder dan 2 mm van elkaar afwijken [1]. Deze afwijking wordt nog groter als het vetpercentage hoger is dan 30 procent. Het wil niet zeggen dat huidplooimetingen nutteloos zijn, maar je moet rekening houden met de beperkingen en daarom moet je protocol buitengewoon stevig in elkaar zitten.

Een additionele storende factor is dat een huidplooimeting van het buikgebied, ook nog eens een extra afwijking met zich meebrengt [2]. Daarnaast is veel van het buikvet visceraal en niet subcutaan en daar kan eventuele vetophoping helemaal niet gemeten worden met een huidplooimeter. Dit laatste is van belang omdat er nogal wat wilde claims gedaan worden over dit gebied met betrekking tot cortisolniveaus. Het gegeven dat je met een huidplooimeter geen onderscheid kunt maken tussen vocht- en vetophoping, is ook een weinig genoemde beperking. Je weet dus niet wat je meet en je meet dus ook nog eens elke keer iets anders. Deze video van een BioSignature meting laat al zien hoe onnauwkeurig men te werk kan gaan, ondanks de beschikking van een peperdure Harpenden huidplooimeter. Goed gereedschap is slechts het halve werk. Deelnemers van de PHP cursus, laten ons weten dat het er daar niet anders aan toegaat.

Deze Biosignature gecertificeerde trainer en bovendien eigenaar van een Poliquin Performance Center, laat zien hoe (onnauwkeurig) de meting in zijn werk gaat. Er is geen sprake van een hermeting, geen duidelijke palpatiepunten, geen correctie op vetverpercentage of BMI. Ook in de BioSignature manual kom je daar niets over tegen en als ze het in de klas anders uitleggen dan heeft deze trainer niet opgelet.

Insuline, carbs en geen calorieën?

Het hormoon insuline remt vetverbranding en is betrokken bij opslag van vet, glucose en eiwit. Deze eigenschappen leiden natuurlijk niet tot een gunstige reputatie van dit veel gedemoniseerde hormoon. Niet alleen zou je vervetten van verhoogde insulineniveaus, maar je zou ook nog eens extra gaan eten, vanwege de suikerdip, ook wel reactieve hypoglycemie genoemd.

Veel hormonaal gebaseerde afslanktrajecten hebben een zogenaamde inductiefase, een startperiode waarin men strikter met eten moet zijn. Deze inductiefase bestaat bijna altijd uit koolhydraten schrappen en zo ook bij systemen als BioSignature, PHP en ook het Sportvasten. Hierdoor zouden de insulineniveaus dalen en vetverbranding weer mogelijk moeten zijn. Ook bij de Hormoonfactor wordt koolhydraatinname minderen sterk aanbevolen. De theorie wordt ‘bewezen’ in de praktijk, omdat er flink wat gewicht wordt verloren, direct na het minderen of schrappen van koolhydraten. Zo is het mogelijk dat een morbide obese cliënt (> 200 kg) in een week 12 kg gewicht verliest door koolhydraten te schrappen. Dat zoveel vetverbranding niet leidt tot een mini supernova is natuurlijk onbegrijpelijk. Aan de andere kant is het ook mogelijk dat een moeder na bevalling van een tweeling, 22 kg gewicht verliest en dan is ze niet eens op een low carb dieet. Het mag duidelijk zijn dat het spectaculaire gewichtsverlies vooral bestaat uit vocht. Het probleem is dat je met een huidplooimeter het verschil niet kunt meten tussen vet- en vochtverlies. De ogenschijnlijk nauwkeurige percentages verkregen met een huidplooimeter betekenen dus helemaal niets.

Hormonaal gezien zou alle ellende veroorzaakt worden door insuline. In de PHP manual staat weliswaar dat koolhydraten, eiwitten én vetten bijdragen aan de insulinerespons, maar dat de insulinepiek sneller is bij koolhydraten. Dit is zeker geen wet, want in veel gevallen is de piek bij eiwit sneller en feller. Dit weten we al door onderzoeken uit de jaren negentig van de vorige eeuw. Daarnaast staat in bijna alle manuals, waaronder PHP en de Hormoonfactor, koolhydraatinname als eerste oorzaak van insulineresistentie. Dat er legio volkeren op deze planeet rondlopen die 50 tot meer dan 70 energieprocent koolhydrateninname hebben en toch slank blijven, wordt niet genoemd. Zij zijn ook nog eens niet insulineresistent. Koolhydraten vormen heel duidelijk niet het probleem.

Insuline is dus de vijand volgens de hormonale afslanktheorieën. Ook binnen de paleowereld is men daarvan overtuigd (geweest). Populaire boeken van Robb Wolf en Mark Sisson wijden er een of meerdere complete hoofdstukken aan. Om deze reden zouden koolhydraten verminderd of zelfs volledig geschrapt moeten worden, niet veel anders dan bij een Atkins dieet. Volgens de Hormoonfactor manual zouden hoge insulinepieken zelfs leiden tot lovehandles. Eiwit en vooral vlees is wel welkom en wordt zelfs gestimuleerd, ook bij Biosignature en PHP. Het zou leiden tot vetverbranding. Zo is er binnen BioSignature zelfs het “meat and nut” ontbijt. Wat nu langzaam door begint te dringen is dat vlees ook een insulinerespons opwekt. Sterker nog, de insulinerespons van een biefstukje is hoger dan witte pasta. Het laat zien dat de insulinetheorie volledig onzinnig is. Inmiddels heeft Robb Wolf zijn verhaal teruggetrokken en Mark Sisson zwijgt in alle talen. Bij BioSignature, PHP maar ook bij de Hormoonfactor blijven ze echter onverminderd dit soort flauwekul verkondigen.


Holt SH (1997), Miller JC, Petocz P. An insulin index of foods: the insulin demand generated by 1000-kJ portions of common foods. Am J Clin Nutr. 1997 Nov;66(5):1264-76.

Hoewel we heel lang weten dat je niet dik wordt van koolhydraten en insulinepieken, blijft het verhaal hardnekkig. Zelfs op universiteiten hebben ze er last van, want je ziet immers gewichtsverlies (van water) in de praktijk door koolhydraten te schrappen. Dat was voor professor Mark Haub een reden om er eens op ludieke wijze mee af te rekenen. Hij ging daarom op een dieet van twinkies. Deze zachte romige cakes zijn een glycemische nachtmerrie, die je vaten en vetcellen instant zouden moeten versuikeren en zo vol (trans)vet zitten, dat het bloed onmiddellijk zou stollen, waardoor je geen vet meer kunt verbranden. Met 1.800 kcal per dag, merendeels verkregen via deze twinkies, verloor de professor in 2 maanden 10,8 kg vetmassa. Niet gemeten met een wazige huidplooimeting, maar met een veel betrouwbaardere DXA scan. Zijn bloedwaarden waren niet alleen verbeterd, ze waren voorbeeldig, ondanks de dagelijkse dosis van meer dan 80 gram fructose per dag! De praktijk bewijst het!


Een DXA scan uitdraai van de professor, na de twee maanden. Hij begon met een BMI van 29, vetpercentage van 33,4% en 59 kg vetvrije massa. Na twee maanden had hij een BMI van 24,9, een vetpercentage van 24,9% en verloor hij 10,8 kg aan vetmassa en 2,6 kg vetvrije massa.

Je kunt dus uitstekend afslanken op een dieet van geraffineerde suikers en transvetten, aangezien de energiebalans hier de dominante factor is. Er speelt echter meer, want kan het dan zijn dat je hongeriger wordt van koolhydraten. Het idee is dat een hoge piek van insuline leidt tot een suikerdip, een fenomeen dat reactieve hypoglycemie wordt genoemd. Er is geen enkele discussie over dat dit fenomeen bestaat bij diabetespatiënten die teveel insuline inspuiten. Gezonde mensen zijn alleen niet hetzelfde als diabetespatiënten en die kennen het fenomeen niet [3]. In de vorige eeuw werd dit al getoetst o.a. met een experiment bij mensen die geloofden dat zij last hadden van reactieve hypoglycemie. Zij werden regelmatig gemeten en de deelnemers rapporteerden wanneer zij last hadden van hun ‘hypoglycemie’. Er was geen enkele relatie te vinden tussen hun gedrag en hun glucoseniveaus [4]. Toch speelt reactieve hypoglycemie een belangrijke rol bij Biosignature, PHP en de Hormoonfactor, ook al hebben ze het nog nooit gemeten.

De relatie tussen insuline, koolhydraten en afslanken is populair, maar het mag duidelijk zijn dat het grotendeels een fysiologisch sprookje is.

Cortisol

Een ander hormoon dat buitengewoon veel aandacht krijgt bij afslanken is cortisol. Het zou leiden tot extra aanzetting in het buikgebied. Het hormoon cortisol is katabool en behoort dus tot de afbrekende familie. Het zet het lichaam aan tot gluconeogenese, de aanmaak van glucose. Deze nieuwe glucose kan op verschillende manieren verkregen worden, maar meestal door de lever die een voorraad beheert waarmee glucoseniveaus in de bloedbaan op peil worden gehouden en waarmee het centrale zenuwstelsel gevoed wordt. In noodsituaties kan cortisol helpen bij het afbreken van eiwit en aangezien spiermassa de voornaamste bron is van eiwit, kunnen permanente verhoogde cortisolniveaus leiden tot spierafbraak. Een concreet voorbeeld hiervan is de afbraak gedurende de laatste kilometers van de marathon. De glycogeenvoorraden zijn er dan doorheen en in een dergelijke noodsituatie worden ook de spieren niet gespaard. Daarnaast leidt psychische stress ook tot afgifte van cortisol. Onder hele specifieke situaties kan het lichaam voorkeur geven aan de opslag van buikvet en dan vooral visceraal vet. Al deze biologische mechanismen leiden tot de volgende veronderstellingen:

  1. Van cardio word je dik (denk aan marathon)
  2. Van psychische stress word je dik
  3. Van stimulerende middelen, waaronder suiker, word je dik

hardloper

Laten we deze veronderstellingen eens nader bekijken. In het eerste geval gaat men er altijd vanuit dat cardio leidt tot vervetting en binnen PHP gooit men regelmatig met het begrip ‘fat ass cardio syndrome’. Men zou geen cardio moeten doen, maar krachttraining. Cardio is sowieso ouderwets, men moet vooral High Intensity Interval Training (HIIT) doen. Waarom een uur hardlopen, als je met een paar minuten intensief trainen klaar kunt zijn? Hoge intensiteit is ook wat je bij krachttraining doet, dus HIIT lijkt meer op krachttraining dan cardio, zo is de redenering. Aangezien een marathon ook cardio is, zal elke vorm van cardio wel tot hetzelfde effect leiden als de marathon, zo blijft men maar overgesimplificeerd doorredeneren. Hoewel dit allemaal volstrekt logisch klinkt, is het fysiologische flauwekul. Elke vorm van fysieke inspanning leidt namelijk tot afgifte van cortisol, het is immers allemaal afbraak. Dit is in verschillende metingen allang vastgesteld. Krachttraining, HIIT en duurtraining dragen allemaal hieraan bij en hoe hoger de intensiteit, des te groter de afgifte. Aangezien duurtraining de laagste intensiteit heeft, is de vraag waarom dit zou leiden tot de meeste cortisolafgifte.

Recent was er een interessant experiment waarbij HIIT (4 x 30s) afgezet werd tegen 130 min cardio. De HIIT vond plaats met 95% van de maximale output, terwijl de duurinspanning plaatsvond op 55% van het maximum. High intensity was dus echt hoge intensiteit en de duurtraining was echt cardio. De uitkomst is volledig in strijd met het veel geroepen fat ass cardio syndroom, want de HIIT van 4 x 30s leidde tot een hogere cortisolafgifte dan de 130 minuten duurtraining. Als cortisol de vijand is, wensen we iedereen veel succes met hun fat ass HIIT syndrome.

Een ander idee is dat je dik wordt van psychische stress. Het leidt immers tot cortisolafgifte waarmee glucose wordt aangemaakt uit spiermassa, zo is de redenering. Aangezien je dit niet verbrandt, want je hoeft immers tegenwoordig niet meer te vechten of te vluchten, sla je dit allemaal op als vet. Ook deze redenering, onder andere gevolgd door de Hormoonfactor trainers, maar ook Paul Chek en PHP trainers, is fysiologische flauwekul. Allereerst leidt psychische stress in veel gevallen helemaal niet tot afgifte van cortisol en als het gebeurt dan zijn het minimale hoeveelheden [5]. Slechts een fractie van 4 x 30 seconde HIIT. Eventuele vrijmaking van glucose is dan ook minimaal, als het er al is, en kan eenvoudig voorzien worden uit de levervoorraad. Van spierafbraak is geen sprake en kan dan ook verwezen worden naar het rijk der fabelen. Lichaam en geest zijn weliswaar een, maar dat betekent niet dat alle vormen van stress dezelfde reactie geven.

Om cortisolafgifte te minderen zou men stimulerende middelen als suiker moeten laten staan. Dit kan werken, want door suiker te mijden wordt eten gewoon minder lekker en eet men minder. We verwijzen voor meer details dan ook graag naar het deel over insuline en koolhydraten. Als we het niet moeten stimuleren, misschien moeten we dan de cortisolafgifte dempen.

Visolie kan daarvoor een probaat middel zijn, zo weten we uit diverse onderzoeken. De vraag is natuurlijk of je ervan afslankt. Charles Poliquin, de geestesvader van BioSignature, schreef een blog over een onderzoek wat dat uit zou moeten wijzen. Hij haalt daarvoor een onderzoek aan van Noreen, et al. [6] Daaruit blijkt inderdaad dat de visoliegroep na 6 weken 1,3% minder vet zou hebben. Wetenschappelijk bewezen zou je zeggen, maar zo simpel is het niet. Meten is namelijk weten, als je weet wat je meet.

Dat vetpercentage is namelijk vastgesteld met behulp van een BodPod. Dit apparaat lijkt zo van een science-fiction filmset te zijn getrokken en kan inderdaad de lichaamssamenstelling schatten. De foutmarge is tijdens het afslanken ergens tussen de 10 en 15 procent. Een gemeten verschil van 1,3% is ruim binnen de foutmarge en betekent dus helemaal niets. Poliquin rept er met geen woord over in zijn blogartikel. Ook interessant is dat hij een ander onderzoek uit hetzelfde jaar [7], gemeten met een veel betrouwbaardere DXA niet noemt. Het zal wel toeval zijn, maar uit dat veel grotere en veel betrouwbaardere onderzoek bleek helemaal geen voordeel uit gebruik van visoliecapsules. Een klein en onbetrouwbaar gemeten onderzoek suggereert wel een relatie en een groot en veel betrouwbaarder gemeten onderzoek laat niets zien. Welke logische conclusie zou de lezer moeten trekken? Er is dus vooral bewijs tegen de stelling dat visoliecapsules via welk mechanisme dan ook zal leiden tot een verhoogde vetverbranding [8].

Toch raadt Poliquin wel tot 30g visolie per dag aan en het liefst met supplementen die hij zelf verkoopt. Ook bij PHP worden hoge concentraties visoliesuppletie aanbevolen. Het probleem is dat het lichaam helemaal geen 30 gram kan verwerken, de cellen zullen na een paar gram stoppen met opnemen. Daarnaast zijn er overtuigende aanwijzingen dat hoge concentraties visolie van meer dan 3g per dag leiden tot problemen waaronder verhoogde LDL gehaltes en insulineresistentie. Poliquin beweert dat het geen kwaad kan en verwijst in een blogartikel naar een onderzoek waaruit zou blijken dat tot 60g per dag volledig veilig zou zijn [9]. Laten ze nu net in dat onderzoek geen insulinegevoeligheid hebben gemeten of de LDL-gehaltes. Het is een flauwekulreferentie van Poliquin.

De redenering over cortisol en (buik)vervetting klopt gewoonweg niet en zou daarom al met argwaan benaderd mogen worden. De praktijk is echter nog veel sprekender. Recent werd er een casus gepubliceerd van een bodybuilder die een zes maanden cuttingfase inging. Hij moest van 14% vet naar 4,5%. Daar waren een aantal interessante zaken over te melden. Allereerst werd het vetpercentage op twee manieren gemeten. De eerste was met een zogenaamde 4 compartimentenmeting, het meest betrouwbare wat we op dit moment hebben en wordt daarom ook wel de gouden standaard genoemd. De tweede methode was met behulp van een huidplooimeting, inderdaad de methode die bij PHP en bij BioSignature wordt gebruikt. De huidplooimeting bleek gemiddeld 8% af te wijken van de gouden standaard. Dat maakt de huidplooimeter niet nutteloos, maar je moet heel duidelijk de beperkingen ervan kennen. Nog veel interessanter is de toename van het cortisolgehalte tijdens de cuttingfase. Het lukte de bodybuilder namelijk om van 14 naar 4,5 procent vetgehalte te gaan, terwijl het cortisol bijna uit zijn oren spoot. Het enige wat je kunt concluderen is dat het katabole cortisol, een super vetverbrander moet zijn!

grafiek_hormonen
Het hormonale profiel van de bodybuilder tijdens de cuttingfase laat heel duidelijk zien dat je sterk kunt ‘ontvetten’ met torenhoge cortisolniveaus [10].

Hormonen en krachttraining

Krachttraining is een belangrijk onderdeel van de hormoonprogramma’s. Er wordt gesteld dat tijdens de krachttraining serumconcentraties van anabole hormonen als testosteron en groeihormoon (de meest besproken hormonen) toenemen en dit zou een dominante rol moeten spelen bij spierhypertrofie. Dit moet er niet alleen voor zorgen dat de direct getrainde spieren groeien, maar spieren over het hele lichaam. Squatten zou dus ook je biceps kunnen vergroten.

squat

Over het algemeen wordt er ongenuanceerd over hormonen gesproken in relatie tot krachttraining. Zo blijkt uit de praktijk regelmatig dat men vermoedt dat testosteron de belangrijkste factor is voor het bepalen van spiermassa. Zorg ervoor dat je je testosteron een goede boost geeft en het zou helemaal goed moeten komen. Ondanks dat het buiten het onderwerp van dit artikel valt, is het belangrijk om kort te vermelden dat je DNA en skeletbouw essentiële rollen spelen bij het bepalen van de hoeveelheid spiermassa die je kunt ontwikkelen, ongeacht of je nu een relatief hoge of lage testosteronspiegel hebt. Ook zijn de prenatale blootstelling aan testosteron en de productie tijdens je groei belangrijker voor spiergroei dan je niveaus als volwassene (mits ze niet te laag zijn).

Verder spelen hormonen als insuline (insulinegevoeligheid), cortisol en schildklierhormonen belangrijke rollen. Trainingen ontwikkelen op basis van een eventuele testosteronboost, is dus in ieder geval al erg kort door de bocht.

Testosteron
Dr. William J. Kraemer, professor van kinesiologie, fysiologie, neurobiologie en geneeskunde, hoogleraar, halfgod van de krachttraining en vader van de systemische hormoontheorie heeft geen bescheiden CV. Kraemer toonde bijvoorbeeld aan dat 10RM sets, gevolgd door 1 minuut rust tot een hogere stijging van hormonen leidden dan 5RM sets met 3 minuten rust [11, 12]. Dat is een van de redenen waarom we vandaag de dag de meeste mensen 8 tot 12 herhalingen zien doen in sportscholen. Er zijn twee experimenten geweest, waar Kraemer bij betrokken was, die deze hypothese op de proef stelden. Bij beide was het resultaat dat er een verband was tussen spierhypertrofie en verhoogde hormoonniveaus [13, 14]. Ondanks dat de bevindingen interessant waren, ging het maar om een klein aantal deelnemers, waardoor de kans op toeval sterk toeneemt.

Na de formulering van Kraemer’s hypothese in 1990, duurde het lang voordat de eerste experimenten, waar hij niet bij betrokken was, werden opgezet. Het meest recente onderzoek van West, et al. liet geen verband zien tussen een toename in spierhypertrofie en een specifiek hormonaal profiel [15] en sprak daarmee de hypothese tegen.

West, et al. deden ook in 2009 onderzoek naar verhoogde hormoonconcentraties en eiwitsynthese. Als er sprake is van spierhypertrofie, wordt er consistent een toename van eiwitsynthese geconstateerd. Als hogere hormoonconcentraties zorgen voor spierhypertrofie, zou er ook meer eiwitsynthese plaats moeten vinden. De onderzoekers vonden echter geen relatie tussen de hormoongroep en eiwitsynthese [16]. In 2010 onderzocht dezelfde groep wederom de relatie tussen verhoogde hormoonconcentraties, hypertrofie en kracht en keken daarbij zowel naar de type I als II spiervezels. Ook ditmaal werd er geen verschil gevonden in spierhypertrofie en krachttoename tussen de groepen [17].

Hansen, et al. [18] maakten gebruik van een groep die uitsluitend een armoefening uitvoerde en een hormoongroep die een been- en armoefening deed. Negen weken later toonde de resultaten bij de hormoongroep maar liefst een toename van 37% in isometrische bicepkracht aan, in tegenstelling tot slechts 10% bij de controlegroep. Een groot probleem van dit experiment, was het feit dat de hormoongroep bij aanvang gemiddeld 25% minder kracht had dan de controlegroep. Dat betekent dat deze groep in eerste instantie al meer potentie had voor ontwikkeling. Daarbuiten verschilde de concentrische krachttoename tussen de groepen niet, wat het dus heel moeilijk maakt om betrouwbare conclusies te trekken.

Volgens velen kwam in 2011 het reddende onderzoek van Rønnestad, et al. [19] Deze groep wilde een nieuw experiment opzetten, omdat zij dachten dat het gebrek aan resultaat bij het onderzoek van Hansen, et al. te wijten was aan het feit dat de armtraining niet direct plaatsvond na de beentraining. De beredenering is namelijk dat oefeningen als squats een grote hoeveelheid anabole hormonen vrijmaken, de bloedsomloop stimuleren en de hormonen zo uiteindelijk op de plaats van bestemming (de biceps in dit geval) hun werk kunnen verrichten. De resultaten waren dit keer indrukwekkender. Zij vonden namelijk een significant grotere toename in kracht bij de hormoongroep. De oplettende lezer kon echter uit de publicatie opmaken dat er geen significant verschil was tussen de hormoon- en de controlegroep. Het verschil in kracht in de armen kan verklaard worden door de squats, die doorgaans behoorlijk wat isometrische kracht vereisen van arm en bovenlichaam. Er werd simpelweg meer getraind. Daarbij mag ook nog opgemerkt worden, dat de groepen alleen de eerste week onder supervisie trainden en daarna zelfstandig. Ook de inname van eiwitshakes en supplementen zijn niet gecontroleerd. Er valt dus nogal wat op- en aan te merken op het experiment

De hypothese van Kraemer heeft nog weinig houvast, aangezien betere en recentere onderzoeken dit idee ontkrachten. Ook experts als Brad Schoenfeld, hypertrofiedeskundige en autoriteit op het gebied van krachttraining, heeft de theorie links laten liggen. De vraag is waarom trainers na een cursus van een paar dagen, meer denken te weten dan de uitvinder van de theorie zelf.

Toch zien we dat testosteron wel degelijk een indrukwekkend effect kan hebben op de lichaamssamenstelling. Wekelijkse injecties van 600mg testosteron enanthaat resulteerde na tien weken al in meer dan 3 kg vetvrije massa bij een controlegroep die niet aan krachttraining deed [20]. Het tegenovergestelde is ook waar. Mensen die een chronisch tekort hebben aan testosteron en groeihormoon, verliezen spiermassa. Toediening leidt in dergelijke gevallen tot normalisatie van de verhouding tussen vetvrije- en vetmassa. [21, 22]

Waarom krachtsporters een opmerkelijke hoeveelheid spiermassa ontwikkelen na het injecteren van testosteron, is te verklaren door de dosis. Gemiddelde injecties van 600mg testosteron per week zijn suprafysiologische hoeveelheden en leiden dan ook tot 600% hogere serumconcentraties dan de normale hoeveelheid bij jonge mannen, tot bovengemiddelde spierhypertrofie en een toename van 7,9 kg vetvrije massa na 20 weken [23]. Het is vervolgens interessant om te weten dat krachttraining voor een verhoging van 1,25 tot 2,0 van de normale waardes zorgt. Dat klinkt in eerste instantie relevant, maar deze waardes zakken na 30 tot 60 minuten weer terug naar normaal [12]. Afhankelijk van het soort testosteron dat geïnjecteerd wordt, kunnen waardes tot wel een week lang verhoogd blijven.

Langdurige seksuele onthouding wordt ook gecorreleerd met verhoogde testosteronwaardes, maar gek genoeg wordt er niet geadviseerd om hier volledig van af te zien.

Groeihormoon
Wellicht is het de naam, maar dit hormoon wordt praktisch altijd in verband gebracht met spiergroei. Uiteraard kan het te maken hebben met het feit dat groeihormoon, net als testosteron, met suprafysiologische hoeveelheden geïnjecteerd wordt door bodybuilders die een indrukwekkende hoeveelheid spiermassa hebben.

Ondanks dat krachttraining met een hoog volume 40 minuten lang kan leiden tot achtmaal hogere waardes [16], zorgt GH niet voor meer spiermassa of meer kracht. Bij mensen met een chronisch tekort aan GH helpen injecties de verhouding tussen vetvrije massa en vetmassa te normaliseren. Helaas is de toename van vetvrije massa geen spiergroei. De toename is het gevolg van een algehele verhoogde eiwitsynthese wat resulteert in hypertrofie van het bindweefsel. Verder verandert de vochthuishouding door een wijziging in de regulatie van water en elektrolyten door de nieren [24, 25]. Kortom, men houdt meer vocht vast.

Verhoogde groeihormoonconcentraties tijdens het trainen zorgen dus niet voor meer spiermassa, maar ook niet voor meer kracht vergeleken met een placebo [26-28]. Ten slotte hebben gezonde, jonge mannen ook geen baat bij het injecteren van GH. Dit heeft vergeleken met een placebo geen positieve invloed op spiermassa, kracht of eiwitsynthese in de spiercellen [29].

Twee andere ironische feiten zijn dat een uur hardlopen (lees: langdurige cardio) de groeihormoonconcentraties met maar liefst 600% kunnen verhogen en zelfs vasten zorgt voor een verhoging [30, 31]. Beide zijn bij de hormoonprogramma’s uit den boze. Daarbuiten wordt vasten of langdurige cardio uiteraard ook nooit geassocieerd met spiergroei.

Al het bovenstaande betekent niet dat hormonen als testosteron en groeihormoon nutteloos zijn, maar als een verhoging van je hormoonniveaus al een relevante rol zouden spelen bij spierhypertrofie, is de rol zeer bescheiden. Brad Schoenfeld concludeert a.d.h.v. zijn recente review dat een voordeel van 8% nog een overschatting zou zijn [32]. De naam hormonaal krachttrainingsprogramma, is in dit licht bezien, niets meer dan een grote grap.

Praktijkresultaat – Interview met Mitchell Lemans

Mitchell, kun je ons vertellen wie je bent en wat je doet?

Undisputed™ is een hecht team van coaches en trainers in verschillende disciplines die zeer praktijkgericht zijn. Wij hechten veel waarde aan passie voor het vak en het begeleiden van gedreven individuen met als uitgangspunt de basis van trainen, revalidatie, voeding en lifestyle. Alles wat wij tegenkomen in de praktijk wat afwijkt van de basis passen we toe en vormen hieruit een mening.

Bij hoeveel mensen hebben jullie ongeveer een PHP meting gedaan? Hoeveel van hen zijn hormonaal gezond verklaard?

Ik heb geen idee hoeveel het er exact zijn … Maar zeker meer dan 50 personen. Bij alle mensen was er een hormonaal disbalans. Ik ken niemand die met PHP werkt zonder hormonaal disbalans.

Wat waren de praktische problemen waar je tegen aanliep tijdens het gebruiken van de PHP methode?

Het scheiden van eiwitten en koolhydraten en het zeer beperkt aan koolhydraten dat je mag nuttigen.

Het is een regel die er snel voor zorgt dat je flink dropt in je dagelijkse calorie consumptie. Naar onze mening is het absoluut niet slim om koolhydraten zo laag te houden, het kan wel, maar niet langer dan 2/3 dagen. Als we kijken wat de primaire brandstofvorm is tijdens relatief korte en intensieve trainingen, is het niet slim om deze bron te beperken. Het lichaam zal voldoende koolhydraten moeten hebben om geen eiwitten te hydroliseren (verbranden als brandstof).

We merkten ook dat het lichaam ondanks een inname van meer dan 2 gram eiwit per kg/vetvrije massa geen optimaal herstel kon leveren. Dit was voor sommigen sporten cruciaal om optimaal te kunnen presteren. Twee keer per dag een bakje koolhydraten met groenten is voor mensen die beter willen presteren te weinig. Zeker om maximaal supercompensatie af te dwingen. Je lichaam heeft gewoonweg meer nodig.

Voor veel mensen was het zwaar minderen van koolhydraten een hele klus. Je lichaam blijkt geavanceerd genoeg om aan te geven dat koolhydraten belangrijk voor je zijn. Daarbij waren de supplementen ook een struikelblok voor de mensen. Telkens weer een ander soort supplement is wat ons verteld werd.

Omdat PHP praktijkresultaat zo belangrijk vindt, zijn wij benieuwd naar jouw ervaringen met en zonder PHP in de praktijk. Heb je hier voorbeelden van?

Laat ik eerst vermelden dat Undisputed™ altijd alles intern test voordat wij ergens een mening over vormen. Wij willen alles een eerlijke kans geven. Wij hebben het getest bij onszelf en bij onze leden, langer dan een jaar.

Laten we voorop stellen dat voor de gemiddelde persoon elke vorm van opeens trainen en opeens gezonder gaan eten (geen vette/zoute/zoete zooi) een heleboel doet voor het lichaam. We vonden de resultaten oke, maar als we het vergelijken met het eten met je boerenverstand dan vind ik de resultaten tegenvallen. We hebben in het begin alles 1 op 1 toegepast zoals geleerd, maar in de loop der maanden zelf dingen aangepast/gestript tot aan alleen het doorvoeren van de voeding. De supplementen gaven geen verschil in het verlagen van het vetpercentage. Maar zoals we allemaal weten is gezonde voeding de basis en moeten we ons geluk niet zoeken in supplementen.

1

Één van onze trainers (zie foto) stagneerde op zijn vetpercentage rond de 16% (foto links) en heeft een switch gemaakt naar daadwerkelijk eten voor zijn behoefte (foto midden en rechts). Er is hier in zijn totaliteit ongeveer 7 maanden overheen gegaan. In acht nemend dat er wel wat vooruitgang is geweest in zijn kracht maar niet zoveel als de foto doet vermoeden.

2

Undisputed Member stagneert op PHP na 6 maanden (links). Alle regels zijn foutloos toegepast. Daarna over gegaan op het 13-weekse bodycomp programma van Undisputed. Resultaten zijn het belangrijkste toch?

3

Koolhydraten zijn onmisbaar bij het bouwen van spiermassa. Wel de juiste hoeveelheden nemen, je begrijpt dat wij alle low carb of lower carb verhalen wel een beetje zat zijn. Wetende wat dit kan doen voor je lichaam. Links het resultaat van globale regels en het verhogen van de vetinname uit natuurlijke producten zoals noten, avocado’s en vet vlees. Rechts het uitzoeken van de juiste hoeveelheden van eiwitten, koolhydraten en vetten. Zijn dagelijkse voeding bestond uit witte rijst, mie, veel fruit en krokante kip.

4

Met ons 13-weekse bodycomp programma hebben wij deze transformatie gerealiseerd. Kort en bondig is de kern van het programma: eten naar je behoefte (de juiste hoeveelheid eiwit, koolhydraten en vetten) en de bijhorende trainingen netjes volgen (3 tot 4 keer in de week).

Zodra PHP na de meting in de praktijk wordt toegepast, waar komt het advies dan op neer? Oftewel, wat is de kern van wat cliënten daadwerkelijk moeten doen elke dag en in hoeverre verschilt dit van de ‘normale’ methodes?

De kern is ongeveer:

  • 2 keer per dag een koolhydraat maaltijd;
  • 4 maaltijden groenten, vetten en eiwitten;
  • Het scheiden van koolhydraten en eiwitten;
  • 4 supplementen die je dagelijks moet nemen;

Uiteindelijk is het puur en gezond eten, het vermijden van alles waar je dikker van gaat worden. Einde van de streep is het meer bewegen en vooral gezonder gaan eten. PHP is een andere manier om mensen een gezonder eetpatroon te leren. Het zit alleen verpakt in een nieuw jasje en naar mijn persoonlijke mening is dat een duur en lastig jasje als ik het vergelijk met andere simpele methodes.

Wat is de gemiddelde persoon gemiddeld per maand kwijt aan de supplementen die PHP adviseert?

Per maand weet ik niet, maar een volledig startpakket kom je al snel uit op ruim 130 euro.

Het was opvallend lastig om open en objectief over dit onderwerp te spreken met de PHP trainers. Waarom heb jij besloten om mee te werken?

Wij hebben geen moeite met het beantwoorden van vragen en het delen van onze bevindingen. Wij geven onze mening over iets waar andere vragen over stellen. Waarom zouden wij onze resultaten gaan
ontkennen? Wij zijn gewoon een beetje gek en maken als het ware proefkonijnen van onszelf. Denk aan 3 keer per dag trainen, 1 spiergroep per week trainen, depressief trainen, 10000 kb swings in zo kort mogelijke tijd. Dat soort dingen. Voeding is daar vanzelfsprekend ook onderdeel van.

Wij zijn heel kritisch in de praktijk en kijken naar de resultaten. Ik snap dat het voor veel trainers een houvast is om resultaat te boeken. Maar als jij de basiswetten in acht neemt met betrekking tot voeding en training dan kom je echt al een heel eind.

Ik vind het teveel moeite in vergelijking met de levensstijl van je oma, fatsoenlijk eten. Nogmaals ieder heeft zijn eigen manier en dat respecteren wij. Wij zijn anders dan de rest.

Wat is jullie mening over PHP?

We zijn er niet zo enthousiast over, simpelweg omdat we geen beter resultaat hebben geboekt met PHP ten opzichte van onze eigen manier van werken. In de basis kan ik het alleen maar aanmoedigen; Ga gezonder eten! Die regels over eiwitten scheiden van koolhydraten, cortisol, oestrogeen, testosteron, zware metalen, enz. kan ook prima zonder supplementen. Granny’s diet is waar de meeste mensen erg goed op gaan.

Conclusie

Een man moest van een goeroe op een magische steen zitten en mocht 3 dagen zijn mond niet opendoen. Hij viel 4kg af en dat kwam door die steen. Dit ludieke verhaal vertelt je wat er eigenlijk gebeurt als je resultaat ziet met een hormonale aanpak. Er zijn namelijk een aantal feiten in het verhaal, namelijk dat de man drie dagen op een steen ging zitten en dat hij gewicht verloor. Er zitten ook een aantal aannames in, namelijk dat de steen magisch is en dat het gewichtsverlies veroorzaakt werd door de steen. De helft is dus waar en zo ook bij een hormonale aanpak. Insuline is betrokken bij vetopslag en minder koolhydraten eten kan zorgen voor minder insulineafgifte. De aanname is dat het gewichtsverlies te wijten is aan koolhydraten schrappen en de daarmee gepaard gaande verminderde insulineafgifte.

Het is duidelijk dat hormonaal afslanken geen stand kan houden. Het is een visie uit de vorige eeuw, die grotendeels in theorie én in de praktijk, ontkracht is. Wat overblijft, is vooral een interessant marketingverhaal vol met halve waarheden en weinig weerwoord. Het wil niet zeggen dat hormonen geen relatie hebben met vetverdeling, zo heb je in het eerste artikel kunnen vaststellen, maar het idee dat je met de gepromote methoden van training en voeding aan spotreductie kunt doen, is feitelijk onjuist.

Als een hormonale aanpak leidt tot afslanken, dan is het omdat men negatief gaat in de energiebalans. Het is net zo effectief als drie dagen je mond houden en op een ‘magische’ steen zitten. Hetzelfde gebeurt bij Sportvasten, want daar eet je letterlijk drie dagen niet, maar je zou afslanken door het omzetten van een switch. Ook hebben we een voorbeeldmenu doorgerekend uit de PHP manual. Daarmee is het heel duidelijk geworden dat je, ondanks de 6 maaltijden, ongeveer 1500 calorieën per dag binnenkrijgt, als man van 80 kilo. Gewichtsverlies is in dat geval dan ook geen verassing.

Maaltijd Eiwit Koolhydraten Vet Calorieën
2 gekookte eieren, 1 hand amandelen en 2 gele paprika’s 13g 0g 10g 369 kcal
1 krentenbol 6g 36g 1g 185 kcal
150g gegrilde kipfilet, ijsbergsla, komkommer en een eetlepel olijfolie 32g 0g 19g 326 kcal
1 groene appel 0g 16g 0g 65 kcal
Roerbakgroente met champignons, 150g biefstukpuntjes en een eetlepel kokosvet 32g 7g 17g 308 kcal
250g magere kwark met 1 hand walnoten 29g 12g 18g 318 kcal
Totaal 1571 kcal

Dit dieet is opgesteld aan de hand van de regels uit de PHP manual. Zes maaltijden, waarbij elke maaltijd bestaat uit specifieke porties op basis van de grootte van je hand/vuist. Het is overduidelijk dat het resultaat het gevolg moet zijn van negatieve energiebalans.

Wij zijn dus niet zo onder de indruk van de ‘ik haal resultaat in de praktijk’ retoriek. Er is namelijk geen verschil tussen een hormonale aanpak, een metabole switch en zitten op een magische steen. Het resultaat is er, maar het mechanisme is allemaal hetzelfde. Namelijk een onnodig complexe en vaak kostbare methode om een negatieve energiebalans te bewerkstelligen. Er zijn dus in dit geval geen meerdere wegen naar Rome, het is dezelfde weg alleen met een andere reisleider.

steen
Ik eet bijna niets en ik val af. Het waren dus toch de hormonen.


  • Voor gebruik van materiaal van derden voor dit artikel, is toestemming verleend of valt onder het citaatrecht, artikel 15a van de Auteurswet.
  • De conceptversie van dit artikel is voor publicatie aan zowel Overload Worldwide als Ralph Moorman voorgelegd, om eventuele feitelijke onjuistheden te corrigeren. Hier hebben wij nooit reactie over mogen ontvangen.

Bronnen

  1. Lohman TG (1983), Wilmore JH, Roby F, et al: Interinvestigator reliability of skinfolds. In: AAHPERD Research Abstracts. Reston, VA, American Alliance for Health, Physical Education, Recreation & Dance, 1983, p 122
  2. Kispert CP, Merrifield HH. Interrater reliability of skinfold fat measurements. Phys Ther. 1987;67(6):917-20.
  3. Levin BE. Metabolic sensing neurons and the control of energy homeostasis. Physiol Behav. 2006;89(4):486-9.
  4. Snorgaard O, Binder C. Monitoring of blood glucose concentration in subjects with hypoglycaemic symptoms during everyday life. BMJ. 1990;300(6716):16-8.
  5. Campbell J, Ehlert U. Acute psychosocial stress: does the emotional stress response correspond with physiological responses?. Psychoneuroendocrinology. 2012;37(8):1111-34.
  6. Noreen EE, Sass MJ, Crowe ML, Pabon VA, Brandauer J, Averill LK. Effects of supplemental fish oil on resting metabolic rate, body composition, and salivary cortisol in healthy adults. J Int Soc Sports Nutr. 2010;7:31.
  7. Defina LF, Marcoux LG, Devers SM, Cleaver JP, Willis BL. Effects of omega-3 supplementation in combination with diet and exercise on weight loss and body composition. Am J Clin Nutr. 2011;93(2):455-62.
  8. Harden, C.J., et al., Preliminary meta-analysis of the effect of fish oil on body weight and body mass index in overweight and obese subjects does not support a link. Proc Nutr Soc, 2013. 72: p. E283.
  9. Young GS, Conquer JA, Thomas R. Effect of randomized supplementation with high dose olive, flax or fish oil on serum phospholipid fatty acid levels in adults with attention deficit hyperactivity disorder. Reprod Nutr Dev. 2005;45(5):549-58.
  10. Rossow LM, Fukuda DH, Fahs CA, e.a. Natural Bodybuilding Competition Preparation and Recovery: A 12-Month Case Study. Int J Sports Physiol Perform. 2013 Feb 14
  11. Kraemer WJ, Marchitelli L, Gordon SE, et al. Hormonal and growth factor responses to heavy resistance exercise protocols. J Appl Physiol. 1990;69(4):1442-50.
  12. Kraemer WJ, Ratamess NA. Hormonal responses and adaptations to resistance exercise and training. Sports Med. 2005;35(4):339-61.
  13. Ahtiainen JP, Pakarinen A, Kraemer WJ, Häkkinen K. Acute hormonal and neuromuscular responses and recovery to forced vs maximum repetitions multiple resistance exercises. Int J Sports Med. 2003;24(6):410-8.
  14. McCall GE, Byrnes WC, Fleck SJ, Dickinson A, Kraemer WJ. Acute and chronic hormonal responses to resistance training designed to promote muscle hypertrophy. Can J Appl Physiol. 1999;24(1):96-107.
  15. West DW, Phillips SM. Associations of exercise-induced hormone profiles and gains in strength and hypertrophy in a large cohort after weight training. Eur J Appl Physiol. 2012;112(7):2693-702.
  16. West DW, Kujbida GW, Moore DR, et al. Resistance exercise-induced increases in putative anabolic hormones do not enhance muscle protein synthesis or intracellular signalling in young men. J Physiol (Lond). 2009;587(Pt 21):5239-47.
  17. West DW, Burd NA, Tang JE, et al. Elevations in ostensibly anabolic hormones with resistance exercise enhance neither training-induced muscle hypertrophy nor strength of the elbow flexors. J Appl Physiol. 2010;108(1):60-7.
  18. Hansen S, Kvorning T, Kjaer M, Sjøgaard G. The effect of short-term strength training on human skeletal muscle: the importance of physiologically elevated hormone levels. Scand J Med Sci Sports. 2001;11(6):347-54.
  19. Rønnestad BR, Nygaard H, Raastad T. Physiological elevation of endogenous hormones results in superior strength training adaptation. Eur J Appl Physiol. 2011;111(9):2249-59.
  20. Bhasin S, Storer TW, Berman N, et al. The effects of supraphysiologic doses of testosterone on muscle size and strength in normal men. N Engl J Med. 1996;335(1):1-7.
  21. Engstrom EB, Burman P, Holdstock C, Karlsson FA. Effects of growth hormone (GH) on ghrelin, leptin, and adiponectin in GH-deficient patients. J Clin Endocrin Metab. 2003;88(11):5193-5198.
  22. Yassin A, Doros G. Testosterone therapy in hypogonadal men results in sustained and clinically meaningful weight loss. Clin Obes. 2013;3(3-4):73-83.
  23. Bhasin S, Woodhouse L, Casaburi R, et al. Testosterone dose-response relationships in healthy young men. Am J Physiol Endocrinol Metab. 2001;281(6):E1172-81.
  24. Doessing S, Heinemeier KM, Holm L, et al. Growth hormone stimulates the collagen synthesis in human tendon and skeletal muscle without affecting myofibrillar protein synthesis. J Physiol (Lond). 2010;588(Pt 2):341-51.
  25. Dimke H, Flyvbjerg A, Frische S. Acute and chronic effects of growth hormone on renal regulation of electrolyte and water homeostasis. Growth Horm IGF Res. 2007;17(5):353-68.
  26. Taaffe DR, Pruitt L, Reim J, et al. Effect of recombinant human growth hormone on the muscle strength response to resistance exercise in elderly men. J Clin Endocrinol Metab. 1994;79(5):1361-6.
  27. Taaffe DR, Jin IH, Vu TH, Hoffman AR, Marcus R. Lack of effect of recombinant human growth hormone (GH) on muscle morphology and GH-insulin-like growth factor expression in resistance-trained elderly men. J Clin Endocrinol Metab. 1996;81(1):421-5.
  28. Yarasheski KE, Zachwieja JJ, Campbell JA, Bier DM. Effect of growth hormone and resistance exercise on muscle growth and strength in older men. Am J Physiol. 1995;268(2 Pt 1):E268-76.
  29. Yarasheski KE, Campbell JA, Smith K, Rennie MJ, Holloszy JO, Bier DM. Effect of growth hormone and resistance exercise on muscle growth in young men. Am J Physiol. 1992;262(3 Pt 1):E261-7.
  30. Godfrey RJ, Madgwick Z, Whyte GP. The exercise-induced growth hormone response in athletes. Sports Med. 2003;33(8):599-613.
  31. Hunter WM, Greenwood FC. STUDIES ON THE SECRETION OF HUMAN-PITUITARY-GROWTH HORMONE. Br Med J. 1964;1(5386):804-7.
  32. Schoenfeld BJ. Postexercise hypertrophic adaptations: a reexamination of the hormone hypothesis and its applicability to resistance training program design. J Strength Cond Res. 2013;27(6):1720-30.
Author

67 Comments

  1. Wim Piels

    Hoi Guy,
    Ik als php trainer en hormoonfactortrainer lees jouw blogs met zeer veel interesse en zie dat ook jijzelf al aangeeft dat we toch echt heel weinig weten over het functioneren van ieder individueel menselijk lichaam. Alle stellingen door de hormoontrainers geponeerd kunnen onderuit worden gehaald net zo als jouw stellingen door diverse andere onderzoeken ook weer onderuit kunnen worden gehaald. Conclusie : niet te snel denken dat we het allemaal weten. Het gaat niet om het doel maar om de weg er naar toe.
    Ik vind het persoonlijk erg jammer dat schijnbaar jouw enige doel hier in dit tweede deel is het onderuit halen van de diverse mensen die zich verdiept hebben in Hormoon therapie. Natuurlijk weten zij het ook niet. Maar zoals je zelf al toegeeft in je blog doen zij wel heel goede dingen omdat zij in het algemeen gezonde voeding promoten en proberen mensen op het juiste pad te krijgen. Het gaat niet om het Droog worden, zoals je mooie foto’s laten zien, Droog is net zo min als alle anderen de toekomst. Droog kan onderdeel worden van een grote beweging naar een preventief gezondheidsstelsel in Nederland. Alleen SAMENWERKEN en KRACHTEN BUNDELEN leidt tot succes.
    Wim Piels

    • Hi Wim,

      Bedankt voor je reactie en leuk dat je mijn blogs interessant vindt.

      Niets in dit artikel is persoonlijk bedoeld, we kijken alleen naar de claims en die staan los van de persoon die ze maakt. Het is dus niet onze intentie om trainers van de hormoontheorie onderuit te halen, maar de hormoontheorie zelf, ook als deze geen trainers zou hebben.

      Wij horen regelmatig dat je “alles kunt bewijzen met onderzoeken”, maar verder blijft het akelig stil. De discussie staat open en wij horen dan ook graag welke onderzoeken onze stellingen onderuit halen en de hormoontheorie in stand houden. Wij kennen ze namelijk niet, terwijl het duidelijk mag zijn dat wij ook voor jullie positieve onderzoeken hebben geciteerd. Wij staan open voor nieuwe informatie, dus mocht je die onderzoeken kunnen laten zien, heel graag.

      Of ik direct toegeef dat ze hele goede dingen doen, is wellicht wat overdreven, maar ik ontken inderdaad niet dat door het verspreiden van onjuiste en dure informatie, er mensen zijn die afvallen en gezonder gaan eten. Of je dat als positief wilt zien, laat ik aan jou over. Wij doen het liever anders.

      Je poëtische afsluiter laat ik wellicht op mijn visitekaartjes drukken. Daarbuiten zou het volgens jou als PHP trainer wel erg belangrijk moeten zijn om droog te worden. De PHP manual geeft immers zelf aan dat een vetpercentage van onder de 10% zeer gezond is. Uit dit artikel blijkt overigens ook dat wij open staan voor samenwerken en krachten bundelen, maar dan bij voorkeur wel met professionals die juiste informatie verspreiden hoog in het vaandel hebben staan.

  2. Uitstekende ontleding van pseudowetenschappelijke retoriek. Vroeger waren we nog burger, nu zijn we allemaal consument omringd door geraffineerde marketing illusies. Misleiding en irrationele verlangens spelen hierbij een grote rol. Ons monetaire systeem draait volledig op schuld. Eigenlijk bestaat al het geld uit schuld, waardoor het bestaande paradigma van economische groei in stand wordt gehouden. Ons systeem (lees ‘vrije’ markt?) vraagt dus om een dubbel kritische houding. Als diëtist en personal trainer probeer ik daarom altijd, op zoek naar de objectieve waarheid, rekening te houden met confirmation bias.
    Fijn om te weten dat er meer mensen zijn die hun nek durven uit te steken. Ga zo door Guy, wellicht ontmoeten we elkaar nog een keer.

  3. Wim Piels

    Hoi Guy,

    Volgens mij heb je nog steeds niet echt begrepen wat ik eigenlijk echt zeggen wilde. Ja, ik heb de php cursus gevolgd en ja ook de hormoonfactor cursus en de orthomoleculaire therapeut cursus en..en.en. Waarom ? Omdat ik zoveel mogelijk wil weten om mijn mensen zoveel mogelijk informatie te verschaffen. Veel onderzoeken zowel door jou aangehaald als ook door anderen zijn met betrekkelijk weinig proefpersonen in een betrekkelijk korte termijn gedaan waarbij je ook nog eens geen vergelijkingen kunt maken met controle groepen omdat alle mensen nou eenmaal niet vast zitten in een kooi en dus dezelfde leefstijl hebben. En dan wil ik het nog niet eens hebben over genetische expressie. Ook nu haal je weer uit naar anderen en daag je mij uit om met onderzoeken te komen. Dat doe ik niet want dan zou ik mij ook schuldig maken aan het zoeken van bewijslast( die volgens mij niet deugdelijk is) en daarmee de verschillen alleen maar groter maken tussen de diverse groeperingen. Niet echt mijn doel. Mijn doel : zoveel mogelijk puzzelstukjes verzamelen om zo zoveel mogelijk van ieders eigen puzzel op te lossen. En ja verzamelen doe ik ook via jouw blogs. Blijf dus schrijven over oplossingen, geef mij nieuwe puzzelstukjes en probeer niet de stukjes van anderen in jouw puzzel te stoppen. Dit lukt nooit. Samen naar een preventief gezondheidsstelsel ; dat is mijn doel. Geen zinlose discussies over welles nietes en ondeugdelijke onderzoekjes. Bij mij staat de mens centraal en dan moet ik toch even kiezen en geef ik Ralph Moorman gelijk: gebruik je verstand dan kom je een heel eind. En om dan ook nog maar eens de jongens van PHP aan te halen: als het werkt, wie ben jij dan om te zeggen dat het niet goed is. De discussie of dit mensen dan geld kost om dat doel te bereiken is mij te moralistisch. Mensen geven veel meer geld uit aan zaken die niet zo belangrijk zijn dan hun gezondheid. Dus kom op Guy. Niet meer uitdagen en je gelijk proberen te halen , maar jouw puzzelstukjes aansluiten bij de rest. Het wordt vast een fantastisch geheel.

    • Hey Wim, fijn dat je geld verdient aan de verkoop marketing illusies. Mensen geven toch al veel geld uit aan zaken die niet zo belangrijk zijn voor hun gezondheid. Gefeliciteerd met deze erudiete, helaas niet zo unieke werkwijze.

    • Laat ik voorop stellen dat ik het fijn vindt dat er trainers reageren die de opleidingen hebben gevolgd. Echter vind ik het nog steeds diep treurig, dat er niets zinnigs over de inhoud wordt gezegd.

      Wim zegt dat er onderzoeken zijn die onze stellingen onderuit halen, maar als ik hiernaar vraag, zou dat een uitdaging zijn. Wim, de reden dat ik die onderzoeken graag wil zien is omdat ik, in jouw woorden, zoveel mogelijk puzzelstukjes wil verzamelen. Ik begreep uit jouw positieve feedback dat ik jou daarbij help, waarom is het een uitdaging als ik jou vraag om mij met hetzelfde te helpen?

      Als je dergelijke onderzoeken niet hebt, moeten we die niet bij de discussie betrekken. Ik ga ervan uit dat je het hier mee eens bent. Mocht je alsnog die onderzoeken niet willen citeren, is het een uitstekend argument van jouw kant als je de beperkingen van onze onderzoeken aan kunt tonen. De materie is belangrijk, niet wat we van elkaar als persoon vinden.

      Je zegt: “als het werkt, wie ben jij dan om te zeggen dat het niet goed is.” Die reden is eenvoudig Wim: het zijn namelijk onwaarheden. Het is een klassiek geval van correlatie en causaliteit door elkaar halen. Sinds wanneer zijn leugens, of halve-leugens, verantwoord? Is dat hoe je jezelf als professional neer wilt zetten? Met die logica is het prima als ik mensen speciaal gemaakte zuurkool verkoop en hier een fiks bedrag voor reken. Zuurkool die zogenaamd vetverbrandend werkt. Als ik ervoor zorg dat ze weinig calorieen binnenkrijgen en afvallen, werkt mijn zuurkool dus ook en mag ik er onjuiste claims over maken. Want wie zijn jullie om mij te vertellen dat het niet werkt? Waarom doen jullie negatief? Ik help toch mensen met afvallen?

      “Mensen geven veel meer geld uit aan zaken die niet zo belangrijk zijn dan hun gezondheid”

      Vrijwel je hele reactie bestaat uit het rationaliseren van leugens. Dat is waar het op neerkomt.

      @Tiemen: je moest eens weten hoe rijk ik ben geworden na het plaatsen van dit artikel. Daarbuiten verandert dat nog steeds niets aan de inhoud. Wil je daar op reageren?

  4. Wim Piels

    Hoi rk,
    Sorry dat ik je dag een beetje heb bedorven. Ook nu weer ga jij uit van de veronderstelling dat ik geld verdien aan domme mensen. Staat er ergens in mijn tekst dat ik dit doe? Bestaan domme mensen? Volgens jou wel.. Volgens mij niet. Wat goed is bewijst zichzelf en daarvoor heb ik niemand nodig. Het is niet geloven; het is zien en geloven rk.. Enne ….toch nog maar eens lezen wat ik heb geschreven. Er staat nergens dat ik als php trainer of hormoonfactortrainer aan het werk ben. Er staat dat ik probeer zoveel mogelijk kennis op te doen om zoveel mogelijk te weten te komen. Ik heb niet de illusie dat de een of de ander de waarheid heeft. Eerst goed lezen, dan reageren :).

    • Hoi Wim, ik ben blij dat je reageert op deze mooie dag vol dynamiek. Goed om te horen dat je mijn stukje goed hebt gelezen. Zien en geloven is mooi, maar waar is het wetenschappelijke bewijs? Of is het placebo-effect de wens van jouw gedachten? ‘Domme mensen’ zijn woorden die ik nooit zal gebruiken. Feiten zijn geen meningen. Deze laat ik graag aan jou over.

  5. Wim Piels

    Hoi rk,
    Fijn dat jouw wereld al zo vol feiten zit. Ik weet niet hoe oud jij bent maar in mijn 57 jaar zijn er al heel wat feiten gesneuveld. En tja als placebo helpt, ook al weet ik niet hoe, dan ben ik daar erg blij mee. Dus ik laat je nou maar met je feiten en wens je een mooie dag.

    • Hoi Wim, bedankt voor je reactie. We schelen 11 jaar, fijne dag nog!

  6. Wim, bedankt voor jouw reactie. Ik denk er ongeveer net zo over, maar kan het niet zo mooi verwoorden als jij. Guy heeft interessante informatie, maar het lijkt net of het in opdracht geschreven is van een opleidingsinstituut dat de tegenhanger is van Hormoonfactor en PHP. Ik denk dat iedereen op zijn/haar eigen manier de klanten probeert zo goed mogelijk te helpen. In de plaats van tegen elkaar te zijn kun je beter samen proberen Nederland fitter en gezonder te maken.

  7. Paul Bosma

    Hoi Guy,

    Wat een ontzettend goed onderbouwd artikel. Erg goed en duidelijk geformuleerd. Gewoon feitelijke en juiste informatie verstrekken.
    De personen die volgens de hormoon protocollen werken mogen zich wel eens achter hun oren krabben. De reden WAAROM iets werkt is wat mij betreft super belangrijk. Resultaat is leuk, maar als de waarom achter de resultaten bestaat uit vage en niet (goed) onderbouwde theorieën dan weet je eigenlijk nog niks. Het doel moet altijd zijn om erachter te komen waarom iets werkt en dit vervolgens onderbouwen met juiste bronnen.

    Ik kijk in ieder geval uit naar de reacties van de “hormoon specialisten” 😉

  8. Wim Piels

    Alvast iets om te lezen over wel of niet extra afvallen met visolie !
    Original Article

    International Journal of Obesity (2007) 31, 1560–1566; doi:10.1038/sj.ijo.0803643; published online 15 May 2007

    Randomized trial of weight-loss-diets for young adults varying in fish and fish oil content

    I Thorsdottir1, H Tomasson2, I Gunnarsdottir1, E Gisladottir1, M Kiely3, M D Parra4, N M Bandarra5, G Schaafsma6 and J A Martinéz4

    1Unit for Nutrition Research, Department of Food Science and Human Nutrition, Landspitali University Hospital, University of Iceland, Reykjavik, Iceland
    2Faculty of Economics and Business Administration, University of Iceland, Iceland
    3Department of Food and Nutritional Sciences, University College Cork, Cork, Ireland
    4The Department of Physiology and Nutrition, University of Navarra, Navarra, Spain
    5The Nutrition Laboratory, The National Research Institute on Agriculture and Fisheries Research, Lisbon, Portugal
    6TNO Nutrition and Food Research, The Netherlands and Wageningen University, Wageningen, The Netherlands
    Correspondence: Professor I Thorsdottir, Unit for Nutrition Research, Landspitali University Hospital, Eiriksgata-29, 101 Reykjavik, Iceland. E-mail: ingathor@landspitali.is

    Received 2 August 2006; Revised 21 February 2007; Accepted 8 March 2007; Published online 15 May 2007.

    Top of page
    Abstract
    Objective: To investigate the effect of including seafood and fish oils, as part of an energy-restricted diet, on weight loss in young overweight adults.
    Design: Randomized controlled trial of energy-restricted diet varying in fish and fish oil content was followed for 8 weeks. Subjects were randomized to one of four groups: (1) control (sunflower oil capsules, no seafood); (2) lean fish (3 times 150 g portions of cod/week); (3) fatty fish (3 times 150 g portions of salmon/week); (4) fish oil (DHA/EPA capsules, no seafood). The macronutrient composition of the diets was similar between the groups and the capsule groups, were single-blinded.
    Subjects: A total of 324 men and women aged 20–40 years, BMI 27.5–32.5 kg/m2 from Iceland, Spain and Ireland.
    Measurements: Anthropometric data were collected at baseline, midpoint and endpoint. Confounding factors were accounted for, with linear models, for repeated measures with two-way interactions. The most important interactions for weight loss were (diet times energy intake), (gender times diet) and (gender times initial-weight).
    Results: An average man in the study (95 kg at baseline receiving 1600 kcal/day) was estimated to lose 3.55 kg (95% CI, 3.14–3.97) (1); 4.35 kg (95% CI, 3.94–4.75) (2); 4.50 kg (95% CI, 4.13–4.87) (3) and 4.96 kg (95% CI, 4.53–5.40) on diet (4) in 4 weeks, from baseline to midpoint. The weight-loss from midpoint to endpoint was 0.45 (0.41–0.49) times the observed weight loss from baseline to midpoint. The diets did not differ in their effect on weight loss in women. Changes in measures of body composition were in line with changes in body weight.
    Conclusion: In young, overweight men, the inclusion of either lean or fatty fish, or fish oil as part of an energy-restricted diet resulted in approx1 kg more weight loss after 4 weeks, than did a similar diet without seafood or supplement of marine origin. The addition of seafood to a nutritionally balanced energy-restricted diet may boost weight loss.
    Keywords: fish proteins, n-3 fatty acids, weight-loss-diet, overweight, humans
    gr. wim

  9. Wim Piels

    Hi Guy,
    Of suikers een hogere insuline afgifte veroorzaken is schijnbaar geen uitgemaakte zaak. Maar het is ook niet zo dat het niet zo is. Er zijn gewoon teveel correlated factors. Een onderzoek bij ratten geeft wel een duidelijke stijging die uiteindelijjk leidt tot resistentie. Zie summary.
    Dus het ligt niet zo duidelijk.
    nsulin resistance and the diseases associated with it represent major public health challenges in the United States and around the world. Although it would be attractive to find an ideal diet for the prevention and treatment of insulin resistance states, this is probably an unrealistic expectation. Knowledge gained from both animal and human studies about the effect of simple and complex carbohydrates on insulin action is increasing. However, any change in the carbohydrate composition of the diet may produce reciprocal changes in other parts of the diet.

    It is important to remember that on balance, increased energy intake and positive energy balance may be the nutritional factors that are most to blame for insulin resistance through the production of obesity. In addition, energy restriction, independent of the composition of the diet, may be the best nutritional approach to treating insulin resistance.

    Intake of dietary fat, particularly saturated fat, appears to be associated with insulin resistance in animals (23) and humans (21) and may predispose to the development of diabetes (10). It seems prudent at this time to advocate increased fiber consumption. Resistant starch or low GI diets may ultimately prove to have beneficial effects at some stage in the development of type 2 diabetes, but this remains controversial. Although simple sugars appear to cause insulin resistance in rats, adverse effects in humans have not been demonstrated conclusively. Future studies should use appropriate doses of these nutrients fed over moderate periods of time to populations presumed to be the most susceptible to their effects. These populations might be the young in the case of simple sugars and those with preexisting insulin resistance in the case of complex carbohydrate and fiber. Clear relationships may not emerge until it is possible to obtain a more accurate phenotype or even genotype of subjects because genetic heterogeneity likely underlies the heterogeneous response to these diets.

    Studies relating specific foods to specific disease states may provide the most useful information for nutrition policy decisions. If the relationship between a nutrient and insulin sensitivity is to be examined, then specific measures of insulin action in the tissue that is likely to be affected or likely to be related to disease risk should be undertaken. Simply using insulin and glucose levels is unlikely to provide meaningful insights into these relationships. The relationships between diet and insulin action remain an important area for future investigation.

    Previous Section
    Next Section
    Footnotes

    ↵1 Presented as part of the symposium entitled Carbohydrates—Friend or Foe given at the Experimental Biology 2001 Meeting held March 31–April 4, 2001 in Orlando, FL. The symposium was sponsored the American Society for Nutritional Sciences and the International Life Sciences Institute Research Foundation’s Human Nutrition Institute. The proceedings of this symposium are published as a supplement to The Journal of Nutrition. The views expressed herein are those of the authors and do not necessarily reflect those of the ILSI Research Foundation. Guest editor for the symposium publication was Suzanne Harris, ILSI Research Foundation, Human Nutrition Institute, Washington, DC.
    ↵2 Abbreviations used: BIRKO, β cell–specific insulin receptor knockout; GI, glycemic index; NIRKO, neural insulin receptor knockout.
    Previous Section

    LITERATURE CITED

    1.↵ Reaven, G. M. (1988) The role of insulin resistance in human disease. Diabetes 37:1595-1607. Abstract/FREE Full Text
    2.↵ Ginsberg, H. N. (2000) Insulin resistance and cardiovascular disease. J. Clin. Investig. 106:453-458. Medline
    3.↵ Wolever, T.M.S. (2000) Dietary carbohydrates and insulin action in humans. Br. J. Nutr. 83(suppl. 1):S97-S102.
    4.↵ Bruning, J. C., Michael, M. D., Winnay, J. N., Hayashi, T., Horsch, D., Accili, D., Goodyear, L. J. & Kahn, C. R. (1998) A muscle specific insulin receptor knockout exhibits features of the metabolic syndrome of NIDDM without altering glucose tolerance. Mol. Cell 2:559-569. CrossRefMedline
    5.↵ Kulkarni, R. N., Bruning, J. C., Winnay, J. N., Postic, C., Magnuson, M. A. & Kahn, C.R. (1999) Tissue specific knockout of the insulin receptor in pancreatic beta cells creates an insulin secretory defect similar to that in type 2 diabetes. Cell 96:329-339. CrossRefMedline
    6.↵ Bruning, J. C., Gautam, D., Burks, D. J., Gillette, J., Schubert, M., Orban, P. C., Klein, R., Krone, W., Muller-Wieland, D. & Kahn, C. R. (2000) Role of brain insulin receptor in control of body weight and reproduction. Science (Washington DC) 289:2122-2125. Abstract/FREE Full Text
    7.↵ Withers, D. J. & White, M. (2000) The insulin signaling system—a common link in the pathogenesis of type 2 diabetes. Endocrinology 141:1917-1921. FREE Full Text
    8.↵ Le Roith, D. & Zick, Y. (2001) Recent advances in our understanding of insulin action and insulin resistance. Diabetes Care 24:588-597. Abstract/FREE Full Text
    9.↵ Daly, M. E., Vale, C., Walker, M., George, K., Alberti, M. M. & Mathers, J. C. (1997) Dietary carbohydrates and insulin sensitivity: a review of the evidence and clinical implications. Am. J. Clin. Nutr. 66:1072-1085. Abstract/FREE Full Text
    10.↵ Marshall, J. A., Hoag, S., Shetterly, S. & Hamman, R. F. (1994) Dietary fat predicts conversion from impaired glucose tolerance to NIDDM. Diabetes Care 17:50-56. Abstract/FREE Full Text
    11.↵ Salmeron, J., Ascherio, M., Rimm, E. B., Colditz, G. A., Spiegelman, D., Jenkens, D. J., Stampfer, M. J., Wing, A. L. & Willett, W. C. (1997) Dietary fiber, glycemic load, and risk of NIDDM in men. Diabetes Care 20:545-550. Abstract/FREE Full Text
    12.↵ Salmeron, J., Manson, J. E., Stampfer, M. J., Colditz, G. A., Wing, A. L. & Willett, W. C. (1997) Dietary fiber, glycemic load, and risk of non-insulin-dependent diabetes mellitus in women. J. Am. Med. Assoc. 277:472-477. CrossRefMedline
    13.↵ Meyer, K. A., Kushi, L. H., Jacobs, D. R., Slavin, J., Sellers, T. A. & Folsom, A. R. (2000) Carbohydrates, dietary fiber, and incident type 2 diabetes in older women. Am. J. Clin. Nutr. 71:921-930. Abstract/FREE Full Text
    14.↵ Swinburn, B. A., Metcalf, P. A. & Ley, S. J. (2001) Long term (5-year) effects of a reduced-fat diet intervention in individuals with glucose intolerance. Diabetes Care 24:619-624. Abstract/FREE Full Text
    15.↵ Storlien, L. H., Higgins, J. A., Thomas, T. C., Brown, M. A., Wang, H. Q., Huang, X. F. & Else, P. L. (2000) Diet composition and insulin action in animal models. Br. J. Nutr. 83(suppl. 1):S85-S90.
    16.↵ Pagliassotti, M. J. & Prach, P. A. (1995) Quantity of sucrose alters the tissue pattern and time course of insulin resistance in young rats. Am. J. Physiol. 269:R641-R646. Abstract/FREE Full Text
    17.↵ Horton, T. J., Gayles, E. C., Prach, P. A. & Pagliassotti, M. J. (1997) Female rats do not develop sucrose-induced insulin resistance. Am. J. Physiol. 272:R1571-R1576. Abstract/FREE Full Text
    18.↵ Pagliassotti, M. J., Gayles, E. C., Podolin, D. A., Wei, Y. & Morin, C. L. (2000) Developmental stage modifies diet-induced peripheral insulin resistance in rats. Am. J. Physiol. 278:R66-R73. Abstract/FREE Full Text
    19.↵ Higgins, J. A., Brand Miller, J. C. & Denyer, G. S. (1996) Development of insulin resistance in the rat is dependent on the rate of glucose absorption from the diet. J. Nutr. 126:596-602.
    20.↵ Ludwig, D. S., Pereira, M. A., Kroenke, C. H., Hilner, J. E., VanHorn, L., Slattery, M. L. & Jacobs, D. R. (1999) Dietary fiber, weight gain, and cardiovascular risk factors in young adults. J. Am. Med. Assoc. 282:1539-1546. CrossRefMedline
    21.↵ Marshall, J. A., Bessesen, D. H. & Hamman, R. F. (1997) High saturated fat and low starch and fiber are associated with hyperinsulinemia in a non-diabetic population: the San Luis Valley Diabetes Study. Diabetologia 40:430-438. CrossRefMedline
    22.↵ Boeing, H., Weisgerber, U. M., Jeckel, A., Rose, H. J. & Kroke, A. (2000) Association between glycated hemoglobin and diet and other lifestyle factors in a nondiabetic population: cross-sectional evaluation of data from the Potsdam cohort of the European Prospective Investigation into Cancer and Nutrition Study. Am. J. Clin. Nutr. 71:1115-1122. Abstract/FREE Full Text
    23.↵ Storlien, L. H., Baur, L. A., Kriketos, A. D., Pan, D. A., Cooney, G. J., Jenkins, A. B., Calvert, G. D. & Campbell, L.V. (1996) Dietary fats and insulin action. Diabetologia 39:621-631. Medline

    • Hi Wim,

      Goed dat we het nu wat meer over de inhoud kunnen hebben. Dat is fijn!

      Het probleem met de eerste studie spreekt voor zich. Dierenonderzoeken laten zich erg slecht vertalen naar mensen. Koolhydraatmetabolisme bij ratten is ook nauwelijks te vergelijken met dat van mensen.

      De tweede studie lijkt interessant. Als je echter de full-text leest, kom je er al snel achter dat de calorie-inname het merendeel van de tijd zelfgerapporteerd was. Dat kan eigenlijk ook niet anders, met zo een grote groep. Dat mensen erg slecht zijn met het rapporteren van calorieen, is in het verleden meerdere malen vastgesteld. Zowel leken, diëtisten als mensen die betaald krijgen om hun calorieen bij te houden, doen dit niet accuraat. Dat is niet direct een reden om een studie het raam uit te gooien, maar wel om sceptisch te blijven.

      Vooral met vis is dat lastig, omdat een dieet dat vis bevat meer verzadigt dan een dieet zonder. Dus men eet uiteindelijk minder. Witvis verzadigt ook nog meer dan vette vis en dat kan de reden zijn dat de onderzoekers verrast waren over de tweede groep (witvis).

      Verder is het natuurlijk belangrijk om op te merken dat er bij mannen een verschil geconstateerd werd, maar bij vrouwen niet.

  10. Wim Piels

    Guy,
    Even kort want ik moet weg. Wat ik wil aantonen met deze onderzoeken is dat er tich meningen en onderzoeken zijn waarin er ook steeds weer andere uitkomsten zijn. Ik kan je het eerste onderzoek helemaal sturen, was te lang voor hier, dan kun je zien dat het alle kanten uitschiet. Als je dus je punt wil maken, als hormoonfactortrainer, of juist niet, dan vind je altijd wel iets. Wat mij in al die jaren duidelijk is geworden is dat we het niet weten. We moeten het per mens bekijken, iedereen reageert anders.Daar komt nog bij dat bepaalde factoren niet uit te zetten zijn. Is een reactie van de insuline een gevolg van de hoeveelheid suikers of door het weglaten of minderen van andere nutriënten? Ik zal na het weekend nog meer sturen.
    Groet,
    Wim

    • Wim, wat is precies het punt van de studie van Wolever? Ze kijken naar wat nu precies voor insulinesecretie zorgt en in welke mate. Kun je uitleggen wat je daar duidelijk mee wilt maken?

      *EDIT* Ik heb zelf aangegeven dat het hele artikel gewist is en heb er naar gelinkt. Houd je je handen netjes in je zak, in plaats van met vingertjes wijzen, aub? 😉

  11. Wim Piels

    En nog een test met carbohydrates en insuline.
    Prediction of glucose and insulin responses of normal subjects after consuming mixed meals varying in energy, protein, fat, carbohydrate and glycemic index.
    (PMID:8914952)
    Abstract
    Citations List of citations in Europe PMC which this record is cited by and those which it cites
    BioEntities Biological entities annotated by the EMBL EBI and NCBI teams
    Related Articles Articles closely related to the current article derived by NCBI by comparing subject headings and words in the title and abstract
    External Links External Links references added by Providers
    Wolever TM, Bolognesi C
    Department of Nutritional Sciences, Faculty of Medicine, University of Toronto, Ontario, Canada.
    The Journal of Nutrition [1996, 126(11):2807-2812]
    Type: Journal Article, Research Support, Non-U.S. Gov’t
    Abstract Highlight Terms Highlight biological terms.
    Genes/Proteins(1) Chemicals(1)
    To see if both the amount and source of carbohydrate consumed determined postprandial glucose and insulin responses of mixed meals, eight nondiabetic subjects took five different mixed meals containing variable energy (1650-2550 kJ), fat (8-24 g), protein (12-25 g) carbohydrate (38-104 g) and glycemic index (43-99). Incremental glucose and insulin responses for the five meals varied over a 2.3-fold range. Amount of carbohydrate alone was not significantly related to the mean glucose and insulin responses. However, using previously derived equations, amount of carbohydrate and glycemic index explained approximately 90% of the variability of the observed mean glucose and insulin responses (P = 0.01). We conclude that both amount and source of carbohydrate determine the glucose and insulin responses of lean, young, nondiabetic subjects after different mixed meals with variable glycemic index. Variation in protein and fat intake, over the range tested here, appears to have a negligible effect on postprandial glucose and insulin.
    gr.wim

  12. Wim Piels

    The twinky diet . Hoax !!
    Nov
    16
    2010

    The ‘Twinkie Diet’
    Posted by Tom Naughton in Media Misinformation
    Over the past several weeks, I’ve received quite a few emails and comments about Kansas State nutrition professor Mark Haub and his “Twinkie Diet.” I became aware of professor Haub’s experiment awhile back because he emailed me about it. He’s seen Fat Head, and if I remember correctly, he said he shows it to his students in class.

    In case you haven’t heard about his experiment, here’s a typical headline, this one from a CNN article:

    Twinkie diet helps nutrition professor lose 27 pounds

    For 10 weeks, Mark Haub, a professor of human nutrition at Kansas State University, ate one of these sugary cakelets every three hours, instead of meals. To add variety in his steady stream of Hostess and Little Debbie snacks, Haub munched on Doritos chips, sugary cereals and Oreos, too.

    His premise: That in weight loss, pure calorie counting is what matters most — not the nutritional value of the food.

    The premise held up: On his “convenience store diet,” he shed 27 pounds in two months.

    As you might imagine, a lot of the emails and comments I received included a question along the lines of “How can this guy be losing weight when he’s living on all those refined carbohydrates?” I replied that I’d need to see a breakdown of what he actually ate. Fortunately, Professor Haub (unlike Morgan Spurlock) has nothing to hide and has made his food log and health assessments public. I finally spent some time going over them and crunching some numbers.

    So, the answer to the question How can this guy be losing weight when he’s living on all all those refined carbohydrates? is … (wait for it): By not actually consuming a high number of carbohydrates.

    Despite the headlines, Professor Haub wasn’t living on a “Twinkie Diet” or a “Little Debbie Snack Cake Diet.” He was on a diet that includes Twinkies and Little Debbie Snack Cakes.

    First, let’s look at a couple of daily menus:

    November 12
    Pumpkin Spice Donut
    Coffee
    Protein shake
    Onion Rings
    Steak
    Broccoli
    Macaroni and Cheese
    Baked potato casserole
    Dynasty Lychees
    Baby carrots
    Peanut butter cookies
    2% milk

    October 29
    Hostess cupcake
    Coffee
    Sesame chicken
    Teriyaki chicken
    Egg roll
    Chicken nachos
    Broccoli
    Lemon zingers
    Kit Kat

    Like my Fat Head fast-food diet, nobody would mistake this for any kind of health-food diet. The guy is definitely consuming sugar. And yet he lost weight, lost body fat, raised his HDL, and lowered both his triglycerides and LDL. How can that be? Well, let’s look at the numbers.

    I copied the daily nutrition totals into Excel and calculated Professor Haub’s average daily intake of calories and macronutrients over the 10 weeks he’s been on the diet:

    Calories: 1457
    Fat (g): 61
    Carbohydrate (g): 173
    Protein (g): 54

    As a percent of daily calories, it works out to:

    Fat: 38%
    Carbohydrate: 47%
    Protein: 15%

    Now, 173 grams of carbohydrate per day certainly isn’t low, but it’s not high either. Depending on whose figures you use, that’s about half as many carbohydrates as an average American male consumes per day. It’s also at least 1,000 fewer daily calories than an average male consumes. So it doesn’t surprise me at all that Professor Haub lost weight on a “Twinkie Diet” that is actually moderate in carbohydrates and very low in calories. I’d lose weight on that diet, too. (I’d hate it, but I’d lose weight.)

    I would also lose muscle on such a low protein intake, and according to his health assessments posted on Facebook, Professor Haub did in fact lose 6 pounds of lean body mass over the 10 weeks. So we’re looking at a fat loss of 20 pounds in 10 weeks, or two pounds per week.

    As with dieters everywhere, his weight loss appears to be slowing down as he goes along. During the first four weeks of the diet, according to his online data, he lost an average of 3.75 pounds per week, but slowed to 1.8 pounds per week over the next six weeks. That’s not surprising. There’s usually some initial water loss in the early phase of a diet, and of course once you begin to lose weight, your basal metabolism tends to drop. What would be interesting to see is how quickly he’d regain the weight if he went back up to 2500 calories per day and consumed more carbohydrates — not that I’d encourage him to try it.

    Overall, it looks like an interesting experiment, and it’s certainly generated a lot of media buzz. It’s just too bad the buzzing media reporters aren’t taking a little closer look at the professor’s online food log. There’s certainly junk food in this diet, but it is not (as one headline described it) a Junk Food Binge. When you consume fewer than 1500 calories and 175 carbohydrates on an average day, it’s not any kind of binge.
    gr. wim

  13. Het cortisol artikel slaat natuurlijk nergens op Wim. Je plaatst nu willekeurige artikelen. Er zijn ook artikelen van mensen die ontvoerd zijn door aliens. Zullen we gelijk maar alles geloven wat er op het internet staat?

    De punten die hij aanhaalt zijn grotendeels de punten die we aankaarten en weerleggen, met studies, niet met links naar een blog.

    Ik heb het artikel overigens verwijdert, omdat de pagina veel te lang wordt, maar ik refereer naar dit artikel van Wim:

    http://www.muscleandstrength.com/articles/losing-muscle-cortisol.html

  14. Wim Piels

    Heel verhaal van undisputed. Evidence based? Wetenschappelijk? Maar toch niet verwijderd! Twinky? No comment? Gaat niet goed Guy. Mijn artikelen weggooien en eigen onwetenschappelijke verhalen opvoeren………
    wim

  15. Wim,

    Ik reageer even op het Twinkie dieet verhaal. Het is geen hoax, ik heb zelf regelmatig contact gehad met de hoogleraar. En inderdaad het was geen binge. Het was een gecontroleerde negatieve energiebalans. Hij heeft in de tweede fase meer gevarieerd en de data die Tom presenteert heeft daar betrekking op.

    De opmerking dat de snelheid afnam is logisch. Dat is standaard natuurkunde, beter bekend als het zelfremmend effect van gewichtsfluctuatie, Obesitaswiskundigen Hall & Chow hebben daarvoor een complex statistisch model voor ontwikkeld. Het doet op geen enkele wijze afbreuk aan het idee dat de energiebalans dus de dominante factor is. Het versterkt het verhaal alleen maar. De suggestie van Tom dat je niet af kunt slanken op geraffineerde KH is belachelijk. Het bewijs is overweldigend.

  16. Wim Piels

    Volgens jou:
    Hormonaal gezien zou alle ellende veroorzaakt worden door insuline. In de PHP manual staat weliswaar dat koolhydraten, eiwitten én vetten bijdragen aan de insulinerespons, maar dat de insulinepiek sneller is bij koolhydraten. Dit is zeker geen wet, want in veel gevallen is de piek bij eiwit sneller en feller. Dit weten we al door onderzoeken uit de jaren negentig van de vorige eeuw. Daarnaast staat in bijna alle manuals, waaronder PHP en de Hormoonfactor, koolhydraatinname als eerste oorzaak van insulineresistentie. Dat er legio volkeren op deze planeet rondlopen die 50 tot meer dan 70 energieprocent koolhydrateninname hebben en toch slank blijven, wordt niet genoemd. Zij zijn ook nog eens niet insulineresistent. Koolhydraten vormen heel duidelijk niet het probleem.
    Het onderzoek zegt :
    We conclude that both amount and source of carbohydrate determine the glucose and insulin responses of lean, young, nondiabetic subjects after different mixed meals with variable glycemic index. Variation in protein and fat intake, over the range tested here, appears to have a negligible effect on postprandial glucose and insulin.
    gr.wim

    • Ik probeer even de puzzelstukken bij elkaar te leggen:

      • Insuline is onbegrepen en wordt nogal gedemoniseerd omdat dat we daar zo dik van zouden worden.
      • In de PHP manual staat dan ook dat de insulinepiek van koolhydraten feller is dan dat van eiwit.
      • Er zijn studies die dat ontkrachten en dat er eiwitbronnen zijn die insuline meer doen stijgen dan koolhydraatbronnen, bij exacte porties van 1000 kj.
      • Jij citeert vervolgens een studie waar de onderzoekers maaltijden die variëren in hoeveelheid calorieen/macronutriënten met elkaar vergelijken en a.d.h.v. daarvan concluderen dat verschillende hoeveelheden en combinaties een andere invloed hebben op insulinesecretie.

      De conclusie die je lijkt te willen trekken kan niet, want je vergelijkt geen appels met appels.

  17. Ik snap dat er reacties komen op dit bericht, maar het niveau….ff serieus hoor.
    Verder …..wat een verademing om te lezen.
    En uit ervaring ben ik het er helemaal mee eens. (Met de inhoud van het artikel natuurlijk he.)

  18. Wim Piels

    Jammer, maar wel verwacht. Commentaar heeft geen zin. Het oordeel staat vast. Verspilde tijd. Ik laat jullie in jullie niveau. Succes met elkaar!

  19. Even alles nagekeken en nu snap ik het. Guy en Chivo opleidingen zijn aan elkaar verbonden. Chivo heeft opleidingen en denkt er anders over dan Hormoonfactor en PHP. En dat probeer je in dit veel te lange verhaal dus duidelijk te maken. Ik heb er niet genoeg verstand van om duidelijk te krijgen wie het aan het juiste eind heeft, maar snap de intentie van het stuk. En weer moet ik Wim gelijk geven. Zinloze discussie met iemand die zijn mening al vast heeft staan.

    • Hi Tiemen,

      De enige manier waarop Chivo en ik aan elkaar verbonden zijn, is dat we vrienden zijn op Facebook. Als Chi, of Chivo, niet bestond, veranderde dat niets aan mijn mening over de Hormoonfactor. Sterker nog, ik had al contact met Ralph Moorman, ver voordat ik ooit van Chivo had gehoord.

      Je hoeft de stof niet te begrijpen, om uit de inleiding op te maken dat het niet om meningen gaat, maar om feiten. Alles wat aangekaart wordt, komt letterlijk uit het lesmateriaal van PHP en de Hormoonfactor. Als je alleen maar kunt reageren met de melding dat je Wim gelijk geeft, is dat natuurlijk prima, maar niemand wordt er wijzer van. Toegeven dat je de inhoud niet begrijpt is eerlijk en heb ik respect voor, maar het is de inhoud die belangrijk is en waar het om gaat.

      Zoals je uit de reacties hieronder kunt zien staan we allemaal open voor discussie en je kunt mijn mening uitstekend veranderen, mits de argumenten solide zijn.

  20. Beste Tiemen,

    Heb getwijfeld of ik zou reageren, maar gaat het toch doen om misverstanden te voorkomen.

    Wat centraal staat is onze claim dat een hormonale aanpak niets meer is dan een omslachtige manier is om een negatieve energiebalans te bewerkstelligen. Het stuk is gebaseerd op feiten en niet op meningen. Als de feiten niet kloppen, dan vernemen we dat graag.

    Gr., Chi

  21. Beste Wim,

    Even een citaat van je:

    “Wat ik wil aantonen met deze onderzoeken is dat er tich meningen en onderzoeken zijn waarin er ook steeds weer andere uitkomsten zijn.”

    Er zijn inderdaad tig meningen, gebaseerd op steeds andere uitkomsten. Het probleem is dat de uitkomst niets waard is als de methodiek niet solide. De door jou aangehaalde referentie heeft een methodiek, die niet kan leiden tot de conclusie van de auteurs. en dat wordt bekritiseerd, zoals elke kritische professional geacht wordt te doen.

    Je interpretatie dat de kritiek op de methodiek een teken is van verminderde veranderingsbereidheid, is helaas onjuist. Toon ons onderzoeken met een passende methodiek en zie hoe gemakkelijk wij om kunnen schakelen.

    Gr., Chi

  22. Raymond

    @Wim,

    Daar sla je de spijker op zijn kop. Ieder lichaam reageert anders en heeft andere behoeftes in andere hoeveelheden. Ik heb nauw contact met de man (Peter Mölleney) die de medische staf van o.a. AC Milan, FC Köln, Bayer Leverkusen, Formule 1, John Mc Enroe Tennisacademy, FIFA trainingscenters in Europa etc., ondersteunt.
    Er spelen ontzettend veel factoren mee als het gaat om (sport)prestaties, herstel, afvallen e.d. Er zijn een aantal basisprincipes die daar worden gehanteerd:

    1. What goes in, must come out (reguleer je het ja of nee)
    2. (Onder)zoek datgene wat bij JOU past.

    Zij maken gebruik van bio-impedantie apparatuur (Check Medical Sport, Prefit), om tekortkomingen en (latente) blessures op te sporen. Waar zij zich op richten zijn ook inderdaad de hormonen, maar daarnaast:
    -Spieren, Gewrichten en Orgaansystemen
    – Stoorvelden (denk aan straling van GSM en metalen)
    – Acute en Chronische Verzuring
    – Verkeerde voedingsgewoonten
    – Vitamine – en voedseltekorten
    – Trainingshartslag
    – Energie reserve en Dynamiek
    – Belasting – Belastbaarheid

    Voorbeeld: Veel mensen hebben een probleem met de schildklier en daardoor met de hoormoonbalans. Bij dieper onderzoek blijkt vaak dat een chronisch tekort aan o.a. jodium. Nu gaan deze mensen meer jodium in hun voedingsgewoontes brengen, zonder een echt waarneembaar resultaat.
    Nu blijkt dat het lichaam dermate is verzuurd door diverse factoren, dat het lichaam deze mineralen kwijtraakt, of onttrekt om de bloed PH tussen de 7,3 en 7,4 te houden. Lang niet alles is met voeding op te lossen of beter te maken.
    En alleen kijken naar vet% en spiermassa doet tekort aan waar het meer om gaat, namelijk: regulatie (we hebben een top crossfitter doorgemeten met veel spiermassa en een laag vetpercentage, deze man was bijna 100% verzuurd, zijn lever, darmsysteem en zenuwstelsel overbelast).

    @Guy, Bedankt voor je uitgebreide stuk in je blog. Het is altijd ontzettend fijn om te zien wanneer mensen bezig zijn meer (over zichzelf), te weten willen komen en het willen delen met anderen. Er is voor mij niet 1 manier om te kijken naar iemand. En daarnaast verandert er in de tijd ontzettend veel, waardoor bijvoorbeeld de methode die een jaar geleden fantastisch had gewerkt, je lichaam nu wel tegen kan werken. Dat maken we dagelijks mee met de metingen en de methodes/attributen waar mensen mee komen. En zo werken ze bij dé topsportclubs in Europa al meer dan 25-30 jaar.

    Met vriendelijke groet,
    Raymond

  23. Andreas

    Ik heb het artikel met veel interesse gelezen. Echter als ik het goed begrijp zorgt HIIT voor een hogere cortisolpiek dan (langdurige)cardio. Verderop zeg je dat cortisol dus feitelijk een vetverbrander is in plaats van dat het tot vet aanzet. Of is ook dit een aanname?

    Ik vraag dit omdat ik 2x in de week 5Km hardloop op een normaal tempo en daarna een HIIT(sprinten) van 8x 30 seconden doe(met 90 seconden rust er tussen). Meestal doe ik dit dan ook nog in combi met vasten(je zou het dus sportvasten kunnen noemen?)

    Mijn hamvraag is of dit wel zo gezond is?

    • Hey Andreas,

      Bedankt voor je positieve feedback.

      Wat je zegt klopt, HIIT zorgt een hogere cortisolafgifte dan langdurige cardio. Dat zou een probleem zijn als we er, zoals bij de hormoonprogramma’s van uitgaan, dat dat een probleem is. Dat is het niet, zoals het artikel concludeert. De regel verderop waar we cortisol een vetverbrander noemen is deels sarcastisch. Het punt is dat als cortisol vervettend zou zijn, mensen met torenhoge cortisolwaardes geen extreem laag vetpercentage zouden moeten hebben, zoals de bodybuilder uit het onderzoek.

      Verder ben ik het deels eens met Raymond. Als we kijken naar gemiddelden is gevast trainen/hardlopen niet ideaal voor het prestatievermogen. Als je het gevast doet met de intentie om meer vet te verbranden dan normaal, is dat niet iets wat ik aan zou raden.

  24. Raymond

    @Andreas
    De vraag zou kunnen zijn: is het gezond voor JOU? ieder lichaam reguleert anders en je zou jezelf tekort doen door op basis van 1 of een aantal onderzoeken je te confirmeren aan gemiddelden. Er is geen onderzoek die het hele spectrum van invloeden, oorzaken en gevolgen bij iedereen op aarde heeft gemeten. En tenzij je zelf bent onderzocht, is het dus maar de vraag hoe het voor jou werkt.

    Daarnaast zijn onderzoeksresultaten onderhevig aan verandering door de simpele feiten dat inzichten, kennis en onderzoeksmethoden constant in verandering zijn.
    Ook al zou HIIT op dit moment ongezond voor je zijn, de vraag is dan of dat altijd zo is, immers ook bij jou zijn er ook constant veranderingen die invloed uit kunnen oefenen op de regulatie van je systeem. In mijn praktijk en ervaring doen veel mensen dingen met voeding en beweging omdat anderen of onderzoeken dat hebben gezegd of “aangetoond”, wat vervolgens niet zo voor de mensen werkt die bij me komen en daardoor allerlei complicaties krijgen (al is het misschien niet meteen). Het gaat om de tendensen.
    Wat zegt je eigen gevoel erover? Hoe voel je je als je deze training doet? Waarom doe je deze training? Omdat je het fijn, leuk, lekker vind, je fitter, gezonder, vitaler, sneller, sterker wilt worden? Of omdat “anderen”dat hebben gezegd? Laat je je wel eens doormeten in de vorm van: bloedonderzoek, bio-resonantie, bio-impedantie? Zo ja, doe je dit vaker dan dat een auto naar de APK gaat?
    Als er iemand is, die alleen op basis van je vraag een antwoord kan geven of het gezond of ongezond voor je is, dan zet ik er een groot vraagteken bij.

    Mijn vriendin heeft ook sportvasten gedaan en dat was een ramp voor haar organen en afvalstoffenregulatie. Ook hiermee is het belangrijk: Laat je lichaam met de organen, spieren, zenuwstelsel, hormonen doormeten of hetgeen je doet met sport en voeding daadwerkelijk jou versterkt in plaats van verzwakt.

  25. @raymond

    Hoe is het verder met de crossfitter verlopen?

  26. Wim Piels

    #raymond
    Ik ben blij dat er mensen zijn zoals jij Raymond. Dit is namelijk precies wat ik bedoelde. Er is niet 1 waarheid. De waarheid is voor iedereen anders en de diverse uitkomsten van onderzoeken tonen dit aan. Het is voor mij een verademing om jouw bijdrage te lezen. Misschien heb ik geprobeerd om dit op de verkeerde manier duidelijk te maken. Jij hebt datgene wat ik wilde zeggen hier geweldig verwoord. Bedankt hiervoor. 🙂

  27. Raymond

    @Wim bedankt voor je reactie, afgezien van wat ik heb geschreven, heb ik het zelf ook aan den lijve ondervonden in mijn jeugd bij Cambuur en de Friese selectie. Veel adviezen gekregen en ik kreeg steeds meer blessures. Deze adviezen werkten niet voor mij, alhoewel ze kwamen van mijn begeleiders. Zonder af te doen aan hun kennis van zaken (want het zou net zo goed wél kunnen werken voor iemand anders) Ik vind het altijd leuk om over dit soort aspecten te discussiëren.

    @Loubna: Het gaat nu erg goed met de crosfitter. Zijn verzuring zit nu gemiddeld op 30-40%, maar wat nog belangrijker is, dat hij zijn verzuring (en niet alleen afvalstoffen van training en voeding bijvoorbeeld), veel beter reguleert, waardoor hij veel beter herstelt en zijn kans op blessures drastisch heeft verminderd. Zijn grootste probleem was dus ook het draineren van afvalstoffen, waardoor deze zich telkens op een andere plek in zijn lichaam op gingen hopen met kleine blessures, ontstekingen, vermoeidheid en hoofdpijn tot gevolg (even in een nutshell).

    Er zijn genoeg invalshoeken waarmee we mensen gezonder, vitaler en fitter kunnen krijgen. De crux is, datgene zoeken wat bij je past. Als ik bij een bord soep een mes krijg, is een mes geen slecht gereedschap, wel voor een bord soep waar ik liever een lepel heb. Net zoals je geen benzine in een dieselmotor gooit.

    @Guy Dat vind ik het mooie van invalshoeken. Zo kunnen we elk aspect in en van ons lichaam (waaronder ook emotioneel en mentaal), vanuit een ander perspectief bekijken, behandelen en trainen. We hebben elkaar nodig met de input, kennis, ervaring en vooral de passie die vanuit de liefde voor jezelf en je medemens is geboren. Even heel simpel gezegd: Als het werkt, werkt het. Het enige wat ik dan nog zou willen doen is weten waarom het dan werkt voor diegene. Er valt veel meer te vertellen en er komt meer bij kijken dan wat ik in deze 3 reacties heb weergegeven. Ik zou zeggen, ga eens een keer mee naar Duitsland (Essen), naar 1 van de seminars van Peter Mölleney 😉

    Groeten,
    Raymond

  28. Wim Piels

    # Raymond.
    Ik weet niet of die uitnodiging ook voor mij geldt. Maar mocht dat zo zijn dan wil ik graag met jou meegaan. Laat maar even weten wanneer die lezing plaatsvind en hoe ik hierop kan inschrijven.

  29. Raymond

    @Wim Natuurlijk kan dat, het was niet alleen voor Guy bedoeld, nu ik mijn reactie teruglees kan ik me voorstellen dat het wel zo overkwam, mijn excuses hiervoor. Kijk maar eens op http://www.wegamed.de.

  30. Wim Piels

    Hoi Raymond,
    Ik zag dat er 30-11 een workshop is. Er staat bij dat je met 2 personen korting krijgt. Ik wil er wel naar toe. Jij?

  31. Raymond

    @Guy en Andreas: Cortisol is inderdaad niet direct een vervetter, maar wel indirect. Een te hoog cortisolgehalte voor een langdurige periode, zorgt voor het verslechteren van de afvalstoffenregulatie en de werking van de afvalstoffenverwerkingsorganen.
    Het lichaam kan dan niet adequaat omgaan met de afvalstoffen en probeert dan vetcellen aan te maken om ze in op te slaan, zodat ze uit de vitale organen blijven. Dit is een beschermingsreactie op oververzuring (acidose). Het lichaam kan slecht of geen vetcellen aanmaken als de levensstijll met de training en voeding voornamelijk op afvallen/cutten is gericht en het vetmetabolisme (te) hoog is (bijvoorbeeld door hyperthyreoïdie) Vandaar dat, in dit geval, de bodybuilder die is genoemd ook geen extra vet heeft gekregen.
    Het probleem is dan vaak dat deze afvalstoffen zich op gaan hopen in en op andere plekken in je lichaam, met alle gevolgen van dien. Het is dan ook raadzaam als je veel af wilt vallen of gaat cutten, dat je de zuur-base van je spieren en organen in de gaten houdt en je organen goed de afvalstoffen kunnen verwerken die vrijkomen bij vetverbranding.
    Daarom is het te kort door de bocht om alleen te kijken naar het esthetische deel van training, oftewel droogtrainen en afvallen (mits het gaat om morbide obesitas bijvoorbeeld).

  32. Raymond

    @Wim de 30e kan ik helaas niet, dan heb ik mijn zoon. In januari ga ik weer heen voor een extra ingelaste en aangevraagde gevorderde seminar over de meet- en behandelmethodes met de achterliggende gedachtes.

  33. Andreas

    Dank je wel Guy en Raymond voor jullie reacties. Wordt gewaardeerd.
    Ik voel me er vooral lekker bij echter valt het mij op dat ik veel vet op de buik blijf houden. Echter zonder dat ik aan krachttraining doe lijk ik meer spieren op mijn armen/schouders maar ook bovenbuik te krijgen. Ik doe de HIIT sprints nu ongeveer een jaar.
    Ik let verder totaal niet op mijn eten. Ik tel geen calorieen of zo maar zoals Guy sla ik het ontbijt automatisch over. Vaak begin ik pas na 14.00 uur met eten.
    Vanmiddag voor het eerst sinds een jaar weer gewoon 10Km gelopen op een rustig tempo. Dacht dat ik geen uithoudingsvermogen had maar het viel reuze mee. Geen wedstrijdtijd maar daar doe ik het ook niet voor 🙂
    @Raymond: Je hebt het over verzuring en cortisol. Eigenlijk als je te veel verzurende voeding eet/drinkt(denk ook aan koffie) maak je het je lichaam dus nog eens extra moeilijk. Dit zou het vet op mijn buik kunnen verklaren gezien mijn koffie verslaving en het feit dat ik niet zo op mijn voeding let.

    • Heren, mag ik jullie vriendelijk en respectvol verzoeken niet af te dwalen naar het zuur-base-evenwicht? Dat is een ander onderwerp, voor een andere dag, op een andere plaats 😉

  34. Wim Piels

    # Raymond. Zoek me even op bij linked in. Dan kunnen we afspreken voor januari.
    Gr.

  35. Beste Raymond,

    Je stelt dat elk mens anders is en dat wordt ook niet ontkend, maar het is irrelevant voor de discussie. De hormonale afslankgoeroes beweren dat ze een systeem hebben. Ook dat moeten ze gebaseerd hebben op gemiddelden. Het probleem alleen is dat de gemiddelden geen enkele relatie hebben met hun systeemindicaties. Daar zit de pijn.

    Daarnaast vind ik het interessant dat je dan bio-impedantiemetingen aanhaalt als een methode om een individu te kunnen diagnosticeren. Dat is helaas niet mogelijk. Ik ben zelf al meerdere malen uitgenodigd voor dit soort zaken. Mijn collega’s en ik zijn ook gemeten. De foutmarge is zo groot, dat je net zo goed een dobbelsteen kunt werpen. Hoeveel water ik gedronken heb van te voren is van sterke invloed op de uitslag. Daarnaast is er geen enkele plausibele theorie hoe deze diagnose en differentiatie kan plaatsvinden.

    Wim,

    Ga je nog met een publicatie komen, waardoor onze conclusies op de helling kunnen?

  36. Wim Piels

    #Chi,
    Sorry mijn interesse in jullie groepje is totaal verdwenen. Zeker na dit laatste stukje van jou naar Raymond. Ik hoef niks aan te tonen en jullie verhaal hoeft niet op de helling. Misschien moet je , inplaats van je blik naar binnen gekeerd, eens om je heen kijken. Wellicht kun je daar ook nog beter van worden. Ik heb al enkele keren, en Raymond ook volgens mij, aangegeven dat er meer wegen naar Rome gaan. Daar wou ik het maar bij laten. 🙁

  37. Andreas

    @Guy: Ja sorry. Ben gewoon nieuwschierig. Ga zelf nog wel even op zoek!
    Duidelijk in ieder geval dat het allemaal nog niet zo simpel is.

    • Andreas, voel je vrij om me een mail met vragen te sturen. Ik beantwoord ze graag.

  38. Beste Wim,

    Jij deed een aantal claims en een van deze claims was dat er onderzoeken zijn die de standpunten kunnen draaien. Wij kunnen altijd bijleren, we zijn immers kritische en passievolle professionals. Dat heeft het volgende opgeleverd:

    1. Analyse van een fase van professor Haub ipv het hele traject (cherrypicking)
    2. Een muisonderzoek, een dier dat een sterk afwijkend vet/KH metabolisme heeft
    3. Een RCT die slecht gecontroleerd is, waarvan de vis met de minste omega-3 het beste scoort (volledig in strijd met de hormonale afslanktheorieën)
    4. Een blogartikel van iemand die anekdotes ophangt op basis van een discutabele theorie

    Elk van je waardevolle bijdrage is serieus overwogen en inhoudelijk / methodologisch beoordeeld en vervolgens onderbouwd verworpen. De conclusie die je trekt is dat ons standpunt gefixeerd is. Als dat zo zou zijn, zouden we dan elke dag besteden aan het bijleren van nieuwe kennis en inzichten? Het gegeven dat ik bekend ben met de apparatuur en de methodiek die Raymond beschrijft en zelfs ondergaan heb, is daar mogelijk een aanwijzing voor. Het is in strijd met het idee dat we niet om ons heen kijken. Je gaat er allemaal aan voorbij en trekt je terug uit de discussie, die je nota bene zelf aangegaan bent. Dat is spijtig, had toch gehoopt wat te leren.

    Prettig weekend iig.

    Chi

  39. Hallo Wim, ik begrijp dat je een vlucht naar Rome verkiest boven het inhoudelijke debat. Ik had echt meer relevante context verwacht..

  40. Raymond

    @Chi

    Als je deze mening hebt over bio-impedantie, dan vraag ik me af waarom ze bij bijvoorbeeld Milan Lab inmiddels rond de 90% minder blessures e.d in de teams hebben en met de oudste meest fitte spelers van de wereld op het veld staan mede dankzij bio-impedantie. Daarnaast gaat bio-impedantie niet zozeer over de momentopname, maar over de tendensen.
    Ik vraag me dan bovendien ook af welke meting je hebt gedaan, want de ene bio-impedantie meting is de andere niet. Bovendien heeft 70-80% van de bio-impedantie metingen geen internationale (medische) certificaten. De 2-punts meting van Tanita is ook een bio-impedantie meting, maar ik heb het ten eerste niet over een vet% meting die zeker deze internationale certificaten niet heeft en ten tweede over meetapparatuur die inmiddels 25-30 jaar, naast wetenschappelijke onderzoeken, evidance based is bij o.a.: AC Milan, FC Köln, Bayer Leverkusen, Formule 1, de Europese FIFA trainingscenters etc.
    Sterker nog, ik heb hier een mooie quote van de oprichter van Milan Lab over de meetapparatuur.

    http://www.medica.de/cipp/md_medica/custom/pub/content,lang,1/ticket,g_u_e_s_t/oid,26350

    Jean Pierre Meersseman, medizinischer Leiter des AC Mailand: „ Die Ganzkörper-Funktionsmessung ermittelt in regelmäßigen Abständen den Trainingszustand unserer Spieler.
    Mit Hilfe der Ergebnisse wird für jeden Spieler ein individueller Trainingsplan erstellt.
    Dadurch wurde das Verletzungsrisiko erheblich minimiert und die Trainingseffektivität drastisch gesteigert.“

    Dit gaat over de Prefit Bodyscan, de afgeslankte versie van de Check Medical Sport.

    Nu weet ik niet wat je eigen achtergrond is, maar de resultaten van deze topsportclubs (en nog vele anderen in Europa), liegen er niet om.

    Groeten,
    Raymond

  41. @Raymond,

    Ik ga verder niet in op bio-impedantie, omdat het afleidt van het onderwerp. In diezelfde post heb ik de logica van je argument in relatie tot het onderwerp betwist. Heb je daar nog een opmerking over?

  42. Raymond

    @Chi

    Je hebt gelijk, het dwaalt af van het onderwerp. Neemt niet weg dat we daar nog een discussiepunt hebben mbt bio-impedantie en ik zou graag willen weten welke meting(en)je hebt ondergaan. Mijn mailadres is: raymond@vitallifestyle.nl, mocht je daar interesse in hebben 😉

    Wil je me nog even op weg helpen met wat je bedoelde? Ik zie vast iets over het hoofd nu.

    Groeten,
    Raymond

  43. Hoi Raymond,

    Ik refereer even naar deze zinsnede

    “Je stelt dat elk mens anders is en dat wordt ook niet ontkend, maar het is irrelevant voor de discussie. De hormonale afslankgoeroes beweren dat ze een systeem hebben. Ook dat moeten ze gebaseerd hebben op gemiddelden. Het probleem alleen is dat de gemiddelden geen enkele relatie hebben met hun systeemindicaties. Daar zit de pijn.”

    Nergens in het artikel wordt gesteld dat er geen individuele verschillen zijn of dat hormonen geen rol spelen bij vetopslag. Wat we stellen is dat de besproken methoden onlogisch zijn, in strijd zijn met wat we weten van de fysiologie en endocrinologie uit experiment- en fundamenteel onderzoek. Daarnaast betwisten we ook dat de genoemde methoden het beste resultaat leveren. Het werkzame mechanisme is de negatieve energiebalans en deze methoden zijn veel te onnauwkeurig.

  44. Beste Guy,
    Wat een goed artikel! Het blijkt wel dat informatie over voeding en beweging voor mensen vaak heel dubbel kan overkomen. Soms is de informatie gekleurd door commerciële belangen, soms is de informatie onvolledig of gebaseerd op de voortschrijdende inzichten van de wetenschap. Die enorme brei van informatie levert vaak geen helder beeld op bij de mensen.
    Zo schrijf jij ook het een en ander over koolhydraten en het insuline effect. Zo verwerp je de insuline theorie, waar ik mij wel in kan vinden. Maar veel mensen vragen zich dan af: “Wat dan”? Diverse toonaangevende wetenschappers op het gebied van voeding hangen de koolhydraat-theorie wel aan, je zou er minder van moeten eten omdat we nu eenmaal minder bewegen. Daarnaast zou je een onderscheid moeten maken in enkelvoudige en complexe koolhydraten. Bij de enkelvoudige koolhydraten schiet je insulineniveau snel omhoog, wat onwenselijk is. Vaak wordt aanbevolen dit soort koolhydraten te beperken.
    En zo zijn er nog veel meer zaken te noemen, waar voedings-en beweegdeskundigen het oneens zijn. Er bestaat dus weinig consensus tussen de verschillende specialisten en wetenschappers op het gebied van voeding en beweging. Wellicht is het een goede start voor mensen om te minderen met bewerkte voedingsmiddelen. Deze producten bevatten vaak veel suiker, vet, zout en additieven, waardoor je er onder andere gauw teveel van eet.

  45. Guy,

    Heerlijk artikel. Ik ben blij dat bij dit geheel een kritische noot wordt gesteld. Ik ken enkele trainers in mijn sportschool die PHP en dergelijke hormoonbalans systemen heilig verklaren. Ik heb echt gesmuld van dit artikel (en de voorgaande). Gewoon no bs!

    Super!

  46. Daniël

    Ik zie dat veel van jouw bronnen gedateerd zijn, nu vind ik dit niet altijd relevant, omdat als voorbeeld de mobiele telefoon van 20 jaar terug ook niet meer de mobiele telefoon van nu is, onderzoeken worden constant vernieuwd en de samenleving veranderd.

    Ik zou graag nieuwere bronnen willen zien.

  47. Daniël

    Ik zie dat veel van jouw bronnen gedateerd zijn, nu vind ik dit niet altijd relevante informatie, omdat als voorbeeld de mobiele telefoon van 20 jaar terug ook niet meer de mobiele telefoon van nu is, onderzoeken worden constant vernieuwd en de samenleving veranderd.

    Ik zou graag nieuwere bronnen willen zien.

  48. Zit vol aandacht te lezen enkel het laatste stukje volg ik niet meer.’
    Dat stukje voedingsschema van 1571 kcal…
    Overal lees je dan carbs 4 kcal / gr zijn, eiwit idem en vetten 9 kcal / gr…
    Vervolgens in de eerste regel gaat er al iets niet goed, of ik moet ergens iets missen maar goed…
    13 x4 = 52 + 0 carbs + 10 x9= 90.. Kom ik op een totaal van 142 tegenover de 369 uit jullie berekening… Schiet mij maar lek…

  49. Johng199

    hi and thanks for the actual blog post ive recently been searching regarding this specific advice online for sum hours these days as a result thanks efkdkebecffa

  50. Guy,

    Prachtige stukken en helemaal mee eens. Het is vaak lastig zulke aan de oppervlakte logische verhalen te ontkrachten. Eigenlijk kan het maar op 1 manier en dat is stap voor stap alles nalopen en uitleggen. Dat is goed prima gelukt.

    Hoe zie je in dit hele verhaal het verband tussen insuline en het intolerant worden van leptine-receptoren dat, wat ik erover kan vinden in ieder geval, wel aangetoond lijkt te zijn? Dit is uiteraard geen oorzaak van overgewicht maar kan er wel indirect toe bijdragen doordat het grootste deel van de bevolking gewoon eet wanneer men honger heeft en leptine daar wel van enige invloed op is.

    Keep up the good work!

  51. Mooi verhaal hoor Guy! Ken je “The ultimate diet 2.0” van Lyle McDonald? Staat bordevol tips en wetenschappelijke feiten. Zul je jezelf in herkennen! Rekent ook af met veel hardzinnige onzin…

  52. Pingback: Het paleo dieet is onzin - Project: leven

  53. Brenda Venema

    Hey Guy! Nadat ik helemaal naar Rotterdam ben gereden voor een geweldige krachttraining van jou, ben ik nu heel veel artikelen op je blog aan het lezen. Hartstikke interessant! Echter met de Hormoonfactor heb ik een compleet andere ervaring dan hier uiteen wordt gezet. De adviezen uit de Hormoonfactor zijn op gezondheidsgebied enkele jaren geleden misschien wel `mijn redding` geweest. Zijn principes zijn meer gericht (denk ik) op gezondheid in eerste instantie, waarbij jij (denk ik) in eerste instantie meer gericht bent op het fysieke (uiterlijke) aspect.
    Ralph pleit juist voor complete maaltijden met koolhydraten. Ook wordt krachttraining (kort en intensief) juist geadviseerd. (Zeker in zijn opleiding is hier uitgebreid aandacht voor) Zoals met alles haalt een ieder ergens (een opleiding, een gesprek, een ontmoeting) iets uit waar je zelf iets aan hebt op dat moment. Ik heb gemerkt en gezien dat jij enorm kundig bent Guy. Dat is Ralph ook. Ik zie dat er zeker ook overeenkomsten zijn in waar jullie in geloven en voor staan. Er zijn daarnaast meerdere wegen die leiden tot (overeenkomstige) doelen. Kortom ik volg jullie beide met veel plezier.
    Met groet, Brenda

  54. Pingback: Hormonen. Hoe werkt het, waar op letten en hoe kun je testen? | Project Leven